KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 okt 2024 · Tweede Kamer

de Algemene Financiële Beschouwingen

Brontekst

Minister Heinen: De heer Vijlbrief probeert natuurlijk een ander beeld neer te zetten, namelijk dat hier een minister van Financiën staat die heel expansief is en graag meer geld uitgeeft. Ik denk dat de afdronk van dit debat is dat dat niet het geval is, maar ik wacht de voorstellen van uw zijde af. Ik denk dat ik uw voorstellen wel heel vaak ga ontraden vanwege het feit dat die het tekort verder doen oplopen of de belastingen verder doen stijgen. Vanwege alle redenen die we net hebben uitgewisseld, vind ik dat zeer onverstandig. Voorzitter. Dan ga ik naar de heer Van Dijck. Die vroeg om een reflectie op de mogelijke recessie in Duitsland en het effect daarvan op de economische groei in Nederland. Het is waar: wij zijn een kleine, open economie. Ik ben blij dat de heer Van Dijck naar het buitenland vraagt, want wat in het buitenland gebeurt, heeft rechtstreeks effect op de Nederlandse economie. Dat heeft impact. Onze afhankelijkheid van de Duitse economie is wat afgenomen, maar is nog steeds zeer aanzienlijk. Wat in die landen gebeurt, is zorgelijk. Je ziet eigenlijk twee dingen in Europa. Enerzijds zie je overheidsfinanciën die gewoon niet op orde zijn. Ik erken direct: met alleen een bezuinigingsagenda zijn we er niet. We moeten naar een groeiagenda. We komen straks nog te spreken over het Draghi-rapport dat in dit kader is geschreven. Uiteindelijk moeten we via economische groei de overheidsfinanciën op orde gaan brengen. Dat is wel een dubbele uitdaging. Eigenlijk is het zelfs een driedubbele uitdaging, omdat vergrijzing nog eens meespeelt. Dat heeft ook effect op overheidsfinanciën en productiviteit. Dat is dus zeer zorgelijk. Ik was blij met de eerste signalen die ik kreeg van de nieuwe Franse premier, de heer Barnier, die zei: we zullen fors moeten bezuinigen om de overheidsfinanciën op orde te brengen. Maar bezuinigen zal ook daar gevolgen hebben voor de economische groei. Ik hoop dat zij het ook als zodanig kunnen vormgeven, dus niet op de Franse manier, de belastingen verhogen, maar het in de uitgaven zoeken. Ze moeten ook de socialezekerheidsstelsels robuuster maken. Als zij dat weten te koppelen aan een groeiagenda, dan zal Nederland daar ook van profiteren. Het komende halfjaar gaan we zien hoe er omgegaan wordt met de buitensporigtekortprocedures en of landen ook gaan leveren. We monitoren dit nauwelijks, maar het is zeer terecht dat hiernaar werd verwezen door de heer Van Dijck. Als ik het me goed herinner, vroeg ook mevrouw De Vries naar de zorgelijke situatie in Europa. Ik denk dat de komende jaren een van onze grootste uitdagingen wordt hoe we in Europa zorgen voor groei en gezonde overheidsfinanciën, terwijl in het licht van de geopolitieke verhoudingen onze veiligheidssituatie zeer onder druk staat. Dan willen we ook nog een transitie maken waarmee we energieonafhankelijk worden en schoner produceren. De uitdagingen zijn dus zeer groot op het Europese continent. Daarom zal ik altijd blijven oproepen tot hervormingen en gezonde overheidsfinanciën. Nederland doet wat het kan. Op het Europese toneel zal ik landen blijven aanspreken. Ik zal daar ook streng in zijn. Uiteindelijk moeten landen wel zelf leveren. Ik ben niet van plan hun rekening op mijn schouders te nemen, als dat de onderliggende vraag is van de heer Van Dijck. Mevrouw Teunissen is niet aanwezig, maar ik beantwoord wel haar vraag over economische groei. Zij stelde dat er de afgelopen 40 jaar nauwelijks geprofiteerd is