statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer
Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)
Brontekst
Minister Sterk: Wetsonderdeel 7 en de verwerkingsgrondslag van het Rijksvaccinatieprogramma. Die heb ik volgens mij net al ... Ik was bij de vragen. Mevrouw Maeijer heeft de vraag gesteld of ik kan aangeven hoe groot het percentage anonieme vaccinaties nu is en wat volgens mij het kritieke percentage is. Het meest recente percentage dat wij kennen is het percentage uit 2024. Dat is 3%. 3% à 4% is een landelijk gemiddelde. De variatie tussen regio's en vaccinsoorten is groot. In sommige regio's is het aandeel anonieme vaccinaties veel kleiner dan 1%, terwijl het in andere regio's soms zelfs kan oplopen tot meer dan 25%. Dit leidt dus tot een vertekend beeld van de werkelijke vaccinatiegraad, vooral in gebieden waar de vaccinatiegraad al onder druk staat. U vraagt aan mij wanneer ik tevreden ben, mevrouw Maeijer. Nou, volgens mij hebben we nog wel een weg te gaan, aangezien er in sommige regio's nog zo'n hoog percentage anonieme registraties is. Wat mij betreft gaan we daar dus nog geruime tijd mee door. Kamerlid Maeijer vroeg ook waarom er is gekozen om in 2022 eerst een opt-in voor het RIVM te implementeren en die nu te wijzigen in een opt-out. Ook vroeg ze waarom we niet inzetten op het beter voorlichten van cliënten, om het aantal anonieme vaccinaties terug te dringen. Ik denk dat we dat laatste sowieso moeten doen. Het is belangrijk om die voorlichting te doen. Om te kunnen voldoen aan de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de AVG wordt sinds 2022 geregistreerd of er toestemming is gegeven voor de uitwisseling. Doordat toestemming voor gegevensuitwisseling met het RIVM niet altijd wordt gevraagd of niet altijd juist wordt geregistreerd, ontvangen ze dus relatief veel anonieme vaccinatiegegevens. Wij zullen gaan inzetten op intensieve publieksvoorlichting, training en inzet van jgz-personeel, om het aandeel anonieme vaccinaties terug te brengen. We hebben wel een soort weg naar beneden, maar nog niet genoeg en ook nog niet overal. Door de vaccinatiegegevens standaard met persoonsgegevens uit te wisselen zal het RIVM naar verwachting meer gepersonaliseerde vaccinatiegegevens ontvangen. Dat resulteert in een nauwkeurigere berekening van de vaccinatiegraad, die noodzakelijk is voor een goede monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Door de opt-in te veranderen in een opt-out krijgen we veel meer data. Met meer data wordt de kwaliteit van de monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma verbeterd, hopen we. Dat kan alleen maar door een wettelijke grondslag voor die gegevensuitwisseling te geven, met daarbij dus die opt-out als mogelijkheid. U vraagt ook of dit nou noodzakelijk en proportioneel is. Ja, ik denk dus van wel. Daarom hebben we dit ook gedaan. De wettelijke taak van het RIVM is om zorg te dragen voor de regie op en de coördinatie van het Rijksvaccinatieprogramma, en om zorg te dragen voor de registratie, de bewaking en de evaluatie van het programma. Het RIVM treedt ook op bij de bestrijding van uitbraken van infectieziekten. Deze taken zijn belangrijk voor de bescherming van de Nederlandse volksgezondheid, zodat, waar nodig, gericht actie kan worden ondernomen om uitbraken van infectieziekten te voorkomen. Voor een goede monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is optimale beschikbaarheid van gepersonaliseerde vaccinatiegegevens noodzakelijk. Daarvoor hebben we dus ook die wettelijke grondslag gegeven. We denken dat het daardoor niet alleen noodzakelijk, maar ook proportioneel is om dit te doen. De heer Bushoff heeft bij deze uitwisseling opnieuw gevraagd hoe we dat wantrouwen jegens de instanties gaan aanpakken. Je ziet dat er wantrouwen is rondom