KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 20 nov 2025 · Tweede Kamer

Pakket Belastingplan 2026

Brontekst

Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. Allereerst natuurlijk felicitaties aan de collega van D66 voor zijn maidenspeech, maar ik wens hem vooral veel plezier zo dadelijk. Voorzitter. Een belastingplan in sneltreinvaart door de Kamer. Het is een proces waar we overigens met elkaar heel bewust ja tegen hebben gezegd, maar dat ontslaat ons niet van een serieuze behandeling en kritisch zijn op wat voorligt. Daarom inderdaad ook dit jaar de belastingplanvierdaagse, al doen we het nu in een iets hoger tempo. Voorzitter. Het CDA heeft dit Belastingplan beoordeeld met drie belangrijke criteria in het achterhoofd, namelijk: uitvoerbaarheid, rechtsbescherming van belastingbetalers en het proces van ramingen en budgetrecht over ontvangsten. Ik begin met de uitvoerbaarheid. De staatssecretaris schrijft dat het Belastingplan uitvoerbaar is, maar schrijft ook: tegelijkertijd zit er een wereld van nuance achter de vraag wat "uitvoerbaar" is. Uitvoerbaar is wat ons betreft niet met hangen en wurgen een maatregel toch uiteindelijk kunnen uitvoeren, met alle risico's van dien. Mijn vraag aan deze staatssecretaris: hoe kun je stappen voorwaarts zetten om de basis op orde te krijgen en voor een betere uitvoerbaarheid als niet kraakhelder is wat met "uitvoerbaarheid" wordt bedoeld? Voor ons zit de uitvoerbaarheid op drie aspecten. In hoeverre dragen plannen bij aan de basis op orde krijgen binnen de ICT van de Belastingdienst? In hoeverre dragen voorstellen bij aan minder complexiteit voor inwoners en bedrijven? En wat is het aantal fte dat nodig is voor de uitvoering van het Belastingplan? Onze conclusie in het kort: de balans in dit Belastingplan is niet goed, en dat moeten we in de toekomst echt beter met elkaar gaan doen. Dat licht ik graag verder toe. Allereerst het punt van de ICT. Een breedgedragen wens van zowel Kamer, als kabinet en Belastingdienst is de basis op orde te krijgen. Dat is belangrijk voor de continuïteit, maar ook voor de wens om tot een nieuw stelsel te komen. Om dat te bereiken moet je uitvoeringstechnisch dus ruimte gaan creëren. Lees vervolgens het Overzicht uitvoerbaarheid Belastingdienst 2025. Als je alles bij elkaar optelt, kom je tot de conclusie dat tot 2028 de boel eigenlijk grotendeels op slot zit. En wat doen we met dit Belastingplan? In plaats van ruimte organiseren we juist verdringing. Voor de pseudo-eindheffing is herprioritering binnen de IV-portefeuille nodig en de differentiatie van de vliegbelasting en de multiplier in de lucratiefbelangregeling zijn ICT-technisch op korte termijn niet mogelijk — om het nog maar niet te hebben over de stroomlijning van het fiscaal inzagerecht. Daar is nog geen tijdslijn, inschatting personele inzet of kosteninschatting voor te maken, terwijl veel applicaties moeten worden gebouwd en het systeem deels handmatig zal moeten worden geladen. Voorzitter. Dan het punt van de complexiteit voor inwoners en bedrijven. We laten met dit Belastingplan inwoners en bedrijven meer gegevens aanleveren. We organiseren meer discussie over de toepassing van complexe wetgeving, met als gevolg meer bezwaar- en beroepsprocedures, en het risico op fraude neemt toe. Ik zou aan deze staatssecretaris — ik weet dat het een beetje flauw is — willen vragen: wat vindt collega Karremans ervan dat zijn regeldrukbarometer, waaruit moet blijken dat hij 500 regels voor ondernemers schrapt, na het aannemen van dit Belastingplan in de min staat? Voorzitter. Laten we ook het menselijk kapitaal niet vergeten. Dat is onmisbaar voor het goed functioneren van de Belastingdienst. Structureel zijn na accordering van dit Belastingplan — ik moest toch weer even knipperen met mijn ogen — 1.000 fte extra nodig. Het ministerie zelf zegt daarvan: werven en opleiden lukt niet goed, met name op het gebied van ICT, fiscalisten en accountants. Voorzitter. Deze discussie over de