KamerkringInloggen
Uitspraak

Regels voor het inzichtelijk maken van donaties ontvangen door maatschappelijke organisaties en tot het tegengaan van ondermijning door maatschappelijke organisaties, alsmede tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007 en de Wet op de economische delicten in verband met het deponeren van de balans en de staat van baten en lasten door stichtingen (Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties) (35646)

4 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c931691010fc840f · officiële bron

De heer El Abassi (DENK): Voorzitter, dank. Ik had niet verwacht dat ik al aan de beurt zou zijn, dus dat kwam plots. Ik begin met wat kleine aantekeningen. Waar hebben we het vandaag over? Je merkt dat als we het vandaag hebben over ondermijning, iedere partij daar een eigen invulling aan geeft. Daar wringt het ook, want wat bedoelen we met "ondermijning"? Wat bedoelen we met allerlei vage begrippen die opgenomen zijn in deze wet? Als je het de Kamerleden vraagt, dan zul je het ene Kamerlid horen zeggen dat het gaat over complotdenkers. Daar zal de FVD het dan niet mee eens zijn. Een ander Kamerlid zal aangeven dat het gaat over discriminatie van vrouwen, lhbti'ers of abortus. Dan zullen de christelijke partijen opstaan en zeggen: nee, daar hebben we het niet over vandaag. Een andere partij zal vanaf rechts aangeven dat het gaat over Extinction Rebellion. Dan zal links opstaan en aangeven: nee, daar gaat het helemaal niet over vandaag. Een ander zal aangeven — en dat gevoel heb ik ook — dat het gaat over rechts-extremisme: het gevaar, hier in de Kamer maar ook om de Kamer heen, dat het land insluipt, dat ook vanuit het buitenland hier naar binnen sluipt en dat we zichtbaar terugzien in Nederland. Dan zullen de mensen vanaf de rechterkant opstaan en zeggen: nee, daar gaat het vandaag niet over. Zo zie je maar dat iedereen er zijn of haar eigen invulling aan geeft. Dat maakt dat het debat vandaag gaat over een wet waar de politie en de burgemeester wat aan moeten hebben, maar eigenlijk gaat het hier gewoon om een politiek debat. Dat zou het niet moeten zijn vandaag. Voorzitter. Dan ga ik snel over tot mijn bijdrage. Vandaag bespreken we de Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties, oftewel de Wtmo. Deze wet zou noodzakelijk zijn, maar in werkelijkheid is het in mijn ogen wederom een maatregel om moskeeorganisaties onder toezicht te plaatsen. Wtmo staat in mijn ogen dan ook eigenlijk voor "wet toezicht op moslimorganisaties". Dit past in een langer patroon van geïnstitutionaliseerd wantrouwen tegen de islamitische gemeenschap. Voorzitter. De PVV zei het net. Ik geef de PVV niet graag gelijk, maar het was de PVV die al eerder met moties kwam en die al eerder met dit onderwerp kwam, namelijk: ongewenste beïnvloeding van buitenaf. De PVV werd inderdaad niet serieus genomen. Dat is precies waar ik me zorgen over maak: een PVV die niet alleen serieus wordt genomen, maar die hier ook naar binnen is geslopen en ook nog eens regeert in dit huis. Ik maak me daar ernstige zorgen over. We hebben vaker artikelen gelezen waarin staat dat er vanuit het buitenland invloed wordt uitgeoefend op mensen in dit huis. Daar gaat het vandaag helaas niet over. Voorzitter. Ik zal toch mijn stelling nog nader onderbouwen, maar eerst nog even de context. Het begon allemaal bij de POCOB, ofwel parlementaire ondervragingscommissie naar ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties. Dat was, zoals u kunt horen, neutraal geformuleerd. Er is inderdaad in principe niets mis met een onderzoek naar ongewenste buitenlandse beïnvloeding; het is namelijk ongewenst. Maar wat zagen we in de praktijk? Er werden alleen islamitische instellingen, imams, bestuursleden en actieve leden van moskeeën ondervraagd. Vertegenwoordigers