KamerkringInloggen
Uitspraak

Regels voor het inzichtelijk maken van donaties ontvangen door maatschappelijke organisaties en tot het tegengaan van ondermijning door maatschappelijke organisaties, alsmede tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007 en de Wet op de economische delicten in verband met het deponeren van de balans en de staat van baten en lasten door stichtingen (Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties) (35646)

4 feb 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c931691010fc840f · officiële bron

Mevrouw Becker (VVD): Ja, voorzitter. Ik heb gaandeweg ook al heel wat vragen kunnen stellen die ik eigenlijk in de tekst van mijn betoog had opgenomen, maar ik denk wel dat het zorgvuldig is — de discussie over het parlementair onderzoek is namelijk al negen jaar geleden — om vandaag aan het kabinet te vragen wat het huidige beeld van ondermijnende activiteiten in Nederland is. De POCOB ging toen vooral over een kleine, harde kern binnen het salafisme, maar in het laatste jaarverslag schrijft de AIVD juist minder daarover en juist meer over bijvoorbeeld rechts-extremisme of autonomen, die zich afkeren van de overheid. Wat weten we over eventuele ondermijnende activiteiten vanuit het buitenland? Hoe staat het momenteel met financiering vanuit de Golfstaten? Toen, rond de POCOB, is de afspraak gemaakt dat we daar meer diplomatieke informatie over zouden krijgen. Kan de minister die informatie met de Kamer delen? Hoe gaat het wetsvoorstel straks werken in de praktijk? Want daarvoor zijn we hier vandaag natuurlijk allemaal. Verwacht de minister dat burgemeesters en het OM echt bij organisaties waarover zorgen bestaan, gaan opvragen hoe het met de financiering staat? Hoe worden burgemeesters van deze mogelijkheid op de hoogte gesteld en hoe loopt het gesprek met hen daarover? Start het OM naar verwachting echt juridische procedures op basis van de zogenaamde open norm die in het wetsvoorstel is geformuleerd? We hadden het daar net al even over. Bij welke gedragingen zal de rechter oordelen dat sprake is van gedrag dat het openbaar gezag of de democratische rechtsstaat ondermijnt of dreigt te ondermijnen? In het wetsvoorstel wordt geschreven dat het zal gaan om hooguit twee zaken per jaar. Waarop baseert het kabinet dit? Hoe zal de norm in de praktijk worden toegepast? In de artikelsgewijze toelichting duidt de minister "ondermijning" wat verder. Ik heb dat net al beschreven, dus ik zal dat niet herhalen. De minister schrijft dat bedreigingen en omkoping van ambtsdragers, witwassen en terrorismefinanciering met dit wetsvoorstel verder kunnen worden aangepakt. Dat is een goede zaak, maar ik wil de minister eigenlijk wat casuïstiek voorleggen en hem vragen of hij nu inschat dat dit de zaken zijn waarvoor hij verwacht dat het wetsvoorstel soelaas zou kunnen bieden. Een eerste voorbeeld betreft iets waarover we het ook al heel lang in de politiek met elkaar hebben. Een moskeeleraar ... Zal ik even wachten, voorzitter?

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · c47e4cd4cb69bbd8

13 okt 2026 · 67af8743b27a904e

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.