KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 23 jun 2026 · Tweede Kamer

Pgb

Brontekst

Minister Sterk: Voorzitter, ik ga verder. Mevrouw Maeijer vraagt hoe ik kijk naar landelijke uniformiteit. Ik denk dat dat het uitgangspunt zou moeten zijn bij het pgb, maar dat is natuurlijk niet altijd mogelijk. Ik ben op dit moment niet voornemens om een hele stelselwijziging door te voeren voor het pgb, want ik denk dat niemand daar op de korte termijn mee geholpen is. Maar ik ben wel bereid om te kijken hoe we binnen de bestaande kaders zo veel mogelijk zaken beter op elkaar kunnen afstemmen. Dat zit in het eerste spoor, dus daar ga ik mee aan de slag. De heer Van Dijk vroeg in het kader van de zin "voorliggend op het pgb" wat ik op termijn van plan ben met de wettelijke vertegenwoordiger als pgb-beheerder. Het uitgangspunt blijft dat een pgb mogelijk moet blijven voor wie daar bewust voor kiest. We verkennen in de komende periode wat de mogelijkheden zijn om de bewuste keuze voor een pgb nader in te richten. Wat mij betreft zitten er in die verkenning geen taboes. Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan striktere eisen met betrekking tot eigen regie en participatie, maar misschien ook aan bepaalde vormen van vertegenwoordiging. Dan heb ik het niet zozeer over vertegenwoordiging door familie, maar door mensen die er best ver vanaf staan, bijvoorbeeld een bewindvoerder of een mentor. Het is soms de vraag of zo iemand voldoende inzicht heeft in de situatie. Ik zeg niet nu al dat ik dat niet meer ga doen, maar het is wel iets wat we meenemen in het onderzoek dat we gaan doen. We willen ervoor zorgen dat we nabijheid behouden voor degene die zorg nodig heeft. De rol van de bemiddelingsbureaus wordt daarin meegenomen, want zij zijn daar soms belemmerend in. Ik denk dat ik net al het nodige heb gezegd over de wooninitiatieven. Wat mij betreft moeten die ouderinitiatieven gewoon mogelijk blijven, want juist ouders kunnen het vaak goed met elkaar organiseren. Mevrouw Synhaeve vroeg of ik erop aanstuur dat vooraf beter wordt vastgesteld of een pgb past bij de situatie. Daar heb ik net al het nodige over gezegd. Dat gaan we meenemen in het onderzoek. Daarmee ben ik aan het eind van dit blokje. Ik ga over naar het volgende blokje: de intensieve kindzorg. Dat bevat eigenlijk maar één vraag, van mevrouw Westerveld. U hoorde vanmiddag over een jongetje van 9 dat is overleden. De ouders moesten jarenlang vechten voor passende zorg. Het is ten eerste natuurlijk superverdrietig als dat gebeurt, ook voor dat gezin. Ik vind het heel naar om te horen dat het in dit geval niet goed is gegaan. Wat ik erover kan zeggen, doet nooit recht aan dit geval. "Geval" vind ik trouwens een rotwoord. Het doet geen recht aan wat er is gebeurd. In de afgelopen jaren zijn er verschillende verbeteringen doorgevoerd in het proces van indicatiestelling en toekenning, in het bijzonder wat betreft de samenwerking tussen verzekeraars en kinderverpleegkundigen, de betrokkenheid van de hoofdbehandelaar, het verbeteren van de kwaliteit van de indicaties en het verminderen van de administratieve lasten. Er spelen een aantal knelpunten, waar we nu aan werken. We brengen op dit moment de doelgroep voor medische kindzorg en de behoeftes in kaart, onder andere naar aanleiding van wat er in de afgelopen weken is gebeurd met VEC. Vervolgens kunnen de vervolgstappen in kaart worden gebracht voor hoe we de specialistische zorg voor deze groep duurzaam gaan borgen. Ik heb al eerder gezegd dat mijn eerste zorg rondom VEC is om de kinderen een plek te geven. Maar daarna wil ik kijken wat er misging, wat we hiervan kunnen leren en wat ons te doen staat. In het najaar zal de Tweede Kamer over de verkenning naar de medische kindzorg worden geïnformeerd. Dat was dit blokje, voorzitter. Het had misschien ook wel bij overig gekund. Dan het blokje toekennen pgb. De heer Van Dijk had een vraag over de beschikkingsduur. Het ging erover dat niet alle indicaties tot het einde van het jaar lopen. Als je bijvoorbeeld een indicatie tot juli hebt ... Volgens mij hebben we die vraag net ook al een beetje behandeld. Dat is een terechte vraag. Mevrouw Maeijer had een vraag over de herindicaties. Ze zei: "Die worden ingewikkelder en cliënten missen expertise. Wat gaat u daaraan doen?" Eind vorig jaar heeft Per Saldo het project Goede toerusting voor budgethouders opgeleverd, waarin cliënten en gemeenten worden toegerust. Ik ben met hen in gesprek over hoe wij het beste een vervolg kunnen geven aan die uitkomsten. De gemeentes wijzen budgethouders ook actief op de verantwoordelijkheden die bij een pgb komen kijken. Gemeenten hebben zowel binnen de Wmo als de Jeugdwet beleidsruimte om te bepalen op welke manier zij cliënten toerusten voor deze verantwoordelijkheden. Dan kom ik bij het blokje meerzorg. Mevrouw Maeijer vroeg of het streven nog steeds is om de regelgeving over meerzorg per 1 januari 