KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 17 dec 2025 · Tweede Kamer

de Najaarsnota 2025

Brontekst

Minister Heinen: De heer Flach vroeg naar de meerjarige bijstelling van de afpakraming. Het kabinet kijkt dit voorjaar, zoals gebruikelijk, of het meerjarig bijstellen van de raming nodig is. Bij het afpakken, even plat gezegd — ik bedoel de afpakregeling — waren er in de afgelopen jaren tegenvallers door het ontbreken van grote schikkingen. Daar was in de raming wel rekening mee gehouden. Dat leidt tot deze tegenvaller. De heer Flach vroeg ook nog naar de toekomstige raming voor het uitbetalen van dwangsommen. In totaal is er in 2025 210 miljoen euro beschikbaar voor de meerjarige voorziening van de Immigratie- en Naturalisatiedienst voor de betaling van dwangsommen. Dat was de aanleiding van de vragen. Voor 2026 is nu 50 miljoen euro gereserveerd bij de Voorjaarsnota. Nogmaals, dit voorjaar wordt de benodigde omvang van de voorziening opnieuw bezien. Ik zeg er wel bij dat ik het eens ben dat we moeten kijken hoe we die dwangsommen kunnen verminderen. Het is alleen wel complexer. Je kan dit niet specifiek voor één regeling doen. Dan moet je het in bredere zin, in de hele Algemene wet bestuursrecht gaan aanpakken. De vraag hoe we in dit land überhaupt omgaan met al die dwangsommen, is misschien ook een debat dat met de minister van Binnenlandse Zaken gevoerd moet worden, want ik denk dat ik het beeld wel herken dat de heer Flach naar voren brengt. Dan de verkeersboetes. De heer Van Dijck vraagt om coulance voor burgers bij verkeersboetes. Ik kan hem melden dat in juli 2026 wordt gestart met een pilot met gratis betalingsherinneringen. Mensen krijgen dan een betalingsherinnering voordat de eerste ophoging van de boete wordt opgelegd. Deze pilot loopt dan tot 2027, om inderdaad tegemoet te komen aan het punt van de heer Van Dijck. Ik wijs wel op het volgende. Er wordt soms weleens gezegd: ach, iedereen kan een keer door rood rijden. Ja, dat kan, maar je kind zal maar net oversteken, dus laten we daar ook weer niet te makkelijk over denken. Mevrouw Van Eijk vraagt hoe de overheid efficiënter gaat werken. Het huidige kabinet heeft een taakstelling op de Rijksoverheid ingeboekt. Daar waren de uitvoeringsinstanties van uitgesloten. Dat leidde tot een disproportioneel hoge korting op de kerndepartementen, waardoor deze is omgezet in een budgettaire taakstelling. Die is ingevuld. Dat neemt niet weg dat ik vind dat we nog steeds moeten werken aan het verkleinen van de overheid en dat je dus ook moet kijken hoe je het aantal fte's kan verminderen. Ik zeg er altijd bij: dan moeten we dus ook de discussie voeren met welk beleid we gaan minderen. Daar is mevrouw Van Eijk het ook mee eens. Dat gaat samen op. Wij moeten minder willen sturen, subsidiëren, controleren et cetera. Dan kunnen we het met minder ambtenaren doen. Vaak zijn de ambtenaren natuurlijk ook een gevolg van de wensen vanuit de Kamer. Dat moeten we ons ook realiseren. Mevrouw Van Eijk had nog een vraag over de uitvoeringskracht, namelijk of het kabinet structureel aandacht heeft voor de uitvoeringskracht en hier ook over rapporteert. Ja, het kabinet betrekt de uitvoeringstoetsen van uitvoeringsorganisaties expliciet bij de totstandkoming van nieuw beleid. Deze worden uiteraard ook gedeeld met uw Kamer. Jaarlijks ontvangt de Kamer van de minister van Binnenlandse Zaken de Staat van de Uitvoering, over het uitvoeringsbeeld op rijksbreed niveau. De heer Van Dijck had nog een vraag over de goudvoorraad. Hij wijst op goud dat in het buitenland ligt. Dat klopt. Dat ligt onder andere in de VS, Canada en het Verenigd Koninkrijk. Dat heeft natuurlijk een historische oorsprong, want het goud is verspreid over plekken in de wereld, over onze goede bondgenoten. Het is aan DNB om daar toezicht op te houden. Zij houden de ontwikkeling rond goudvoorraden ook volledig in de gaten. Het is aan DNB om daarop te sturen. De heer Stultiens vraagt naar de 0,7 miljard voor Oekraïne versus de motie. Ik weet dat de heer Stultiens hier ook aanvullende vragen over heeft, maar laat ik hem toch even beantwoorden. Ik doe het kort. Ik ben het oneens met de classificatie dat de motie niet is uitgevoerd. De motie wees op het continueren van de steun en op het eerste kwartaal van 2026. Het kabinet heeft uiteraard erkend dat de motie is aangenomen. Het heeft gekeken: hoe zou je de steun in het eerste kwartaal op hetzelfde niveau in stand kunnen houden? Dan heb je die 700 miljoen nodig. Dan moeten we wel nú die contracten tekenen en dat nu uitgeven. Dat