Uitspraak · 17 mrt 2025 · Tweede Kamer
Initiatiefnota van het lid Inge van Dijk over bescherming van de rechten van belastingbetalers en toeslagontvangers
Brontekst
Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Anders zijn jullie vast bereid om mij te corrigeren. Ik zal beginnen met de VVD. Mevrouw Van Eijk vroeg de staatssecretaris naar de acties op het gebied van rechtsbescherming. Hier zou ik ook kort op willen ingaan. Er is de afgelopen jaren namelijk inderdaad veel gebeurd. Dat is ook goed. We liepen namelijk ver achter. De toeslagenaffaire heeft namelijk onder ieders neus kunnen gebeuren. Wij geloven dat een belangrijke rode draad 'm zit in de cultuurverandering die binnen de dienst nodig is. Er moet gewerkt worden vanuit een ander mensbeeld. Onze initiatiefnota is dan ook niet bedoeld als meer papier boven op de stapel, maar om te helpen bij het proces. Denk bijvoorbeeld aan de uitgangspunten voor de discretionaire ruimte steviger benoemen en onderdeel maken van de werkwijze. Zo gaat men deze ruimte, die men al heeft, ook echt voelen en dus meer inzetten. Mevrouw Van Eijk vroeg welke onbenutte mogelijkheden ik zie voor verbetering van de communicatie over rechten en plichten van burgers en bedrijven door de uitvoeringsdiensten. Dat zit 'm sterk in een helder overzicht van die rechten en plichten. Kom je op de site van de rijksoverheid terecht, dan staat daar namelijk maar een heel summier overzicht. Op de website van de Belastingdienst is dat uitgebreider. Maar als je de pagina over rechten en plichten doorleest, valt op dat daar eigenlijk vooral een hele lange lijst van plichten van belastingbetalers op staat, met de gevolgen als je niet aan de plichten voldoet. Je moet tijdig aangifte doen, anders kan een boete volgen. Je moet tijdig betalen, anders krijg je een herinnering, aanmaning, dwangbevel of beslag. Er wordt rente geheven, er wordt geïnd door de Belastingdienst of het Landelijk Incasso Centrum et cetera. Qua rechten komen we niet veel verder dan dat je bezwaar kunt maken tegen de aangifte, dat de Belastingdienst een geheimhoudingsplicht heeft en dat je een gesprek vaak mag opnemen. Natuurlijk kun je doorklikken, maar een heldere opsomming van je rechten of wat je van de uitvoering mag verwachten, ontbreekt. Daar zie ik dus echt ruimte voor verbetering. Zo kan de wederkerigheid tussen burgers en overheid, die juist zo belangrijk is, benadrukt worden. Op de vragen van mevrouw Van Eijk naar nut en noodzaak van een handvest heb ik de volgende antwoorden. Allereerst de vraag door wie zou een handvest kunnen worden vormgegeven. Ons uitgangspunt voor vormgeving van het handvest is dat dit in afstemming gebeurt met de partijen die in de praktijk bij het handvest betrokken zijn. Dat beschrijven we ook in de initiatiefnota. Dat zijn de uitvoerende diensten, de belangenbehartiger en de inspectie, maar bijvoorbeeld ook maatschappelijke partijen die bij fiscale rechtshulp betrokken zijn. De vraag wie er vervolgens het voortouw neemt bij het opstellen van het handvest, ligt nog open. Wat is het gewenste doel van een handvest? Gaat het om inzicht en overzicht van de rechten in begrijpelijke taal? Dat was de volgende vraag. Op de vraag van mevrouw Van Eijk wat het gewenste doel van een handvest is en de vraag van de heer Krul waarom het handvest volgens mij zo'n meerwaarde kan hebben, zou ik het volgende willen zeggen. Het door ons gewenste doel van een handvest is meerledig. Ten eerste geeft het burgers en bedrijven inderdaad een inzichtelijk overzicht van wat hun rechten zijn en wat ze van de uitvoering mogen verwachten. Het gaat bij belasting betalen namelijk vaak over plichten, maar het moet ook gaan over de wederkerige relatie. Burgers en bedrijven brengen immers het geld binnen dat nodig is om belangrijke overheidsuitgaven, zoals het uitkeren van toeslagen, te kunnen doen. Een goede en betrouwbare uitvoering hiervan is randvoorwaardelijk om ervoor te zorgen dat mensen het gevoel hebben de overheid te kunnen vertrouwen en om de belastingmoraal, die hoog is, hoog te houden. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen eerlijk te worden belast of het juiste bedrag aan toeslagen te ontvangen. Als ze van mening zijn dat ze benadeeld worden, moeten ze ook weten wat ze redelijkerwijs mogen verwachten in de behandeling en bejegening. Overigens wil dat niet altijd zeggen dat je ook gelijk krijgt. Ten tweede hopen we met de verduidelijking in een handvest van rechten ook de mensen in de uitvoering te helpen. Zij proberen dagelijks zo goed mogelijk hun weg te vinden in de toepassing van fiscale en toeslagenwet- en regelgeving. We krijgen veel signalen dat de ruimte die wet- en regelgeving en rechtsbeginselen bieden, nu vaak niet worden gevoeld, juist vanwege massale processen, waarbinnen zo veel mogelijk uniformiteit wordt nagestreefd. Het is nou eenmaal zo dat de Belastingdienst met diverse massale processen te maken heeft. Maar achter elk dossier zitten mensen. Waar een massaal proces voor een individu onevenredig uitwerkt of waar situaties ontstaan waarin de toepassing van regels onduidelijk is, moet het besef en het gevoel van vrijheid er zijn dat er naast de gehanteerde hoofdregel ook ruimte kan worden verkend om binnen de kaders van de wet een andere beslissing te nemen. Dat kenmerkt ook vakmanschap binnen de uitvoering. Ook heeft de VVD gevraagd naar de rechtskracht van een handvest. Formeel gezien heeft alleen de wet formele rechtskracht. Iemand kan zich niet beroepen op een handvest. De rechter berust echter wel op wat er in de wet staat. Hiermee kunnen we vooral de toon zetten voor de relatie tussen de belastingplichtigen en de overheid. Wat ons betreft doorkruist een handvest juist niet de wettelijke rechten en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, omdat we met het handvest beogen duidelijk te maken dat de ruimte voor een brede afweging naar menselijke maat mogelijk is en gebruikt mag worden. Wij denken dat daar een bevoegdheid voor de uitvoering zit. Dit is dan ook een oproep aan de uitvoering om deze ruimte te zoeken. Het handvest kan ze hierbij helpen. Dan de zorg van mevrouw Van Eijk of we niet meer complexiteit toevoegen aan de uitvoering en meer beloven dan we kunnen waarmaken. Daar zijn we niet zo bang voor, omdat het handvest opgesteld wordt met de mensen die het vervolgens moeten gaan gebruiken. Daarnaast zouden wij daar iets tegenover willen zetten. Wat je namelijk aan de voorkant investeert, krijg je aan de achterkant weer terug. Als mensen het gevoel hebben gehoord en geholpen te worden door de Belastingdienst, kan het ook heel veel werk schelen aan de achterkant door minder bezwaren, minder procedures en zelfs meer compliance. Wij geloven dat mensen meer bereid zijn zich positief op te stellen als ze ook goed behandeld worden. Bedenk het maar eens andersom. Als het gevoel ontstaat dat de Belastingdienst onredelijk hoge boetes oplegt en toch niet luistert naar bezwaren, dan wordt de bereidheid tot medewerking ook minder en zal men zich ook minder schuldig voelen als ze iets niet melden aan de Belastingdienst of uit principe door blijven procederen. Bovendien zijn we het gewoon aan inwoners en ondernemers die het belastinggeld binnenbrengen of mensen die recht hebben