2026D44692INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGDe vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen enopmerkingen aan het kabinet over een vijftal brieven, waaronder deGeannoteerde Agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen (internemarkt en industrie) op 24 september 2026 (Kamerstuk 21 501-30, nr. 711).De voorzitter van de commissie,Van EijkDe griffier van de commissie,Reinders nds-tk-2026D446921 Agenda•Geannoteerde Agenda Raad voor Concurrentievermogen 24 septem-ber 2026 (brief van de Minister van Economische Zaken, H.G. Herbert,Kamerstuk 21 501-30, nr. 711)•Verslag Raad voor Concurrentievermogen 28 en 29 mei 2026 (brief vande Minister van Economische Zaken, H.G. Herbert, Kamerstuk21 501-30, nr. 705)•Verslag van de informele Raden voor Concurrentievermogen van 9 en10 juli 2026 en van 21 juli 2026 (brief van de Minister van EconomischeZaken, H.G. Herbert, Kamerstuk 21 501-30, nr. 710)•Fiche: Verordening mobiele satellietdiensten 2GHz (brief van deMinister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen, Kamerstuk 22 112,nr. 4401)•Fiche: Mededeling Stop Destroying Videogames (brief van de Ministervan Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen, Kamerstuk 22 112,nr. 4417)InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieVragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieIIAntwoord/Reactie van het kabinet I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie merken op dat de Minister tijdens deinformele Raad van 9 en 10 juli opnieuw aandacht heeft gevraagd voor deOndernemingen in Moeilijkheden (OIM)definitie en daarbij bijval kreegvan meerdere lidstaten. Uit de brief van 1 september1 blijkt echter dat detweede conceptversie van de Algemene Groepsvrijstelling Verordening(AGVV) en de herziening van de richtsnoeren nog geen oplossing bieden,terwijl de Europese Commissie de nieuwe kaders eind 2026 wil publicerenmet het oog op inwerkingtreding per 1 januari 2027. Het tijdpad is duskrap. Is het kabinet bereid dit onderwerp ook tijdens deze Raad op tebrengen, bijvoorbeeld bij het debat over economische veiligheid enconcurrentievermogen of als diversenpunt? Welke lidstaten steunden deNederlandse oproep in juli, en is de oorspronkelijke groep van acht landeninmiddels gegroeid? Is het kabinet bereid die steun om te zetten in eengezamenlijke schriftelijke oproep aan de Commissie voordat de kadersworden gefinaliseerd, en de Kamer daarover te informeren?De leden van de D66-fractie delen de teleurstelling over de voorgesteldeverruiming. Zij lezen dat die in de praktijk weinig oplevert, omdat definanciële instrumenten waarvan start- en scale-ups gebruikmakenvolgens de jaarverslaggevingsregels niet als eigen vermogen gelden, endat de uitzondering voor innovatieve ondernemingen te beperkt is.Daardoor biedt ook anticiperend handelen geen ruimte meer. Welkeconcrete aanpassing bepleit het kabinet in zijn reactie op de consultatiesover de AGVV en de richtsnoeren? Zoals bijvoorbeeld het meetellen van1Kamerstuk 21 501-30, nr. 710.2 quasi-eigen vermogen zoals achtergestelde en converteerbare leningen,een toets op daadwerkelijke levensvatbaarheid, of een ruimere uitzon-dering voor innovatieve start- en scale-ups? Kan de Kamer die reactieontvangen? Welke stappen zet het kabinet als de definitieve kaders hetprobleem eind 2026 nog steeds niet oplossen? Welke ruimte ziet hetkabinet dan nog, en wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?De leden van de D66-fractie zien de Chips Act 2.0 als meer dan een schildtegen afhankelijkheid. Europa heeft met chipmachines, chipontwerp,fotonica en quantum technologie in handen waar de rest van de wereldniet omheen