uitvoerbaarheid is natuurlijk helemaal niet nieuw. We lopen hier ieder jaar tegen aan. Maar mijn fractie vindt het steeds lastiger om hier iedere keer maar weer gewoon in mee te gaan. Want als we met elkaar menen dat we de basis op orde willen krijgen, dan zullen we deze manier van werken wel een halt toe moeten gaan roepen. Voor het CDA is het daarnaast ook steeds duidelijker dat het vernieuwen van het belastingstelsel en op de winkel passen heel lastig samengaan. Als wij op basis van deze drie essentiële onderdelen een oordeel zouden moeten geven over de uitvoerbaarheid van het belastingpakket, dan zou dat negatief uitvallen. In het kader van de uitvoerbaarheid noem ik daarom een paar maatregelen waar ik extra bij stil wil staan en waar we graag een vereenvoudiging zouden willen zien. Allereerst de verduidelijking van de fietsregeling. Daar zijn we natuurlijk hartstikke positief over, maar hoe ga je nou controleren of een bedrijfsfiets wel of niet meer dan 10% bij het woon- of verblijfadres wordt gestald? Ik zal u het antwoord verklappen: dat gaan we niet doen. Dus kunnen we dat 10%-criterium niet gewoon achterwege laten en volstaan met op te nemen dat de deelfiets niet meer dan incidenteel voor privédoeleinden mag worden gebruikt? Een beetje vertrouwen lijkt me beter dan een niet te handhaven criterium. Voorzitter. Dan de lucratiefbelangregeling. Daarbij is de ICT-ondersteuning voor de handhaving niet voor 1 januari 2029 te realiseren. Daarom is deze maatregel tot die tijd arbeidsintensief en fraudegevoelig. We weten ook dat deze maatregel samenhangt met box 3, waarvoor we een nieuw stelsel in gaan voeren, met als risico dat de aangescherpte regeling achteraf niet goed blijkt te passen. Daarbovenop komt nóg een zeer onwenselijk aspect, namelijk de aangekondigde maatregel voor aandelenopties in start-ups en scale-ups. Hun participaties worden namelijk ook vaak via lucratief belang vormgegeven. Mijn fractie zou het verstandig vinden om deze maatregel op een later moment en beter uitgelijnd met het nieuwe box 3-stelsel en de aangekondigde maatregel voor start-ups en scale-ups in te voeren. Daarom zullen we het amendement dat de VVD gaat indienen zeker steunen. Voorzitter. Dan de pseudo-eindheffing. Het kabinet wil de verkoop van nieuwe elektrische auto's stimuleren richting 100% in 2030 en denkt dit te kunnen realiseren door deze heffing in te voeren. Wij vragen ons af waarom er geen mkb-toets is gedaan en geen ATR-advies is gevraagd. Het zou namelijk zomaar kunnen dat nut en noodzaak niet kunnen worden aangetoond en dat het beoogde doel van de maatregel niet gehaald wordt, waardoor er per definitie sprake is van onnodige regeldruk. Daarnaast verwacht de Belastingdienst veel bezwaren en beroepen, met name over definities van "woon", "werk" en "privé", en is de maatregel niet fraudebestendig. Wij stellen daarom voor om deze maatregel een jaar uit te stellen en deze tijd te gebruiken om definities beter af te bakenen en advies van het ATR te vragen. Wij denken daarnaast dat een wortel, bijvoorbeeld het doortrekken van het lagere tarief in de bijtelling voor elektrische auto's, effectiever kan zijn in het behalen van het gewenste doel dan deze stok. Voorzitter. Dan de verhoging van de afvalstoffenbelasting. Dit is een technische, puur budgettaire dekking die nodig is omdat de heffing op polymeren niet wordt ingevoerd. Dat leidt tot een derving van 67 miljoen vanaf 2028. Als er geen alternatief gevonden wordt voor deze derving, dan zitten we met een maatregel die mogelijk net zo veel negatieve als positieve effecten heeft op het milieu. Deze komt grotendeels via de afvalstoffenheffing bij de burger terecht, die daar niets aan kan doen. Gisteren hebben we onze zorgen hierover uitgebreid met de staatssecretaris gedeeld. Hij heeft zijn oprechte inspanning om dit tot een goed einde te brengen uit de doeken gedaan. Wij waarderen die intenties, maar we weten allemaal: intenties zijn geen garanties. Nieuwe budgettaire voorstellen