Fiscaliteit
Fiscaliteit
statement · 24 jun 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank u wel, voorzitter. Voor dit debat hebben we een klein primeurtje. Wij hebben vandaag namelijk samen met de ChristenUnie en 50PLUS een initiatiefnota ingediend met daarin een alternatieve visie op de giftenaftrek. Die zou ik graag na mijn inbreng, met goedkeuring van de voorzitter, willen aanbieden. Ik hoop dat die inmiddels bij de collega's binnen is, maar ik heb hem nog niet binnen zien komen. Dat zal dus zo wel gaan gebeuren. De brief van de staatssecretaris over verbetermogelijkheden voor de anbi-regeling en onze initiatiefnota raken elkaar op een interessant punt. De staatssecretaris concludeert eigenlijk dat het huidige giftenstelsel steeds ingewikkelder wordt door uitzonderingen, afbakeningen en verschillende regimes: anbi, sbbi-steunstichtingen, ondernemingen, voormalige anbi's, de culturele multiplier, periodieke giften, enzovoort, enzovoort. Tegelijkertijd kiest hij er vooral voor om het bestaande systeem beter te handhaven en te verfijnen. Onze initiatiefnota stelt ons juist voor de fundamentelere vraag: sluit het systeem nog wel aan bij de maatschappelijke werkelijkheid, uitgaande van de verwachte maatschappelijke impact? Voorzitter. Aantoonbaar wordt steeds meer maatschappelijke waarde gecreëerd door verenigingen, vrijwilligersorganisaties, sociale ondernemingen en lokale initiatieven die buiten het traditionele anbi-kader vallen. Vindt de staatssecretaris het dan nog logisch om de fiscale stimulering van geven primair te organiseren rondom ingewikkelde juridische kwalificaties? Of moeten we de giftenaftrek herontwerpen rond maatschappelijke impact? Graag zou ik de staatssecretaris willen vragen om in zijn toegezegde reactie op het rapport Beter Geven ook in te gaan op de voorstellen die wij in onze initiatiefnota doen. Voorzitter. Dan het interessante rondetafelgesprek van twee weken geleden over belastingmaatregelen ter ondersteuning van start-ups en scale-ups die belangrijk zijn voor het innovatieve klimaat dat we graag willen hebben. De VVD ging er ook al uitgebreid op in. De sprekers vroegen — in mijn eigen woorden — om hier niet te zuinig naar te kijken en vooral oog te hebben voor het hele ecosysteem waarbinnen kapitaal en talent beweegt door ons te richten op wat voor een start-up of scale-up belangrijk is, namelijk: zekerheid, uitstel totdat er voldoende liquiditeit is om de heffing te betalen en eventueel een korting. Ook werd ervoor gepleit om investeringen niet op een achterstand te zetten door in box 3 papieren winst op aandelen te belasten. Dat is een extra onderstreping van onze inzet voor uiteindelijk een volledige vermogenswinstbelasting. Ik wil de staatssecretaris dan ook aansporen om de oproepen uit de sector ter harte te nemen. Interessant is de discussie over de definitie van "start-ups" en "scale-ups". Die is relevant voor zowel de regeling voor de medewerkersparticipatie als voor box 3. Is de staatssecretaris bereid om nog eens diepgaand naar deze definities te kijken, zodat die niet te beperkend worden of het risico wordt gelopen dat belangrijke innovaties over het hoofd worden gezien? Zoals een spreker aangaf: innovatie doet zich niet alleen voor bij een deep-tech start-up, maar ook bij een start-up die door een innovatieve organisatiestructuur een hele managementlaag uit de zorg haalt. Ik wil de staatssecretaris vragen om een brief met daarin een beschouwing van de voorstellen die tijdens het rondetafelgesprek zijn gedaan. Een interessant voorstel dat één van de sprekers onlangs in het FD pitchte, is de toepassing van de Amerikaanse 409A valuation. Mijn collega van de VVD begon er ook al over. Daarbij stelt een externe waarderingsexpert de economische waarde vast van een niet-beursgenoteerd bedrijf; op basis daarvan kan dan voor de komende jaren zekerheid worden verkregen bij de Belastingdienst. Graag hoor ik een reactie van de staatssecretaris op dit praktische voorstel, dat zowel voor bedrijven als voor de uitvoering een stuk vereenvoudiging en voorspelbaarheid kan opleveren. Voorzitter. Onlangs las ik een opiniestuk over de fiscale bodemwaarde van vastgoed in eigen gebruik. Daarin werd de zorg geuit dat deze maatregel investeringen kan ontmoedigen die we juist graag willen zien. Ik denk bijvoorbeeld aan ondernemers die in hun pand ruimte maken voor batterijopslag of investeren in een hoogwaardige productieomgeving. Als zulke investeringen fiscaal minder goed tot hun recht komen, zal dat tegelijkertijd vragen om meer innovatie, verduurzaming en een hogere arbeidsproductiviteit en dan wringt dat. Herkent de staatssecretaris deze signalen? Het zou echt zonde zijn als een maatregel die ooit met een begrijpelijk doel is ingevoerd, dat inmiddels onbedoeld in de weg staat. Voorzitter. Dan het rapport over de 30 jaarstermijn van de hypotheekrenteaftrek. Wat ons betreft gaat het om een uitvoeringsprobleem en staat dat echt los van wat iedereen ideologisch gezien van de hypotheekrenteaftrek vindt. De 30 jaarsproblematiek rond de hypotheekrenteaftrek zorgt voor veel onzekerheid bij huiseigenaren. Vaak ontbreken de benodigde historische gegevens, terwijl ook banken en de Belastingdienst daar niet altijd over beschikken. Wij roepen de staatssecretaris op om met een concrete oplossing te komen. Die is nodig voor de rechtszekerheid van huiseigenaren en om toekomstige uitvoeringsproblemen en budgettaire tegenvallers te voorkomen. Voorzitter. Tot slot nog twee korte vraagjes.
Versie 9d5288ab41a931376668a6e01a38a12abf955de5b49efa046c2263226784f7ba · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Fiscaliteit
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.