kan, en Nederland staat daarin aan de basis. Deze ledenvinden dat Europa die voorsprong moet uitbouwen in plaats van fabriekennabouwen die elders al staan. Zij vragen het kabinet daarom niet alleenwat het wil voorkomen, maar vooral wat het wil bereiken. Op welkeEuropese sterktes wil het kabinet dat de Unie in 2035 aantoonbaaronmisbaar is, en welke plek krijgen de volgende generatie productiema-chines en de geïntegreerde fotonica daarin?De leden van de D66-fractie wijzen erop dat zulke ambities staan of vallenmet mensen. Zonder technici, chipontwerpers en onderzoekers wordtgeen enkele fabriek gebouwd en geen enkele proeflijn bemenst, maar inhet voorstel en in de geannoteerde agenda komt talent nauwelijks voor.Welke plaats krijgt talent in de Nederlandse inzet, en is het kabinet bereiddit in het beleidsdebat te agenderen, bijvoorbeeld door in te zetten opgezamenlijke opleidings- en onderzoeksinfrastructuur rond de GrandChallenges en de proeflijnen?De leden van de D66-fractie vragen of het kabinet bereid is in het debathet voortouw te nemen met een positieve agenda langs deze lijn, endaarvoor de door Nederland geïnitieerde Semicon Coalition te benutten.Blijft de keuze voor strategische projecten bij lidstaten in de EuropeanSemiconductor Board (ESB) liggen?De leden van de D66-fractie delen het oordeel dat het eigenaarschapscri-terium van meer dan 50 procent te strikt is, maar zien daarachter eenprincipiëlere vraag. Europa is groot geworden door open te zijn, en deNederlandse chipsector bestaat bij de gratie van internationale samen-werking en internationaal kapitaal. Deze leden willen voorkomen datEuropa uit angst voor afhankelijkheid het protectionisme kopieert waarhet zelf onder lijdt. Hoe voorkomt het kabinet dat de Chips Act 2.0 juist debedrijven uitsluit die Europa sterk maken? Hoe borgt het kabinet datsamenwerking met belangrijke partners zoals Taiwan, Japan enZuid-Korea mogelijk blijft en dat de verordening in lijn is met de verplich-tingen van de Unie in de Wereldhandelsorganisatie?De leden van de D66-fractie lezen dat enkele grote lidstaten het fusietoe-zicht willen versoepelen om Europese kampioenen te kunnen vormen.Deze leden zien dat anders. Europese bedrijven groeien niet door minderconcurrentie, maar door een interne markt die eindelijk af is. Deze ledenwillen voorkomen dat weerbaarheid en innovatie een achterdeur wordenom fusies goed te keuren die consumenten en jonge bedrijven de dasomdoen. Hoe borgt het kabinet dat de herziene richtsnoeren de wettelijketoets, namelijk of er voldoende concurrentie overblijft, in de praktijk nietuithollen? Is het kabinet bereid in de Raad uit te dragen dat verdereintegratie van de interne markt de echte route naar schaal is, en niet hetversoepelen van het toezicht?De leden van de D66-fractie delen de analyse dat economische veiligheid,industrie- en handelsbeleid steeds meer met elkaar verweven raken, maarwijzen erop dat diversificatie alleen werkt als er partners zijn om naartoe3 te diversifiëren. Zij lezen dat de Commissievoorzitter deze weekvoorstelde om Canada het eerste geassocieerde lid van de Unie te maken,met samenwerking op onder meer industrie, kritieke technologiege-bieden, energie en grondstoffen. Deze leden zien daarin een kans enwillen dat Nederland het voortouw neemt om zulke banden ook metandere gelijkgestemde landen aan te halen. Hoe beoordeelt het kabinet ditvoorstel, en is het kabinet bereid tijdens het lunchdebat te bepleiten datsamenwerking met andere landen concreet wordt gemaakt op grond-stoffen, chips en kritieke technologie-gebieden?De leden van de D66-fractie vinden het opmerkelijk dat je tegenwoordigeen spel kunt kopen dat later gewoon