KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 18 mei 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de begrotingsstaten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Brontekst

Minister Aartsen: Dank, voorzitter. Ik begin met het kopje proactieve dienstverlening. Daarna zal ik iets zeggen over het kindgebonden budget en de vragen die daarover zijn gesteld. Dan kom ik op inburgering en de taaleis. Dan heb ik ook nog een kopje overig. Dit was de administratie. Voorzitter. Ik begin bij het kopje proactieve dienstverlening. Daar zijn veel vragen over gesteld. Ik ga zo halverwege dit blokje ook een klein beetje ministertje van Financiën spelen. Als ik dat met een glimlach doe, gaat u mij dat vast toestaan, voorzitter. Ik denk dat het goed is om te weten dat al in week twee van beide ministers op het departement de Voorjaarsnota moest worden gemaakt. U kent dat: dan worden er tal van mee- en tegenvallers op een rijtje gezet. Een nadeel van ons departement is dat er al een tijdje meer tegenvallers zijn dan meevallers. Er zijn zelfs fors meer tegenvallers dan meevallers. Die miljarden zijn inmiddels ook gedeeld in de Voorjaarsnota. Je probeert dan met elkaar te bekijken hoe je dat netjes doet. In het debat werd daarover een paar keer gezegd dat het zware politieke keuzes zijn. Er werd gesproken over "het ene boven het andere". Het is natuurlijk niet zo dat dit kabinet heeft bedacht om die tegenvallers op te vangen binnen onze eigen begroting; dat is al sinds Kok I — ik heb het net nog even nagevraagd — de systematiek die we met elkaar hanteren. Tegenvallers moeten zo veel als mogelijk binnen het departement worden opgelost. Waarom doen we dat? Anders zeggen de SZW-ministers natuurlijk: dat lukt niet binnen SZW. Dan zeggen de VWS-ministers weer: dat lukt niet binnen VWS. Die worden daarin dan overigens ook gesteund door de SZW-Kamercommissie en de VWS-Kamercommissie. Dan heb je vervolgens als kabinet, maar ook als samenleving, als overheid, een breed probleem, omdat de tekorten oplopen en niemand die problemen netjes wil oplossen. Daarom hebben we de afspraak gemaakt om dat binnen onze begroting te houden. Daar staan we ook voor. Dat is niks bijzonders; dat gebeurt al sinds jaar en dag. Wij werden geconfronteerd met een aantal tegenvallers. Wij hebben als bewindspersonen gezegd: laten we eens beginnen door te kijken naar bezuinigingen op geld dat we in de toekomst zouden gaan uitgeven; laten we dat tijdelijk niet meer uitgeven. Dat is namelijk een stuk eenvoudiger dan geld dat al wordt uitgegeven … Je kunt ook een aantal subsidies schrappen, maar als je de subsidie van een bepaalde organisatie schrapt, dan betekent dat simpelweg dat mensen hun baan verliezen. We hebben dus bedacht om te kijken naar wat er aan toekomstige reeksen op de agenda staat. Proactieve dienstverlening was er daar één van. Wij hebben daarover gezegd: wij steunen het concept van proactieve dienstverlening. We hebben de bezuinigingen destijds dan ook als volgt ingericht: we gebruiken de middelen voor de toekomst om op een nette manier de tegenvallers op dit moment op te lossen, maar we zouden het wetsvoorstel wel graag door laten gaan. We willen ook de AMvB die voor de algemene bijstand beschikbaar was, graag door laten gaan; dat hebben we in de Kamerbrief ook uitgelegd. Maar het formeel in werking laten treden … Het koninklijk besluit kan pas worden genomen op het moment dat hier nieuwe middelen voor zijn. Het kabinet weegt iedere augustus en ieder voorjaar weer waar zij middelen voor uittrekt. Dat was de hele rationale achter het geld voor de toekomst op dit moment even voor iets anders gebruiken dan voor die proactieve dienstverlening. Tot zover de besluitvorming op dit onderdeel. Dan kom ik bij het ongemak dat de heer Ceulemans schetst. Het kabinet heeft dit keurig netjes in de Voorjaarsnota verwerkt. Ik heb daar ook een Kamerbrief over gestuurd. Dat was het moment waarop de maatschappij zich roerde. Ik heb gesprekken gevoerd met de VNG, die zich hierover roerde en dit geen goed idee vond, ook niet op de manier zoals wij het hebben gedaan. Maar dat speelde ook hier in de Kamer natuurlijk: inmiddels heeft een meerderheid van de partijen aangegeven dat wij dit niet zouden moeten doen. Dan kom ik op het ongemak rond het proces. De heer Ceulemans