KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 okt 2026 · Tweede Kamer

Begrotingsonderdeel Handel

Brontekst

Minister Sjoerdsma: Dan imvo. Ik ben het overigens helemaal eens met mevrouw Kröger dat dat geen randverschijnsel is. Het was gewoon een grote groep vragen. Misschien zeg ik hier in algemene zin toch iets over de kern. De kern hierbij is dat bedrijven hun keten zo goed mogelijk moeten kennen om ervoor te zorgen dat mens en milieu profiteren en niet onnodig lijden — laat ik het zo zeggen — maar ook om weerbaar te zijn. Ik vind dit een belangrijke toevoeging. Soms merk ik dat mvo of imvo wordt gezien als een tierelantijn, als iets extra's of als iets wat vooral hinderlijk is. Ik denk dat het tegenwoordig echt een essentieel onderdeel van de bedrijfsstrategie is, of zou moeten zijn waar het dat nog niet is. Als je het al niet zou doen vanuit de idealen die daarmee samenhangen, dan zou je het zeker moeten doen vanuit je eigen verdienvermogen. Dat is één. Twee. Er komen natuurlijk twee heel belangrijke Europese wetten aan, die ook door velen zijn genoemd: de CSDDD en de Anti-dwangarbeidverordening. Ik beoog beide uitvoeringswetten in de loop van 2027 naar uw Kamer te sturen. Mevrouw Kröger vroeg in dit kader hoe het kabinet de verhouding ziet tussen aan de ene kant de CSDDD en aan de andere kant de Wzk die is aangenomen, dus de wet inzake kinderarbeid. Daarover een aantal zaken. De Wzk is in 2019 aangenomen, maar niet in werking getreden, omdat verschillende onderdelen nog moesten worden uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur. Dat is uiteindelijk niet gedaan, naar ik begrijp onder Rutte IV, omdat het kabinet-Rutte IV destijds koos voor Europese wetgeving om het gelijke speelveld te versterken en ook omdat de CSDDD in brede zin de mensenrechten- en milieurisico's, en dus ook kinderarbeid, dekt. De inzet van dit kabinet is dan ook om, als het zover komt, de Wzk te vervangen door de Wet internationaal verantwoord ondernemen, de uitvoeringswet van de CSDDD. Mevrouw Kröger vroeg in dit kader ook naar de klimaatplannen en de CSDDD. Het moge helder zijn dat het kabinet klimaatbeleid voert dat gericht is op Europese en nationale klimaatdoelen, zodat Nederland zijn bijdrage levert aan de doelstellingen van het Parijsakkoord. Dat beleid is gericht op een effectieve, efficiënte en rechtvaardige transitie. Er is al een regelgevend kader om bedrijven te verplichten en te stimuleren de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Via de CSRD moeten bedrijven rapporteren over klimaat. Klimaat blijft ook onderdeel van de CSDDD over de band van mensenrechten en milieu. Bedrijven moeten hun activiteiten onderzoeken op risico's op nadelige gevolgen voor mensenrechten en het milieu en passende maatregelen treffen om deze te voorkomen. Mevrouw Kröger weet ook dat voor het Nederlandse standpunt geen draagvlak bleek tijdens de onderhandelingen over Omnibus I. Helaas werkt het soms zo in de Europese Unie. Dan vroeg mevrouw Kröger ook naar de kritieke grondstoffen, de lokale productiestandaarden en de budgetten die daarmee samenhangen in deze begroting. Uiteraard deelt het kabinet de noodzaak om in te zetten op verantwoorde grondstoffenketens en het verbeteren van lokale productiestandaarden. Dat is ook een randvoorwaarde van de Nationale Grondstoffenstrategie. Wij dragen bij aan diverse internationale en multistakeholderpartnerschappen voor duurzame grondstoffenketens. Vanuit beleidsartikel 1.3 is dat ongeveer 5 miljoen en vanuit beleidsartikel 1.1 wordt met ongeveer 27 miljoen euro ingezet op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uiteraard vallen onder sectorale samenwerking ook het metaalconvenant en het renewable energy agreement. Mevrouw Kröger vroeg ook naar de verankering van de OESO-richtlijnen in