Begrotingsonderdeel Handel
Begrotingsonderdeel Handel
statement · 5 okt 2026 · Tweede Kamer
Minister Sjoerdsma: Voorzitter, dank. Uiteraard ook dank aan de Kamerleden voor de gestelde vragen. Misschien even ter structurering: ik zal een korte algemene inleiding doen, dan China, dan de VS, dan handelsakkoorden, inclusief instrumentarium, dan afhankelijkheden, dan imvo en daarna nog overige gestelde vragen. Voorzitter. Ik denk dat het heel goed is dat wij vandaag praten over het handelsdeel van de BHOS-begroting. Sommigen van u hebben eraan gerefereerd: een derde van het inkomen is afhankelijk van handel. Het is een enorme kracht die Nederland heeft. Het is een van de belangrijkste redenen waarom Nederland de achttiende economie van de wereld is en waarom wij meedraaien met de economische top. Dat is natuurlijk voor een heel groot deel te danken aan al die Nederlandse ondernemers die je overal ter wereld vindt. Laten we dat ook helder hebben. Een van de mooiste verschijnselen, die ik ook weer in deze baan heb mogen zien, is dat waar ter wereld je ook komt, er geen plek te gek, te gevaarlijk of te ingewikkeld is of je vindt er een Nederlandse ondernemer die denkt: ik zie hier toch een kans; laat ik ervoor gaan. Dat is één. Twee. Enkelen van u hebben gesproken over het doel van handelen, laat ik het zo zeggen. Zeker in deze tijden … De meesten van u hebben het aangeraakt: de tijden zijn veel geopolitieker geworden dan ze waren. Dat betekent dat handel daar ook onder lijdt. Laten we daar ook helder over zijn. "Weaponise" is een Engels woord, maar laten we zeggen: het gebruiken van toeleveringsketens en het inzetten van extraterritoriale maatregelen maken dat handelen in deze wereld niet meer zo eenvoudig is als het was. Het was natuurlijk al nooit heel eenvoudig, want over de grens zie je verschillende standaarden en verschillende soorten regelgeving, maar je merkt in toenemende mate dat het ingewikkeld is. Handel heeft een doel op zich, namelijk dat je aan je verdienvermogen werkt en banen creëert. Dat is ongelofelijk belangrijk. Daarnaast zien we in deze geopolitieke tijd dat handelsverdragen en andere zaken goed in te zetten zijn en ook goed ingezet worden om doelstellingen te behalen die daaromheen van groot belang zijn. Ik zal daar straks wat uitgebreider op terugkomen. Je ziet dat handel inderdaad steeds politieker en dus ook onvoorspelbaarder wordt. Misschien toch, voordat ik de blokjes afga: aan de VS-kant zien we dat een van onze belangrijkste handelspartners onvoorspelbaar is geworden op het gebied van heffingen. Ik denk dat de meeste Nederlandse bedrijven nog wel concurrerend kunnen omgaan met het feit dat heffingen worden ingesteld, maar het feit dat die heffingen zo onvoorspelbaar zijn en soms van dag tot dag lijken te veranderen, maakt het voor hen echt wel lastig. Dat zie je meteen terug in de cijfers. We zagen de exportcijfers van afgelopen jaar. De hoeveelheid export naar de Verenigde Staten is gedaald met 4 miljard, terwijl ons algehele exportcijfer is gegroeid. Dat zegt veel. Dat is natuurlijk teleurstellend, omdat het kansen voor ons bedrijfsleven, maar ook kansen voor de versterking van de samenwerking met de Verenigde Staten, helaas ondermijnt. Aan de andere kant — diversen van u hebben daar ook op gewezen — zien wij China, dat aan de ene kant enorm concurrerend is, natuurlijk ook dankzij de enorme bevolkingsomvang die het heeft, en aan de andere kant vanwege oneerlijke concurrentie in de vorm van staatssteun, staatssubsidies, overcapaciteit kan exporteren, die vervolgens verwoestend uitpakt voor bepaalde sectoren van niet alleen de Europese economie, maar ook elders. Ik zal daar later iets langer bij stilstaan. Dat maakt het ongelofelijk belangrijk dat Nederland en de Europese Unie een aantal zaken doen. De eerste — bijna iedereen van u heeft dat genoemd — is de diversificatie van onze handelsrelaties en zo snel mogelijk zo veel mogelijk handelsverdragen sluiten. Dat is ongelofelijk belangrijk. De tweede —een aantal van u zijn daar ook op ingegaan — is afhankelijkheden en onze kwetsbare positie zo veel mogelijk afbouwen, natuurlijk met realisme, omdat je, als je kwetsbaar bent, ook chanteerbaar bent, tussen aanhalingstekens. Dat is ook niet goed voor je economische positie. Dat brengt me, zeker niet last but least, bij een van de beantwoordingsblokjes. Dat maakt dat dit kabinet maatschappelijk verantwoord ondernemen zo belangrijk vindt, vanuit het oogpunt van mens en milieu, maar ook vanuit het oogpunt van de weerbaarheid. Als onze bedrijven goed weten hoe ketens in elkaar zitten, dan zijn ze ook weerbaarder tegen schokken en tegen maatregelen van anderen. Dan zijn ze er beter op toegerust om hun bedrijfsmodel en hun verdienmodel in stand te houden. Voorzitter. Dat brengt me ook — ik doe dit toch even in de inleiding, want ik wilde er geen apart kopje van maken — bij het pleidooi van de heer Hoogeveen over de regeldruk die hiermee samenhangt. Ook anderen spraken daar kort over. Laat ik in algemene zin zeggen dat het kabinet het aanpakken van regeldruk en de noodzaak tot vermindering daarvan