van je scherm kan verdwijnen. Zijwaarderen het dat het kabinet erkent dat betere informatie alleen hetprobleem niet oplost en dat spelers zekerheid en compensatie verdienen.Tegelijk constateren deze leden dat een vrijwillige gedragscode staat ofvalt met de bereidheid van de sector. Aan welke termijn en aan welkeconcrete resultaten toetst het kabinet die gedragscode, en wat gebeurt erals die uitblijven? Is het kabinet bereid zich er in de evaluatie van deRichtlijn Digitale Inhoud voor in te zetten dat consumenten voorafduidelijk zien dat zij een licentie kopen en hoe lang een spel wordtondersteund? Hoe voorkomt het kabinet dat kleine indiestudio’s onder decode bezwijken, terwijl juist grote uitgevers de knop omzetten?De leden van de D66-fractie steunen een Europese satelliet-infrastructuurdie ons minder afhankelijk maakt van één of twee buitenlandseaanbieders. Zij zien de verplichte wholesaletoegang als de kern van datdoel en willen dat die niet in de uitvoeringsbesluiten wordt uitgehold. Hoeborgt het kabinet dat die verplichting werkbaar en afdwingbaar blijft, ooknu de vergunningverlening naar de Commissie verschuift? Hoe zorgt hetkabinet ervoor dat de door ASTRON gesignaleerde risico’s voor deradioastronomie serieus worden geadresseerd, zodat Europese connecti-viteit niet ten koste gaat van Europese wetenschap?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Geanno-teerde Agenda voor de Raad voor Concurrentievermogen. Deze ledenconstateren dat de Chips Act 2.0 een belangrijk agendapunt is van degeannoteerde agenda. Deze leden hebben hierover separaat een inbrenggeleverd, namelijk bij het daarover gaande schriftelijk overleg.2 Dezeleden hebben op dit moment geen overige vragen of opmerkingen voorde aankomende Raad voor Concurrentievermogen.Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda van de volgende Raad voor Concurrentievermogen.Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de PRO-fractie hebben er vragen over hoe het kabinet kijktnaar het recente dreigement van de VS om nieuwe handelsmaatregelen tetreffen richting zowel de Europese Unie als Canada vanwege de recentetoenadering. Kan het kabinet zijn visie delen op de recente toenadering enhet associatieve lidmaatschap dat Canada is aangeboden? Hoe vindt hetkabinet dat de Europese Unie en Canada moeten samenwerken enreageren op de dreigementen vanuit de VS?2De inbreng van het schriftelijke overleg BNC-fiche Chipsverordening 2.0 stond gepland op17 september 2026. De vragen van de commissie zijn terug te vinden met het document-nummer 2026D441704 De leden van de PRO-fractie zijn tevens benieuwd naar de kabinetsvisie opde handelsdialoog van de Europese Unie met China. CommissievoorzitterVon der Leyen zei in haar Europese Staat van de Unie dat die wordtvoortgezet, maar dat er een moment komt dat een grens getrokken moetworden, en dat daarbij alle instrumenten op tafel liggen. Deze ledenhebben tevens vernomen dat verschillende Europese industrieëninmiddels pleiten voor tarieven en handelsquota. Wat betreft deze ledenmoeten deze instrumenten inderdaad op tafel liggen en zijn hardeingrepen noodzakelijk als de dumping van China, middels dialoog, geenhalt toe wordt geroepen. Wat vindt het kabinet hiervan?De leden van de PRO-fractie hebben verder enkele vragen over deaangekondigde herziening van de wetgeving ten aanzien van publiekeinkoop. Deze leden zijn positief over de inzet van de Europese Commissieom publieke inkoop minder te laten draaien om de laagste prijs en meerte benutten voor maatschappelijke doelstellingen. Zij zien publieke inkoopals een belangrijk instrument om publieke middelen niet alleen doelmatig,maar ook strategisch in te