statement · 3 okt 2024 · Tweede Kamer
de Algemene Financiële Beschouwingen
Brontekst
Minister Heinen: Er zit een aantal elementen in deze vraag. Het eerste is: doen we voldoende? Dat zit in de overheidsfinanciën. Zoals de heer Van der Lee ook noemt, zit dat in termen van groei en investeringen. Het zit dan ook in de toekomstige uitdagingen en in de transities die wij ook moeten doormaken. Laat ik beginnen met die staatsschuld van 300%. Ik denk dat niemand hier dat wil nastreven, zelfs de heer Van der Lee niet. Die ziet toch wel graag een hogere staatsschuld, maar dit wordt wel heel gortig. Het is voor economen moeilijk in te schatten waar die grens precies ligt. We hebben met elkaar 60% afgesproken. Gaat het dan mis bij 62%? Hoe zit het met 63%? Dat valt niet zo te meten. We weten wel dat de rentelasten stijgen naarmate de staatsschuld stijgt en dat je buffer om schokken mee op te vangen uiteindelijk steeds kleiner wordt. Waar is Nederland nou uiteindelijk groot mee geworden? We hadden altijd een grote buffer; in tijden van moeilijkheden hadden we diepe zakken om in te grijpen. Dan breng ik de coronacrisis in herinnering. We hadden toen erg diepe zakken waarmee we huishoudens en ondernemers toch hebben kunnen helpen. Dat was lang niet genoeg, want de pijn was groot, maar we hadden veel meer dan omringende landen. We zijn ook sneller uit die crisis gekomen dankzij die steun en die buffer. Ik zou dus echt niet pleiten voor een hogere staatsschuld. Ik maak me ook erg veel zorgen over de landen waarin die wel erg hoog is. Je ziet in die landen … Er wordt bijvoorbeeld een vergelijking gemaakt met de Verenigde Staten. Daar ligt de productiviteit hoger, maar dat is wel deels gekocht en naar voren gehaald door consumptie en door investeringen met een hogere staatsschuld. Uiteindelijk zal die terugbetaald moeten worden en zullen ook alle investeringen die daar gedaan worden afgeschaald moeten worden. Dat gaat ook economische consequenties hebben. Ik loop alle drie de vragen af. De heer Grinwis zal dus nog even geduld moeten hebben. Wat betreft de vraag of we voldoende doen in de overheidsfinanciën, heb ik direct aangegeven: we zetten een belangrijke eerste stap, maar er zal meer nodig zijn. Dat zeg ik in de eerste plaats. Ik denk dat het ook mooi zou zijn als we een keer een debat over economische groei voeren. Daar zijn veel vragen over gesteld, dus daar komen we nog nader over te spreken. Maar ik denk dat we af moeten van het idee dat met extra geld ook gelijk extra groei komt. Onderwijs wordt vaak in dat kader genoemd, maar het is niet zo dat als je 1 miljard extra aan onderwijs geeft, je gelijk hogere economische groei hebt. Wij moeten de discussie aan over wat je met het geld doet. Besteed je het ook efficiënt en haal je er het meeste uit? Meer geld is daarbij niet altijd de oplossing. Dat geldt ook voor innovatiegelden. Je ziet toch vaak dat grote partijen die hun netwerken en lobby's goed op orde hebben, toegang hebben tot subsidies. Maar uit ervaring weten we dat innovatie vooral komt van kleine bedrijven, die veel moeilijker toegang hebben tot al die subsidiepotten. Dat brengt me op mijn punt. Ik noem dat elke keer "de gezonde markteconomie". We weten namelijk ook — daar hebben we 200 jaar economisch-wetenschappelijke kennis over opgebouwd — dat concurrentie juist innovatie naar voren brengt in een gezonde markteconomie. Daar moet je ook naar kijken. Dat hoeft niet alleen vanuit de overheid te komen. We scheppen uiteraard wel de randvoorwaarden. Dan de toekomstige uitdagingen en transities. We hebben in dit coalitieakkoord ook afgesproken dat we de klimaatdoelen overeind houden. Dat vind ik zeer belangrijk, want we moeten niet alleen zorgen dat we groeien, maar ook kijken hoe we groeien. We moeten dus ook schoon produceren en ons land schoon doorgeven aan volgende generaties. Dat staat dus als een paal boven water. Daarnaast zijn er, denk ik, ook andere transities die weleens worden vergeten, maar steeds belangrijker worden. In dat kader noem ik ook veiligheid en defensie. Daar wordt ook fors in geïnvesteerd. Denk aan wat ik in mijn introductie zei over verschuivende machtsverhoudingen en een onveiliger wordende wereld. Onze liberale waarden zijn minder vanzelfsprekend. Die moeten we steeds vaker en harder verdedigen, terwijl ook die investeringen in defensie noodzakelijk zijn. Die zou ik zeker bij diezelfde transities willen noemen.
Versie 0177b1bdef2dbc51e3a0478a9e73160f666e7facbb984681cf8987953d699905 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.