KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 1 apr 2026 · Tweede Kamer

Humanitaire hulp

Brontekst

Minister Sjoerdsma: Dat is goed, voorzitter. Als u mij toestaat, begin ik toch ook met een wat algemenere inleiding. Daarna zal ik de blokjes kenbaar maken, maar natuurlijk niet voordat ik uw Kamer heb bedankt voor de gestelde vragen. Aan het begin wilde ik een aantal algemene noties noemen. Misschien allereerst over de context die onder anderen door de voorzitter in zijn rol als SGP-woordvoerder is opgebracht. Dat is de context van de sluiting van de Straat van Hormuz en de gevolgen die die met zich meebrengt. Voor het onderwerp van het debat van vandaag zijn die enorm. Het feit dat daar geen kunstmest doorheen kan, betekent dat bij ons de prijzen stijgen, maar dat elders de voedselproductie in groot gevaar komt. Dit zijn echt cruciale maanden voor die producten. De directe gevolgen van de sluiting voelen we nu wellicht nog maar een klein beetje. Met "een klein beetje" wil ik niet bagatelliseren hoe erg we het voelen, maar ik bedoel daarmee vooral te zeggen hoezeer we de gevolgen nog later dit jaar zullen voelen. Dat is een enorme uitdaging. Dat gaat voor dit kabinet, en voor een heel groot aantal landen in de wereld, een uitdaging zijn, waar we slechts een begin van een antwoord op hebben, moet ik ook eerlijk zeggen. Het gisteren vrijgemaakte geld, de 6 miljoen euro voor de DRA en het ICRC in Libanon, is omvangrijk. Het is veel geld; ik zeg het meteen. Maar tegelijkertijd is het, gelet op de omvang van de crisis, echt een druppel op de gloeiende plaat. Dat is één. Twee. Ik vond de steun die er in de Nederlandse samenleving is — die brede steun proefde ik overigens ook in dit debat — voor humanitaire hulp, voor noodhulp, hartverwarmend. Ik was bij de campagne van War Child en Radio Veronica in Utrecht. Toen ik daar hoorde hoeveel mensen liedjes aanvroegen, hoe betrokken zij waren, hoeveel steun daar was, vond ik dat hartverwarmend en ook spreken voor de solidariteit die in Nederland heerst. Dat geeft mij hoop. Dat is twee. Ten derde misschien over de organisaties die noodhulp verlenen. Ik heb op mijn tweede dag gesproken met een aantal Nederlandse noodhulporganisaties die in Gaza actief zijn. Ik heb uitgebreid met het ICRC gesproken. Ik heb in New York met VN-organisaties gesproken. Gisteren heb ik nog met de DRA gesproken, wat echt een wereldcoalitie is. Ik kan alleen maar onder de indruk zijn van wat zij in deze tijden voor elkaar krijgen, maar ik kan ook alleen maar met afschuw kijken naar wat hun medewerkers overkomt dezer dagen en hoezeer zij doelbewust onder vuur liggen, niet meer van militaire groeperingen, paramilitaire groeperingen, terroristische groeperingen of criminele bendes, maar ook echt van staten. Als ik dat afzet tegen mijn eigen ervaringen toen ik als diplomaat bij Buitenlandse Zaken begon, dan kan ik het volgende zeggen. Ook toen leefde bij deze mensen, bij deze helden, zou ik eigenlijk willen zeggen, in Sudan of Afghanistan het sentiment en het gevoel dat ze wisten waar ze aan begonnen en dat er een risico was, maar dat risico is echt fundamenteel veranderd en dat is onacceptabel. Daarover overigens later meer, maar gewoon alleen even de cijfers: vorig jaar zijn 341 hulpverleners om het leven gekomen tijdens hun werk; 341. Dat zijn er echt 341 te veel. Ik sprak daarover met Tom Fletcher, de VN-coördinator, met Lahbib, de Eurocommissaris Noodhulp, en uiteraard met de president van het ICRC: onacceptabel. Het laatste wat ik nog wil zeggen voordat ik aan de blokjes toekom, is dit. Een groot deel van uw Kamer heeft voor de verkiezingen een stembusakkoord getekend. Ik heb het ook gezegd bij de presentatie van het AIV-rapport: aan de ene kant is het hartverwarmend om eenheid te zien, aan de andere kant is het ook megazorgwekkend dat er op dit onderwerp een stembusakkoord nodig is. Je zou dat niet willen zien, maar het is wel heel goed dat het er is, want het heeft ook geleid tot een uitstekend advies van de AIV. Ik kom daar later nog op terug, want daarover zijn een aantal vragen gesteld, onder anderen door mevrouw Dobbe. Dat advies is echt uitstekend. De afdeling binnen het ministerie heeft ontzettend haar best gedaan om voor dit debat de kabinetsreactie te sturen. Er zijn ook wat meer politieke debatten en daar zal ik uiteraard op reageren, maar de kern die vandaag voorligt, is een vraag die de premier van Canada, Carney, opwierp: hoe komt de wereld eruit te zien als we zwijgzaam accepteren dat afspraken en basisbeginselen van medemenselijkheid verloren gaan? Dat is uiteindelijk echt de kern van dit debat. Ik herhaal die vraag. We moeten staan voor die afspraken en we moeten alles wat we kunnen doen, diplomatiek, financieel en politiek, ook doen. Richting de Kamerleden: ik realiseer mij dat wij voor het debat, ook nog vlak daarvoor, een enorme hoeveelheid brieven naar u hebben gestuurd. Daar wil ik twee dingen over zeggen. Allereerst excuses dat die brieven zo laat waren, maar ik vraag ook enige coulance, gelet op de enorme hoeveelheid aanvragen die er was. Er is echt keihard gewerkt door mijn ambtenaren om ervoor te zorgen dat alles wat u wilde hebben er ook is. Alles wat niet naar uw zin is, is volledig aan mij te wijten. Dan de blokjes. Ik wil beginnen met de situatie in het Midden-Oosten en Libanon. Daar zit ook het AIV-advies in. Dan gaan we naar Sudan, vervolgens naar Gaza, UNRWA en medische evacuaties. Tot slot heb ik nog overig. Dat is niet vervelend bedoeld, maar in dat blokje zitten vragen die niet binnen een blokje passen.

Versie 5c5bdc22d056d06680a4e013645dad67348e288e012a62a7c200ad81079b1a0c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 56c0cad59c2af774

12 okt 2026 · 6435b5522024c382

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.