andere subsidies en aanbestedingen buiten het BHOS-instrumentarium om. Zij heeft gelijk dat die OESO-richtlijnen cruciaal zijn bij het BHOS-instrumentarium. Leveranciers die aan het Rijk leveren, worden via het beleid ook verplicht om in tien risicocategorieën risico's in de keten te identificeren en waar mogelijk aan te pakken. Dat gaat over IT, koffie, kleding en dat soort zaken. Wij wijzen in alle gesprekken met andere departementen op de wenselijkheid om de imvo-voorwaarden mee te nemen, maar het is wel aan de bewindspersonen van deze departementen zelf om de OESO-richtlijnen al dan niet als voorwaarde te stellen. De heer Hoogeveen vroeg in dit kader ook nog naar de cumulatieve regeldruk van de CSDDD, de Forced Labour Regulation en de conflictmineralenverordening. Het is in eerste instantie natuurlijk aan de Europese Commissie om daar een impactassessment voor uit te voeren en de regeldruk in kaart te brengen. Voor de nationale uitvoering zal het kabinet dit ook doen. Dat geldt voor de Wet internationaal verantwoord ondernemen en de wet dwangarbeid. De bedrijfseffectentoetsen daarvan zijn al uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het proportioneel is ten aanzien van wat het beoogt te doen. Maar ik snap de vraag of het alles bij elkaar opgeteld niet te veel is. De heer Hoogeveen vroeg ook om per instrument in kaart te brengen welke eisen uit wetgeving voortvloeien, welke uit internationale afspraken voortvloeien en welke als beleidsvoorwaarden zijn toegevoegd. Het naleven van de OESO-richtlijnen is verplicht voor het gehele handelsinstrumentarium. Dat is uniform beleid. Er wordt een steekproef uitgevoerd, waarbij de overheid informatie inwint bij een bedrijf aan de hand van openbare bronnen. Er wordt ook gecheckt of een bedrijf activiteiten onderneemt die voorkomen op de FMO-uitsluitingslijst. Voor een aantal specifieke instrumenten, waaronder een economische missie voor bedrijven, wordt er in geval van hoog risico, dus niet altijd, ook gevraagd om een zelfscan in te vullen. Die checks zijn risicogebaseerd en proportioneel. Uitvoerbaarheid is hier namelijk echt van groot belang. Daar vroeg de heer Hoogeveen volgens mij ook naar. De heer Bamenga vroeg nog naar de huidige subsidieprogramma's voor sectorale samenwerking tot en met 2029 en daarna. Het kabinet verkent uiteraard graag de mogelijkheden om het subsidieprogramma Sectorale Samenwerking na 2030 voort te zetten, ook in het licht van de Europese wetgeving die komt voor het maatschappelijk verantwoord ondernemen. We wachten wel de IOB-evaluatie af. De resultaten daarvan komen volgend jaar naar uw Kamer. Mevrouw Maes vroeg naar de bevordering van de stimulering van lokaal ondernemerschap. Daar zetten we natuurlijk nadrukkelijk op in onder het BHOS-beleid, in grote lijnen door het ondernemersklimaat te verbeteren, door regelgeving, infrastructuur, kennis, vaardigheden en waardenketens te versterken en door toegang tot financiering te vergroten. We richten ons wel op sectoren waar Nederland een duidelijke meerwaarde heeft. De heer Hoogeveen vroeg nog iets over CSDDD en zuiver en lastenluw. Ja. In het kabinetsbeleid staat dat de CSDDD zuiver en lastenluw wordt geïmplementeerd. Het commentaar en advies van onder andere het bedrijfsleven wordt momenteel verwerkt. Ook de genoemde punten over keten en klimaat worden daarin meegenomen. Daar kom ik later op terug bij de uitvoering van deze wetgeving. De doorlooptijden hebben we gehad. Voorzitter, daarmee ben ik aan het einde gekomen van het blokje maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Versie bd2cbbe3064570f3f392a5abcfbf5f368f2688cbc105c2eec3b72af4cff534c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · c06e7f5a560b9470

12 okt 2026 · edc2ecbb24116891

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.