zetten voor onder meer verduurzaming,innovatie, goede arbeidsvoorwaarden en een sterke Europese economie.Deze leden vragen hoe het kabinet deze inzet van de Europese Commissiebeoordeelt. Ziet het kabinet mogelijkheden om in de onderhandelingen inte zetten op nog scherpere en meer concrete doelstellingen voor klimaat,verduurzaming en technologische innovatie binnen publieke inkoop? Ziethet kabinet daarnaast mogelijkheden om publieke inkoop sterker tebenutten als instrument voor het versterken van Europese waardeketensen de ontwikkeling van strategische technologieën?De leden van de PRO-fractie vragen in het licht van de concurrentiepositiewat de inzet van het kabinet wordt op het gebied van ondernemingen inmoeilijkheden. Uit de Kamerbrief van 1 september 2026 blijkt dat destrategie zoals tot nu toe ingezet, niet het resultaat oplevert dat hetkabinet voor ogen had. Deze leden zijn teleurgesteld dat deze inzetnauwelijks verlichting en perspectief biedt voor innovatieve start- enscale-ups en roepen het kabinet op om opnieuw naar mogelijkheden tekijken.De leden van de PRO-fractie vragen om een nadere toelichting wat deconcrete inzet in de komende maanden zal zijn. Welke specifiekewijzigingen van de OIM-definitie zal het kabinet bij de EuropeseCommissie bepleiten en op welke punten verwacht het kabinet nogbeweging van de Commissie? Is het kabinet voornemens om opnieuw toteen gezamenlijk standpunt of een gezamenlijke interventie richting deEuropese Commissie te komen? Welke concrete mogelijkheden ziet hetkabinet tussen het einde van de consultaties en de verwachte publicatievan de definitieve steunkaders eind 2026? Kan het kabinet aangevenwanneer het de inzet als geslaagd beschouwt en welke vervolgstappenhet kabinet voorziet als de definitieve Europese regels onvoldoendetegemoetkomen aan de Nederlandse inzet?De leden van de PRO-fractie lezen dat anticiperend handelen op ditmoment niet meer ruimte biedt en daarom niet zinvol is. Betekent dit datNederland tot de inwerkingtreding van de nieuwe steunkaders geenaanvullende mogelijkheden ziet om het OIM-probleem voor innovatieveondernemingen te ondervangen? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voorondernemingen die gedurende deze periode tegen de OIM-definitieaanlopen?De leden van de PRO-fractie vragen of het kabinet kans ziet om te lerenvan de Franse praktijk. Deze leden horen dat innovatieve ondernemingenin Frankrijk in de praktijk mogelijk minder vaak tegen de Europese5 OIM-definitie aanlopen. Deze leden begrijpen dat Frankrijk in sommigenationale steunregelingen eigen criteria hanteert voor het bepalen of eenonderneming in moeilijkheden verkeert (andere insolventie-, herstructure-ringsprocedures en financiële ratio’s). Bijvoorbeeld het voorbeeld vanFrench Tech 2030, waar wordt gekeken naar positief eigen vermogen. Kanhet kabinet aangeven of Franse innovatieve start-ups en scale-upsinderdaad minder vaak door de OIM-definitie worden uitgesloten vansteun dan Nederlandse ondernemingen? Zo ja, waardoor wordt ditverschil veroorzaakt en welke elementen van de Franse uitvoeringspraktijkzouden in Nederland kunnen worden overgenomen?Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de GeannoteerdeAgenda voor de Raad voor Concurrentievermogen en hebben daarover devolgende vragen.De leden van de PVV-fractie lezen dat de Nederlandse inbreng voorhetChips Act 2.0 beleidsdebat onder andere bestaat uit het ervoor pleiten omgeavanceerde productiemachines en -apparatuur expliciet onder de GrandChallenges en de first-of-a-kind (FoaK)-definitie te laten vallen. Betekentdit dat het kabinet daarbij ook inzet op het bereiken van technologischesoevereiniteit voor Nederland, en niet op het delen van dergelijke crucialetechnologie met andere Europese lidstaten opdat zij daar hun voordeelmee kunnen doen?De leden van de PVV-fractie lezen daarnaast in het fiche Verordeningmobiele satellietdiensten 2GHz dat Nederland kritisch is over de doorASTRON gesignaleerde risico’s voor D2D-toepassingen met betrekking totinterferentie ten opzichte van passief frequentiegebruik voor onderzoeks-doeleinden (radioastronomie). Het kabinet zal hier richting de Commissieaandacht voor vragen. Kan het kabinet aangeven hoe vrijblijvend ditverzoek aan de Commissie is en is het kabinet bereid hier een harde grenste trekken?De leden van de PVV-fractie lezen in het fiche mededeling Stop DestroyingVideogames dat de Commissie het disproportioneel acht om metwetgeving af te dwingen dat uitgevers die videogames verkopen of inlicentie geven deze na beëindiging van de ondersteuning in eenfunctionele of speelbare staat achter te laten. Deelt het kabinet deopvatting dat, gegeven het feit dat het games betreft die niet op een fysiekmedium geleverd worden maar enkel digitaal ontsloten worden, middelseen zorgplicht gedekt zouden moeten worden dat zo een gamebespeelbaar blijft voor een nog nader te bepalen termijn? Ter vergelijking,een oude NES console met een even oude game-cartridge is vandaag dedag, 40 jaar na de releasedatum, nog steeds bespeelbaar. Een oude gameop een digitaal format «verdwijnt» daarentegen, is niet op een fysiekedrager beschikbaar en is dus niet meer bespeelbaar. Heeft de koper vaneen digitale game niet hetzelfde recht om die game te spelen als die kopervan die NES-console in 1986 die vandaag de dag nog steeds geniet vanMario Bros of Duck Hunt? Is het kabinet voornemens om hierover met deCommissie in gesprek te treden om op zijn minst een discussie over eenwenselijke termijn op de agenda te verkrijgen die wel afgewogen zoukunnen worden tegen de rechten en de vrijheid van ondernemerschap ofanderzijds een verplichting om de games ook op fysieke dragers uit tebrengen, zodat er wel sprake kan zijn van fysiek eigendom?De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast hoe de starre houding vanhet kabinet en de Commissie, waar het gaat om de ondersteuning vangames, zo anders is vergeleken met de verplichting om producten met6 digitale componenten te allen tijde te blijven voorzien van updates, eenverplichting die voortvloeit uit de Cyber Resilience Act. Kan het kabinetduiden hoe zich dit tot elkaar verhoudt?De leden van de PVV-fractie lezen verder dat het kabinet een gelijkspeelveld nastreeft voor de Europese Game-industrie. De markt voorcomputergames is verzadigd. Nederlandse gamestudio’s hebben hetzwaar, te meer vanwege landen waar de overheid de sector financieelsteunt, zoals Duitsland, België, Frankrijk, Polen en het VK, waardoor deinternationaal sterk stijgende ontwikkelkosten wel tot 50% lager uitvallen.Voor consoles speelt daarbij dat geheugenchips sinds 2025 drie tot vijfkeer zo duur zijn geworden. Financiers vinden is daardoor lastig. Wat gaatdit kabinet doen om ervoor te zorgen dat, zeker ook met de op handenzijnde Digital Fairness Act (DFA), er daadwerkelijk sprake zal zijn van eengelijk speelveld? Is het kabinet bijvoorbeeld bekend met het gegeven datin Nederland geen specifieke belastingcode of fiscaal sectorbeleid is voorgames (zoals de Tax Shelter in België of de Video Games Tax Relief in hetVK), waardoor het vrijwel onmogelijk is om in aanmerking te komen vooralgemene innovatieregelingen? Hoe definieert dit kabinet het «gelijkespeelveld» voor deze sector?De leden van de PVV-fractie hebben verder een vraag inzake de op handenzijnde DFA, waarnaar ook al werd verwezen in deze