van informele scholen kwamen dit huis binnen met de gedachte dat ze zouden getuigen. Maar ze kwamen niet getuigen. Ze werden als verdachte aangehoord alsof ze in een kruisverhoor zaten. Dat gebeurde onder het toeziend oog van heel Nederland. De POCOB bevestigde daarmee dat moslims verdacht zijn alvorens ze zichzelf hebben kunnen verdedigen. Een van de getuigen betitelde de ondervragingscommissie als "een poppenkast". Dat was naar mijn mening nog te zacht uitgedrukt. De Kamer had zich maandenlang kunnen voorbereiden, maar wist niet eens het verschil tussen tesquia en taqqiya. Het meest beschamend was dat een commissielid een moskeebestuurder vroeg of hij een eed van trouw had afgelegd aan de Moslimbroederschap. De moskeebestuurder gaf daarop een negatief antwoord. Dat was niet afdoende voor het commissielid. Hij vroeg nogmaals aan de moskeebestuurder: u verklaart onder ede dat u geen eed heeft afgelegd? De moskeebestuurder antwoordde daarop: ja, ik verklaar onder ede dat ik geen lid ben van welke schimmige groep dan ook. Ook dat was niet genoeg voor het commissielid, dat nogmaals ter bevestiging vroeg: dat weet u zeker? "Ja, dat weet ik heel zeker", antwoordde de moskeebestuurder voor de derde keer. Dit was een getuige, geen verdachte. Voorzitter. Deze beschamende, beschamende uitwisseling staat symbool voor het heersende wantrouwen jegens moslims. Wie als moslim niet voldoet aan de onderbuikgevoelens van de ander, vertelt niet de waarheid. De vraag is of ik dat vandaag doe. Het is niet vreemd dat een van de aanbevolen maatregelen uit het POCOB-rapport was om het toezicht op informeel moskeeonderwijs te intensiveren. Hieruit is niet alleen de Wtmo, oftewel de "wet toezicht op moskeeorganisaties" voortgekomen, maar ook de Koranschoolpolitie, in dit huis beter bekend als de Wet toezicht informeel onderwijs. Ook hier lijkt de wet neutraal geformuleerd te zijn, maar benadeelt deze in de praktijk islamitische gemeenschappen disproportioneel. Ik zeg het nogmaals: deze overheidsdiscriminatie jegens moslims valt velen niet op, omdat moslimhaat hier genormaliseerd is. We hebben immers bewindslieden die moslims antisemitisme in de schoenen schuiven, die "minder, minder Marokkanen" helemaal prima vinden en die stellen dat een groot deel van de islamitische jongeren de Nederlandse normen en waarden niet onderschrijft; dat drukken ze zelfs in moties uit. De trieste conclusie die we hieruit moeten trekken, is dat moslimhaat regeringsbeleid is geworden. Voorzitter. Laten we dit voorstel nader inhoudelijk bespreken. In de memorie van toelichting geeft het kabinet aan problematisch gedrag te willen bestrijden. Tegelijkertijd geeft het kabinet toe: "Problematisch gedrag hoeft niet altijd strafbaar gedrag te zijn." Bij gedragingen die niet strafbaar zijn, moet de overheid zeer terughoudend zijn. De overheid heeft immers geen glazen bol waarmee ze voor honderd procent kan voorspellen of problematisch gedrag daadwerkelijk leidt tot strafbaar gedrag. Waar de wet eindigt, begint de tirannie, zo luidt een bekende uitspraak van de bekende filosoof John Locke. Ik ben dan ook benieuwd wat de minister hiervan vindt. Het kabinet gaat verder en zegt dat dit problematische gedrag steeds meer maatschappelijk onacceptabel is geworden en daarom aangepakt moet worden. In een democratie mag de macht van de meerderheid niet zover gaan dat minderheden daardoor worden beperkt. Wij hebben te maken met een kabinet dat helemaal niets, maar dan ook niets geeft om rechten van minderheden. Het klinkt allemaal zeer aannemelijk. Ja, problematisch gedrag moet bestreden worden, want het kan serieuze gevolgen hebben. De praktijk wijst echter uit dat dit een beproefd recept is voor bestuurlijke dwaling. Want we zijn het schandaal rond het Cornelius Haga Lyceum nog niet vergeten. Het