← OnderzoekenBrontekst
De heer Claassen (Groep Markuszower): Voorzitter, dank u wel. Ik zag net de toelichting op het amendement van collega Maeijer. Het zit nu in het systeem. Als het toch een tijdje heeft geduurd, ben ik bang dat het op basis van de toelichting die wij hebben bedacht nog iets langer gaat duren. Maar ik ga ervan uit dat die eraan gaat komen.
Voorzitter. De vraag die vandaag voorligt, is geen technische vraag. Het is wat ons betreft een grondwettelijke vraag in de gedaante van een verzamelwet. Er zullen er nog vele komen. In het afgelopen debat dat over de verzamelwet ging, was ik erbij namens een andere partij. Nu ben ik net zo kritisch namens de Groep Markuszower, alias De Nederlandse Alliantie. Zo'n verzamelwet klinkt onschuldig, wat losse eindjes en een paar praktische aanpassingen, maar het zijn zelden de grote wetten die de verhoudingen tussen Staat en burger werkelijk veranderen. Het zijn de kleine technische stappen die elk afzonderlijk redelijk lijken en die samen na een paar jaar iets blijken te hebben opgeleverd dat niemand expliciet heeft besloten.
Wie beslist wanneer het medisch beroepsgeheim wijkt? Wie beslist wanneer een burger de zeggenschap over zijn meest intieme gegevens verliest? Kan de minister toelichten waarom zo'n zwaarwegende keuze wordt gemaakt? Onder dit wetsvoorstel wordt die beslissing weggehaald bij de burger en weggehaald bij de uitzondering. Zij verdwijnt in de routine van het bestuurlijk verkeer en de stroom van gegeven tussen zorgaanbieders, het CAK, de gemeenten en de GGD's. Dat hoort een uitzondering te zijn, maar nu wordt het de regel. Zodra die uitzondering regel wordt, sterft het onderscheid waaraan een rechtsstaat zijn ernst ontleent.
Laat ik eerst onomwonden zeggen dat fraude met publieke gelden een aanslag is op de gemeenschap. Wie geld onttrekt dat bedoeld is voor de meest kwetsbaren, plundert het sociale weefsel zelf. Wij staan er natuurlijk achter dat de regering gemeenten sterke instrumenten geeft om onrechtmatig besteed geld terug te halen. Het schrappen van het dubbel opzetvereiste in de Wmo en het opnemen van een terugvorderingsbepaling in de Jeugdwet is geen detail. Dat is een daad, een nodige daad. Wij steunen die.
Voorzitter. Maar de wet is geen winkelmandje. Men kan niet zeggen: we rekenen fraudebestrijding af en gooien het beroepsgeheim er gratis bij. Dat is namelijk precies wat hier gebeurt. De nieuwe grondslag doorbreekt het medisch beroepsgeheim zonder toestemming, opt-out of bezwaarrecht dat werkelijk iets voorstelt. Vergelijkt u het eens hiermee: het beroepsgeheim is als een sleutel van uw huis. U geeft die aan uw arts, omdat u erop moet kunnen vertrouwen dat hij binnen kan komen wanneer u ziek bent, maar u geeft die sleutel niet aan de gemeente, niet aan het CAK, niet aan de GGD en niet aan een reeks instanties die u nooit heeft ontmoet. Dat zou u namelijk nooit doen. Dit wetsvoorstel zegt: wanneer u kwetsbaar bent, mag of moet de arts uw sleutel doorgeven aan die anderen, zonder uw medeweten. Dat zou in naam zijn van uw bestwil, maar uw huissleutel heeft u nodig voor hulp, maar die biedt geen hulp meer; die biedt beheer.
Dat is precies de kwestie. Het beroepsgeheim is geen administratieve drempel die omwille van efficiëntie kan worden weggepoetst. Het is een van de oudste afspraken in onze beschaving: wat een mens aan zijn arts toevertrouwt, blijft daar. Die afspraak heeft eeuwen gehouden. Dat is niet bij toeval, maar omdat die iets onmisbaars beschermt: de mogelijkheid om kwetsbaar te zijn zonder dat die kwetsbaarheid een ingang wordt voor anderen. Wij hebben die afspraak geërfd. We hebben die niet zelf gebouwd. We bezitten die dus ook niet. We behoren die door te geven en niet te verkwanselen voor bestuurlijk gemak. Waarom gooit de minister zo'n belangrijke regel nu overboord?
