KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 sep 2026 · Tweede Kamer

Pensioenonderwerpen

Brontekst

De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter. Er zijn heel veel onderwerpen waar we het over kunnen hebben. Ik denk niet dat we alles aan de orde kunnen stellen in die korte spreektijd, maar ik trap af. Bij een pensioentransitie van de omvang zoals we die in Nederland kennen, moeten we niet alleen vragen of de systemen van pensioenfondsen op tijd klaar zijn, maar moeten we vooral kijken wat er gebeurt met individuele mensen. Juist daar zien we nog te veel problemen. Ik begin met de compensatie bij de overgang naar het nieuwe stelsel. Dinsdag heeft deze Kamer de petitie Een eerlijke pensioenovergang ontvangen. De minister schrijft zelf dat alleen al in 2026 enkele tienduizenden mensen bij een baanwissel tussen wal en schip kunnen vallen: geen compensatie bij het oude fonds en ook niet bij het nieuwe fonds. Het gaat om forse bedragen. De AFM rekende het voorbeeld uit van een 50-jarige deelnemer voor wie de compensatie ruim €21.000 bedraagt. Dat is na verwachting zo'n €168 per maand vanaf haar 68ste. Bij een ongelukkig getimede baanwissel kan zo iemand die compensatie mislopen. Mijn vraag aan de minister is daarom of hij het werkelijk aanvaardbaar vindt dat tienduizenden mensen door het moment waarop zij van baan veranderen, tienduizenden euro's pensioen kunnen mislopen. Waarom blijft het antwoord vooral "betere communicatie"? Want van communicatie kun je geen boodschappen betalen. Wil de minister alsnog onderzoeken of compensatie overdraagbaar gemaakt kan worden en of een ander vangnet mogelijk is voor mensen die tussen twee transitiedata terechtkomen? Voorzitter. Goede communicatie helpt bovendien alleen als mensen ook daadwerkelijk antwoord krijgen wanneer zij vragen stellen. Juist daar kwam vorige week een opmerkelijke uitspraak over. De Geschilleninstantie Pensioenfondsen, GIP, oordeelde dat de Wtp geen algemeen recht bevat voor deelnemers om aanvullende informatie van hun pensioenfonds af te dwingen. De betreffende deelnemer vroeg nota bene naar het risico op extreme pensioenverlagingen en haar handelingsmogelijkheden bij een mogelijke baanwissel. De GIP concludeert dat het streven naar meer transparantie niet betekent dat een fonds iedere relevante vraag moet beantwoorden. Zelfs bemiddeling door de Ombudsman kwam niet tot stand, omdat het fonds daarvoor niet openstond. Dat legt een serieus gat in de rechtsbescherming bloot. Hoe kan de overheid tegen mensen zeggen "informeer uzelf; stel vragen aan uw pensioenfonds", terwijl diezelfde deelnemers vervolgens niet kunnen afdwingen dat relevante vragen worden beantwoord? Is de minister bereid een wettelijk recht op een gemotiveerd antwoord op materiële individuele pensioenvragen te onderzoeken? Dan de kosten. De AFM laat in een illustratief voorbeeld zien hoe groot het effect kan zijn. Bij dezelfde beleggingen, 40 jaar opbouw en 5% brutorendement leidt 1 procentpunt lagere jaarlijkse kosten tot 29% meer pensioenvermogen. Vermogensbeheerkosten vormen bovendien 69% van de uitvoeringskosten in het overzicht dat de AFM presenteerde. Juist nu botsen AFM en de Pensioenfederatie over wat deelnemers op hun pensioenoverzicht moeten zien. De AFM vindt dat alle kosten op individueel niveau zichtbaar moeten zijn, ook wanneer met nettorendementen wordt gewerkt, terwijl de conceptmodellen voor 2027 die uitsplitsing niet altijd voorschrijven. Mijn vraag aan de minister is eenvoudig. Staat de minister achter de AFM? Krijgt iedere deelnemer vanaf 2027 inzicht in zijn of haar eigen administratiekosten, beleggingskosten en transactiekosten, ja of nee? Voorzitter. Dan de koopkracht. De Nederlandsche Bank heeft inmiddels concrete alternatieven doorgerekend. Bij de variant waarop het spreidingsvermogen aan de feitelijke inflatie wordt gekoppeld, neemt de kans op koopkrachtverlies af. DNB komt in die doorberekening uit op een gezamenlijk koopkrachtverlies van 0,7%, dezelfde startuitkering als de basisvariant en beperkte herverdeling van 1,1%. Toch schuift de minister de verdere uitwerking grotendeels door naar de sector, volgt pas begin 2027 een tussenstand en wordt de communicatie hierover pas in 2028 breder geëvalueerd. Waarom wachten? Waarom wordt bijvoorbeeld een variant met feitelijke inflatie en spreidingsvermogen niet nú verder uitgewerkt tot een concrete, wettelijke optie? Onlangs werd bekend dat het pensioenfonds PME inmiddels van plan is de solidariteitsreserve te gebruiken om onverwachte inflatie op te vangen. Natuurlijk kan de minister de fondsen niet voorschrijven wat zij moeten doen, maar hij kan pensioenfondsen wel vragen deze mogelijkheid te beoordelen en deelnemers uit te leggen waarom zij deze wel of niet gebruiken. Wil de minister dat doen? Voorzitter. Dan de governance. De motie-Vermeer om deelnemers meer directe en structurele zeggenschap te geven, werd met 124 stemmen aangenomen. Toch worden de resultaten van het onderzoek pas in de eerste helft van '27 verwacht. Tegelijk verwacht het kabinet dat binnen een halfjaar ongeveer 96% van alle Nederlanders al onder de nieuwe regels valt. Dan komt het onderzoek naar zeggenschap wel erg laat. Kan de minister nog dit jaar met tussenresultaten en concrete beleidsopties komen? Voorzitter, tot slot. Er is ook al veel gezegd en geschreven — we hebben ook veel mails ontvangen — over compensatie van grenswerkers, vooral het beperken van de groep die bezwaar gemaakt zou hebben. Dat helpt natuurlijk niet in het vertrouwen in de overheid. Kan de minister daar ook eens op reflecteren? Dank u wel.

Versie d7a3e504be0a87086bb9ced6b5476374ff0d6b9cac4153a0ea48a1f327eafc36 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 482c619f9d26c73b

12 okt 2026 · 82364da297fbbea7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.