deelt. Ik zou ook graag naar het coalitieakkoord van dit kabinet verwijzen. Het ministerie van Economische Zaken heeft de coördinatie om regels te schrappen, minimaal 500 per jaar. Dat zijn echt belangrijke en ambitieuze regelreductietargets per ministerie. Volgens mij is er deze maand een debat tussen de Kamer en het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Binnenlandse Zaken over deze agenda. Ik denk dat dat een belangrijk moment is om een aantal van de punten die de heer Hoogeveen hier heeft gemaakt ook daar te maken, want ik moet ook opmerken dat dit ministerie aan onze kant slechts beperkte wet- en regelgeving kent. Het merendeel van die regels die worden genoemd, liggen natuurlijk ook bij andere departementen. Dat laat onverlet dat we kritisch moeten kijken naar de regeldruk van dit departement. Daarbij moet ik wel het volgende zeggen. De CSDDD is bijvoorbeeld nog geen bestaande wetgeving. Bij de implementatie van deze richtlijn wordt zeer scherp gekeken naar regeldruk. Hetzelfde geldt voor de CSRD, die onder Financiën en Justitie en Veiligheid valt. Als ik dan kijk naar de verzoeken van de heer Hoogeveen over bijvoorbeeld het instrumentarium, dan zie ik, kijkend naar de evaluatie, juist dat bedrijven zeggen dat het handelsinstrumentarium als zeer open en toegankelijk wordt gezien en dat er over het algemeen tevredenheid over is. We zijn natuurlijk ook nadrukkelijk aan het kijken naar hoe we de doorlooptijd van exportvergunningen kunnen verlagen. Ik denk dat dat voor dual-use eigenlijk behoorlijk goed gaat, maar ik ben uiteraard altijd bereid om specifieke zaken die te lang blijven liggen onder de aandacht te brengen. Met wapenexport zijn er ook aantal versnelde procedures, maar zal er af en toe ook heel goed getoetst moeten worden om echt te voorkomen dat er dingen gebeuren waarvan ik zeker weet dat de Kamer niet wil dat ze gebeuren. Die dereguleringsagenda die de heer Hoogeveen noemt, ligt dan ook met name op het gebied van EZK en BZK. Dat neemt niet weg dat we een aantal dingen al doen. Het CBS verkleint bijvoorbeeld de selectie van bedrijven voor de statistieken van internationale handel en goederenimport met een kwart, waardoor 1.800 bedrijven deze statistieken niet meer hoeven in te vullen. Ik wil wel de oproep doen — dat vind ik namelijk zelf ook wel een interessante — om even goed te kijken of er nog er ruimte zit bij ons om dingen te vergemakkelijken. Ik ga het dan even onder de agenda van die 500 regels scharen Ik hoorde wel een aantal voorbeelden van: vijf keer dezelfde informatie indienen en telkens nieuwe informatieverzoeken. Daar wil ik wel even naar kijken om te zien of er nog winst te behalen valt. Ik moet ook zeggen dat ik van de voorbeelden die de heer Hoogeveen noemde soms ook weleens dacht: dat is ook wel een mooi voorbeeld van wat Nederland allemaal heeft. We gingen even Invest International, Atradius en diverse andere dienstverleningsorganisaties langs, waar de oordelen dus best wel positief over zijn en waar, als je dat even doorloopt, de hele bandbreedte, van een beginnend bedrijf in Nederland tot multinationals, op een goede manier gebruik van kan maken om ook in het buitenland een maximale positie te veroveren, laat ik het zo zeggen. In dit blokje wil ik ook de vraag van mevrouw Maes beantwoorden over waarom wij vasthouden aan de WTO als een kernverband. Zij noemde dat "tegen beter weten in". Misschien is het tegen beter weten in, maar laat ik daar ook het volgende bij zeggen. Ja, mevrouw Maes heeft ontegenzeggelijk gelijk als zij zegt dat het tegenwoordig in WTO-verband moeilijk is om tot nieuwe afspraken te komen. Toch zie ik nog steeds wel afspraken tot stand komen, maar dan in plurilaterale vorm. Toch vindt nog steeds ruim driekwart van het multilaterale handelssysteem plaats via de regels van de WTO. Toch worden de handelsverdragen die de Europese Unie verder afsluit eigenlijk gebouwd op de WTO-handelsregels. Dat bouwwerk, dat fundament, is dus nog steeds van cruciaal belang. We zien natuurlijk dat met name de VS en China hier ingewikkeld in zijn. Als je die regels opgeeft, of als we doen alsof de WTO die centrale positie niet meer heeft, dan hebben we vervolgens niks meer om deze landen aan te houden. Dat vind ik cruciaal. Ik snap de mitsen en maren die je nu bij deze organisatie kunt plaatsen, heel goed. Ik snap ook heel goed hoe het eraan toegaat. Maar als we deze organisatie als Europese Unie ook loslaten, wordt het een soort free for all. Dan keren we terug naar een wereld waarin iedereen zelf zijn eigen handelsregels maakt. Ik weet wel wat de effecten op het wereldwijde groeivermogen dan zijn. Die zullen dan zeer negatief zijn. Misschien is het half tegen beter weten in, maar net zoals we het bij de VN doen, denk ik dat het vasthouden aan de multilaterale afspraken cruciaal is en echt in ons belang. Dat was mijn inleiding, voorzitter. Ik wil overgaan op China.
Versie bd2cbbe3064570f3f392a5abcfbf5f368f2688cbc105c2eec3b72af4cff534c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Begrotingsonderdeel Handel
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.