vroeg mij: kunt u daar nou eens op reflecteren? Je zit met de volgende situatie. Als je een traditioneel meerderheidskabinet bent, kun je zeggen: we gaan gewoon door, en we zien het in de Kamer wel; dan hebben we vervolgens, in het Kamerdebat, de discussie hierover. Maar in de nieuwe situatie hebben we te maken met een minderheidskabinet. Dan moet je — dat vind ik, in ieder geval — luisteren naar de signalen die je krijgt vanuit de Kamer. We hadden net kunnen doen alsof we dit allemaal niet gehoord hebben, en kunnen denken: we zien het wel bij de wetsbehandeling. Dat debat zou dan ook ergens deze week zijn; ik hoop dat ergens deze maand alsnog te hebben. Dat heeft natuurlijk als nadeel dat je als kabinet gaat spelen met een meerderheid voor een belangrijk wetsvoorstel ten aanzien van de proactieve dienstverlening. Vandaar dat een aantal fracties heeft gezegd: we willen alternatieve dekkingen. Een aantal fracties, waaronder de CDA-fractie, heeft ons ten aanzien van de Voorjaarsnota gevraagd om mee te denken over een aantal opties. Dat hebben we ook gedaan. Er werd ook gevraagd of het kindgebonden budget dan een goede optie zou zijn. Ik zal zo wat meer zeggen over waarom ik dat een verstandig idee vond. Zo zijn we uiteindelijk gekomen tot een alternatieve dekking, waardoor je in ieder geval vaart kunt maken met beide wetsvoorstellen. Dat is uiteindelijk de balans die we proberen te zoeken, als minderheidskabinet. Nogmaals, ik snap het punt van de heer Ceulemans, die vraagt of we hier niet eerst het debat over moeten hebben et cetera. Het nadeel daarvan is natuurlijk wel het volgende. Nieuwsuur maakt ongeveer elke week een uitzending over de onderwerpen waarop dit kabinet allemaal geen meerderheid heeft. Dat is logisch, want we zijn een minderheidskabinet. Daarom zoeken we continu naar hoe dat kan. Dat heb ik ook op dit onderdeel proberen te doen door echt te luisteren naar de Kamer, die zegt: dit willen wij niet. Dan zeg ik: oké, dan gaan we op zoek naar een alternatief voor die dekking. Ik heb toegezegd dat ik bereid ben om mee te denken over alternatieve dekkingen, maar de alternatieven zijn natuurlijk: de begroting. Dat is het hele speelveld. U heeft die begroting ook. Er zijn ombuigingslijsten. Wij hebben geen geldboom of een geheime dekking ergens, geen potje dat we hiervoor nog kunnen inzetten. Dat hebben we dus proberen te doen. Ik denk dat dat belangrijk is, want daarmee kunnen we door met het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening. Ik zal zo nog uitleggen waarom ik denk dat het zoeken binnen het kinddomein verstandig is. Een aantal kindgebondenbudgetsalarissen lopen zonder dit wetsvoorstel op tot bijna €152.000 per jaar. Nou gun ik iedereen geld, maar je kunt je natuurlijk afvragen of een regeling die bedoeld is om mensen met een kleine portemonnee te steunen met een bijdrage voor het onderhouden van hun kinderen tot zo'n hoog bedrag, zo'n hoog inkomen zou moeten doorlopen. Ik ga zo iets zeggen over de hervormingen die we daar graag willen doorvoeren. Daar past dit bij. Dat is de reden waarom we dus hiervoor hebben gekozen. Ik denk dat dat verstandig is, omdat we daarmee ook rust hebben gecreëerd ten aanzien van Proactieve dienstverlening. Dan was er de vraag: waarom dan niet voor de overige onderdelen, de studietoeslag en de bijzondere bijstand? Ook dit is een kwestie van: waar vinden we het geld? Op dit moment is er geen budget beschikbaar op de SZW-begroting. Dat is wel het speelveld waarop we het moeten doen met elkaar. Daarom moet ik de amendementen van mevrouw Lahlah op stukken nrs. 9 en 10 ook ontraden. Dat is om twee redenen. Eén is dat het geld waaraan wordt gerefereerd in het amendement op dit moment niet meer beschikbaar is, omdat het is verwerkt in de Voorjaarsnota om tegenvallers op te lossen. Twee is dat het simpelweg geen deugdelijke dekking is. Er worden namelijk incidentele gelden gebruikt om een structurele reeks te dekken. U kunt het kabinet niet zomaar oproepen om ergens structureel geld te vinden. We hebben geen geldboom. We moeten het wel op een nette manier met elkaar doen. Dat probeert het kabinet ook en daarom moet ik beide amendementen ontraden.

Versie 7e66b9ded9531c0f0849c88b405e5fa8643d1568ef5270325640121f16b7ff3c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.