kabinet was ervan overtuigd dat ingrijpen nodig was: "Er zijn signalen van antidemocratische en anti-integratieve tendensen, er zijn zogeheten salafistische voormannen en er is een connectie met een terreurgroep, dus we moeten ingrijpen." Dit ging nooit om strafbare feiten, want anders had het OM wel ingegrepen. Dit ging om "problematisch gedrag". Of kan ik beter zeggen: onderbuikgedrag? Een normaal functionerende school werd weggezet alsof het veroordeelde criminelen waren. Hier bleek niets van te kloppen. Zoals verwacht werd de Staat veroordeeld voor het schetsen van een onjuist beeld met enorme gevolgen voor de samenleving. Hele gemeenschappen zijn gestigmatiseerd en de school heeft harde klappen moeten verduren. Toen de school onterecht weggezet werd, stond bijna heel de Kamer vooraan. Maar waar zijn die Kamerleden? Waar zijn de Kamerleden die zo hard schreeuwden om de goede naam van de school te herstellen en om hun persoonlijke excuses aan te bieden? Ik heb ze nog niet gezien. Voorzitter. In de Wtmo kunnen signalen van problematisch gedrag de aanleiding vormen om donatie-informatie op te vragen door de burgemeester. Als er serieuze signalen zijn van strafbaar gedrag of de dreiging daartoe, mag de burgemeester ingrijpen. Sterker nog, dan moet de burgemeester ingrijpen. Daar gaat het niet om. Het lukt de minister namelijk niet eens om het begrip "problematisch gedrag" eenduidig te definiëren. In de memorie van toelichting schrijft de minister dat het gaat om een open formulering omdat, en ik ga letterlijk citeren, "het niet gaat om een enkele gedraging, maar om een samenstel van gedragingen waaruit een bepaald patroon naar voren komt dat bovendien kan variëren in aard en tijd en daarom naar zijn aard niet goed van tevoren is te omschrijven". Wat staat hier nou? De minister wil een bedreiging bestrijden die hij zelf niet goed kan afbakenen. Ik vraag me af of de minister zelf wel bevat wat hij hier heeft geschreven of heeft laten schrijven. Hierover zegt de Raad van State in zijn reactie: restricties op buitenlandse financiering dienen alleen een legitiem doel als ze gericht zijn op het afwenden van een reëel en niet slechts hypothetisch gevaar. Een vermeend probleem waarvan het de minister niet lukt om het af te bakenen, is toch de definitie van een hypothetisch gevaar, zou ik zeggen. Op grond van een hypothetisch gevaar is de minister van plan om extra bevoegdheden toe te kennen aan de burgemeester. Die krijgt de discretionaire bevoegdheid om de openbare orde te beschermen door donatie-informatie op te vragen. Het wetsvoorstel is een bingokaart van wartaal en misplaatste krachttermen. Er wordt gesproken over het salafisme, maar waarom dan? Waarom wordt die stroming er specifiek uit gelicht? Waar wordt geen enkele andere stroming van andere religies zelfs maar genoemd? Ook moet ongewenste beïnvloeding worden tegengegaan, maar wat ongewenst is voor de een, is dat niet voor de ander. Zo vind ik het ongewenst om groepen verdacht te maken op basis van hun religie. Maar daar verschilt het kabinet klaarblijkelijk van mening over. Daar heb ik ook weinig tot niets over gehoord. En wat te denken van het begrip "anti-integratief"? Ja, ook daar verschillen we van mening. Een regeringscoalitie smeden met de PVV zou ik als definitie van anti-integratie willen bestempelen. Ik heb echter het vermoeden dat deze term vooral wordt gebruikt om mensen met een migratieachtergrond weg te zetten. Graag een reflectie van de minister op het voorgaande. Voorzitter. In artikel 4a van het wetsvoorstel wordt gesteld dat organisaties die activiteiten ontplooien die klaarblijkelijk dreigen te ondermijnen, kunnen worden aangepakt. Maar wie bepaalt wat "ondermijning" is? Natuurlijk verdient onze rechtsstaat bescherming, maar dan wel tegen een legitiem doel. De minister doet