op inkomensondersteuning verplicht om goed met elkaar om te gaan. Daarin hebben we nog stappen te zetten. Mevrouw Van Eijk en mevrouw Haage vroegen of in het handvest ook aandacht moet zijn voor plichten. Ik denk dat het belangrijk is dat inwoners en ondernemers de wederkerigheid van belastingheffing begrijpen. Je wordt verwacht je maatschappelijke bijdrage aan de Staat te betalen en daar zijn regels voor die je moet volgen. Dat zijn de plichten. Als je naar de rechten-en-plichtenpagina op de website van de Belastingdienst kijkt, dan valt op dat vooral de plichten eigenlijk al erg uitgebreid zijn opgenomen. Maar dat is uit balans in vergelijking met de inzichtelijke informatie over wat je rechten zijn en wat je van de Belastingdienst mag verwachten in die wederkerige relatie en plichtenrelatie. Dus ja, het is allebei nodig. Maar wat ons betreft is nu vooral invulling nodig van het rechtendeel. Mevrouw Van Eijk en de heer Vijlbrief vroegen hoe we kunnen voorkomen dat de ruimte voor maatwerk juist minder kan worden gevonden als we regels gaan stellen om de onderhandelingsruimte in te vullen en in te kaderen. Ik zou willen aangeven dat wij juist het tegenovergestelde beogen met het handvest. Het is dus nadrukkelijk niet onze bedoeling om allerlei aanvullende regels vast te leggen en een uniform kader op te leggen over hoe iemand in de uitvoering zijn werk moet doen. Het handvest is juist bedoeld als het uitgangspunt om te benadrukken dat er ruimte bestaat en dat er dus ook een plicht op de uitvoering rust om die ruimte te gebruiken wanneer nodig. Dan kan ik een heel stuk overslaan. Mevrouw Haage van GroenLinks-PvdA vraagt: is het handvest bedoeld voor de Belastingdienst en Toeslagen of voor de belastingplichtigen en toeslagenontvangers? Het korte antwoord is dat het zowel bedoeld is voor de uitvoering als voor de burgers en bedrijven. Het lange antwoord is het antwoord zoals ik zojuist heb gegeven op de vraag van mevrouw Van Eijk over het doel van het handvest. Op de vraag van mevrouw Haage of één handvest voor beide kanten geschikt is, zou het antwoord wat mij betreft ja zijn, juist voor de duidelijkheid. De boodschap van het handvest is: dit is wat we burgers en bedrijven beloven en wat we van hen verwachten. Op de vraag van mevrouw Haage en de heer Vijlbrief of het niet beter zou zijn om twee handvesten te maken, één voor toeslagen en één voor belastingen, zou ik willen zeggen dat ik er natuurlijk voor opensta om deze vraag verder te onderzoeken. Het karakter verschilt, omdat het bij de een om betalen en bij de ander om ontvangen gaat, maar op zich denk ik dat de algemene uitgangspunten van hoe we met elkaar omgaan in het kader van rechten en plichten niet erg verschillen. Dat neemt niet weg dat er andere accenten kunnen liggen. In de initiatiefnota hebben we een suggestie gedaan voor hoe een handvest eruit zou kunnen zien, maar wij stellen nadrukkelijk voor om dit betrokken partijen verder te laten uitwerken tot iets dat hen past. Als de uiteindelijk conclusie is dat dit twee handvesten zijn, dan zien wij de invulling van beide handvesten met interesse tegemoet. Mevrouw Haage, de heer Vijlbrief, de heer Vermeer en mevrouw Van Vroonhoven vroegen wat ik vind van het risico van het opnemen van de rechten van belastingbetalers en toeslagenontvangers op één centrale plek in de wet. We zijn het volgens mij allemaal met elkaar eens dat de fiscale wet- en regelgeving te ingewikkeld is. Mijn verbazing zit altijd in het feit dat iedere inwoner van Nederland wordt geacht de wet te kennen, maar dat we die wet onleesbaar hebben gemaakt. Daarom is het heel ingewikkeld om daarin