brief. Welkeproblemen lost de DFA op die niet in de al bestaande wetgeving kanworden geadresseerd en hoe ziet dit kabinet de samenhang tussen deDFA en bestaande regelgeving als het Consumentenrecht en de DigitalServices Act?De leden van de PVV-fractie vernemen graag hoe bij de verdereuitwerking van de DFA rekening zal worden gehouden met de verschil-lende digitale diensten, zoals bijvoorbeeld sociale media enerzijds envideogames anderzijds en hoe het kabinet aankijkt tegen de ontwerp-keuzes rondom het zogenoemde addictive design, rekening houdende dater onderscheid is tussen schadelijke praktijken en reguliere gameplayme-chanismen?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda voor de Raad voor Concurrentievermogenvan 24 september 2026. Zij hebben hierover enkele vragen.De leden van de CDA-fractie onderschrijven het belang van een sterkeEuropese positie in de mondiale halfgeleiderketen. Het kabinet wil daarbijinzetten op het uitbouwen van Europese technologische sterktes enzogenoemde control points in de waardeketen. Ook wil het geavanceerdeproductiemachines en -apparatuur beter verankeren in de GrandChallenges en de first-of-a-kind-definitie. Deze leden vragen hoe hetkabinet deze inzet tijdens de Raad concreet wil maken. Op welke onder-delen van de halfgeleiderketen ziet hij voor Nederland de grootste kansenom de Europese positie te versterken? Het kabinet wil daarnaast eensterkere rol voor lidstaten en de industrie bij de selectie van StrategischeProjecten. Deze leden vragen hoe daarbij wordt voorkomen dat middelenversnipperen over nationale projecten. Hoe zorgt het kabinet ervoor datEuropese meerwaarde en technologische excellentie bij de selectieleidend zijn, en niet de financiële slagkracht van afzonderlijke lidstaten?De leden van de CDA-fractie hebben vragen over de definitie van eendomestic undertaking. Het kabinet vindt het voorgestelde eigendomscri-terium te strikt en wil voorkomen dat bedrijven met een sterk Nederlands7 of Europees karakter door hun internationale eigendomsstructuur buitende regeling vallen. Kan het kabinet aangeven welke gevolgen de huidigedefinitie kan hebben voor Nederlandse bedrijven en welke aanpassing hijin de onderhandelingen nastreeft?De leden van de CDA-fractie lezen dat de Commissie aan nieuwerichtsnoeren voor de beoordeling van fusies en overnames werkt. Daarbijmoet meer ruimte komen om effecten op onder meer innovatie, investe-ringen en weerbaarheid mee te wegen, terwijl de wettelijke mededin-gingstoets ongewijzigd blijft. Nederland steunt deze benadering enbenadrukt tegelijk het belang van effectieve mededinging. Deze ledenvragen hoe deze bredere belangen straks in de praktijk worden gewogen.Hoe houdt de Commissie de toepassing van de richtsnoeren voorspelbaarvoor bedrijven wanneer ook factoren als innovatie en weerbaarheid eenrol krijgen? Binnen de Raad lopen de opvattingen uiteen. Sommigelidstaten willen meer ruimte voor grotere Europese ondernemingen,terwijl andere lidstaten vooral hechten aan strikt mededingingstoezicht.Welke inzet kiest Nederland in deze discussie? Hoe kan volgens hetkabinet ruimte worden geboden aan Europese bedrijven om internati-onaal op schaal te concurreren, zonder de concurrentie op de internemarkt onnodig te beperken?De leden van de CDA-fractie steunen de inzet om economische veiligheid,industriebeleid en handelsbeleid meer in samenhang te bezien. Hetkabinet wil risicovolle strategische afhankelijkheden beter in beeldbrengen en waar nodig verminderen, onder meer door diversificatie. Dezeleden vragen op basis van welke criteria wordt bepaald wanneer eenstrategische afhankelijkheid om overheidsingrijpen vraagt. Maakt hetkabinet