KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)

Brontekst

Mevrouw Maeijer (PVV): Dank u wel, voorzitter. Ik zie vijftien minuten staan, maar misschien kan ik de collega's een beetje blij maken: hierbij was enigszins sprake van miscommunicatie. Ik heb wel wat tekst, maar niet voor vijftien minuten. Voorzitter. Vanavond bespreken we de Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b, een wet waarin op het oog technische aanpassingen worden gedaan om de juridische basis voor het uitwisselen van medische en persoonlijke gegevens te versterken. Die technische aanpassingen bevatten wat mijn fractie betreft wel principiële keuzes over de vraag hoe we omgaan met data: keuzes over het doorbreken van het medisch beroepsgeheim en over het afschaffen van het geven van expliciete toestemming daarvoor. Dat zijn kwesties waar we het over moeten hebben en die we niet als hamerstuk willen laten passeren. De PVV heeft daarom een aantal vragen aan de minister, die zich voornamelijk concentreren rondom de volgende onderdelen van de wet: de mogelijkheid voor zorgaanbieders en het CAK om gegevens te verstrekken aan gemeenten en GGD'en; de rechtsgrondslag voor het RIVM wat betreft de bevolkingsonderzoeken en de screenings; en het Rijksvaccinatieprogramma, de gegevensuitwisseling tussen het RIVM en de uitvoerders van het programma. Bij deze drie onderdelen gaat het om een nieuwe grondslag voor het doorbreken van het medisch beroepsgeheim. Het gaat om te beginnen om de mogelijkheid voor zorgaanbieders en het CAK om desgevraagd gegevens te verstrekken aan gemeenten en GGD'en over iemand aan wie zij zorg hebben verleend die geen zorgverzekering heeft. Het gaat dan om persoonsgegevens, waaronder gegevens over de gezondheid en het bsn. Voor burgers die niet eerder in beeld waren, kan vervolgens door de gemeente bemoeizorg worden ingezet. Het verstrekken van gegevens gebeurt op verzoek van de gemeente, maar wordt een verplichting voor de zorgaanbieder. De minister schrijft in de memorie van toelichting dat een aantal gemeenten en zorgverleners hebben aangegeven dat er grote behoefte is om deze gegevens weer uit te wisselen, zodat indien nodig passende hulp en ondersteuning kunnen worden geboden. Gemeenten zullen op basis van de verstrekte gegevens nagaan of de burger al in beeld is of gemeentelijke ondersteuning ontvangt, en of de burger aanspraak maakt op voorzieningen. In de memorie van toelichting lezen we dat tot 1 maart 2022 werd gewerkt met een toestemmingsformulier om gegevens te delen maar dat dit in de praktijk niet altijd erg werkbaar was. Mijn fractie heeft daarover de volgende vragen. Kan de ministers cijfers delen over het aantal keren dat er wel of geen toestemming werd gegeven? Hoe vond in dit kader voorlichting plaats over het al dan niet geven van toestemming en de consequenties van de keuze? De Nederlandse ggz pleit er in zijn brief over deze wet onder andere voor om het initiatief hiervoor bij de zorgverlener neer te leggen en gegevens te verstrekken in samenspraak met en bij voorkeur met toestemming van de betrokkenen. Waarom heeft de minister hier niet voor gekozen? Bij wie komen gegevens straks terecht als die met de gemeente worden gedeeld? Is het doel van dit artikel om bemoeizorg te faciliteren met de verplichting tot gegevensverstrekking of om mensen op vrijwillige basis te helpen aan een zorgverzekering of hulp op initiatief van de zorgverlener? Voorzitter. Dan de rechtsgrondslag voor het RIVM ten aanzien van bevolkingsonderzoeken en screenings. De minister stelt dat het om bevolkingsonderzoeken en screenings goed te kunnen monitoren en evalueren en om de kwaliteit te waarborgen, noodzakelijk is om te beschikken over gegevens over vervolgdiagnostiek van personen die naar aanleiding van een bevolkingsonderzoek of screening zijn doorverwezen. Met die gegevens kan namelijk worden nagegaan of de doorverwijzing naar aanleiding van het onderzoek of de screening terecht was of dat er sprake was van een fout-positieve uitslag en de aandoening niet uit de vervolgdiagnostiek bleek. Daarnaast vindt de minister het noodzakelijk om gegevens te hebben over de diagnostiek van personen die na deelname aan het bevolkingsonderzoek of de screening een negatieve uitslag ontvingen, maar bij wie nadien toch een afwijking is geconstateerd. Zo kan er worden nagegaan of deze gevallen bij het bevolkingsonderzoek of de screening ten onrechte zijn gemist. Voorzitter. Dat begrijpen wij. De PVV is ook niet tegen gegevensdeling an sich, maar wij hebben wel bezwaren tegen de manier waarop de minister dit nu wil gaan doen. De minister wil namelijk een wettelijke regeling die zorgverleners verplicht om