Veteranen
Brontekst
Versie 15fba0ad6b40a827 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Peter de Groot (VVD): Dank, voorzitter. Deze week vieren we Veteranendag, een dag waarop Nederland stilstaat bij onze mensen die zich namens ons land hebben ingezet voor vrede, vrijheid en veiligheid. We denken daarbij aan de veteranen van de Tweede Wereldoorlog, aan degenen die dienden in Libanon, in voormalig Joegoslavië, in Irak of in Afghanistan en aan de mannen en vrouwen die deelnamen aan de vele andere missies, operaties en vredesmissies waarbij Nederland wereldwijd verantwoordelijkheid heeft genomen. Sommigen dragen zichtbaar de gevolgen daarvan. Velen dragen herinneringen met zich mee die een leven lang meegaan. Namens de VVD wil ik deze veteranen bedanken voor hun inzet voor Nederland en voor alles wat zij hiervoor hebben gegeven. Voorzitter. Erkenning en waardering zijn belangrijk. Veteranendag is belangrijk en herdenkingen zijn belangrijk, maar echte waardering zit uiteindelijk niet alleen in woorden en ceremonies, echte waardering blijkt uit de manier waarop Nederland voor zijn veteranen en hun gezinnen zorgt wanneer zij ons nodig hebben. Wie namens Nederland wordt uitgezonden, moet erop kunnen vertrouwen dat Nederland er ook na terugkeer staat. Dat brengt mij bij de uitvoering van het veteranenbeleid. De VVD maakt zich zorgen over de afhandeling van de schadeclaims. Al jaren is bekend dat de doorlooptijden van de Regeling Volledige Schadevergoeding te lang zijn. Inmiddels wordt de beoogde termijn van twee jaar bij ongeveer 60% van de aanvragen overschreden. Gemiddeld duurt een procedure zelfs ongeveer drie jaar. Dit zijn geen dossiers, dit zijn mensen, veteranen die wachten op duidelijkheid, veteranen die wachten op erkenning, veteraren die wachten op een overheid die verantwoordelijkheid neemt, net zoals zijzelf ooit verantwoordelijkheid namen, zij die de overheid zelf hebben gedragen. Kan de minister aangeven wanneer de norm van twee jaar voor de afhandeling van schadeclaims daadwerkelijk wordt gehaald en welke concrete mijlpalen daarbij horen? Voorzitter. Veteranendag is niet alleen een moment om terug te kijken, maar ook een moment om vooruit te kijken. Onze beelden van veteranen zijn vaak gevormd door, zoals ik net zei, missies naar Libanon, voormalig Joegoslavië, Irak en Afghanistan. Dat is terecht, maar de aard van de militaire inzet verandert ook. Nederlandse militairen zijn vandaag actief aan de oostflank van het NAVO-grondgebied. Zij opereren in een veiligheidsomgeving waarin voortdurende dreiging, spanning, afschrikking en paraatheid onderdeel zijn van de dagelijkse werkelijkheid. Juist daarom moeten wij onszelf de vraag durven stellen of ons veteranenbeleid voldoende blijft aansluiten bij de werkelijkheid van de moderne militaire inzet. Vindt de minister dan dat de huidige veteranendefinitie nog volledig aansluit bij de realiteit van moderne militaire inzet, waaronder langdurige operationele aanwezigheid aan de NAVO-oostflank? In het verlengde daarvan: is de minister bereid om te bezien hoe het veteranenbeleid zich de komende jaren moet ontwikkelen om aan te blijven sluiten bij de nieuwe vorm van militaire inzet, en de Kamer hierover te informeren? Collega Van Lanschot vroeg daar ook al naar. Voorzitter. Een tweede punt betreft de veteraan van morgen. Nederland telt inmiddels ruim 100.000 veteranen en een kwart daarvan dient vandaag nog steeds in uniform. Veteranen zijn dus niet alleen de generaties van vroeger, het zijn ook de mensen die nu nog actief onderdeel zijn van onze krijgsmacht. Daarom moet ook de zorg zich blijven ontwikkelen. Nieuwe technologieën veranderen de aard van conflicten. Nieuwe operationele omstandigheden leiden tot nieuwe vormen van belasting. Tegelijkertijd