daarbij ook onderscheid tussen afhankelijkheden dieaanvaardbaar zijn en afhankelijkheden waarbij diversificatie of opbouwvan Europese capaciteit nodig is? Verder vragen deze leden hoeNederland wil voorkomen dat maatregelen voor economische veiligheidleiden tot onnodige nieuwe handelsbelemmeringen of verdere versnip-pering van de interne markt. Hoe wil het kabinet de samenwerking metbetrouwbare internationale partners blijven benutten bij het verminderenvan risicovolle afhankelijkheden?De leden van de CDA-fractie begrijpen de zorgen van consumenten dieeen videogame aanschaffen en later hun toegang verliezen doordat deondersteuning wordt beëindigd. De Commissie kiest niet voor eenwettelijke verplichting om games na beëindiging van de ondersteuningspeelbaar te houden, maar wil met de sector en consumentenorganisatieswerken aan een vrijwillige gedragscode. Deze leden vinden dat consu-menten vooraf duidelijk moeten kunnen zien wat zij kopen en hoe lang zijredelijkerwijs ondersteuning mogen verwachten. Welke informatie moetvolgens het kabinet voor de aankoop zichtbaar zijn over de verwachtelevensduur en ondersteuning van een game? Welke rol ziet het kabinetdaarbij voor digitale verkoopplatforms? Het kabinet steunt de keuze vooreen gedragscode, maar geeft ook aan dat deze tot merkbare verbete-ringen voor consumenten moet leiden. Deze leden vragen binnen welketermijn het kabinet resultaten verwacht en hoe wordt beoordeeld of degedragscode voldoende werkt. Welke vervolgstappen liggen volgens hetkabinet voor de hand als de vrijwillige aanpak onvoldoende effect heeft?Tot slot vragen deze leden hoe bij de gedragscode rekening wordtgehouden met kleinere, onafhankelijke gameontwikkelaars, die mindermogelijkheden hebben om games langdurig operationeel te houden dangrote internationale uitgevers.8 Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van deGeannoteerde Agenda.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen3 dat de Ministers tijdens deRaad worden geïnformeerd over de verordening over het 28e regime. Op15 juli jongstleden heeft de ChristenUnie-fractie schriftelijke vragengesteld over de rentmeestervennootschap in relatie tot het voorstel vande verordening, die op het moment van deze inbreng nog niet zijnbeantwoord.4 Deze leden vragen of deze vragen spoedig beantwoordkunnen worden, en in ieder geval niet later dan de beantwoording van ditschriftelijk overleg.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het klopt dat in hetconceptverslag van rapporteur Repasi in de commissie JURI van hetEuropees Parlement over het 28e regime steward ownership (rentmeester-schap) en werknemerseigendom als optionele varianten wordenge(her)ïntroduceerd, maar dat het kabinet steward ownerschip in hetBNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 4320), noch in het door Nederlandmedeondertekende Benelux non-paper noemt? Waarom niet? Deze ledenvragen of het kabinet voorstander is van het opnemen van de optionelevarianten van steward ownership en werknemerseigendom in deuiteindelijke tekst van de verordening over het 28e regime. Is het kabinetbereid om zich hier in EU-verband, samen met gelijkgezinde lidstaten,voor in te zetten? Zo nee, waarom niet?II Antwoord/Reactie van het kabinet 3Agenda Raad voor Concurrentievermogen hoogtepunten, Consilium Europa. (https://www.consilium.europa.eu/en/meetings/compet/2026/09/24/)4Vragen van het lid Grinwis (ChristenUnie) over De rentmeestervennootschap (stewardownership) in relatie tot het voorstel voor een verordening tot oprichting van EU Inc, gesteldop 15 juli 2026 (2026Z16258).9
Bron, video en gesprek →0debatten
248bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·