het toedienen van vaccinaties. Dat verklaart misschien ook voor een deel waarom mensen niet gevaccineerd willen worden en waarom dat percentage relatief laag is. De verwachting is in ieder geval dat er weinig mensen zullen zijn die hun gegevens daadwerkelijk niet willen delen met het RIVM. Voor degenen die dat wel willen, blijft de mogelijkheid van die opt-out bestaan. Daarnaast vinden we het natuurlijk belangrijk om het vertrouwen in de gezondheidsinstanties te versterken. Dat geldt, denk ik, niet alleen voor het vertrouwen in de gezondheidsinstanties, maar ook voor het vertrouwen in de werking van vaccins. Dit geldt vooral voor kwalijke bijwerkingen die soms worden vermoed. Ik zeg niet dat die bijwerkingen er zijn, maar dat is wat mensen soms denken. Daarom is de aanpak "Vol vertrouwen in vaccinaties" ingezet, met daarin onder andere een intensivering van de wijkgerichte aanpak. Ik gaf net al aan dat de vaccinatiegraad in sommige wijken relatief laag ligt. Met maatwerk gericht op verschillende doelgroepen en met samenhangende interventies wordt er gebouwd aan meer vertrouwen. Meneer Bushoff, voordat u mij nog meer gaat vragen: het is de portefeuille van mijn collega. Dan kom ik daar later graag nog een keer schriftelijk op terug. Dan kom ik bij het een-na-laatste blokje, over de opt-out en het beroepsgeheim. De heer Vervuurt vroeg of de minister van plan is om in Nederland een centraal opt-outsysteem mogelijk te maken en daarbij de bevolkingsonderzoeken te betrekken. De EHDS redeneert ook vanuit een opt-outsysteem; daar refereerde u net al aan. Ik ben in ieder geval van plan om dat zo breed en makkelijk mogelijk voor iedereen in te richten. Ik ben op dit moment aan het onderzoeken hoe we dat het beste kunnen doen, en op welke onderdelen we dit het beste kunnen doen. Daar hebben we vorige week al even over gewisseld. Het gaat dan om de vraag of het gaat om bevolkingsonderzoeken en hoe je die daarbij betrekt. Ik kijk ook naar het systeem waarin dit dan moet worden geregistreerd. Daar moeten we echt wel even goed naar kijken. Ik zal u daar na de zomer nader over informeren. Mevrouw Maeijer vroeg hoe de mogelijkheid voor de opt-out uit het Rijksvaccinatieprogramma wordt vormgegeven en hoe ik mensen ga voorlichten over de mogelijkheden om bezwaar te maken. Het voornemen is om cliënten te informeren over de mogelijkheid van een opt-out op dezelfde manier als de manier waarop ze werden geïnformeerd over de mogelijkheid om toestemming te geven. Ik heb u net al iets verteld over de informatiefolder die wij daar standaard bij aanbieden. Verder gebruiken we natuurlijk ook de kanalen die daarvoor kunnen worden gebruikt, zoals het RIVM, de jeugdgezondheidszorg, via de websites, in de brieven en in de brochures van het Rijksvaccinatieprogramma. Maar de jgz-uitvoerders zijn zelf natuurlijk ook verantwoordelijk voor het informeren van hun individuele cliënten. Daar worden ze ook voor bijgeschoold. Ze bekijken ook per cliënt wat de beste manier is om hen daarover voor te lichten. Mevrouw Maeijer vroeg ook hoe de minister zorgt voor de veiligheid van de gegevens en hoe we hacks gaan proberen te voorkomen. Volgens mij is daar ook vorige week uitgebreid over gesproken. Cyberveiligheid is iets wat wij als Rijksoverheid niet alleen kunnen. Dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Dat doe je dus ook samen. Zorgaanbieders zijn er zelf primair verantwoordelijk voor om dit goed te regelen. De belangrijkste stap is de basale cyberhygiëne, die inhoudt dat mensen zich ervan bewust zijn welke regels je behoort te volgen om te voorkomen dat dingen misgaan. Daarbij gaat het om sterke en unieke wachtwoorden, om tweefactorauthenticatie, om het regelmatig draaien van updates, om het scheiden van je back-up van je dagelijkse operatie en om het beveiligen van je