statement · 22 jun 2026 · Tweede Kamer
Initiatiefnota van het lid Westerveld: ons land is beperkt
Brontekst
Mevrouw Synhaeve (D66): Dank u wel, voorzitter. Vorige week hadden we een waardevol rondetafelgesprek over het VN-verdrag Handicap. Via deze weg wil ik nogmaals alle deelnemers aan dat rondetafelgesprek bedanken. Twee uitspraken zijn me bijgebleven. De eerste is: "De geschiedenis beoordeelt ons niet op onze intenties, maar op wie er daadwerkelijk mee mag doen. Goede bedoelingen brengen mensen niet naar hun werk." De tweede is: "Hoe wij onze samenleving inrichten, bepaalt of een beperking een handicap wordt." Voorzitter. Ik heb me eerder in de Nijmeegse gemeenteraad hardgemaakt voor implementatie van het VN-verdrag Handicap en voor een goede, lokale inclusieagenda. Ik geloof namelijk dat het VN-verdrag om veel meer gaat dan om mee kunnen doen. Het gaat om gelijkwaardigheid. Het gaat om de erkenning dat iedereen dezelfde waarde heeft en daarom ook dezelfde mogelijkheden moet hebben om zichtbaar en aanwezig te zijn en om zich te kunnen ontplooien. Voorzitter. Ik dank mevrouw Westerveld voor deze initiatiefnota en voor haar voortdurende inzet om dit onderwerp op de agenda te krijgen en te houden. Dank ook aan alle deskundigen die betrokken waren bij het opstellen van deze initiatiefnota. Er zijn vele mooie voorbeelden van hoe het al wel kan. Er zijn gemeenten, scholen, werkgevers, culturele instellingen en bedrijven die het heft in eigen handen nemen, waarbij dat tot prachtige resultaten leidt. Maar toegankelijkheid en gelijkheid mogen niet afhangen van waar je woont en of een werkgever toevallig met je wil meedenken. Als we de ambities van het VN-verdrag voor elkaar willen krijgen, dan moeten we kijken waar we nu het snelst grote stappen kunnen zetten. Daarom richt ik mij vandaag op drie punten die wat mij betreft de komende jaren cruciaal zijn. Ik onderschrijf daarbij namelijk het betoog van mevrouw Bikker, die al een aantal keren heeft gezegd dat Den Haag kneitertraag is. Dat is ook de vraag die ik mezelf gesteld heb: als we deze 71 punten zien, hoe kunnen we dan het snelst meters gaan maken met elkaar? Ik licht er drie punten uit. Als eerste de kennis over het VN-verdrag binnen de overheid. Deze initiatiefnota laat namelijk zien dat de implementatie van het VN-verdrag Handicap aan vrijwel alle beleidsterreinen raakt en daarmee ook aan vrijwel alle ministeries. We zien in de praktijk steeds opnieuw dat kennis over het VN-verdrag onvoldoende aanwezig is binnen de Rijksoverheid. Daardoor is nieuwe wetgeving, nieuw beleid of de uitvoering van een taak te vaak niet VN-verdrag Handicapproof. Als we de kennis over het VN-verdrag niet structureel borgen, dan blijven we achteraf repareren wat we eigenlijk aan de voorkant hadden kunnen voorkomen. Ik heb twee vragen aan de minister. Ziet zij ruimte voor een stevig kennisonderdeel over het VN-verdrag Handicap binnen alle inwerkprogramma's van mensen die binnen de Rijksoverheid aan de slag gaan? Ten tweede: is zij bereid om ervoor te zorgen dat expertise rondom het VN-verdrag structureel in wordt gebracht bij de ontwikkeling van nieuwe wetgeving? Hiermee bedoel ik nadrukkelijk dat dat breder moet gebeuren dan alleen bij VWS. Ten tweede de toegankelijkheid van gebouwen en woningen; daar hebben collega's ook al op gewezen. Toegankelijkheid moet geen sluitpost zijn, maar een uitgangspunt. Daarom zien ook wij veel waarde in duidelijke en uniforme normen, zoals de NEN 9120. Toegankelijk bouwen is niet alleen eerlijker, maar vaak ook goedkoper dan achteraf aanpassen wat in het ontwerp vergeten is. Tegelijkertijd zien we dat niet ieder gebouw hetzelfde is. Nederland kent veel monumentale panden, waaronder delen van het Binnenhof. We streven naar maximale toegankelijkheid. Dat moet ook het uitgangspunt zijn. Maar we zien ook dat dat soms op gespannen voet staat met wat technisch, ruimtelijk en financieel mogelijk is. Daarom vraag ik de initiatiefnemer: hoe ziet zij die balans? Hoe zorgen we nou dat we de ambitie hoog houden en dat die ook tot concrete resultaten leidt, maar zonder dat de uitvoering vastloopt? Ten derde de lokale inclusieagenda's. Na tien jaar mag de uitvoering van het VN-verdrag Handicap niet langer afhankelijk zijn van de gemeente waarin iemand toevallig woont. Vrijblijvendheid past niet meer bij deze fase. Daarom vraag ik de minister hoe zij gemeenten ondersteunt en stimuleert om te komen tot kwalitatief goede inclusieagenda's. Een van de suggesties die vorige week gedaan werd, was om ook te kijken of we kwaliteitscriteria kunnen koppelen aan die inclusieagenda's; een van de collega's verwees er eerder ook al naar in de bijdrage. Ziet deze minister mogelijkheden om, wellicht samen met de VNG, deze kwaliteitscriteria vast te stellen en daar ook op te sturen? We moeten namelijk echt naar meer uniformiteit toe. Voorzitter, ik rond af. Tien jaar na de ratificatie van het VN-verdrag Handicap is het tijd om van intenties naar resultaten te gaan. Dat moet een stuk sneller dan we eerder voor elkaar hebben gekregen, want uiteindelijk zal de geschiedenis ons niet beoordelen op wat we wilden bereiken, maar op wie er daadwerkelijk mee kon doen. Dit zeg ik niet omdat toegankelijkheid een gunst is, maar omdat gelijkwaardigheid een recht is. Dank u wel.
Versie d8d30d066d0ca9d6cd8a2de0a72f60e0569be0fa2cf9bd90c2e723986671909a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Marijke Synhaeve