je rechten te herkennen. We begrijpen ook dat een hele herziening van de fiscale wetten ingrijpend is, maar we denken dat we wel een begin kunnen maken. Waarom beginnen we niet op een aantal gebieden met een technische check om te bekijken of de regels consistent zijn? Dat kunnen we ook "de stofkam van mevrouw Van Vroonhoven" noemen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gaan over de uitzonderingen op hoofdregels zoals bij termijnen. Ik hoor mijn collega's goed: een hele wetgevingsoperatie is een risico. Maar ik wil ook opmerken dat we vandaag de dag de gevolgen ondervinden van de ingewikkelde en soms onvindbare manier waarop zaken nu gestructureerd zijn. Natuurlijk zoek ik zelf ook eerst op de site van de Belastingdienst als ik een vraag heb, en niet in de wettekst. Daarom moet er vooral in de laagdrempelige bronnen een heldere uitleg van de wet staan. Daarom ben ik het helemaal eens met de heer Vermeer en de heer Vijlbrief dat communicatie over rechten en plichten glashelder moet zijn. Het punt van de heer Vermeer om daarbij aan te sluiten op doelgroepen vind ik logisch. Ik hoop met mevrouw Haage en de heer Vermeer dat de hele technische operatie op verheldering van wetgeving niet meer nodig is als we een eenvoudiger stelsel maken, maar ik heb niet de illusie dat we daar op korte termijn al zijn. Daarom hebben wij verduidelijking wel expliciet opgenomen in het voorstel. We snappen dat dit een heel grote stap is. Laat het vooral een les zijn bij de inrichting van ons nieuwe stelsel dat we dit meteen, in één keer goed moeten doen. Mevrouw Haage vraagt of ik na het lezen van het rapport Blind voor mens en recht nieuwe inzichten heb opgedaan die relevant zijn voor de initiatiefnota. Het is voor mij een bevestiging dat we er nog niet zijn, dat we er effort in zullen moeten blijven steken en dat drama's als een toeslagenaffaire niet meer mogen gebeuren, terwijl ook ik het ongemakkelijke gevoel heb dat het inderdaad zomaar weer zou kunnen gebeuren. Kijk naar wat er nu speelt bij het UWV. Het is niet een-op-een hetzelfde, maar er zijn wel een aantal overeenkomsten die menselijk handelen en de menselijke maat raken. Daarom heb ik eerder gepleit voor een soort onafhankelijke belangenbehartiger bij het UWV, die we nu ook bij belastingen en toeslagen hebben ingericht. Wellicht zou een soort handvest ook daar zinvol zijn. Het rapport heeft geconstateerd dat inwoners onvoldoende beschermd worden. Rechtsbescherming is hierbij belangrijk. Ik neem meteen even de vraag van de heer Krul mee of we nu al voldoende hebben gedaan om die gebrekkige fiscale rechtshulp in Nederland te verbeteren. Mijn antwoord zou zijn dat we een belangrijk begin hebben gemaakt, maar dat we er nog lang niet zijn. De heer Vermeer benoemde het ook al. Ik ben niet zo van de plaatjes, maar ik heb dit toch even meegenomen. Jullie kennen dit plaatje vast wel. Hierop kun je zien waar er fysieke mogelijkheden zijn voor rechtsbescherming. Op de gele plekken zijn die er niet. Dan zie je dat we hier regionaal nog een heel grote stap te zetten hebben met elkaar. Inderdaad, zo'n 2,5 jaren geleden deed een groep studenten van de UvA onderzoek naar de manier waarop een Taxpayer Advocate Service in Nederland het best zou kunnen worden opgezet. Een belangrijk deel van hun onderzoek was het in kaart brengen van de dekking van fiscale rechtshulp in Nederland. De resultaten waren schrikbarend. We zagen een lappendeken met veel gaten in grote delen van Nederland. De conclusie was dat welke sociaaljuridische ondersteuning je krijgt, nu te veel afhangt van je postcode. Ons ideaalbeeld zou zijn dat die landelijke