2027 te verduidelijken. Ja, dat is mijn inzet. Ik kom nog voor de zomer — ik denk ergens volgende week — met een brief over meerzorg. Die had ik u toegezegd. Mevrouw Maeijer zegt dat Naar-Keuze aangeeft dat er een duidelijke toename is in het aantal aanvragen van meerzorg voor kinderen en dat dat mogelijk komt door het ontbreken van een passend gecontracteerd aanbod. Herken ik dat? Ik herken het signaal dat wordt gegeven over een te weinig specifiek zorgaanbod. Ik vind het ook belangrijk om daar goed naar te kijken. Ik ga dit signaal bespreken met Zorgverzekeraars Nederland. Mevrouw Moinat — nu zeg ik het goed, want hierboven staat "Markuszower" — vraagt of ik bereid ben om de beschikking voor meerzorg te verlengen naar vijf jaar bij een onveranderde zorgvraag. In principe gaan de zorgkantoren over de duur van een beschikking, maar er is ruimte in de Wlz, de Zorgverzekeringswet en de Wmo om voor langere tijd te beschikken. Het is moeilijk om daar algemene regels voor op te stellen, want het is vaak afhankelijk van de individuele cliëntsituatie. U weet dat wij het ook belangrijk vinden dat er zo min mogelijk herindicaties plaatsvinden. Daar hebben we ook al andere debatten over gevoerd. Dat geeft namelijk elke keer weer veel onzekerheid. Maar zeker als cliënten zich nog verder ontwikkelen, dan is het wel goed om af en toe te kijken of die cliënt niet meer zorg nodig heeft. En als dat zo is, dan is het ook belangrijk dat die persoon die zorg kan krijgen. Ik hoor van cliëntvertegenwoordigers dat ze het vooral als belastend ervaren dat ze alles opnieuw moeten invullen als er een heraanvraag wordt gedaan. De zorgkantoren gaan kijken of ze dat kunnen vereenvoudigen. Mevrouw Westerveld vroeg hoe er invulling is gegeven aan de motie-Westerveld over het beleidskader en de coulance tot 2027. We hebben Zorgverzekeraars Nederland gevraagd om een reactie op het beleidskader. Zij geven aan dat het beleidskader in de ontwikkelfase is besproken met de cliëntenorganisaties en het Zorginstituut. Hierbij is toegelicht hoe het beleidskader tot stand is gekomen en zijn de ontvangen reacties meegewogen. Over de coulance geven de zorgkantoren aan dat voor aanvragen van meerzorg vanaf 1 maart 2026 gezamenlijk het volgende is afgesproken: als een cliënt op basis van het beleidskader meerzorg niet meer in aanmerking komt voor meerzorg, wordt er een overgangstermijn van één jaar gehanteerd. Als de cliënt binnen deze termijn geen passende oplossing heeft gekregen, dan wordt er in overleg met de cliënt maatwerk toegepast. Ik volg of dit uiteindelijk tot knelpunten leidt. Dit was het kopje meerzorg, voorzitter. Dan kom ik bij het kopje tarieven. Ik begin bij de vraag van mevrouw Maeijer. Ze vraagt wat de stand van zaken is na de verkenning naar mogelijke oplossingsrichtingen voor de onwenselijke situatie waarin de ouders van zorgintensieve kinderen terecht kunnen komen bij het wegvallen van het Zvw-pgb. Dat is een verkenning van half december vorig jaar. Ik ben op dit moment bezig met die verkenning. Ik informeer uw Kamer over de uitkomsten van deze verkenning in ieder geval in Q4. Ik zie in die verkenning geen aanleiding om een onafhankelijk kostenonderzoek naar de tarieven binnen het Zvw-pgb te laten uitvoeren. Dat was misschien de achtergrond van uw vraag. Mevrouw Moinat vroeg ook of ik ervoor ga zorgen dat de tarieven werkelijk kostendekkend gaan zijn. De tarieven verschillen te veel per wet om een zuiver vergelijk te kunnen maken. Daarom hebben de verzekeraars via de Zvw en de gemeentes via de Wmo en de Jeugdwet zelf de ruimte om een maximumtarief te bepalen. Ik wil eigenlijk niet afwijken van die werkwijze. In recente jaren is wel alles gedaan om het maximumtarief aan te laten sluiten op het zorgaanbod. De heer Van Dijk vroeg ook of ik bereid ben om een onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het Zvw-pgb-tarief voor informele zorg. Het korte antwoord is nee. De zorgverzekeraars hebben mij uitgelegd hoe ze tot die redelijke tarieven komen en welke afwegingen ze daarbij maken. Binnen de Zvw is er bewust voor gekozen om de vaststelling van maximumtarieven bij de zorgverzekeraars te beleggen. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht, dus ze moeten ervoor zorgen dat de verzekerden tijdig de noodzakelijke zorg krijgen. Verzekeraars geven invulling aan hun wettelijke taak om enerzijds het premiegeld doelmatig te besteden en om anderzijds via de geboden tarieven zorgverleners voldoende erkenning te geven voor hun inzet. Dat is ook de reden waarom ik geen aanleiding zie om een onafhankelijk kostenonderzoek uit te voeren.

Versie 2dbb076157b01d38f952123553a0d5603b03a2c8eafc3b31b05230b830e8f99d · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 498283c71c7effcb

12 okt 2026 · bbfbd68135227acc

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van dit debat · Officiële koppeling

Pgb

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.