KamerkringInloggen
Uitspraak

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (36600-VIII)

26 nov 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7a83a4c4a47e6c29 · officiële bron

De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik vind het onderwijs zó belangrijk dat ik vind dat er, ondanks het feit dat het mijn maidenspeech is, geïnterrumpeerd moet kunnen worden. Het is namelijk een onderwerp dat mij erg raakt en dat ik heel belangrijk vind. Maar eerst de start van mijn maidenspeech. Het is voor mij een vreemd maar bijzonder genoegen om hier in de plenaire zaal het woord te voeren over het onderwijs. Het lijkt wel of er een cirkel gesloten wordt. Mijn hele leven ben ik werkzaam geweest in het onderwijs. Ik ben begonnen als assistent-docent op de universiteit, docent in het voortgezet onderwijs en associate professor, zoals dat dan heet, bij de UNESCO in het buitenland. Vervolgens heb ik als onderwijsbegeleider gewerkt in het vo. Tegenwoordig zeg je dan "onderwijsconsultant". Ten slotte was ik directeur van een grote scholengemeenschap en directeur van verschillende mbo-instituten. Ik ben geëindigd als lid van het college van bestuur van een groot regionaal opleidingscentrum. Tijdens mijn loopbaan ben ik vooral geïnteresseerd geraakt in de problemen van uitvallers in het onderwijssysteem en hoogbegaafde leerlingen die niet voldoende uitdaging kregen. Verder ben ik geïnteresseerd geraakt in hoe je als docent en leidinggevende de kansenongelijkheid kan verkleinen en een bijdrage kan leveren om de onderwijsresultaten van leerlingen te vergroten. Het is namelijk een illusie, moet ik helaas zeggen, om te denken dat door allerlei maatregelen de kansen gelijk worden. Het is wel bijzonder waarom de ene leerling de kans wel kan grijpen en de andere niet. De docent speelt daar een ontzettend belangrijke rol in. Ik zou willen dat de docent die rol weer kan oppakken en dat die de professionele vrijheid krijgt om die rol integer te vervullen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik zelf erg veel geluk heb gehad dat ik hele inspirerende docenten heb meegemaakt tijdens mijn hele onderwijsloopbaan en dat zij voor mij dingen mogelijk hebben gemaakt die er in het begin niet waren. Verder maak ik me zorgen over het feit dat door de jaren heen de rol van het primaire proces, de leerinteractie tussen leerlingen en docenten, naar mijn mening op de achtergrond is geraakt. Er zijn veel ondersteunings- en begeleidingspersonen in instellingen gekomen die een belangrijke taak van de docent hebben overgenomen en die afleiden, zou ik bijna zeggen, van waar het in het onderwijs echt om moet gaan, namelijk een vertrouwensrelatie opbouwen met de leerlingen. Laat scholen de prioriteit leggen bij het primaire proces — dat zou ik bijna als opdracht willen formuleren — en vanuit die expertise weloverwogen keuzes maken over groepsgrootte en de taakverdeling bij leraren. Ik zou willen dat er veel meer eigenwijze scholen komen die de ruimte die ze hebben in de lumpsum maximaal gaan inzetten voor het primaire proces en dat, als dat goed ingevuld is, de overblijvende ruimte gebruikt wordt voor aanvullende taken. In die volgorde dus: eerst het primaire proces en dan pas de aanvullende taken. De PVV zou willen dat de docent weer het gezag krijgt om te durven en kunnen optreden in de klas, ook richting veeleisende ouders. Het geven van onderwijs moet weer leuk worden in plaats van een heel zware baan, die zelfs in een parttimebetrekking moeilijk vol te houden is. Ik heb het verdrietig gevonden als ik zag dat jonge mensen het onderwijs verlieten omdat ze na een paar jaar vonden dat het veel te zwaar was. Laat docenten die het onderwijs noodgedwongen hebben verlaten weer terugkeren naar het