statement · 28 mei 2026 · Tweede Kamer
Maatschappelijk domein (inclusief huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in afhankelijkheidsrelaties)
Brontekst
Minister Sterk: Ja, voorzitter. En ik hoop daarmee een aantal vragen af te kunnen vangen die net al naar aanleiding van het eerste blokje werden gesteld. Mevrouw Becker vraagt of ik kan aangeven hoe de herbezinning op Veilig Thuis eruitziet. Ik zei net al dat er ook veel vragen zijn gesteld over Veilig Thuis. Dat is terecht, denk ik, want er speelt heel veel. In mijn inleiding zei ik al dat de professionals daar heel hard werken, maar er wordt ook wel heel veel van hen gevraagd. We zien dat het aantal adviesvragen toeneemt; dat is heel positief, denk ik. Het aantal meldingen neemt toe. Dat leg ik dan ook maar positief uit, omdat blijkbaar meer mensen deze organisatie weten te vinden. Maar dat betekent ook best wel dat er nu veel druk ligt bij Veilig Thuis. We hebben onlangs bij de begroting ook nog aangenomen dat er een chatfunctie moet komen voor 24 uur per dag. Dat moet wel allemaal door mensen worden gedaan. Er zijn hoge verwachtingen over Veilig Thuis, en terecht, want daar is het ook voor. Maar het is denk ik wel goed om ons dat te realiseren. Ik heb net al het nodige gezegd over dat toekomstscenario. Onderdeel van dat toekomstscenario zijn die sterk lokale teams. Die willen we er eerder bij hebben. Dat betekent ook dat Veilig Thuis soms terug moet kunnen verwijzen naar een sterk lokaal team dat, als het echt om advies of een hulpvraag gaat, dan ook op die veiligheid moet gaan acteren. Daarnaast ligt er natuurlijk een verbinding naar die regionale veiligheidsteams, waar ook Veilig Thuis een belangrijk onderdeel van moet zijn. Maar dat zijn dingen voor de langere termijn, dingen waar we naar toe werken. U vroeg ook aan mij: wat gaan we nu doen? We zijn op dit moment heel hard bezig om bestaande problemen aan te pakken. Dat betekent dat we in ieder geval bezig zijn met het aanpakken van de wachtlijsten. Dat heeft ook te maken met hoe het werk georganiseerd is. Ik weet zeker dat ik nog ergens een vraag had waarin ik iets dieper hierop inging. Ik hoop daar zo nog even op terug te komen. Ja, die zit hier, volgens mij. We zetten nu ook in op digitalisering, gebruik van AI waar dat kan. Dat kan soms juist zaken versnellen. We verbeteren ook de samenwerkingsafspraken met de netwerkorganisatie. We zijn ook heel druk bezig met het werven van nieuwe medewerkers. Nogmaals, er wordt veel van hen gevraagd en ook daar is er arbeidskrapte. Veilig Thuis probeert ook signalen eerder op te vangen door meer aanwezig te zijn op vindplekken, zoals scholen, huisartsenpraktijken en buurtcentra, zodat professionals direct ondersteund kunnen worden. We hebben opleidingsplekken voor vertrouwensartsen gerealiseerd en er is een gerichte wervingscampagne gevoerd. En we zijn bezig om de borging van de sociaal-medische expertise anders in te vullen. Afgelopen jaren is er een versterking geweest van de advies- en ondersteuningsfunctie om vroegtijdig hulp te kunnen bieden. Nogmaals, dat zien we wel terug in de cijfers. In die zin zie je wel dat de stappen die we zetten, leiden tot waar het voor is: meer advies en melding. Tegelijkertijd zie ik dat we er nog niet zijn. Daarom hebben we acties op de korte, maar ook op de langere termijn. Dan ga ik weer even terug naar de vragen. Mevrouw Coenradie en eigenlijk ook mevrouw Wiersma vroegen hoe we nou die samenwerking tussen de school en Veilig Thuis verbeteren. Ik herken die problematiek. Ik heb ook mensen gesproken die zeggen: "Als school zien we soms veel en geven we dat door, en dan lijkt het in een soort zwart gat te verdwijnen. Wij hebben nog steeds te maken met de ouders en met de kinderen en we weten soms niet zo goed wat we daar nou aan kunnen doen." Er wordt natuurlijk ook soms gemeld en daar hoort men niet altijd terug wat er dan mee gebeurt. Ik wil verder verkennen hoe we dat kunnen verbeteren. Ik heb daar toevallig gisteren over gesproken met de voorzitter, denk ik, van Veilig Thuis landelijk. In principe is Veilig Thuis verplicht om een terugkoppeling te geven aan de melder. Dan gaat het over een melding. Maar als er advies wordt gevraagd en er dus gehandeld wordt, dan is het ook fijn om een beetje te weten: waar staan we dan en hoe kunnen we daar als onderwijs in helpen? Om een voorbeeld te noemen: kunnen we dit kind nu wel of niet aan die vader meegeven als het bij school wordt opgehaald? Ik wil dat graag gaan verkennen. Melders verwachten vaak ook wel een inhoudelijke terugkoppeling, maar dat kan niet altijd. Dat is het eerlijke verhaal. Maar goed, daar kom ik op terug en ik wil u toezeggen dat ... Ik weet niet of dat voor de zomer gaat lukken in die brief. Ik kijk even opzij. Na de zomer komt er nog een brief over kindermishandeling. Daar gaat het ook met name over, denk ik, als het over onderwijs gaat. Ik zeg u toe dat ik in die brief even nader op dit punt in zal gaan.
Versie 2643fdf459575b639810df5953974144386e777c9dadf125d2c612decad69710 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.