Uitspraak · 11 jun 2026 · Tweede Kamer
de jeugdzorg en jeugdhulpverlening
Brontekst
Minister Sterk: Dat zal ik zeker doen. Voorzitter. Ik wil de Kamer natuurlijk danken voor alle vragen die aan mij zijn gesteld, maar ik wil mij vandaag eerst richten tot de mensen op de publieke tribune, maar ook tot de mensen die thuis dit debat op een andere manier volgen. Dat geldt heel speciaal voor de jongeren, hun naasten en de nabestaanden die leed hebben ervaren in de ZIKOS en de gesloten jeugdzorg. Ik wil ook mijn waardering naar u uitspreken, want door uw betrokkenheid en uw moed hebben wij het onderwerp nu in ieder geval op tafel. Ik weet dat het veel impact heeft dat u vandaag naar dit debat kijkt en dat het betekent dat u wordt geconfronteerd met de ervaringen die u heeft meegemaakt. Ik besef ook dat de oplossingen soms heel ver weg voelen. Voorzitter. De afgelopen jaren hebben we gezien dat de jeugdzorg onder druk staat. De toestroom naar de jeugdhulp stijgt, terwijl het aanbod beperkt is. Er wordt door medewerkers in de jeugdzorg keihard gewerkt om jongeren die het nodig hebben passende hulp te bieden. Tegelijkertijd zien we dat het voor de meest kwetsbare kinderen niet altijd lukt om de beste zorg te leveren, met gebeurtenissen waar we keer op keer van schrikken, die moeilijk te bevatten zijn en die ons ook boos maken. Gebeurtenissen waarbij het ook niet lukt om altijd snel genoeg in te grijpen, met levenslange gevolgen voor deze kinderen en hun gezinnen. Ook het tweede rapport van Jason Bhugwandass, over de jongeren die in een ZIKOS-instelling hebben gezeten, dat afgelopen dinsdag werd gepresenteerd, brengt scherp in beeld wat de gevolgen kunnen zijn als jongeren met complexe problematiek geen passende hulp krijgen. Hoewel ik zelf niet aanwezig was bij de presentatie, heeft het rapport wel grote indruk gemaakt. Ik heb begrepen dat het dinsdag een indringende en emotionele bijeenkomst is geweest. Ik waardeer het dat de betrokken instellingen excuses hebben aangeboden. Ik kom zelf nog voor de zomer met informatie over wanneer en hoe de landelijke stelselpartijen ook excuses gaan maken, want dit heeft al te lang geduurd. Ook de rapporten van de inspecties en verschillende commissies laten zien dat dit geen incidenten zijn, dat er grote knelpunten zijn in de uitvoering van de jeugdhulp en jeugdbescherming en dat we voor een grote uitdaging staan om dit te verbeteren. Maar ik wil ook eerlijk zijn: want ondanks alle inzet van professionele jeugdhulpaanbieders, gemeenten, inspectie en Rijk kunnen we nooit alle incidenten voorkomen. Problemen zijn soms zeer complex en het is niet altijd duidelijk wat helpend is om deze problemen te verminderen. Bovendien blijven er mensen met slechte bedoelingen die misbruik maken van kinderen in kwetsbare situaties. Het blijft belangrijk dat volwassenen goed naar kinderen en jongeren blijven luisteren, dat ze serieus worden genomen en dat ze invloed kunnen hebben op de besluiten die hen aangaan. Voorzitter. Voor die kinderen die het hardste hulp nodig hebben, moet de zorg er zijn, moet deze veilig zijn en moet ze van goede kwaliteit zijn. Bovenal moet de zorg aansluiten bij de behoefte van kinderen zelf. Als er achterliggende problemen zijn in een gezin, moeten we met het hele gezin aan de slag en niet te snel grijpen naar maatregelen of zware hulpvormen. We zien helaas dat dit nog te weinig gebeurt en dat jeugdhulp de afgelopen jaren steeds meer wordt ingezet. Dit moeten we keren. Jeugdhulp is niet voor alle problemen het antwoord. Daarbij kan het stelsel deze enorme vraag ook simpelweg niet aan, niet in geld en al helemaal niet in mensen. Heel veel van u hebben hier vandaag ook gezegd: het piept en het kraakt. Gelukkig zijn er ook eerste