dekking op orde wordt gebracht. De belangenbehartiger zal zich hiervoor gaan inzetten, maar het is ook van belang dat we gaan kijken wat we verder kunnen doen. Op het voorstel van de heer Krul om de toevoeging voor rechtsbijstand uit te breiden naar fiscaal adviseurs en de vraag of dat behulpzaam zou kunnen zijn, zou ik zeggen: jazeker. Het lijkt me heel goed om dit uit de zoeken. Ook in de toeslagenaffaire valt op dat er te weinig beschikbare advocaten zijn en dat de thematiek complex is. Fiscaal adviseurs kennen vaak tot in detail fiscale regelingen, processen en de werking van de fiscale wet. Wij zouden daarmee dus inderdaad, zoals de heer Krul zegt, een grote pool van kennis kunnen aanboren, zodat de capaciteit groter wordt om mensen te kunnen helpen die er niet uit komen met de Belastingdienst of de Dienst Toeslagen. Wel vind ik het heel belangrijk dat het echt fiscale professionals zijn en we niet weer de zoveelste "no cure, no pay"-bureaus zien ontstaan. Een voorwaarde zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat toevoeging alleen mogelijk is voor fiscaal adviseurs die zijn aangesloten bij een beroepsvereniging zoals de NOB of het RB. Dan had ik nog de vraag van mevrouw Van Vroonhoven of we inzage in het eigen dossier en aandacht voor het loket voor onduidelijke communicatie willen meenemen. Dat zit wat ons betreft impliciet in bijvoorbeeld artikel 1, waarin we pleiten voor volledige en begrijpelijke informatie. Dus volledige inzage in het dossier zal bij deze uitwerking een plek kunnen krijgen. Op de uitkeringsgerechtigden ben ik al ingegaan bij mijn vorige beantwoording. Op de vraag van de heer Vermeer of wij de noodzaak om te communiceren over de rechten en plichten van burgers ook zien voor kleine ondernemers, is ons antwoord ja. Deze groep hebben wij ook specifiek genoemd in de initiatiefnota. Ook zij zijn soms kwetsbare belastingplichtigen, waarvoor het juist zo belangrijk is dat ze weten wat hun rechten zijn en waar en hoe ze die kunnen uitoefenen. Op de vraag van de heer Vermeer of ik vind dat de informatie van de Belastingdienst op de website zo kernachtig mogelijk moet zijn en niet elke uitzondering apart moet worden beschreven met allerlei kruisverwijzingen, wil ik zeggen dat ik het in de basis met hem eens ben. Informatie moet duidelijk en vooral begrijpelijk zijn, dus het moet inderdaad niet te veel heen en weer geklik behoeven en niet te complex zijn om de kern eruit te kunnen halen. Het moet niet zo zijn dat mensen door de bomen het bos niet meer zien, maar het is wel goed als verdiepende informatie gevonden kan worden als iemand daar behoefte aan heeft. Dus soms kan het wel goed zijn om deze kennis wat uitgebreider op te nemen. In antwoord op de vraag van de heer Vermeer of "niet indringender dan nodig of proportioneel" strijdigheid oproept met het gelijkheidsbeginsel: ik denk dat het gelijkheidsbeginsel inhoudt dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden, maar niet elk geval is gelijk. De Belastingdienst en de Dienst Toeslagen moeten steeds de afweging maken wat geschikt en proportioneel is, afhankelijk van de individuele feiten en omstandigheden. Daarbij moet het uitgangspunt zijn dat het middel niet meer ingrijpt dan nodig, dat het evenredig is aan het doel. Dit moet uiteraard allemaal wel binnen de kaders van de wet gebeuren, maar daarin zit, nu ook al, ruimte voor maatwerk. Volgens mij heb ik hiermee ook de vragen van D66 beantwoord. Zo niet, dan hoor ik dat heel graag.
Versie 5edf931b842da8879bda30825e2d15f2091a5bc634ef6b9a0c4b05f41b7e4232 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Inge van Dijk