onderwijs, omdat het onderwijs hun de vrijheid geeft om ook hun eigen talenten te ontwikkelen. Ik heb het over professionele autonomie, daarbij gesteund door de school, die ervan doordrongen is dat de kwaliteit van het onderwijs wordt bepaald door de kwaliteit van de docent. Laat het onderwijs weer het verheffingsinstrument worden dat voor de emancipatie van veel leerlingen kan zorgen. Laat docenten weer met enthousiasme vertellen over hun vak of kennis. Laat ze leerlingen weer enthousiast maken en onbekende werelden voor hen ontsluiten. Leid docenten op zodat ze weer experts worden in hun vak en de pedagogiek. Geef hun de ruimte om dat te etaleren. Ik zou bijna zeggen: zoals ik zelf heb meegemaakt. Laat schoolleidingen deze professionele docenten steunen in hun streven naar uitstekend onderwijs. Steun deze docenten ook in discussies met ouders over de leerprestaties en de problemen van hun kinderen. Zoals opgemerkt, krijgen veel goede leerlingen niet de intellectuele uitdaging die ze nodig hebben om zich te ontwikkelen. Ook krijgen praktisch ingestelde leerlingen niet de waardering voor hun manier van leren, namelijk leren door te doen en leren van de praktijk. Het is toch vreemd en maatschappelijk niet te verantwoorden dat veel jongeren theoretisch opgeleid worden, terwijl er een grote behoefte is aan mensen die praktische vaardigheden hebben. Ik heb het zelf gemerkt toen ik met de trein reisde. Op een gegeven moment kon er een trein uit Groningen niet vertrekken omdat er geen treinbestuurder was. Dan wordt er doodleuk gezegd: de trein gaat niet. Dan denk ik: in wat voor maatschappij leven we dat dat kan? Het is nog gekker dat veel jongeren worden opgeleid tot kunstenaar of communicatiespecialist, terwijl er een schreeuwend tekort is aan docenten in het p.o. en het vo. Laat ze alsjeblieft hun tijd en energie inzetten voor het onderwijs. Laat ze daar al hun kunsten vertonen. Ik zou willen dat er weer meer leerlingen en docenten komen die net zo'n positief gevoel hebben over het door hen genoten onderwijs en het door hen gegeven onderwijs als ik heb gehad. Maar nu het andere stuk: de begroting. Het staat buiten kijf dat de PVV het onderwijs als een investering in de toekomst ziet. Dat is helemaal geen punt van discussie. Het is een instrument voor een betere toekomst voor iedereen en het is een verheffings- en emancipatiemodel voor mensen, juist voor de mensen die het niet zo goed en zo breed hebben. Toch bevat de begroting voor 2025 bezuinigingen, nadat de omvang van de onderwijsbegroting decennia is gegroeid. Het is niet alleen een verhaal. Ik heb het idee dat de manier waarop onderwijs gegeven wordt en waarop je onderwijs organiseert echt het grote probleem is. Dat zou de opening zijn om veel beter onderwijs in Nederland te krijgen. Het is nodig om scherpe keuzes te maken. Bewezen effectief onderwijs is eindeloos en niet per se duur. De grootte van de financiële middelen heeft in ieder geval in het funderend onderwijs niet geleid tot betere lees-, schrijf- en rekenprestaties, integendeel. Ik hoef de bedroevende PISA-scores hier niet meer te herhalen — dat wil ik zelfs niet — om duidelijk te maken dat we een andere koers moeten varen. Deze bedroevende scores zijn helaas ook bevestigd door de eerste nationale peiling van de Inspectie van het Onderwijs van de leesvaardigheid in het voortgezet onderwijs en natuurlijk het voortgezet speciaal onderwijs. Leerlingen in het praktijkonderwijs en leerlingen op vmbo-basis hebben in het tweede jaar het meest fundamentele leesniveau nog niet bereikt. Wat betekent dat? Dit betekent dat leerlingen nog steeds bezig zijn met leren lezen en niet lezen om te leren. Dat is verschrikkelijk. Het onderwijs heeft een terugkeer nodig naar bewezen effectief