Jeugdbeleid en jeugdbescherming
Brontekst
Versie abbc1917f90fdbc3 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenStaatssecretaris Tielen: Ook meneer Ceder had een vraag over de nachtelijke insluitingen. Volgens mij zijn we het er allemaal met elkaar over eens dat dit niet weer mag leiden tot meer insluitingen. Volgens mij is het pad omlaag dat we ingegaan zijn juist heel goed, gezien de effecten daarvan. Maar ik heb uitgelegd dat de praktijk toch vraagt om een bepaalde uitzonderingsmogelijkheid onder strikte voorwaarden, toezicht en "nee, tenzij". Meneer Ceder vroeg ook of er, omdat we midden in het afbouwen van de gesloten jeugdzorg de wet willen wijzigen, misschien een mogelijkheid is om er een tijdelijke aanpassing van te maken. Misschien heb ik niet goed geluisterd; dat zou best kunnen. Laten we er serieus naar kijken of het mogelijk is om dat tijdelijk te doen. Daarmee onderstreep ik ook wat ik daar zojuist over heb gezegd. Meer passende zorg ... Ja, dat is volgens mij een van de grote vraagstukken waarmee we aan de slag moeten. Dat geldt zeker voor jeugdigen die nu op plekken zitten waar ze nog niet de passende hulp en begeleiding krijgen en die daardoor — zo zou ik het bijna zeggen — ook tot zorgelijk gedrag uitgenodigd worden. We zijn in gesprek met het veld. Het veld werkt aan een zorginhoudelijk kader, zoals dat zo mooi heet, waarin een beter passend zorgaanbod ook daadwerkelijk een plek heeft, evenals het versterken van de vakbekwaamheid van de medewerkers die van belang is. Over de insluitingsruimtes vroeg de heer Ceder of ik de garantie kan geven dat aanbieders die nu al geen insluitingsruimte meer hebben die ook niet hoeven te creëren. In de huidige wet is er geen verplichting voor een instelling voor gesloten jeugdhulp om een afzonderlijke en veilige insluitingsruimte te hebben. Dat betekent dus ook dat een instelling die vrijheidsbeperkende maatregel van insluiten überhaupt niet mag toepassen. Punt, zou ik willen zeggen. Dan moet er gekozen worden voor een andere, minder belastende maatregel. Ik ben ook niet van plan om daarin iets te wijzigen, als dat wellicht de vraag zou zijn. Kan het initiatief van het meldpunt in Groningen en Drenthe landelijk worden uitgerold, vroegen de leden Crijns en Van der Werf. Ik vind het mooi dat gemeenteraden zich hiermee bemoeien. Volgens mij is het heel belangrijk dat ze dat doen en hun controlerende rol pakken ten opzichte van gemeenten, en gewoon inzicht willen krijgen in wat er gebeurt in hun gemeenten. Ik hoop dat andere gemeenteraden hierdoor geïnspireerd worden en een scherpe controlerol pakken. Het is ook aan hen. Het is niet zozeer mijn ding. Wat regionale meldpunten betreft, er is nu al het Landelijk Meldpunt Zorg van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Dat meldpunt gebruikt ook de informatie bij het inrichten van het toezicht van de inspectie. Als er in korte tijd veel meldingen over een bepaalde plek komen, is dat een heel belangrijk signaal voor de inspectie om te gaan handelen. Daarom vind ik het zelf wel belangrijk dat al die meldingen bij één punt terechtkomen, omdat er dan ook handelingsperspectief uit voortkomt bij de inspectie. Bovendien heeft de inspectie — over handelingsperspectief gesproken — bevoegdheden om in te grijpen. Daar zijn ze voor ingericht. Ze kunnen dus veranderingen bewerkstelligen. Dus ik ben er niet heel enthousiast over om nieuwe routes en nieuwe meldpunten in te richten, omdat we het daarmee misschien gecompliceerder maken, maar vooral ook omdat we daarmee een stukje handelingsperspectief verliezen wat we nu wel hebben geregeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Dat is mijn antwoord op die vraag. Dan ga ik door naar financiën en de hervormingsagenda.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.