de Algemene Financiële Beschouwingen
de Algemene Financiële Beschouwingen
statement · 3 okt 2024 · Tweede Kamer
Minister Heinen: Dat wordt een lastig bruggetje naar onderuitputting, maar ik ga proberen het te zoeken! Voorzitter. Allereerst uiteraard dank aan alle leden voor hun inbreng in eerste termijn, en speciale dank aan de heer Van Dijck voor zijn warme woorden in mijn richting. Ik denk dat het voor ons beiden nog even wennen is aan de nieuwe verhoudingen, maar het klonk gemeend dus dank daarvoor. Op één punt moet ik de heer Van Dijck wel gelijk corrigeren. Ik ben namelijk niet de jongste minister van Financiën. Dat was de heer Wim Duisenberg. Hij was 37. Daarna ging hij natuurlijk naar De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank; een mooie carrière. Ook de heer Jelle Zijlstra was jonger. Hij was 40. Hij werd ook bekend door de Zijlstranorm, destijds een belangrijke eerste stap om de begrotingsdiscipline te herstellen. Ook andere grote namen, zoals Witteveen en Zalm, waren jonger. Zij waren beiden 42. Ik deel mijn leeftijd met de heer Ruding. Hij was 43 bij zijn benoeming en ook hij heeft een belangrijke rol gespeeld bij het herstellen van de begrotingsdiscipline, vooral door bewindspersonen zelf verantwoordelijk te maken voor hun eigen begrotingen. Zo kan ik alle jonge leeftijden van mijn voorgangers langsgaan, maar laat ik dat niet doen want dat wordt wat ongemakkelijk voor de heer Vijlbrief, het aanstormende talent van de D66-fractie. Ik had hem ook beloofd om het niet te laat te maken. Het zijn lange dagen, dus ik vergeef hem ook het gemopper en gebrom van de afgelopen dagen. Voorzitter. Ik heb zeer uitgekeken naar dit debat, omdat we het nu echt over de inhoud kunnen hebben, over hoe we onze economie gaan inrichten en welke keuzes we daarbij maken. De keuzes die het kabinet maakt, staan in de Miljoenennota. Die heb ik voor de verandering geprobeerd zo kort mogelijk te houden en te richten op de economie. Het leek mij een duidelijk verhaal, maar gisteren bleek dat u daar toch nog een paar vragen over had. Die vragen zal ik langslopen langs vijf thema's. Allereerst de economie, ten tweede de overheidsfinanciën en realistisch begroten, dan het lastenkader en de koopkracht, als vierde het uitgavenkader en als vijfde de overige onderwerpen. Uiteraard zullen de fiscale onderwerpen door de staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst worden gedaan. De vragen met betrekking tot toeslagen worden door de staatssecretaris Toeslagen en Douane gedaan. Laat ik beginnen met de economie. De Nederlandse economie groeit weer na een periode van krimp. De werkloosheid is laag en de arbeidsparticipatie is hoog. Er waren nog nooit zo veel banen. We staan er zo op het eerste gezicht goed voor. Maar er zijn ook grote economische uitdagingen. Bij de aanbieding van de Miljoenennota stond ik hier al kort bij stil. Er is sprake van een verschuivende wereldorde, van een strijd rond grondstoffen en van toenemende spanningen tussen machtsblokken. Deze spanningen raken ook onze open economie. Dat voelen we rechtstreeks in onze portemonnee. Economische groei en productiviteit worden het vraagstuk van de komende jaren, zeker in Europa. We komen er straks nog uitgebreid over te spreken. Ik sprak in dat kader ook over het belang van Europese samenwerking, het belang van een gezonde en moderne markteconomie, het belang van duurzame groei en daarbij vooral de vraag hoe we middeninkomens kunnen laten profiteren van die groei. Ik besef dat groei en productiviteit als hele abstracte begrippen klinken, maar het gaat er natuurlijk om of mensen voldoende geld hebben om gewoon een fijn leven te kunnen leiden en dat we goede zorg, goed onderwijs en een veilige omgeving hebben. Kortom, het gaat om welvaart in brede zin. Ik zie het daarom als mijn rol om het belang van die economische groei hoog op de agenda te zetten in Nederland en Europa. Voorzitter. Na die inleiding ga ik naar de beantwoording van de vragen die in dit kader zijn gesteld. Ik begin bij de heer Van der Lee. Hij vraagt wat de minister doet met de kritiek op de oplopende vergrijzing, het begrotingstekort op de lange termijn en de arbeidskrapte. Dit zijn natuurlijk hele belangrijke thema's. Ik heb de planbureaus ook de kritiek en de waarschuwingen horen uiten: "Pas op, de uitgaven nemen toe. Er komt vergrijzing aan. U doet eigenlijk te weinig." Ik heb daar vaak aangegeven dat ik erg blij ben met die kritiek, omdat ik me in het verleden op dit punt eigenlijk vrij alleen vond staan. Ik heb vaker gewaarschuwd: "Pas op, we zien die uitgaven stijgen. We zullen moeten ingrijpen. We hebben ook een probleem met onze economische groei en met de productiviteit." Maar het maatschappelijke debat ging er toch vooral over of we meer konden uitgeven en hoe we dat dan konden ophalen, waarmee we vooral onze ondernemers belastten. Ik zie nu het maatschappelijk debat daarin keren. Ook de planbureaus, onafhankelijke instituten, economen, zeggen: eigenlijk doet u te weinig; u zult meer moeten doen. Ik omarm die kritiek. Ik ga ook graag dat debat met uw Kamer aan, want ik denk dat we naar de toekomst toe echt stappen zullen zetten. Wij zetten nu een belangrijke eerste stap naar het op orde brengen van de overheidsfinanciën. We gaan terug naar de Europese begrotingsnormen, herstellen de begrotingsdiscipline en tegelijkertijd doen we natuurlijk ook belangrijke investeringen die we als coalitiepartijen belangrijk vinden. Dat gaat om investeren in veiligheid en defensie, maar het gaat ook om werkenden en middeninkomens beschermen, ondernemers beschermen en mensen in de knel helpen. Dat zijn allemaal zaken die we ook belangrijk vinden. Al die doelstellingen proberen wij te verenigen. Voorzitter. De heer Van der Lee vroeg ook naar een verklaring van de stijging van de winstquote en de daling van de arbeidsinkomensquote.
Versie 0177b1bdef2dbc51e3a0478a9e73160f666e7facbb984681cf8987953d699905 · Officiële bron.
de Algemene Financiële Beschouwingen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.