KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)

Brontekst

De heer Bushoff (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Vandaag bespreken we de Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b. De naam zegt het al. Het is een vrij abstracte en technocratische naam. Een winstwaarschuwing: ik vrees dat mijn bijdrage enigszins technisch van aard gaat zijn. Soms is het goed om ons te realiseren waartoe gegevensverwerking strekt, namelijk ervoor zorgen dat mensen in de praktijk op het juiste moment de juiste zorg dan wel ondersteuning krijgen. De verzamelwet die vandaag voorligt, met zes wijzigingsvoorstellen, heeft dat ook als doel. Dat is op zichzelf een nobel doel, zeg ik erbij. Tegelijkertijd komt een deel van de voorgestelde wijzigingen er in de kern op neer dat het mogelijk wordt om het medisch beroepsgeheim te doorbreken. Het medisch beroepsgeheim in Nederland is iets waar we zorgvuldig mee om moeten gaan, dat we moeten koesteren. Het komt voort uit het recht op privacy, maar ook uit het recht van mensen om, in het geval dat zij medisch noodzakelijke zorg moeten ontvangen, geen angst te hebben dat de gegevens vervolgens voor andere doeleinden worden gebruikt. Kortom, we moeten daar heel zorgvuldig mee omgaan. Op het moment dat je het medisch beroepsgeheim doorbreekt, moet daar dus een gegronde reden voor zijn en moet daar ook een wettelijke grondslag voor zijn. De regering heeft gepoogd in de memorie van toelichting die gegronde reden te geven en heeft uiteindelijk in de daadwerkelijke wettekst inderdaad die wettelijke grondslag gegeven. Uiteindelijk is het dan aan ons als Kamer om te wegen of wij vinden dat de gegronde reden die gegeven wordt inderdaad opweegt tegen het belang van het in stand houden van het medisch beroepsgeheim. Om die weging goed te kunnen maken heb ik bij de zes verschillende wijzigingsvoorstellen die gedaan worden nog enkele vragen en enkele voorstellen. Ik zal ze even langslopen. Allereerst het voorstel inzake het CIZ. Het zou nu kunnen zijn dat mensen verschillende indicatiestellingen hebben. Dat wil je natuurlijk niet, want je wil dat iemand gewoon één indicatiestelling heeft voor hetgeen waarvoor die indicatiestelling bedoeld is en dat iemand geen dubbele zorg ontvangt. Mijn vraag aan de minister is een beetje een theoretische exercitie. Ik vraag me af of het volgende een denkbaar scenario is. Iemand heeft twee indicatiestellingen en ontvangt vervolgens zorg vanuit de ene indicatiestelling. Die indicatiestelling zou eigenlijk beëindigd moeten worden, omdat de andere indicatiestelling passender is, maar voor die andere indicatiestelling is er een wachtlijst. Zou het dan kunnen zijn, in een theoretisch scenario, dat iemand in die overgangsperiode even geen zorg krijgt, terwijl hij die in beginsel wel zou moeten krijgen? Ik ben benieuwd of dit een denkbaar scenario is, dan wel dat dit scenario niet zou kunnen voorkomen. Ik hoor daar van de minister graag een toelichting op. Als dit scenario wel denkbaar is, zou ik graag van de minister willen horen hoe zij ervoor gaat zorgen dat dit voorkomen wordt. Dan het tweede wijzigingsvoorstel van de verzamelwet. Dat ziet toe op de terugvorderingsmogelijkheid. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat voorkomen moet worden dat iemand onterecht zorg dan wel ondersteuning ontvangt. Ik denk ook dat het goed is, als daar sprake van is, dat het geld dat daarmee gepaard gaat, teruggevorderd kan worden. Maar daar zeg ik het volgende bij. Op het moment dat het gaat om individuen, bijvoorbeeld jeugdigen of ouders van jeugdigen, moeten wij heel terughoudend zijn met die terugvorderingsmogelijkheid. Het zou immers zomaar zou kunnen dat iemand onbedoeld de verkeerde gegevens heeft verstrekt, dan wel, doordat het een ingewikkeld systeem is, onbedoeld een fout heeft gemaakt. Dan wil je niet dat iemand in de problemen komt door zo'n terugvordering. Precies daarover wordt in de memorie van toelichting geschreven dat wel erg aannemelijk moet worden gemaakt dat er sprake is van opzet. Als er overgegaan wordt tot terugvordering, moet er rekening gehouden worden met de persoonlijke situatie en ook met de draagkracht van die persoon. Dat zijn heel cruciale uitgangspunten, dusdanig cruciaal dat ik vind dat je ze wettelijk zou moeten verankeren. Daartoe heb ik dan ook een amendement ingediend. Het derde wijzigingsvoorstel betreft de gegevensdeling tussen het CAK, de gemeenten en de zorgkantoren in verband met de subsidieregeling voor medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden. Daarbij heb ik een tweetal vragen. In de eerste plaats weten we dat er veel onverzekerden zijn die een enorme drempel ervaren om zorg te vragen wanneer zij die nodig hebben. Lees alleen al de verhalen van straatarts Michelle van Tongerloo in Rotterdam over wat zij tegenkomt in de spreekkamer en hoelang het vaak duurt voordat mensen die onverzekerd zijn daadwerkelijk de stap zetten om zorg te vragen als zij die daadwerkelijk nodig hebben. Vaak komt dat doordat die mensen getraumatiseerd zijn door de omgang met instanties. Mijn vraag is de volgende. Nu wij het makkelijker maken om die gegevens uit te wisselen, wordt daardoor bij deze groep niet de angst aangewakkerd dat de instanties waar ze juist zo bang voor zijn achter hen aan zullen komen? Verhogen wij voor deze mensen dan niet de drempel die nu ervaren wordt door het mogelijk maken van deze gegevensdeling? Wat wil de minister doen tegen die drempel? Die drempel bestaat sowieso al bij een heel grote groep van onverzekerden, die vaak pas in een heel laat stadium, als het echt niet anders kan, hulp zoeken bij bijvoorbeeld een straatarts, omdat ze dat tot het laatste moment proberen uit te stellen. Tot slot op dit punt, voorzitter. Ik ben ook benieuwd hoe het staat met de subsidieregeling voor medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden. Volgens mij vroeg het CDA hier ook naar. Wat kunnen we daarvan verwachten? Wat is de stand van zaken daarvan? Kan de minister zich daar ook over uitlaten? Voorzitter. Mijn vierde punt gaat over een wettelijke grondslag voor het RIVM bij bevolkingsonderzoeken en screenings. Een vijfde punt gaat over gegevensdeling tussen het RIVM en uitvoerders. Bij deze twee wijzigingen heb ik eigenlijk twee punten. Eén. Ik zou aan de minister het volgende willen vragen. We gaan hier eigenlijk van een opt-in naar een opt-out. Op zich snap ik dat. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat wederom wegens wantrouwen jegens instanties mensen misschien die gegevens niet willen delen. Dat onderliggende probleem pakken we natuurlijk niet aan met de verandering van een opt-in naar een opt-out. Wat we wel aanpakken, is de situatie waarin mensen het prima vinden maar per ongeluk geen toestemming geven voor het delen van gegevens. Dat probleem pak je aan met de wijziging van een opt-in naar een opt-out. Het fundamentele probleem van mensen die wantrouwen koesteren jegens de instanties en daarom terughoudend zijn met het delen van gegevens, wordt hiermee natuurlijk niet aangepakt. Ik ben benieuwd hoe de minister dit ziet. Ziet zij dit als een groot risico waardoor er nog steeds onvoldoende gegevens gedeeld gaan worden, of niet? En wat gaat zij hieraan doen? Voorzitter. Een zesde wijzigingsvoorstel bij deze verzamelwet gaat over gegevensdeling in het kader van de Wet zorg en dwang, om mensen zo spoedig mogelijk een passende plek te geven. Zowel bij deze laatste wijziging, dit zesde wijzigingsvoorstel, als bij nummers vier en vijf is de opmerking door de Raad van State gemaakt dat het logisch zou zijn om in een AMvB te regelen welke gegevens gedeeld worden. In eerste instantie zouden die door de regering vastgesteld worden bij ministeriële regeling. Het gaat namelijk om hele gevoelige gegevens. De regering heeft hier gehoor aan gegeven door een aantal algemene maatregelen van bestuur op te nemen in de wet, waarbij geregeld wordt welke gegevens uiteindelijk gedeeld gaan worden en waarbij criteria rondom de bewaartermijnen gesteld kunnen worden. Gelet op de opmerking van de Raad van State dat het om hele gevoelige gegevens gaat, waarbij per AMvB geregeld zou moeten worden welke er gedeeld kunnen worden, vind ik dat die AMvB's, waarvan het goed is dat de regering daarvoor heeft gekozen, via een lichte voorhangprocedure aan de Kamer dienen te worden voorgelegd. We kunnen dan ook de democratische controle daarop uitoefenen. Als we het alleen per AMvB mogelijk maken maar vervolgens de democratische controle niet organiseren, dan had het misschien net zo goed bij ministeriële regeling gekund. In het licht van de opmerking van de Raad van State denk ik dat het goed is om die AMvB's met een lichte voorhang aan de Kamer voor te leggen. Ook daarvoor heb ik een voorstel ingediend. Tot zover.

Versie 51dbdb226d6bbe10678bbb4ca52a12f2aad4843ae450fc33e6674d0599d7c07c · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · d2f55b235c3d5b45

12 okt 2026 · 5541cfc25e5f5593

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.