zouden zomaar wéér grote gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering. Dat is dus een stevig risico, dat wij bij accordering van dit Belastingplan wel nemen. Ik vraag me nog steeds af of dit verantwoord is. Ik ga verder naar de Wet differentiatie vliegbelasting. Hierbij gaan we werken met een tijdelijke, handmatige systematiek via het aangifteformulier. Dit heeft wederom gevolgen voor de uitvoering. Deze systematiek heb ik vorig jaar overigens exact zo voorgesteld in het kader van tariefdifferentiatie in de kansspelbelasting om de bijdrages voor sport veilig te stellen. Toen kregen we te horen dat het technisch niet mogelijk was. Dat blijkt nu dus niet waar. Tegen de staatssecretaris zou ik willen zeggen: zo ga je dus niet met de Kamer om. Zeg dan gewoon eerlijk dat je het niet wil. Dat zou ik in ieder geval meer kunnen waarderen. Kunnen we de periode tot de invoering van deze heffing niet nogmaals benutten voor een economische analyse van het effect van deze heffing als landen om ons heen hun tarieven juist verlagen, zo vraag ik de staatssecretaris. Voorzitter. Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris na mijn betoog over uitvoerbaarheid, ondersteund door deze voorbeelden, ziet dat het eenvoudiger kan en moet en mee wil gaan in voorstellen daartoe. Voorzitter. Dan ons tweede punt. Naast alert zijn op fraude en het hoog houden van de belastingmoraal dienen we ook oog te houden voor de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ik wil daar een paar dingen over zeggen. Bij het voorliggende wetsvoorstel voor stroomlijning van het fiscaal inzagerecht hebben wij de zorg dat de rechten van belastingplichtigen ondanks de beste bedoelingen toch worden ingeperkt. De bestaande bezwaar- en beroepsmogelijkheden worden teruggedraaid, waardoor de rechtsbescherming verslechtert. De staatssecretaris zegt dat er geen probleem is, omdat inwoners en bedrijven in een bezwaar- of beroepsprocedure tegen de belastingaanslag kunnen aanvoeren dat er stukken ontbreken. Maar dit argument gaat voorbij aan het feit dat het inzagerecht juist bedoeld is voor situaties waarin een belastingaanslag al onherroepelijk vaststaat, maar een belastingbetaler om welke reden dan ook alsnog zijn dossier wil zien. Denk daarbij weer aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire of aan de belastingbetaler die wil weten waarom een aftrekpost jarenlang werd geaccepteerd, maar nu ineens tot een hoge navordering met boetes leidt. Wij zouden heel graag zien dat het voorstel zo gewijzigd wordt dat de mogelijkheid tot bezwaar en beroep behouden blijft wanneer de belastingbetaler vindt dat stukken op het webportaal ontbreken. Na mijn hele pleidooi over het belang van uitvoerbaarheid van zojuist, snap ik heel goed de vrees dat de Belastingdienst overspoeld wordt met inzageverzoeken en dat hij daardoor vastloopt. Maar zijn daar nou echt geen goede, gerichte flankerende maatregelen voor te bedenken? Als invoering daarvan nu niet haalbaar is, voer ze dan desnoods op een later moment in, maar wel zoals initieel bedoeld. Voorzitter. Ik wil ten aanzien van fiscale rechtsbescherming nog twee aanvullende vragen stellen. Die gaan over de voor het CDA belangrijke individuele handelingsruimte voor de inspecteur om naar de menselijke maat te handelen. Onder andere daarom hebben wij het afgelopen jaar een initiatief ingediend voor het invoeren van een handvest voor bescherming van de rechten van belastingplichtigen en toeslaggerechtigden: een voor de uitvoering en de belastingbetaler gezamenlijke basis voor wat men mag verwachten van de uitvoering. Dat wil ook zeggen dat inspecteurs en medewerkers van de diensten op basis van deze gedragscode de ruimte die ze hebben, hopelijk ook daadwerkelijk gaan ervaren en ze die dus meer toepassen in de praktijk. Wij zijn benieuwd hoe het met de uitwerking van dit handvest staat. Wij krijgen namelijk signalen dat het nogal afwijkend is van de door ons ingediende voorstellen. Daar maken we ons serieuze