in de memorie van toelichting een poging om "ondermijning" te definiëren, maar dat komt kort neer op een bonte verzameling van vage termen en hypothetische situaties. Hoe kan de minister ons ervan overtuigen dat hij een bedreiging voor de democratie wil tegengaan als hij niet eens kan uitleggen wat hij bedoelt met "ondermijning"? Waarom zouden wij moeten instemmen met een wet die op duizend-en-een manieren kan worden uitgelegd en daardoor ook kan worden misbruikt, zeker — en dat durf ik hier ook te zeggen — door dit kabinet? De echte ondermijning van de rechtsstaat die hier gaande is, is door het kabinet zelf. De rechtsstaat wordt immers beschermd door binnen de kaders van de Grondwet te opereren. Er zijn helaas te veel voorbeelden waarbij het ernstig misging. Denk aan de moskeespionagepraktijken van afgelopen jaren. Vandaag is bekend geworden dat de gemeente Almere de grondrechten van haar islamitische burgers heeft geschonden, aldus de lokale ombudsman. En het is geen toeval meer dat deze gemeente haar islamitische inwoners op aandringen van de Nederlandse Staat bespioneerde. De ombudsman concludeert dan ook dat hierdoor de grondrechten, zoals het recht op privacy en godsdienstvrijheid, structureel zijn geschonden. Voorzitter. Dit incident staat niet op zichzelf, maar is het gevolg van een Kamer die moslims als verdacht beschouwt en als zodanig behandelt. Je zou denken dat we hier lering uit trekken en ons realiseren dat dergelijk bestuurlijk gedrag onacceptabel is. Maar in plaats daarvan gaan we gemeenten die moskeeën bespioneerden, toentertijd onder leiding van Dick Schoof, nog meer bevoegdheden geven, waarmee de rechtsstaat eigenlijk nog verder wordt uitgehold. Hier is dus geen sprake van buitenlandse inmenging, maar van binnenlandse inmenging. Door deze inmenging groeit het wantrouwen in onze democratie. Nu we het toch hebben over ongewenste buitenlandse beïnvloeding: waarom zijn we stil over hoe bijvoorbeeld Amerika ons bespioneert? De verschillende onthullingen van WikiLeaks hebben zo veel allang duidelijk gemaakt. Ik zeg hier ook even richting de rechterkant: waarom worden wij niet beschermd tegen de neoconservatieve beïnvloeding vanuit Washington? Voorzitter. Ik heb het hier vaker gehoord: POCOB heeft ons laten zien dat er sprake is van buitenlandse inmenging. We hebben met z'n allen onder een baksteen zitten slapen. Natuurlijk is er sprake van buitenlandse inmenging. Daar was altijd al sprake van, vanuit alle landen. Wees dus altijd waakzaam, maar ga geen etiket op bepaalde landen plakken. Ik zou willen zeggen dat we dan we verkeerd en naïef bezig zijn. Voorzitter. Waarom zijn we stil over Israëlische inmenging in ons land? Er zijn politieke partijen die trots wapperden met intimiderende rapporten, waarbij onze Nederlanders werden weggezet als criminelen en terroristen. Israël bespioneert ook onze medewerkers in het Internationaal Strafhof hier in Den Haag. Waarom zwijgt de minister in alle toonaarden over deze vormen van buitenlandse inmenging? We kennen zelfs het verhaal van een Kamerlid dat geen minister mocht worden omdat die een spion van Israël zou zijn. Daarover zijn we hier met z'n allen in dit huis muisstil. Ik vraag me af waarom dat zo is. Buitenlandse inmenging in dit huis; dat is pas gevaarlijk, in tegenstelling tot buitenlandse inmenging in een moskeetje of een kerkje ergens in een lokale gemeente. Voorzitter. Dit wetsvoorstel vertoont meer fundamentele gebreken. De minister suggereert dat er geen bestaande wetgeving is om witwassen, terrorismefinanciering en bedreigingen tegen te gaan, terwijl die er wel degelijk is. Er is geen bewezen noodzaak voor deze nieuwe wetgeving en er is niet onderbouwd waarom de bestaande wetgeving onvoldoende zou zijn. Dat zijn ook de woorden van de Raad van State. Fundamentele principes