statement · 3 okt 2024 · Tweede Kamer
de Algemene Financiële Beschouwingen
Brontekst
Minister Heinen: Ik blijf erbij om deze vraag alleen in algemene zin te beantwoorden. Dan heeft de heer Van Houwelingen gelijk: een grotere overheid kan een rem zetten op groei, om verschillende redenen. In Frankrijk zie je bijvoorbeeld dat de taks echt is bereikt, met de collectievelastendruk aldaar. Ze zullen het daar toch echt veel meer in de uitgaven moeten zoeken. Het is uiteindelijk aan de Franse democratie om daar keuzes over te maken. Maar waar die grens precies ligt, vind ik heel lastig te zeggen. Dat is omdat er voor een overheid ook goede redenen kunnen zijn om te investeren. Soms moet je ook inhaalslagen maken. Dan rechtvaardigt dat ook weer extra investeringen, bijvoorbeeld als je achterstallig onderhoud hebt in je infrastructuur of een belangrijke energietransitie wil faciliteren, los van wat je vindt van de energietransitie. Overigens zie ik wel — ik maak één zijstapje, voorzitter — dat verschillende politieke stromingen bij elkaar komen als het gaat om de energietransitie. Dat verheugt mij. De een doet het om schoon te produceren en het land schoon door te geven en de ander doet het om energieonafhankelijker te worden. Zo kunnen we mooi twee doelen met elkaar verenigen en streven naar groene groei. Voorzitter. Ik ga door naar een vraag wederom van de heer Van Dijck. Hij vroeg naar een verklaring voor hoe het zit met de verhouding tussen de Nederlandse inflatie en de Belgische. Hij maakte het vergelijk met België. Gelukkig is de inflatie in Nederland lager dan in België. Ik begreep uit de laatste cijfers dat het daar rond de 4,5% ligt. Dat neemt niet weg dat het in Nederland nog steeds te hoog is. Ik geloof dat het volgens het laatste wat ik heb doorgekregen, nu rond de 3,3% zit. Voornamelijk de diensteninflatie baart zorg. Nederland heeft een grote diensteneconomie. Die inflatie wordt voornamelijk opgedreven door hogere lonen. Schaarste speelt gewoon echt een grote rol in de hoge inflatie in Nederland. Ook hier zullen we moeten kijken hoe we onze begroting vormgeven en of we niet bijdragen aan de inflatie. Overigens is er in België een koppeling tussen de lonen en de prijzen, wat de loon-prijsspiraal verder stimuleert. Dat zou ik geen voorbeeld maken. Dat geldt ook voor de vraag die is gesteld over de spaarrentes in vergelijking met België en hoe ze daar met spaarbonds omgaan. Daar kom ik zo in het volgende thema op terug. De heer Grinwis vroeg ook naar inflatie, maar dat hebben we zojuist al uitvoerig besproken. Ik ga naar het rapport-Draghi. Dat zit natuurlijk ook in het thema van economische groei. De heer Van Oostenbruggen en de heer Dassen hebben namelijk gevraagd hoe het kabinet kijkt naar de oproep van Draghi om Europese investeringen. Het kabinet komt nog met een kabinetsreactie op het hele rapport-Draghi. Meer in algemene zin wil ik een paar opmerkingen bij dat rapport maken. Ik wil voorkomen dat we in de loopgraven gaan en zeggen: het is een Italiaan en we horen "eurobonds", dus het zal allemaal wel niet deugen. Er zit een goeie analyse onder. Dat betreft het verlies aan concurrentiekracht, zeker in een internationaal vergelijk, en het belang van dat je investeringen doet. Draghi zegt niet dat het per definitie eurobonds moeten zijn. Je moet de goede investeringen doen. Dat debat hebben wij hier net ook gevoerd: als je slim investeert, kan dat leiden tot meer extra groei. De vraag is hoe je dat organiseert. Het kan ook gewoon privaat zijn. Dat zal ook de Nederlandse inzet zijn: kijk nou hoe je de kapitaalmarktunie kan versterken om het private kapitaal los te maken. Ik wil graag nogmaals benadrukken dat ik geen voorstander ben van eurobonds en gemeenschappelijke schuldfinanciering bij nieuwe instrumenten. Dat herhaal ik hier nogmaals en dat zal ook in de kabinetsreactie staan. Daarmee heeft u een sneak preview, maar dit zal niet heel verrassend zijn. Ook voorgaande kabinetten hadden dat standpunt, omdat iedereen, van links tot rechts, ziet dat dit niet in het Nederlandse belang is, uiteraard met een aantal uitzonderingen. De heer Dassen vroeg ook naar de investeringen in relatie tot hervormingen, ook in het licht van Draghi en het coronaherstelfonds. Ik hoop dat ik zijn vragen goed heb opgeschreven. Anders moet hij ze nog even verduidelijken aan de interruptiemicrofoon. Ik ben geen fan van het coronaherstelfonds. Ik vind dat dat een eenmalig iets moet zijn en dat we dat ook niet moeten verlengen als dat afloopt. Als ik een positief element mag noemen van het coronaherstelfonds, was dat de koppeling aan hervormingen: regeringen committeren zich langjarig aan hervormingen. Uiteindelijk doe je dat niet omdat dat moet van Brussel of omdat daar een potje geld tegenover staat. Je moet intrinsiek gemotiveerd zijn om die hervormingen te doen, omdat zij je land sterker maken. De koppeling tussen investeringen en hervormingen en de vormgeving daarvan in voorwaardelijke zin vind ik dus wel een mooi model. Het zal ook mijn inzet in Europa worden om te kijken of we die koppeling ook in andere Europese middelen kunnen leggen om die hervormingsagenda meer af te dwingen in de rest van Europa. Ik hoop daarmee antwoord te hebben gegeven. Ik zie de heer Dassen bedenkelijk kijken, maar dat kan ook gewoon een basishouding van hem zijn; we kennen elkaar nog niet zo goed.
Versie 0177b1bdef2dbc51e3a0478a9e73160f666e7facbb984681cf8987953d699905 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.