onderwijs, namelijk directe instructie door een professionele docent, een docent die de leerling bij de hand kan nemen. Hij is de weg om leerlingen een betere toekomst te bieden. Ik hoop dat de staatssecretaris het met deze mening eens is. Een ander belangrijk punt is de positie van de bètavakken. Daar hebben we het net ook over gehad. De directe aanleiding om het nu te vermelden, is een rondetafelgesprek met de CEO's van grote bedrijven. Zij maakten zich zorgen over het feit dat ze nu al de helft van het bèta- en technologiepersoneel uit het buitenland moeten halen, omdat dat in Nederland niet beschikbaar is. Het gaat echt om het toekomstige verdienvermogen van Nederland. In dat licht zijn de geuite zorgen van het veld over de omvang van kernprofielvakken begrijpelijk. Er is nog ruimte, ontwikkelruimte. Zet die dan in voor deze vakken. Laat de profielvakken, de profielen in de bovenbouw van havo en vwo, zich profileren doordat ze iets meer uren krijgen dan de andere vakken. Over de bètastudies kan ik nog het volgende zeggen. Er werd net gevraagd: hoe doe je dat? Bètastudies zou je bijvoorbeeld kunnen stimuleren door ervoor te zorgen dat studenten geen collegegeld voor bètastudies hoeven te betalen en dat de langstudeerboete, als die er komt, niet geldt voor mensen in bètastudies. Als wij vinden dat die studenten nodig zijn, moeten we onconventioneel denken, niet alleen omdat het leuke studies zijn, maar ook omdat het nodig is voor het inverdienvermogen van Nederland. Voorzitter. Het aantal leerlingen dat geen funderend onderwijs meer volgt, de thuiszitters — dat is net ook al vermeld — vind ik schrikbarend groot. In het schooljaar 2023 waren er bijna 14.000 thuiszitters. Dat is een toename van een derde ten opzichte van het eraan voorafgaande jaar. Ouderverenigingen schatten dit aantal zelfs tussen de 15.000 en 20.000. Ondanks stijgende onderwijsbudgetten blijven deze aantallen groeien, wat een diepgaand falen in het systeem blootlegt, namelijk dat er leerlingen zijn die niet in ons onderwijssysteem terechtkunnen. Ik hoop dat de staatssecretaris ook vindt dat dat iets verschrikkelijks is. Het aanpakken van deze problematiek vereist meer dan alleen financiële middelen. Het vraagt om structurele hervormingen die het hele onderwijs aantrekkelijker maken en die zorgen voor een veilige omgeving voor leerlingen en docenten. We begrijpen van LBVSO dat er onder de thuiszitters een enorme oververtegenwoordiging is van leerlingen met een internaliserende problematiek, met autisme voorop. Graag vragen wij de staatssecretaris om een toezegging om met LBVSO te kijken wat er mogelijk is om tot een andere aanpak te komen. We benadrukken dat voor dit type leerlingen het terugbrengen van rust, orde en structuur, zaken die ooit vanzelfsprekend waren in het klaslokaal, aan de basis ligt van zowel goed onderwijs als het terugdringen van het aantal thuiszitters. Dan de doorstroomtoets. Daar is ook het een en ander over opgemerkt. De doorstroomtoets is nu een jaar in gebruik. Het is natuurlijk niet wenselijk dat één toets een hogere score geeft dan de vijf andere, zoals het ook niet wenselijk is dat de doorstroomtoets niet meer kan aangeven of een leerling geschikt is voor praktijkonderwijs. Het dubbeladvies praktijkonderwijs en vmbo leidt dan bijna automatisch tot een vmbo-plaatsing, waarna veel leerlingen moeten terugstromen naar het praktijkonderwijs. Ondanks deze problemen kunnen we niet na een jaar besluiten om het aantal toetsaanbieders terug te brengen tot één. Voor de PVV is het essentieel dat prestaties van scholen met elkaar kunnen worden vergeleken. Als die functie zou verdwijnen omdat er met zes verschillende doorstroomtoetsen wordt gewerkt en je niet meer iets kunt zeggen over de