KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 okt 2026 · Tweede Kamer

Begrotingsonderdeel Handel

Brontekst

De heer Hoogeveen (JA21): Dank u, voorzitter. We kijken vandaag naar een radicaal andere BHO-begroting dan vorig jaar. Er springt meteen in het oog dat er 1,1 miljard aan ontwikkelingshulp bij komt voor de komende drie jaar, maar daar hebben we het vandaag niet over. Vandaag gaat het over het belangrijkste begrotingsonderdeel, namelijk handel. Voorzitter. We memoreren in deze commissie vaak, maar eigenlijk nog niet vaak genoeg, dat een derde van ons nationale inkomen en onze werkgelegenheid te danken zijn aan handel met het buitenland. Vrijhandel is onze bread and butter. Maar dat verdienvermogen staat onder druk. Dat komt niet alleen door handelspartners die tariefmuren opwerpen en dirigistische industriepolitiek bedrijven, maar ook door onszelf, door een overwoekerend woud aan opgelegde regels. Ook hier zien we iets bij de overheid dat ik graag vergelijk met zelfrijzend bakmeel, en dat terwijl het kabinet, in al haar wijsheid, deregulering juist tot een van haar speerpunten heeft gemaakt. De Handelsbegroting lijkt daarbij helaas buiten schot te blijven, en dat in deze geopolitiek woelige tijden, waarin we het ons niet kunnen veroorloven om bedrijven met een nog grotere rugzak de wereldmarkt op te sturen. Het gaat telkens over een gelijk speelveld, maar laten we dan eens meegaan met een Nederlandse onderneming die daadwerkelijk zaken wil doen buiten Europa. Er is een markt, er is een koper en er is een wil om te leveren. Dan begint al het uitzoekwerk. Die zoektocht is in eerste instantie het gevolg van wat de laatste decennia in Brussel bedacht is. Indachtig het Brussel-effect zou Europa zo'n grote afzetmarkt zijn dat we onze normen ook buiten Europa konden laten gelden. Zo kwamen achter elkaar de CSRD, de CSDDD, ETS en het daaruit volgende CBAM, de Forced Labour Regulation ... Zo kan ik nog wel even doorgaan. Ze zijn allemaal verschillend van aard, maar hebben bij elkaar opgeteld dezelfde uitkomst: er moet meer informatie worden verzameld, er moeten meer ketens inzichtelijk worden gemaakt, er zijn meer rapportageverplichtingen en er wordt meer verantwoordelijkheid neergelegd bij het Europese bedrijf. Voorzitter. Buiten de formele reikwijdte vallen betekent niet dat je geen regeldruk ervaart. Grote bedrijven en financiers schuiven informatievragen immers ook weer door naar hun leveranciers. Juist het mkb heeft niet de complianceafdelingen waarmee grote multinationals dit wél kunnen opvangen. Gelukkig is Brussel zich er inmiddels in den brede van bewust dat aan dit alles een prijskaartje hangt. Het water staat bedrijven inmiddels tot aan de lippen. Het woord "concurrentiekracht" is daarmee noodgedwongen weer in de mode geraakt. Dus worden regels via Omnibuspakketten in alle haast teruggesnoeid. Dat is terecht, maar dan is het wel handig als Nederland daar vervolgens niet zelf weer verdiepingen bovenop bouwt. Zodra ons bedrijf eenmaal uit het Brusselse labyrint is, waar natuurlijk nog de naleving van sancties en exportcontroles bovenop komen, besluit men: de Nederlandse overheid zegt ons te willen helpen bij het internationaal ondernemen, dus laten we kijken wat zij te bieden heeft. Men schrijft zich in voor een handelsmissie. Daar verschijnt op de bijsluiter dat bedrijven bij RVO-missies moeten verklaren volgens de OESO-richtlijnen te handelen. RVO biedt daarbij een heuse mvo-zelfscan aan. Ik heb hier eerder al eens met de minister van gedachten over gewisseld. U ziet: OESO-richtlijnen heten "richtlijnen", maar wie bijvoorbeeld alleen al met de overheid op handelsmissie wil, ontkomt er niet aan. VNO-NCW en MKB-Nederland schrijven dat het ondanks alle moeite logisch is dat er geen stijging meer zit in het aantal bedrijven dat de OESO-richtlijnen onderschrijft, omdat — ik citeer — "men de juridische implicaties van deze brede richtlijnen gewoonweg niet goed meer kan overzien". Men ziet door de bomen het bos niet meer. Voorzitter. Er wordt een project gevonden. Krijgt men de financiering echter niet rond, dan komt Invest International in beeld. Ook daar gaat de beoordeling inmiddels veel verder dan de vragen: Is dit een goed bedrijf? Is dit een levensvatbaar project? Draagt het bij aan economische groei? Komt het geld terug? Voor mkb en mid-corporates geldt bijvoorbeeld dat de onderneming impact moet creëren op een of meerdere Sustainable Development Goals, met bijzondere aandacht voor duurzame economische groei en klimaatweerbaarheid. Voor financiering wordt daarnaast de ESG-benadering van het bedrijf beoordeeld. Aan de andere kant staan harde uitsluitingen. Invest International financiert volgens zijn uitsluitingslijst geen kolenprojecten en geen ontwikkeling van olie- of gasreserves.

Versie bd2cbbe3064570f3f392a5abcfbf5f368f2688cbc105c2eec3b72af4cff534c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.