KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 28 sep 2026 · Tweede Kamer

Personeel

Brontekst

De heer Peter de Groot (VVD): Dank u wel, voorzitter. Defensie groeit en dat is hard nodig om gereed te kunnen staan nu we zien dat het dreigingsbeeld in Europa en voor Nederland in een snel tempo aan het veranderen is. Defensie moet opschalen. Hoofdtaak één van Defensie, het beschermen en verdedigen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten, vraagt om een parate krijgsmacht en een sterke pijler in de NAVO. Dat betekent meer militairen en een weerbare samenleving. Dat betekent overigens ook dat we pal achter Oekraïne moeten blijven staan en dat de steun aan Oekraïne door moet blijven gaan. De vraag van vandaag is dan ook of Defensie snel genoeg groeit om die belangrijke taak straks ook echt uit te kunnen voeren. De Defensienota gaat uit van 102.000 mensen in 2030 en daarna een verdere groei naar 122.000 mensen. Tegelijkertijd staan er nog veel vacatures open. Afgelopen juli waren er zo'n 8.000 tot 10.000 vacatures voor beroepsmilitairen. Er mag geen grotere organisatie op papier ontstaan: het is zaak om in de praktijk meters te blijven maken. Voor de VVD telt daarom het resultaat. Hoeveel mensen zijn er gekeurd, opgeleid, behouden en daadwerkelijk inzetbaar? Waar loopt het nu precies vast? In het vorige personeelsdebat spraken we over keuringscapaciteit, instructeurs, opleidingen, behoud na FLO, hybride banen en ga zo maar door. We kunnen niet bij ieder debat opnieuw vaststellen dat er knelpunten zijn. Er moet zichtbaar tempo komen. De Kamer heeft inmiddels van het kabinet een tijdlijn voor de komende jaren ontvangen. Wil de staatssecretaris daarom ook vanaf de volgende Stand van Defensie per jaar laten zien hoe de realisatie zich verhoudt tot het pad? Wil hij ook niet alleen de aantallen medewerkers tonen, maar ook de vervulling van schaarse functies en het aantal mensen dat na opleiding daadwerkelijk beschikbaar is voor inzet? Als Defensie niet op koers ligt, wil de VVD namelijk graag weten hoe groot het verwachte tekort is en welke maatregel dat tekort gaat verkleinen. Wat zijn vandaag eigenlijk de drie grootste knelpunten in de keten? Zo kan ik wel even doorgaan, maar het gaat dus over de overgang van papier naar praktijk. Ik heb nog één specifieke vraag daarover aan de staatssecretaris: welke rol kunnen schoolstages nog spelen in het wekken van voldoende belangstelling voor Defensie en wat er speelt in de wereld? Daar ging de discussie net ook al over. Ik vraag de staatssecretaris graag om concrete antwoorden op deze vragen. Voorzitter. Ondanks de nadruk dat er meer militairen bij moeten komen bij Defensie, wil ik dit moment ook graag gebruiken om iedereen die dag en nacht werkt, waar ook ter wereld, om ons land en dat van de bondgenoten veilig te houden, te bedanken en te zeggen dat we pal achter het werk staan dat jullie doen. Dank jullie wel. Voorzitter. Dan mijn tweede punt: het behouden van waardevolle kennis en ervaring binnen Defensie. Met het arbeidsvoorwaardenakkoord zijn er namelijk stappen gezet. Mensen kunnen onder meer vrijwillig langer doorwerken en de overgang naar de reserve wordt aantrekkelijker. Dat is verstandig, maar ook hierbij heb ik de vraag: is inzichtelijk welke resultaten dat gaat opleveren? Hoeveel ervaren militairen verwacht de staatssecretaris hierdoor langer te behouden? Hoeveel uitstromers worden daadwerkelijk reservist? Juist de ervaring van instructeurs en specialisten kunnen we ons niet veroorloven te verliezen; dat zien we gewoon. Defensie vist namelijk in dezelfde vijver als de politie en de andere veiligheidsdiensten. De groei van Defensie is noodzakelijk, maar mag wat de VVD betreft niet ten koste gaan van onze binnenlandse veiligheid. Hoe