kwaliteit van de scholen, is dat voor ons een grens. Maar we kunnen niet na één jaar de stekker eruit trekken, want we zijn toch ook een betrouwbare overheid en we hebben toch niet voor niets een wet gemaakt om dit mogelijk te maken. Dan het lerarentekort. Het lerarentekort is ondanks goede salarissen niet afgenomen. Bovendien doet zich de vreemde situatie voor, zoals ik eigenlijk al heb verteld, dat de ondersteunende schil van het onderwijs, waarin 60.000 mensen werken, voor het merendeel bestaat uit mensen met een onderwijsbevoegdheid. Dat zijn personen die het lesgeven hebben opgegeven maar nog wel als ondersteuner betrokken willen blijven bij het onderwijs. Dat bestaat ook. Waarom hebben deze personen het onderwijs verlaten? Waarom verlaten jonge leraren na een periode van drie à vier jaar het onderwijs? Er zijn vier knelpunten. Eén. De professionele vrijheid om zelf vorm te geven aan het onderwijs, aan de "eigen klas", blijkt in de praktijk toch heel gering. Er moet te veel: een dwingend curriculum, opgelegde vernieuwingen, opdrachten vanuit de secties en teams en vanuit de schoolleiding. Twee. Onplezierige contacten met ouders, die allemaal vinden dat hun kind talent heeft, dat dit door de school niet wordt gezien en dat het niet van een passend aanbod wordt voorzien. Deze mening wordt vaak op een assertieve manier geuit. Drie. Een schoolleiding die leraren niet of onvoldoende steunt in conflicten met leerlingen, die vaak menen dat ze onterecht zijn behandeld door de leraar en daar luidkeels uiting aan geven. Vier. De discussie over de integriteit van leraren omdat ze leerlingen onderadviseren of onderwaarderen. Hun adviezen worden steeds ter discussie gesteld. Het lijkt net of leraren er belang bij hebben om onjuist te adviseren. Adviseren is een onderdeel van hun werk en een belangrijk onderdeel van hun beroepstrots. Pas als we deze knelpunten hebben opgelost, komen vertrokken leraren weer terug naar het onderwijs en zullen meer studenten voor een opleiding kiezen die leidt tot het beroep van leraar. Is de staatssecretaris het met deze analyse eens? De PVV complimenteert de staatssecretaris — dit punt is net ook aan de orde geweest — met een belangrijk initiatief om wettelijk toezicht te organiseren op informeel onderwijs. Het is een noodzakelijke stap om te voorkomen dat jongeren worden blootgesteld aan haat, geweld en discriminatie en aan waarden en normen die volgens ons niet passen bij een democratische samenleving. We zijn ervan overtuigd dat onderwijs, in welke vorm dan ook, moet bijdragen aan de participatie van jongeren in onze samenleving en hen moet voorbereiden op een toekomst in onze pluriforme democratische staat. Dit wetsvoorstel biedt de kans om helderheid te scheppen. Informeel onderwijs mag geen vrijplaats zijn voor ideeën die niet passen bij onze democratische staat. Het moet juist een aanvulling zijn op ons reguliere onderwijs, waarin respect voor fundamentele waarden centraal staat. Mijn vraag aan de minister … Dit valt namelijk niet onder de staatssecretaris, maar onder de minister, heb ik begrepen. Of … Nou ja. Mijn vraag is om ervoor te zorgen dat het toezicht daadkrachtig en effectief wordt uitgevoerd. In dat kader vragen we aan de minister hoe hij aankijkt tegen het feit dat de inspectie volgens ons een politieke uitspraak deed over deze taak door te zeggen: het kan praktisch niet. Wij proefden dat ook als: maar we willen het eigenlijk niet. Dat de inspectie dat doet als de Tweede Kamer of de regering vraagt om zo'n functie te vervullen: dat mag niet in ons systeem. Dank u, meneer de voorzitter.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 957704763d77a20e

13 okt 2026 · 8097aa18613e11b7

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.