weten we dat de krijgsmacht diverser wordt en dat ook de zorg en ondersteuning beter moeten aansluiten bij de behoeften van vrouwelijke militairen en veteranen. De rapporten van de Nederlandse Defensie Academie laten zien dat daar nog werk te doen is. De vraag is hoe de minister de aanbevelingen uit deze onderzoeken concreet gaat vertalen naar verbeteringen in de veteranenzorg, zodat deze beter aansluit bij de behoeften van vrouwelijke veteranen en de nieuwe vormen van operationele belasting. Voorzitter. Dan het thuisfront. Achter iedere militair staat vaak een partner of een gezin, staan ouders, kinderen of andere naasten. Zij beleven een uitzending op een eigen manier mee. Ze zijn vaak de eersten die signalen herkennen wanneer het minder goed gaat en zij spelen een cruciale rol bij herstel en ondersteuning. De Veteranenombudsman vraagt hier terecht aandacht voor. Wat de VVD betreft begint aandacht voor het thuisfront niet pas wanneer er problemen ontstaan. Het thuisfront verdient vanaf het begin een volwaardige plaats binnen het veteranenbeleid. Maar betrokkenheid gaat verder dan ondersteuning alleen. Partners en gezinnen moeten ook de kans krijgen om zich onderdeel te voelen van de Defensiegemeenschap. Daarom ziet de VVD graag dat Defensie vaker inzet op laagdrempelige familieactiviteiten, open dagen en bijeenkomsten op kazernes, zodat partners, kinderen en andere naasten meer zicht krijgen op het werk van militairen en de gemeenschap waarvan zij deel uitmaken. Begrip, verbondenheid en onderlinge steun beginnen vaak juist met die ontmoeting. Welke aanvullende stappen is de minister bereid te zetten om partners en gezinnen van veteranen structureler te betrekken bij ondersteuning, nazorg en informatievoorziening, maar ook bij de bredere Defensiegemeenschap? Voorzitter, dan tot slot. De VVD vindt dat erkenning van veteranen niet beperkt mag blijven tot Veteranendag alleen; daar begon ik mee. Veteranen beschikken over ervaring, kennis, leiderschap en veerkracht die van grote waarde zijn voor onze samenleving. Daarom zouden we hen vaker tegen moeten komen op scholen, bij gemeenschappelijke organisaties, in bedrijven, bij verenigingen in onze gemeenten. Misschien mogen we ook wel zichtbaarder maken welke plekken in Nederland actief openstaan voor deze veteranen, reservisten en ook militairen, plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, een kop koffie of thee kunnen drinken, hun ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen steunen en waar de samenleving laat zien dat hun inzet wordt gewaardeerd. Wat de VVD betreft bouwen we verder aan een cultuur waarin waardering voor veteranen niet iets is van één dag per jaar, maar iets wat zichtbaar aanwezig is in het dagelijks leven. Daarom vraag ik de minister hoe zij aankijkt tegen een zichtbaar predicaat, keurmerk of hoe je het ook wil noemen voor veteraanvriendelijke organisaties, bedrijven en instellingen. Ik bedoel dan echt een herkenbaar veteranenschild, op de voordeur geplakt, voor organisaties die veteranen ondersteunen bij werk en maatschappelijke participatie, voor bedrijven die flexibel verlof mogelijk maken voor veteranen en reservisten of speciale baankansen bieden voor veteranen en ga zo maar door. Ik kan een hele waslijst opnoemen, maar het gaat erom dat zij bijdragen aan die erkenning en waardering. Waarom zouden we deze ontmoetingsplekken waar veteranen welkom zijn en samenkomen, niet beter zichtbaar mogen uitdragen met elkaar? Want uiteindelijk zit erkenning niet alleen in een ceremonie, een medaille of een herdenking. Erkenning zit in de manier waarop wij als samenleving laten zien dat wij onze veteranen blijven zien, niet alleen op Veteranendag maar iedere dag. Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.