zorgen over. Dus graag een update van de staatssecretaris. Onlangs viel ons in het kader van handelingsruimte ook een artikel in het FD op. Daarin stond dat de systematiek van standpunten van de kennisgroepen binnen de Belastingdienst de bevoegdheid van de inspecteur juist kleiner maakt. Het is goed dat kennisgroepstandpunten openbaar gemaakt worden. Maar wat het minder ondersteunt, is dat het voor inspecteurs verplicht is om dit standpunt te volgen in alle vergelijkbare situaties, terwijl de specifieke feiten en omstandigheden van een geval binnen de ruimte van de wet en rechtsbeginselen niet altijd hetzelfde hoeven uit te werken. Sla maar eens regelmatig een fiscaal tijdschrift open — ik weet zeker dat deze staatssecretaris dat doet — en je ziet dat praktijkexperts en wetenschappers verschillende standpunten innemen ten aanzien van wet- en regelgeving en dat kennis constant wordt doorontwikkeld. Onze vraag aan de staatssecretaris is als volgt. Is het de bedoeling dat het woord van de kennisgroep wet is? Of is het meer de bedoeling dat het als richtlijn wordt gebruikt, waarbij gemotiveerde afwijking mogelijk is? Wij vinden dat laatste namelijk belangrijk voor het borgen en stimuleren van een professioneel kritische houding van de medewerkers van de Belastingdienst. Zo blijft de dienstverlening richting burgers en bedrijven actueel en passend. Ik hoor graag hoe de staatssecretaris hiernaar kijkt. Voorzitter. Dan mijn laatste punt: raming en het budgetrecht van de Kamer. In dit geval heeft dat specifiek betrekking op de gezamenlijke hobby van volgens mij heel de Kamer: box 3. In het WGO voorafgaande aan de plenaire behandeling heb ik al gewezen op het recente rapport van de Algemene Rekenkamer over verantwoord belasten. Met betrekking tot box 3 was de derving over het eerste deel van de hersteloperatie maar liefst de helft lager dan ingeschat, namelijk 3 miljard in plaats van 6 miljard. Dat is nogal een verschil. Reeds bij de behandeling van de Wet tegenbewijsregeling, alweer enkele maanden geleden, hebben wij gewezen op de signalen van praktijkexperts dat de ramingen van het herstel te hoog zijn. Dat signaal is belangrijk, want een grote geschatte derving zorgt ook voor een grote dekkingsopgave. Daarbij moeten pijnlijke keuzes gemaakt worden, met implicaties voor de praktijk. We moeten als Kamer proberen scherp te hebben hoe ramingen tot stand zijn gekomen en waar het verschil in inzicht 'm in zit. Inmiddels zijn er zo'n 300.000 bezwaren ingediend, maar er is nog geen uitspraak te doen over of deze in lijn zijn met de ramingen. De eerste analyses hierover komen aan het einde van het jaar, als het Belastingplan al is vastgesteld. Ik snap echt wel dat ijzer met handen breken niet kan. Maar als de signalen uit de praktijk in december inderdaad waarheid blijken te worden, dan zal de Kamer zich serieus bekocht voelen. De Algemene Rekenkamer wijst er namelijk terecht op dat ook het budgetrecht over de ontvangsten een essentieel recht van het parlement is om zijn controlerende taak te kunnen vervullen. Daarom verbaast het mij, en volgens mij meerdere collega's, dat inzicht in deze ramingen voor ons zo ongrijpbaar en vaag blijft. Voorzitter. Tot slot een laatste puntje: de Wbso. Dat is een belangrijke regeling in het kader van innovatie. We hebben daar vorig jaar een amendement over ingediend. Daar willen we nu op voortborduren met een aanvullend voorstel, namelijk om de schijfgrenzen mee te indexeren binnen de regeling. De kosten van R&D staan namelijk niet stil. De schijfgrens heeft het meeste effect gehad op de investeringsbereidheid in R&D, met name vanuit het innovatieve mkb, om extra R&D-medewerkers aan te nemen. We hopen dan ook op een positief oordeel om dit te kunnen regelen. We zijn aan het knutselen aan het amendement. Zoals u niet zal verbazen, is de dekking de uitdaging. Dank u wel.

Versie e72959c56303445eeac0231eba2db90d4b9aee580efc02333d793713111ce152 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.