Brontekst
De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter. We spreken vandaag over digitalisering. Voor sommige mensen is dat een technisch onderwerp, maar voor BBB juist niet. Want digitalisering gaat niet alleen over systemen, dashboards en strategieën, maar ook over mensen. Over inwoners die hun overheid moeten kunnen bereiken. Over ondernemers die niet vast mogen lopen in digitale portalen. Over ouderen die geen app willen, maar gewoon geholpen willen worden. Over dorpen en regio's waar het fysieke loket steeds verder weg is geraakt.
Als je dan naar de stukken kijkt, valt één ding op: dit kabinet heeft hele grote woorden over digitalisering — het is vanochtend al eerder genoemd — maar de vraag is waar de echte daadkracht blijft. Er wordt gesproken over de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, digitale autonomie, AI, dienstverlening, veiligheid en toegankelijkheid. Tegelijkertijd erkent het kabinet echter zelf ook dat er vanuit het coalitieakkoord geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld voor die hele grote woorden, dus moeten activiteiten worden afgeschaald, uitgesteld of anders aangepakt. Dat is toch wel bijzonder. Je kunt niet zeggen dat digitalisering een van de grote opgaven van deze tijd is en vervolgens geen geld op tafel leggen om die opgave ook waar te maken. Dan krijg je een kabinet van digitale dromen: veel ambitie op papier, maar weinig daadkracht in de praktijk.
Daarom zijn mijn eerste vragen aan het kabinet heel simpel. Wat blijft er concreet over van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, nu er geen extra middelen zijn? Welke onderdelen gaan door zoals gepland, welke onderdelen worden vertraagd en welke onderdelen worden geschrapt? Wanneer kan de Kamer daar een eerlijk overzicht van krijgen, zonder mistige formuleringen?
Voorzitter. Voor BBB begint digitalisering bij een bereikbare overheid. De overheid moet dichterbij komen en niet verder weg raken, maar in de praktijk zien veel mensen juist het omgekeerde gebeuren. Het fysieke loket verdwijnt, de balie is minder vaak open, de telefoon wordt een keuzemenu en uiteindelijk belandt de inwoner op een website waar hij niet uitkomt. Dan kun je als overheid wel zeggen dat alles digitaal geregeld is, maar voor mensen die vastlopen, is niets geregeld.
Afgelopen vrijdag was ik met de commissie Klimaat en Groene Groei in Drenthe, in Ekehaar, in verband met de aardbevingsschade als gevolg van de laatste aardbeving daar. Mensen konden hun schade melden, maar alleen digitaal. Heel veel oudere mensen kwamen daar niet uit. Er stond ergens nog een telefoonnummer, maar er werd niet opgenomen. Als wij dit soort dingen niet goed regelen, heeft het wat ons betreft geen zin om hoog over over digitale strategie te praten. Daarom vind BBB de laagdrempelige fysieke toegang tot de digitale overheid zo belangrijk. De Informatiepunten Digitale Overheid, vaak in bibliotheken, zijn voor heel veel mensen geen extraatje, maar een plek waar ze gewoon binnen kunnen lopen, uitleg krijgen en niet worden doorverwezen naar alweer een website maar echt geholpen worden. Daarom hebben wij ook steeds gezegd: zorg in iedere gemeente of regio voor een plek waar inwoners terechtkunnen voor hulp bij de digitale overheid, niet alleen in grote steden, maar ook in dorpen, dorpskernen, kleine gemeenten en regio's waar voorzieningen al veel te vaak verdwijnen zijn.
Kan dit kabinet garanderen dat in iedere gemeente of dorp fysieke hulp bij digitale overheidszaken beschikbaar blijft? Hoe voorkomt het kabinet dat het straks een lappendeken wordt? Is het kabinet bereid hierover bindende afspraken te maken met gemeenten? Ook hier geldt weer: is er geld beschikbaar? Voor 2026 is er weer wat geregeld, maar als we kijken naar het coalitieakkoord, zien we dat SPUK's weer weg moeten, maar daarin zit het geld. Wat gaat hier nu gebeuren voor de langere termijn? Dat zouden wij graag horen.