hoopvolle signalen. Het aantal kinderen en jongeren tot 23 jaar met jeugdzorg daalde in 2025 met 2,8%. Maar we zijn er nog lang niet, wat mij betreft. Voorzitter. Samen met mijn collega staatssecretaris JenV, gemeenten, zorginstellingen en professionals, en ook met u als Kamer, neem ik de verantwoordelijkheid om dit beter te maken. Mijn voorgangers hebben belangrijke stappen gezet met alle acties in de Hervormingsagenda Jeugd en het uitvoeringsplan voor de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp. Dat betekent dat we onder andere gemeentes verplichten regionaal samen te werken bij de inkoop van deze specialistische zorg, waardoor er een beter dekkend zorglandschap komt. Het betekent dat we aan de NZa de taak hebben gegeven om meer inzicht te geven in de beschikbaarheid en dreigende tekorten van hulp. Dat er eisen zijn gesteld aan het intern toezicht en de bedrijfsvoering door jeugdhulpaanbieders om risico's te voorkomen, en dat we werken aan meer grip op jeugdhulp voor gemeenten via het wetsvoorstel Reikwijdte, dat in het voorjaar van 2026 in internetconsultatie is geweest. Er is ook 176 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de transformatie van de gesloten jeugdhulp. En er wordt gewerkt aan de totstandkoming van een gezamenlijk gedragen agenda, de leeragenda Kwaliteit en Blijvend Leren, met daarin de prioriteiten van het gehele KBL-netwerk voor de komende dagen. Maar ik zie ook dat de uitwerking en implementatie tijd kosten. Wetgevingstrajecten en cultuurveranderingen vragen helaas altijd een lange adem. Ik zie een aantal grote opgaven. De instroom in de jeugdhulp moet verminderen. De beschikbaarheid van de meest specialistische vormen van jeugdhulp moet verbeteren, waaronder passende hulp voor jongeren die nu in de gesloten jeugdhulp zitten. Er moet gewerkt worden aan de erkenning en het herstel van misstanden in de gesloten jeugdhulp, het versterken van kind- en gezinsbescherming en de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. En ten slotte, last but not least, moeten fraude en de misstanden in de zorg worden aangepakt. Voorzitter. Dan kom ik nu bij de kopjes die ik heb bedacht voor de beantwoording. Die wil ik graag even benoemen. Ik wil eerst ingaan op ZIKOS. Dan wil ik ingaan op de gesloten jeugdhulp. Vervolgens wil ik ingaan op de casuïstiek, de jeugdbeschermingsketen en het toekomstscenario. Dan heb ik een blokje met de knelpunten rond de inkoop en de organisatie. Daar vallen dan onder: de een-op-eenplaatsing, de evc's, de screening, de beschikbaarheid van financiering en VEC. Ten slotte de hervormingsagenda, de reikwijdte en overige vragen; die zitten allemaal in het laatste mapje. Voorzitter. Dan begin ik met het eerste mapje, ZIKOS. Een aantal leden van u, waaronder mevrouw Synhaeve, mevrouw Westerveld, mevrouw Dobbe en de heer El Abassi, hebben gevraagd naar het excuus en herstel. Zij vragen wanneer we dat gaan doen en wat we gaan doen. Ik denk dat u uit mijn inleiding al hebt begrepen dat we voor de zomer een brief gaan sturen waarin ik zal aangeven hoe en wanneer wij excuses zullen gaan aanbieden. Ik spreek de komende week ook nog met de jongeren, ook met Jason. Omdat ik wil dat die excuses geen lege excuses zijn, kom ik op dat moment ook met de invulling van de herstelmaatregelen. Maar die wil ik echt ook nadrukkelijk in samenspraak met de jongeren invullen, want zij zijn de ervaringsdeskundigen. Dat is ook de belofte die wij aan hen hebben gedaan. Dat zal ik meenemen in de brief die ik u voor de zomer doe toekomen. Ik heb nog meer antwoorden op de vragen over ZIKOS, dus ik weet niet of het …
Versie 482c22302db604d3f7ebf5accdbbb81f2107dadfe1fbcc3e4c14e33302459c59 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.