van economische groei. Daarbij stelde ze de retorische vraag: in wiens zak is al die economische groei terechtgekomen? Laat ik deze mythe eerst doorprikken. Het klopt namelijk niet dat de mensen in de afgelopen decennia niet hebben geprofiteerd van groei. Dat is gewoon niet waar. Op de lange termijn loopt het netto beschikbaar inkomen ongeveer gelijk op met het bbp. Dat wijst weer op het belang van economische groei, want van die welvaart profiteren we uiteindelijk allemaal. Ik zou mevrouw Teunissen willen wijzen op een publicatie — het is misschien een mooi boekje voor mevrouw Teunissen om op haar nachtkastje te hebben liggen — namelijk Materiële welvaart in Nederland, van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat kijkt jaarlijks naar de koopkrachtverandering bij huishoudens op de lange termijn. Er is een mooie studie gedaan tussen 1979 en 2022. In bijna alle jaren was er sprake van een plus. Er was alleen een min van 2010 tot 2013, tijdens de financiële crisis, en in 2022, het heftige coronajaar. Maar alle andere jaren laten een plus zien en daarom is het hele beeld ook dat het in de plus zit. Tussen 1969 en 2020 is het mediaan besteedbaar inkomen meer dan verdubbeld. Meer dan verdubbeld. Als de titel Materiële welvaart een beetje het koude zweet doet uitbreken bij mevrouw Teunissen, zou ik haar nog op één ander boek willen wijzen, namelijk Met ons gaat het nog altijd goed: 8 sombere mythes over Nederland ontrafeld. Dat is van dezelfde CBS-econoom, Peter Hein van Mulligen. Hij wijst erop dat het bij meer dan geld alleen eigenlijk heel goed gaat met Nederland. Dat betreft niet alleen materiële welvaart. We zijn namelijk ook gelukkiger, vriendelijker, gezonder, toleranter en schoner geworden. Hij prikt alle mythes door die ik vaak aan deze zijde van de Kamer hoor, namelijk dat het allemaal heel somber gesteld is met Nederland en dat het slechter gaat. De feiten wijzen een andere kant op. Dat wijst er ook weer op dat groei en geluk eigenlijk samen opgaan en dat maakt het zo belangrijk dat we daarnaar blijven streven. Voorzitter. Ik vervolg met de productiviteitsgroei. Want als we het over economische groei hebben, zit daar wat onder, namelijk productiviteit. Dat is de enige manier om te groeien. Dat kan door meer mensen aan het werk te hebben, maar het is veel beter om slimmer te werken. Hier zijn vragen over gesteld. Ook de heer Van Houwelingen vroeg hier terecht naar. Hij vroeg namelijk of de geringe productiviteitsgroei van de economie te maken heeft met de uitdijende publieke sector. De economische theorie laat zien dat productiviteitswinst in de private sector zit. Een grote publieke sector verdringt dus een private sector en kan inderdaad een rem zetten op productiviteitsontwikkeling. Ik zou niet zover willen gaan — ik denk ook niet dat de heer Van Houwelingen daartoe oproept — als het libertarische betoog, waar het weleens mee verward wordt, dat de overheid per definitie slecht is. Ik zou het tegendeel willen bepleiten. Een overheid is zeer belangrijk, ook in het creëren van de randvoorwaarden van groei. De overheid kan ook investeringen doen die groeibevorderend zijn. Denk aan onderwijs, infrastructuur ... We hoeven ze hier niet allemaal af te gaan. Het gaat dus samen op. Maar het is waar: een uitdijende overheid kan natuurlijk een rem zetten op groei. Wij zien niet dat daar nu sprake van is en dat dat de verklaring is van de achterblijvende productiviteitsontwikkeling in Nederland.

Versie 0177b1bdef2dbc51e3a0478a9e73160f666e7facbb984681cf8987953d699905 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.