zoals noodzakelijkheid, proportionaliteit en voorzienbaarheid zijn niet voldoende gewaarborgd. Voorzitter. Er wordt met "maatschappelijke organisaties" een nieuwe juridische definitie geïntroduceerd, wat betekent dat stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen allerlei financiële verplichtingen krijgen opgelegd. Er zijn wezenlijke verschillen tussen de drie. Dit kan verschillen van een naaiclub of een hockeyvereniging tot de katholieke kerk, maar volgens de minister kunnen die allemaal onder de noemer "maatschappelijke organisatie" geplaatst worden. Die moeten daarnaast allemaal gedetailleerde informatie bijhouden over de herkomst, het doel en de omvang van donaties. Deze administratieplicht is breed en ongedifferentieerd. Waarom moeten alle organisaties, inclusief kleine stichtingen zonder enig risico op misbruik, voldoen aan deze bureaucratische last? Dit leidt niet alleen tot onnodige verwerking van persoonsgegevens, maar kan ook de geefbereidheid van donateurs drastisch verminderen. Als we de praktische implicaties van de Wtmo nader bekijken, zien we dat organisaties verplicht worden om elke donatie, hoe klein ook, te registreren en zeven jaar lang te bewaren. Voorzitter. Deze eisen, die oorspronkelijk voor banken golden, worden nu ook opgelegd aan vrijwilligersorganisaties. Bovendien worden de gegevens gedeeld met overheidsinstanties als de AIVD. Waarom zouden moskeeën of kerken, die de meest kwetsbaren ondersteunen, onderworpen moeten worden aan zo'n ingrijpende registratieplicht, terwijl er in deze Kamer politieke partijen zijn die gefinancierd worden door islamofobe miljardairs? Zij kunnen prima anoniem blijven. Hoe oneerlijk is dit? Daarnaast bevat het wetsvoorstel verregaande bevoegdheden voor diverse instanties om donateurgegevens op te vragen. Moeten maatschappelijke organisaties net als banken gaan opereren om de herkomst van donateursgelden te achterhalen? Moeten vrijwilligers die hun tijd en expertise inzetten voor een organisatie, ook als donateurs in natura geregistreerd worden? Dit zijn vragen die niet adequaat worden beantwoord en die tot onzekerheid en afschrikking leiden. Daarom graag een reactie van de minister hierop. Artikel 3 geeft verschillende overheidsinstanties, waaronder de burgemeester, de politie, de Belastingdienst, de AIVD en de AFM de bevoegdheid om donateursgegevens in te zien en onderling te verdelen. Burgemeesters krijgen zelfs de bevoegdheid om donateursgegevens op te vragen, inclusief gegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken. Dit is een schending van de AVG. Ook roept dit de vraag op of hierdoor minder donateurs bereid zullen zijn om te doneren, waardoor de bestaanszekerheid van al deze stichtingen in het geding komt. De nieuwe bewaarplicht van donatie- en persoonsgegevens van zeven jaar betekent zelfs dat we voedselpakketten en dekens moeten gaan registreren zonder drempelbedrag. De extra administratieve verplichtingen zijn disproportioneel en belemmeren juist het maatschappelijk middenveld, dat deze wet pretendeert te beschermen. Voorzitter, tot slot. De gevolgen van deze wet inzake toezicht op moskeeorganisaties zijn verstrekkend. Door te kiezen voor een beleid dat gebaseerd is op vage vermoedens en een gebrek aan concreet bewijs, verleggen we de aandacht van de echte problemen in onze samenleving. In plaats van de broodnodige investeringen te doen in het bouwen van meer woningen en het bestrijden van armoede en discriminatie, richten we ons op het creëren van een klimaat van wantrouwen en angst. Deze wet beschadigt onze rechtsstaat. We moeten deze wet dan ook zo snel mogelijk verwerpen, wat mij betreft. Dank u wel.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 477458d8af209e4a

13 okt 2026 · c960b560a9cdac29

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.