Voorzitter. Dan het Fries. Ik spreek het niet, maar kan het wel verstaan als het over mij of over geld gaat. Voor BBB is taal niet zomaar een knopje in een app. Taal is identiteit, taal is cultuur, taal is thuis. Het Fries is een erkende taal en de overheid heeft daar een verantwoordelijk voor. Als inwoners in Fryslân zakendoen met de overheid, dan moet het normaal zijn dat ze dat ook in het Fries kunnen doen. Dat staat namelijk zo in de wet. Het kabinet erkent dat het technisch mogelijk is om DigiD in het Fries beschikbaar te maken. De app en de website kunnen worden vertaald, maar het kabinet zegt: we doen het nu niet, want we hebben andere prioriteiten. Dat voelt voor ons net iets te makkelijk. Je kunt niet eerst zeggen dat iets mogelijk en belangrijk is en daarmee doen alsof de zaak is afgedaan. Dan neem je de Friese taal niet serieus en wordt het Fries wel erkend in woorden, maar doorgeschoven in daden. Daarom vraag ik het kabinet: wanneer komt DigiD beschikbaar in het Fries? Kan de staatssecretaris toezeggen dat zij er alsnog per direct prioriteit aan gaat geven en dit gaat realiseren? Als die toezegging er niet komt, overwegen wij hierover een motie in te dienen.
Voorzitter. BBB wil ook dat digitalisering beter aansluit bij de regio en de mensen. Te vaak wordt beleid gemaakt vanuit de Haagse systeemwereld. Dan ziet het er op papier wel logisch uit, maar werkt het in de praktijk niet voor de mensen die ermee moeten werken: de boer die na een lange dag zijn zaken moet regelen maar niemand meer te pakken kan krijgen, de mkb'er die door ingewikkelde digitale hobbeltjes moet springen, de oudere in het dorp. Voor BBB geldt: digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. Dat is geen ouderwetse gedachte, dat is gewoon fatsoenlijk bestuur. Daarom vraag ik het kabinet: wordt bij nieuwe digitaliseringsplannen niet alleen gekeken of het systeem technisch klopt, maar ook of de boer die ik zojuist aanhaalde, of die mkb'er of die oudere, er daadwerkelijk mee uit de voeten kan? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat er altijd een mens beschikbaar blijft als digitaal vastloopt?
Voorzitter, tot slot de digitale weerbaarheid van Nederland. Ook dat klinkt technisch, maar is juist concreet. Waar staan onze gegevens? Wie beheert onze digitale infrastructuur? Van welke buitenlandse bedrijven zijn wij afhankelijk? Kunnen wij als overheid nog zelf sturen als het erop aankomt? BBB vindt dat Nederland minder afhankelijk moet worden van grote buitenlandse techbedrijven. Zeker voor de overheid moeten weerbaarheid en autonomie vooropstaan, maar ook hier zien we vooral veel papier: een visie, een routekaart, een referentiekader en verkenningen. Dat kan natuurlijk nuttig zijn, maar uiteindelijk moet er wel iets gebeuren. Daarom vraag ik het kabinet: welke stappen worden nog dit jaar gezet om de afhankelijkheid van grote techbedrijven en het buitenland te verkleinen; graag concreet? Hoeveel geld is daarvoor beschikbaar? Als het antwoord is dat er nog geen geld is, zeg dat dan gewoon eerlijk tegen de Kamer.
Voorzitter, ik rond af. Digitalisering moet de overheid menselijker, bereikbaarder en veiliger maken. Als we niet oppassen, gebeurt het tegenovergestelde. Dan wordt de overheid afstandelijker, ingewikkelder en voor gewone mensen moeilijker te bereiken. BBB wil daarom een nuchtere digitale koers. Geen luchtkastelen, maar oplossingen die werken. Zorg voor fysieke hulp, houd bibliotheken en Informatiepunten Digitale Overheid overeind. Regel DigiD in het Fries. Denk aan de regio. Maak Nederland minder digitaal afhankelijk en wees eerlijk over de middelen, vooral dat ook. Want een strategie zonder geld is geen strategie. Dat is een wensenlijst en daar hebben de mensen thuis helemaal niets aan, want die hebben ze zelf al genoeg.
Dank u.
Versie 4e868ae44982051bda460524123d6a4d894b155a0274d3b0746c78654700ef2f · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.