Voorzitter. Waarvoor doen wij dit? Daar wringt het tweede punt. De verruimde terugvorderingsbevoegdheid blijkt in de praktijk beperkt effectief. Ik hoorde daarstraks lovende woorden en dat het belangrijk is het hiervoor te doen, maar in de praktijk is het niet zo effectief. Dan is het uitgangspunt dat je zo'n zwaar middel moet inzetten voor nog een niet effectief systeem. Dat vinden wij eigenlijk te ver gaan. Zorg eerst dat die zaakjes op orde zijn en ga dan kijken naar de volgende stap. Om even bij dat voorbeeld te blijven: het is alsof men de voordeur van het huis opent om iets te doen aan een lekkende kraan in de keuken. Daar was gisteren trouwens ook een mooi voorbeeld van. Dat is een grote opening voor een klein, gedeeltelijk antwoord. Dat is geen evenwichtige ruil meer. Het is een ruil die alleen aanvaardbaar is voor wie meent dat privacy en zeggenschap restjes zijn, overschotten nadat alle natuurlijke belangen zijn afgewogen. Wij menen dat die een voorwaarde zijn om als vrije samenleving die naam überhaupt te verdienen.
Voorzitter. Een regering moet kunnen handelen, een regering moet kunnen besluiten. Wij zijn geen liefhebbers van bestuurlijke verlamming, maar werkelijk besluiten betekent ook kiezen waar de grens ligt. De grens van het medisch beroepsgeheim is geen grens waar men met gemak overheen wandelt omdat de uitvoering er behoefte aan heeft. Dat was eigenlijk het kenmerk van de bijdragen hiervoor. Een soevereine wetgever erkent zijn eigen grenzen. Een overheid die haar burgers werkelijk beschermt, beschermt hen ook tegen het eigen gemak van die bestuurder. Daarom vraag ik de minister het volgende. Waarom moet het terugvorderingsdoel, dat wij steunen, gekoppeld blijven aan een gegevensregime dat wij niet steunen? Waarom is het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens, dat exact voor deze punten waarschuwt, beantwoord met slechts een toelichting in plaats van een daadwerkelijke waarborg?
Dan de horizonbepaling in de wet. De grondslag vervalt van rechtswege na vijf jaar, tenzij de Kamer expliciet besluit deze te verlengen. Dat is niet uit wantrouwen, maar uit ernst. De WRR adviseerde dit beginsel reeds in 2016. Toezicht achteraf moet even zwaar wegen als toetsing vooraf. Een horizonbepaling dwingt deze Kamer om over vijf jaar opnieuw te beslissen in het licht van wat de praktijk dan heeft laten zien. Is de minister bereid deze horizonbepaling in te korten en, zo nee, waarom niet?
We zullen het wetsvoorstel dus kritisch wegen. Fraudebestrijding telt zwaar, maar niet zo zwaar dat het beroepsgeheim en de zeggenschap van burgers als nevenschade kunnen worden opgevoerd. De ernst van de uitzondering vraagt om ernst van de wetgever. Die missen wij in het voorstel.
Ik ga afronden. Met het amendement hopen we vier waarborgen te regelen bij artikel 5.2.5b van de Wmo: een verstrekkingsregister met inzage voor de cliënt, een informatieplicht bij de gemeente bij het eerste bemoeizorgcontact, een doelvergrendeling tegen doorstroming naar belastingen, vreemdelingenrecht of commerciële profilering, en een verzetsrecht bij dat eerste contact, natuurlijk behalve bij acuut levens- of gezondheidsgevaar. Deze figuur ligt eigenlijk al in de verzamelwet. Bij het Rijksvaccinatieprogramma heeft de regering eenzelfde bezwaarrecht naast de AVG zelf aanvaard, dus waarom hier niet? Dat is niet om het doel te frustreren, maar om het houdbaar te houden.
Versie 51dbdb226d6bbe10678bbb4ca52a12f2aad4843ae450fc33e6674d0599d7c07c · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.