stemt de staatssecretaris zijn werkzaamheden af met de rest van de veiligheidsketen om het ontstaan van algemene tekorten te voorkomen? Dan een derde punt voor vandaag: de zorg voor vrouwelijke militairen. Als vrouwen kiezen voor Defensie, moeten we er ook voor zorgen dat ze er kunnen blijven. Dat vraagt natuurlijk om passende kleding en uitrusting en een veilige werkomgeving, maar zeker ook om zorg die aansluit bij hun gezondheid. Defensie noemt reproductieve gezondheid en de overgang inmiddels als onderwerpen waar passende medische zorg nodig is, maar daarmee weten we niet welke deskundigheid de militair in de praktijk kan bereiken. Er zijn praktijkvoorbeelden genoeg van dingen waar vrouwelijke militairen nog steeds mee worstelen. Het roept bijvoorbeeld de vraag op welke specifieke zorg en begeleiding er binnen Defensie is en geboden wordt rondom gynaecologische klachten, vruchtbaarheid, zwangerschap en de overgang. Wanneer wordt verwezen naar de civiele zorg? Wie houdt dan de regie als een klacht gevolgen heeft voor de opleiding en de daadwerkelijke inzet? Is in kaart gebracht waar vrouwen nu tegen wachttijden of ontbrekende expertise aan lopen? Ik heb daar nog één concrete vraag over. Hoe kijkt de staatssecretaris naar het carrièrepad van vrouwelijke militairen? Is hij bereid om bijvoorbeeld specifiek blootstelling aan grote krachten die bij het militaire werk komen kijken, verder te onderzoeken? Een mooi voorbeeld is dat in het Amerikaanse leger vrouwen een budget krijgen om bijvoorbeeld hun eicellen in te vriezen. Voorzitter. Punt vier. Defensie hoeft niet iedere specialist voltijd op de loonlijst te hebben. Dat brengt me bij de hybride loopbanen. Technische en digitale kennis is schaars. De kennis is al aanwezig in bedrijven en bij andere overheden. De Kamer heeft in juli de motie van mij en collega Jagtenberg aangenomen om belemmeringen voor hybride loopbanen weg te nemen en actief mensen te werven die militaire deeltijd combineren met een civiele baan. De vraag is welke belemmeringen die Defensie sinds het aannemen van die motie concreet heeft gevonden, inmiddels zijn weggenomen en welke nog om een besluit vragen. Specifiek heb ik nog een vraag aan de staatssecretaris. Naar welke beroepsgroepen kijkt Defensie specifiek voor de gerichte werving? Hoeveel functies worden in 2027 ingevuld met hybride banen? Voorzitter, ik ga naar een slot. Punt vijf: de verbinding met de samenleving. Veel collega's spraken daar al over. Het gaat over het dienjaar, Defensity College en de Nationale Weerbaarheidstraining. Die kunnen namelijk mensen voor Defensie winnen. Ze kunnen ook het begrip vergroten van wat onze veiligheid vraagt. Dat is waardevol. Maar laten we ook hier toetsen wat wel en niet werkt. Hoeveel deelnemers blijven er na afloop van deelname hieraan nou eigenlijk verbonden aan Defensie? Hoe meet de staatssecretaris of deze programma's bijdragen aan de weerbaarheid en betrokkenheid buiten Defensie? Voorzitter. De VVD ziet de noodzaak om Defensie te laten groeien. Dat vraagt om scherp zicht op de uitvoering; dat merkt u al in mijn bijdrage. Ik vraag de staatssecretaris daarom vandaag om drie dingen: een eerlijk beeld van het verwachte personeelstekort richting 2030, concrete termijnen voor de acties die al zijn aangekondigd en een manier om de Kamer regelmatig te laten zien hoeveel extra inzetbare capaciteit die acties opleveren. Dan kunnen we namelijk niet alleen vaststellen dat Defensie groeit, maar ook of Nederland daadwerkelijk veiliger wordt. Dank u wel.

Versie 801d4ec1b94320a3961a1f7864363833d8002bfdb40d949e4dd99a46cad33f74 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van debat · Officiële koppeling

Personeel

Personeel

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.