is de reden waarom wij de Kamer nu al een brief hebben gestuurd waarin staat: in het licht van de motie gaan wij nu al een stap zetten. Dat betekent dat we later moeten kijken hoe we de andere 1,3 miljard inpassen en verder vormgeven. Maar de 700 miljoen was niet zomaar een bedrag. Dat was in het licht van het continueren van de steun, zodat we die kunnen doortrekken naar het eerste kwartaal. Daar vroeg ook de heer Van Houwelingen naar. Hij vroeg: hoe zit het nou eigenlijk met het budgetrecht van de Kamer? Dat hebben wij juist geprobeerd te respecteren, want het geld kunnen wij niet zomaar uitgeven. Dat moet via een begroting aan uw Kamer worden voorgelegd. Dat is dus een nota van wijziging op de tweede suppletoire begroting. Die is aan uw Kamer gestuurd, maar gezien de tijd van het jaar kan die nooit op tijd geautoriseerd worden door de Tweede én Eerste Kamer als wij in het licht van de motie willen handelen en het geld willen uitgeven om die steun te continueren. Dus vooruitlopend op de autorisatie van de begroting — ik ga ervan uit dat die geautoriseerd wordt, aangezien daar een motie aan ten grondslag ligt — hebben wij ook een beroep moeten doen op artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet, een artikel waarvan ik in het verleden, in een andere rol, vond dat het te vaak gebruikt werd, maar dat natuurlijk wel de mogelijkheid biedt om vooruitlopend op goedkeuring in de Tweede Kamer die uitgave te doen. Het artikel 2.27 is aangescherpt om te voorkomen dat een kabinet op basis van dat artikel dan maar geld gaat uitgeven. De Kamer moet namelijk aangeven of zij zich voldoende geïnformeerd acht over het gebruik van artikel 2.27 en de motivatie die daaraan ten grondslag ligt. Daarover heeft uw Kamer gestemd en toen is aangegeven — niet door de heer Van Houwelingen, maar door een meerderheid van de Kamer — dat de Kamer zich geïnformeerd voelde en dat het kabinet artikel 2.27 kon inzetten, vooruitlopend op de autorisatie van de nota van wijziging op de tweede suppletoire begroting. Daarmee zijn de uitgaven rechtmatig en wordt een aanwijzing van de Algemene Rekenkamer voorkomen. Dit is in technische zin wat er is gebeurd. Ik heb ook de stemverklaring van de heer Van Houwelingen gehoord. Hij gaf, geloof ik, aan dat er geen recht werd gedaan aan het budgetrecht van de Kamer, maar met deze stappen wordt daar juist wél recht aan gedaan. Dat staat los van de vraag of je het eens bent met de uitgaven. Ik heb van de heer Van Houwelingen gehoord dat hij daar ook anders naar kijkt. Dan de boodschappenprijzen. De heer Van Dijck vraagt naar de publicatie van het ACM-rapport. Daar roept hij vaker toe op. Hij is een voorvechter van dit punt, en terecht. De ACM verwacht het onderzoek te publiceren voor de zomer van 2026. Dat loopt uiteraard via de minister van Economische Zaken. We hebben hier al veel debatten over gevoerd en elke keer geven wij aan dat het rapport eraan komt, maar dat komt dus in de zomer van 2026. De vraag over het budgetrecht van de heer Van Houwelingen heb ik net beantwoord. De heer Grinwis had nog een vraag over tegenvallers: welke informatie heeft de minister daarover? Daar hadden we net een mooi interruptiedebatje over. Dan de twee laatste vragen, voorzitter. De heer Dijk had nog een vraag over het stopzetten van de gaswinning bij Warffum. Ik moet zeggen dat die vraag zich bevindt op het terrein van mijn collega in het kabinet, maar in algemene zin kan ik aangeven dat het kabinetsbeleid niet is om bestaande gaswinning te beëindigen. Met het oog op energieonafhankelijkheid heeft Nederland aardgas, ook uit eigen bodem, simpelweg nog nodig. Het kabinet ziet geen juridische grondslag om de gaswinning bij Warffum te beëindigen. De minister van Klimaat en Groene Groei heeft hierover gister een Kamerbrief gestuurd, zo heb ik begrepen. Die brief was wellicht de aanleiding voor deze vraag. Ik moet dus aangeven dat dit debat echt met de collega in het kabinet gevoerd moet worden, want die is de eerstverantwoordelijke hiervoor. Als laatste dan de vraag van de heer Vermeer: is een verbetering van het concurrentievermogen mogelijk zonder koerswijziging in Brussel? Die is zeker mogelijk, maar ook hierbij wijs ik erop dat het niet de regels zijn die ons in de weg staan; het zijn politieke keuzes die wij hier maken. Ik zet hier een punt, want ik zie de wil om te interrumperen, dus laat ik daar de ruimte voor bieden. Dan hebben we nog drie kwartier.

Versie 61eaa8a63231718064076f15b376dc77142db50e09bed4d6ce1f5ef8fa96649e · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.