in twee situaties diagnostische gegevens te verstrekken aan de uitvoerder van een bevolkingsonderzoek of screening en die vervolgens ook de uitvoerder verplicht om die gegevens te delen met het RIVM. Deze gegevens bevatten dus informatie over de gezondheid van de persoon. In de informatiefolder bij de uitnodiging voor het onderzoek zou er worden gewezen op de mogelijkheid van bezwaar. Kan de minister nog eens uitleggen waarom er voor deze verplichting is gekozen en daarmee voor doorbreking van het medisch beroepsgeheim? Waarom kiest men voor het uitgangspunt van het delen van gegevens tenzij er bezwaar wordt gemaakt? Heeft de minister overwogen om dit om te draaien, namelijk om expliciete toestemming te vragen aan de betrokkenen om gegevens te delen? Voorzitter. Het derde onderdeel is het Rijksvaccinatieprogramma en de gegevensuitwisseling tussen het RIVM en de uitvoerders van het programma. Ook hier wordt een wettelijke grondslag geregeld voor de gegevensuitwisseling tussen uitvoerders en het RIVM. De minister stelt dat de huidige situatie waarin er actief toestemming wordt gevraagd aan een deelnemer voor de uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens, het RIVM niet genoeg data oplevert om uitvoering te geven aan zijn wettelijke taken. Deze expliciete toestemming is per 2022 ingebouwd in de systemen. Als je toestemming geeft worden nu je vaccinatiegegevens en persoonsgegevens gedeeld. Als je geen toestemming geeft, alleen de vaccinatiegegevens. Sinds die datum ontvangt het RIVM een deel van de gegevens dus anoniem. Het eerste halfjaar van 2022 was dit gemiddeld 10%. Gemiddeld is dat ten tijde van het schrijven van de memorie van toelichting van deze wet 4%, zo lezen we. Kan de minister aangeven hoe groot dat percentage vandaag de dag is? En wat is volgens de minister nou eigenlijk een kritiek percentage? Hoe weten we nou dat als straks met deze nieuwe wet dit percentage daalt er nu wel echt sprake is van een duidelijk gemaakte keuze? Waarom is ervoor gekozen om dit in 2022 eerst met expliciete toestemming te regelen, en wil de minister daar nu vanaf? Voorzitter. Volgens de minister bevat dit percentage niet alleen personen die bewust geen toestemming geven, maar zitten hier ook situaties in waarin bijvoorbeeld de vraag niet is gesteld, het antwoord niet goed is geregistreerd of de vraag niet goed is begrepen. Waarom zet de minister er dan niet op in om deze situaties aan te pakken, zodat iedereen een weloverwogen, expliciete keuze kan maken om zijn of haar gegevens te delen? De minister stapt nu namelijk af van de expliciete toestemming. De uitvoerders worden wettelijk verplicht om gepersonaliseerde vaccinatiegegevens aan het RIVM te verstrekken, tenzij de persoon daar bezwaar tegen maakt. De verwachting is dat dit ertoe zal leiden dat er meer gegevens worden gedeeld. Voorzitter. Het is mij ook niet duidelijk hoe deze mogelijkheid tot bezwaar bij dit onderdeel en ook bij het vorige onderdeel nu precies wordt vormgegeven. Hoe gaat de minister mensen informeren over de mogelijkheid van bezwaar? Hoe gaat dit er dan precies uitzien in de praktijk? Zou de minister dit kunnen schetsen aan de hand van een concreet voorbeeld? Voorzitter. Ook de artsenfederatie KNMG is kritisch. Zij vraagt zich af of de bepalingen over gegevensuitwisseling bij het Rijksvaccinatieprogramma en bevolkingsonderzoeken wel voldoen aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit, want, zo stelt zij: "Het medisch beroepsgeheim beschermt niet alleen individuele privacy; het waarborgt ook de vrije en onbelemmerde toegang tot gezondheidszorg voor iedereen." Graag hoor ik een reflectie hierop. Voorzitter, tot slot. Recente grote hacks laten zien dat gegevens niet altijd veilig zijn. Hoe zorgt de minister voor veiligheid van persoonsgegevens als zij met meer instanties worden gedeeld? Hoe worden hacks en datalekken voorkomen? Afgelopen week hadden we een commissiedebat over digitalisering in de zorg. Daarin ging het ook over de EHDS, de European Health Data Space. De verordening daarvoor is op 26 maart 2025 in werking getreden. Ook daarin gaat het over het delen van gezondheidsgegevens. De verordening gaat uit van toestemming tot het delen en kent alleen het systeem van opt-out en niet meer het systeem van opt-in. Kan de minister nog eens uitleggen hoe deze wet en de verordening zich tot elkaar verhouden, als ze dat al doen? Voorzitter, helemaal tot slot. Gegevensdeling in de zorg is belangrijk, maar wat ons betreft houdt de patiënt, de betrokkene, de regie. Dank u wel.

Versie 51dbdb226d6bbe10678bbb4ca52a12f2aad4843ae450fc33e6674d0599d7c07c · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.