back-up. Wat ik daar als minister aan doe, is dat wij de zorgaanbieders daarbij ondersteunen via een versteviging van Z-CERT, het Computer Emergency Response Team voor de zorg. Ik stimuleer ook informatieveilig gedrag van zorgprofessionals en ik zorg ervoor dat de wettelijk verplichte normen voor informatieveiligheid in het zorgveld worden doorontwikkeld. De inspectie houdt daar ook toezicht op. De Cyberbeveiligingswet gaat daarbovenop ook zorgen voor een uitbreiding en een intensivering van de maatregelen om de impact van cyberaanvallen specifiek te beperken. Dan de vraag van mevrouw Maeijer hoe de opt-out in dit wetsvoorstel zich verhoudt tot de opt-out onder de EHDS. Dit wetsvoorstel regelt de grondslag voor verstrekking van de vaccinatiegegevens aan het RIVM. Het RIVM gebruikt deze data voor secundaire doelen. Dat wil zeggen: voor onderzoek. Op die verstrekking wordt middels dit wetsvoorstel een opt-out geregeld. Als een burger dit recht inroept, zou bijvoorbeeld het consultatiebureau die gegevens niet mogen verstrekken aan het RIVM. De EHDS verhindert lidstaten niet om naast de systematiek van de EHDS nationale grondslagen te hebben en te houden voor de verstrekking van gegevens van secundair datagebruik. Dit is dus ook het geval bij verstrekkingen aan het RIVM of bijvoorbeeld voor de kwaliteitsregistraties. Ik onderzoek op dit moment de reikwijdte en de implicaties van die opt-out onder de EHDS, maar dat zei ik net al in reactie op de vraag van de heer Vervuurt. Na de zomer kom ik middels een brief bij u terug. Mocht ik tot de conclusie komen dat de opt-out in dit wetsvoorstel niet kan blijven bestaan naast de opt-out onder de EHDS, dan kom ik daar uiteraard bij de Kamer op terug. Dan nog een vraag van de heer Claassen. De burger verliest zeggenschap over zijn gegevens. Kan de minister toelichten waarom er zo'n zwaarwegende keuze wordt gemaakt, vroeg hij. Onder dit wetsvoorstel wordt die beslissing bij uitzondering weggehaald bij de burger. Ik deel dat het van groot belang is dat de burger zeggenschap houdt over zijn gegevens. Daarom is er ook in alle zaken die we vandaag hebben besproken een mogelijkheid voor de burger om zich daarop te beroepen, hetzij via een bezwaar, hetzij via een opt-out. Alleen is als het gaat om de toestemming gebleken dat die grondslag niet altijd juridisch houdbaar en praktisch uitvoerbaar is. Daarom hebben we ook een wettelijke grondslag gemaakt, zodat die gegevens wel verwerkt mogen worden. Ten slotte vroeg de heer Claassen waarom de minister, in zijn woorden, het medische beroepsgeheim overboord gooit. Volgens mij is het medische beroepsgeheim een groot goed en deelt de Kamer dat ook. Met dit wetsvoorstel zorgen we er vooral voor dat er in specifieke gevallen een verplichting tot verstrekking van persoonsgegevens wordt geregeld, omdat het soms echt noodzakelijk kan zijn om dat te doen, juist ook in het belang van de persoon. Kijk, dat medische beroepsgeheim is ook niet een soort absoluut verbod om gegevens te delen. Bij infectieziekten wordt het medische beroepsgeheim bijvoorbeeld ook een soort van overruled, juist vanuit het belang van het melden van klachten. We hebben onlangs bij het hantavirus nog gezien hoe dat werkt. Dat was het op één na laatste blokje, voorzitter. Dan ga ik door naar het blokje overig. Dat mapje is heel dun, zie ik. In dit blokje overig heb ik alleen nog een vraag van de heer Claassen over de horizonbepaling te beantwoorden. Ben ik bereid om de termijn van de horizonbepaling in te korten? Dit wetsvoorstel kent überhaupt geen horizonbepaling. Ik ben dus ook niet bereid om die in te korten. Dan hebt u nog de bespreking van de amendementen tegoed, voorzitter.
Versie 51dbdb226d6bbe10678bbb4ca52a12f2aad4843ae450fc33e6674d0599d7c07c · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.