Uitspraak · 2 jul 2025 · Tweede Kamer
Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2025 (Wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36 725-XXIII) + Wijziging van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (36 725-M)
Brontekst
Minister Hermans: Voorzitter, dank. Voor de ordening van het debat zal ik eerst even de mapjes waarlangs ik zal antwoorden toelichten en dan begin ik. Het eerste mapje bestaat uit inleidende woorden en gaat daarnaast over de doelen en het pakket. Het tweede mapje gaat over de verduurzaamde industrie en alle vragen over de CO2-heffing. Het derde blokje gaat over de ontwikkeling van het stroomnet, de energieproductie en de SDE++. In het vierde blokje ga ik in op de gebouwde omgeving en consumenten. Tot slot is er een blokje andere onderwerpen. De medeoverheden, het Social Climate Fund, biomassa en mijnbouw komen hierbij aan de orde. Helemaal tot slot komen we bij het amendement van mevrouw Kröger. Voorzitter. De toekomst is aan landen die schoon, sterk en veerkrachtig zijn, die niet afhankelijk willen zijn van onbetrouwbare regimes voor hun energie, en die hun eigen economie kunnen blijven draaien, innovatief, concurrerend en duurzaam. Ook Nederland wil zo'n land zijn. Juist nu we om ons heen zien hoe instabiel de wereld is, wordt pijnlijk duidelijk hoe belangrijk het is dat we onze eigen energie kunnen opwekken, onze eigen keuzes kunnen maken en onze economie en werkgelegenheid hier houden. De toekomstige economie is een duurzame economie, wereldwijd, en zeker ook hier in Nederland. Daarom werken we aan een land waarin we vooroplopen op het gebied van innovatie en verduurzaming, waarin we kunnen rekenen op een betrouwbare, veilige, schone energievoorziening, waarin we minder afhankelijk zijn van onbetrouwbare landen en waarin energie betaalbaar is, voor mensen en voor bedrijven. Sterk, veilig en schoon gaan hand in hand. Een sterke, concurrerende economie is schoon en produceert zijn eigen energie. Een veilig land is niet te afhankelijk van energie uit andere landen. Een schoon land is niets zonder bedrijvigheid en veiligheid. Het kabinet zet in op verstandige maatregelen die ook na 2030 zin hebben. Met het pakket voor groene groei bouwen wij ons eigen duurzame energiesysteem op. We investeren in belangrijke technieken, warmte en elektrificatie. We maken CCS mogelijk en zetten in op de randvoorwaarden, zodat die op orde zijn voor mensen en bedrijven om te kunnen verduurzamen. Voorzitter. Onze bedrijven en industrie willen verduurzamen. Ze hebben de kennis, de mensen en de ambitie. Maar ze hebben ook onze steun nodig, want als zij niet mee kunnen doen, staan de klimaatdoelen op losse schroeven. Daarmee verliezen we werkgelegenheid, innovatie en onze economische kracht. Het doel dat we voor ogen hebben, is helder: een sterk, schoon en veerkrachtig Nederland. Daar moeten we nu in investeren, niet met abstracte beloftes, maar met concrete stappen. Voorzitter. In dat kader hebben mevrouw Postma, de heer Grinwis en mevrouw Teunissen de vraag gesteld of het pakket dat er ligt voldoende is om de doelen te halen. Zij willen weten of ik in de komende periode eventueel nog met aanvullend beleid kom. Mevrouw Postma vroeg heel concreet: maakt mevrouw de minister nog voor Prinsjesdag een ronde langs collega's? We hebben in het hoofdlijnenakkoord afgesproken dat we ons houden aan de gemaakte afspraken op het gebied van de klimaat- en energiedoelen. Ik deel de noodzaak, zoals die eigenlijk door eenieder van u geschetst is, dat je klimaat- en energiemaatregelen moet nemen en moet blijven nemen in alle sectoren. Het PBL heeft in de KEV van 2024 aangegeven dat onze doelen niet binnen bereik zijn. Dat had te maken met maatregelen die geschrapt waren. Maar het kwam ook doordat maatregelen waar we al eerder afspraken over gemaakt hadden, ook in vorige kabinetten, nog niet tot uitvoering waren gebracht. Een ander belangrijk punt uit de KEV waren de barrières in de uitvoering. Dat zijn diverse knelpunten; daar kom ik zo bij de verschillende vragen nog uitgebreider op terug. De nieuwe Klimaat- en Energieverkenning, die dus een doorrekening maakt van het pakket zoals dat eind april naar de Kamer is gestuurd, komt met Prinsjesdag uit. Op verzoek van de Kamer — ik benadruk nog maar eens dat ik dat ook een logisch verzoek vond — wordt die naar voren gehaald. Die komt dus niet meer in oktober, maar met Prinsjesdag. Ik kan nu nog niet vooruitlopen op wat daar precies uitkomt. Dat zien we dan in september. Tegen mevrouw Postma zeg ik het volgende. Ik ga dus niet nu op voorhand een ronde maken langs alle ministeries of alle collega's, zoals ik dat eigenlijk nog maar kort geleden heb gedaan. Ik heb heel intensief gesproken met collega's. We hebben de lijsten met maatregelen, met opties die er zijn, heel precies en secuur doorgelopen. Indachtig de knelpunten die je nu ziet in de uitvoering, hebben we afwegingen gemaakt. Wat is nu wel of niet logisch om te doen? Wat is nu wel of niet uitvoerbaar en haalbaar, zeg ik ook in de richting van de heer Vermeer, natuurlijk ook met het oog op betaalbaarheid voor zowel mensen thuis als bedrijven. De heer Vermeer vroeg mij of ik de jaartallen van het klimaatbeleid niet opnieuw moet bekijken in het licht van de realiteit …
Versie 2ab68042a89779afdf0d50f892165f8063975ca2b8d3ddee2feb9f506779e2e7 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.