KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 5 okt 2026 · Tweede Kamer

Begrotingsonderdeel Handel

Brontekst

Mevrouw Maes (VVD): In de toelichting op zijn beleidsbrief schreef de minister dat hij bij de Europese Commissie zal aandringen op aanvullende handelsverdragen op het gebied van grondstoffen. Dat is een mooi streven en ook bittere noodzaak voor de Nederlandse en Europese energietransitie, de digitale transitie en de defensie-industrie. Waar ligt de prioriteit van de minister ten aanzien van die aanvullende handelsverdragen? Dan ons nationale exportfinancieringsinstrumentarium. Dat zou wat de VVD betreft beter moeten aansluiten op wat er nodig is om de opschaling van de defensie-industrie te bewerkstelligen. Defensie- en dualusebedrijven met hun drones en slimme materialen vallen nu vaak buiten de innovatiedekking van de exportkredietverzekering, terwijl banken deze risicodekking juist nodig hebben om investeringen mogelijk te maken. Hoe kijkt de minister naar het openstellen van deze regeling voor een breder scala aan defensie- en dualusetechnologieën? Het versnellen van procedures ten behoeve van de export is ook nodig, want in die snelheid zit ook verdienvermogen voor Nederlandse bedrijven en het eerlijke speelveld in Europa. Bedrijven moeten nu te vaak te lang wachten op exportvergunningen. Bij dualusegoederen kunnen de termijnen oplopen tot een halfjaar. Is de minister van plan om daar iets aan te gaan doen, en zo ja, wat dan? Aansluiten bij het Verdrag van Aken kan mogelijk helpen. De Nederlandse dualuse-export was in 2024 goed voor circa 34 miljard; de moeite waard dus. Juist bedrijven die dualusegoederen maken, moeten internationale markten kunnen aanboren om hun productie op te schalen en concurrerend te blijven. Wat de VVD betreft gaan we veel pragmatischer te werk. Bij identieke herhaalleveringen aan reeds getoetste afnemers of bondgenoten zou niet telkens een volledige, maandenlange herbeoordeling moeten plaatsvinden, maar moet worden gewerkt met een versnelde procedure of doorlopende vergunningen. Tot slot de WTO. Ik was verbaasd dat in de mvt stond dat de WTO voor Nederland de kern is van het open en op regels gebaseerde multilaterale handelssysteem. De theorie daarachter snap ik en die steunen we, maar de praktijk is toch echt anders. Het lukt al jaren niet om binnen de WTO overeenstemming te bereiken over heel veel zaken en dus doen landen wat hen goeddunkt. Mijn partij ziet daarom meer in handelsverdragen die de EU sluit met derde landen zoals India, Indonesië en Australië. In die verdragen zouden dan ook de kritieke grondstoffen aan de orde moeten komen. Hoe ziet de minister dat? Ook vraag ik de minister waarom hij tegen beter weten in blijft geloven in het functioneren van de WTO. Voorzitter, afsluitend. Buitenlandse handel vormt de ruggengraat van het Nederlandse verdienvermogen. We hebben altijd ons geld in het buitenland verdiend. Dat heeft ons land enorme welvaart gebracht. Laten we dus de bedrijven ondersteunen en aanmoedigen die een buitenlands avontuur aangaan. Het kabinet heeft daar allerlei instrumenten voor, maar het kabinet moet bedrijven ook de ruimte geven en hen beschermen als dat nodig is. Dat kan met OESO-richtlijnen, WTO-regels en handelsverdragen van de EU, maar ook door sneller exportvergunningen af te geven, zodat het speelveld in Europa in elk geval gelijk is. Ik dank u.

Versie bd2cbbe3064570f3f392a5abcfbf5f368f2688cbc105c2eec3b72af4cff534c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.