KamerkringInloggen
Wendy van Eijk

Officieel Kamerprofiel

Wendy van Eijk

VVD →
0debatten
248bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
17 dec 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 836Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering vandiverse maatregelen uit de kabinetsreactie ophet rapport van de parlementaireenquêtecommissie aardgaswinning GroningenNr. 6 VERSLAGVastgesteld 17 december 2025 Inhoudsopgave1. Inleiding22. Inhoud32.1. Generatielange aanpak en Staat van Groningen en Noord-Drenthe32.1.1. Aanleiding, doel en probleemschets42.1.2. Probleemaanpak en motivering instrumentkeuze42.1.3. Uitbreiding taken Minister ten aanzien van de generatie-lange aanpak52.1.4. Uitvoeringsprogramma Rijk62.1.5. De Staat van Groningen en Noord-Drenthe62.1.6. Overleg en reactie72.2. Koste-wat-kost82.3. Nieuwe schadeafhandeling92.3.1. Aanleiding en doel van versoepeling schadeafhandeling102.3.2. Daadwerkelijk schadeherstel zonder onderzoek naar deschadeoorzaak112.3.3. Keuzevrijheid voor aanvragers122.3.4. Uitzonderingssituaties122.3.5. Omgang met termijnen in verband met nieuwe werkwijze122.3.6. Voorwaarden in de schadeafhandeling122.4. Collegiaal bestuur SodM122.5. Benoemingsprocedure bestuursleden IMG132.6. Evaluatiebepaling132.7. Geografische verduidelijking publiekrechtelijke schadeaf-handeling133. Verhouding tot nationale wetgeving134. Uitvoering134.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe134.1.1. Uitvoeringsaspecten zorgplichten135. Gevolgen en neveneffecten135.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe135.1.1. Effect voor burgers en bedrijven135.1.2. Effect op bestuurlijke lasten medeoverheden146. Financiële gevolgen14 kst-36836-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 61 6.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe147. Advies en consultatie147.1. Regionaal afstemmingsmoment voorafgaand aan internet-consultatie wetsvoorstel147.1.1. Zorgplichten verduurzaming en brede welvaart147.2. Internetconsultatie wetsvoorstel157.2.1. Algemene reacties over de nieuwe schadeafhandeling15 1. Inleiding De leden van de D66-fractie danken de regering voor het wetsvoorstel.Deze leden onderschrijven het belang van een generatielange inzet omhet vertrouwen van inwoners van Groningen en Noord-Drenthe teherstellen. Zij benadrukken dat voor hen rechtsstatelijkheid, menselijkemaat, transparantie en gelijke behandeling centraal staan bij de beoor-deling van dit wetsvoorstel.De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe dit wetsvoorstelbijdraagt aan een overheid die betrouwbaar en voorspelbaar handelt enhoe wordt geborgd dat bewoners daadwerkelijk minder administratievelasten, kortere doorlooptijden en meer duidelijkheid ervaren. Kan deregering uiteenzetten welke concrete verbeteringen voor bewonersmerkbaar zullen zijn binnen het eerste jaar na inwerkingtreding van dewet?Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie hoe wordt voorkomen datde verwachtingen die met dit wetsvoorstel worden gewekt, onder meerrondom zorgplichten en schadeafhandeling, niet opnieuw leiden totteleurstelling, zoals de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna:de Afdeling advisering) waarschuwt in haar negatieve dictum bij ditvoorstel.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging vande Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met deuitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapportvan de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen.Deze leden hebben hier voor nu geen vragen of opmerkingen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en deMijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uitde kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissieaardgaswinning Groningen. Deze leden vinden de wetswijziging oppunten een stap in de goede richting, maar zien ook nog stevige verbeter-punten. Tevens constateren zij dat het leed waarin veel gedupeerden nogzitten vraagt om een stevige wettelijke verankering met concretemaatregelen en afrekenbare doelen om te komen tot een veilig, schadevrijen duurzaam huis voor iedereen in Groningen en Noord-Drenthe. Het isgoed dat de beloftes uit Nij Begun een wettelijke verankering krijgen,zodat ook toekomstige kabinetten zich hieraan houden en beloftes uit NijBegun ook daadwerkelijk vervuld worden. Echter wordt er naar de meningvan deze leden niet aan alle beloftes voldaan.Al sinds het opstellen van Nij Begun waarschuwen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie samen met de leden van de SP-fractie datschade, versterking en verduurzaming niet gescheiden moet worden.Zodoende is Nij Begun op het verkeerde fundament gebouwd. Deze zijnvoor een totaalaanpak en zien dat veel gedupeerden ontevreden zijn overde afwikkeling van schade, versterking en verduurzaming. Deze ledenmissen dit in het huidige wetsvoorstel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 62 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom het sluiten vande kleine gasvelden in Groningen niet wordt opgenomen in de wet. Watzijn de juridische mogelijkheden om dit wel te doen?De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging vande Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met deuitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapportvan de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen enhebben daarover enkele vragen.De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorsteltot wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet. Dezeleden onderschrijven het belang van een generatielange, structureleaanpak van de gevolgen van de gaswinning voor inwoners van Groningenen Noord-Drenthe. Tegen die achtergrond uiten zij zorgen over de matewaarin dit wetsvoorstel bijdraagt aan de doelen die door de regering zelfzijn geformuleerd: een mildere, makkelijkere en menselijkere schadeaf-handeling en een voortvarende versterkingsoperatie, zoals toegezegd inNij Begun. In de voorliggende teksten lijkt de nadruk echter te verschuivennaar meer varianten, meer juridische voorwaarden en daarmee meercomplexiteit voor gedupeerde.De leden van de SP-fractie benadrukken dat de parlementaire enquête-commissie heeft vastgesteld dat bewoners centraal moeten staan in hetherstelproces. Deze leden vragen de regering daarom met ditwetsvoorstel helder te maken hoe bewoners daadwerkelijk wordenontlast, hun rechtspositie wordt beschermd en verdere ongelijkheidtussen gebieden wordt voorkomen.De leden van ChristenUnie-fractie hebben met belangstelling kennisge-nomen van voorliggend wetsvoorstel om de maatregelen uit de kabinets-reactie Nij Begun wettelijk te verankeren. Deze leden achten het van hetgrootste belang dat de huidige herstel- en versterkingsoperatie sterkwordt verbeterd, waardoor gedupeerden zullen ervaren dat de ereschulddie de Staat aan Groningen en Noord-Drenthe heeft daadwerkelijk wordtingelost. Deze leden maken gebruik van de mogelijkheid tot het stellenvan enkele vragen over het wetsvoorstel.2. Inhoud 2.1. Generatielange aanpak en Staat van Groningen en Noord-Drenthe De leden van de D66-fractie hebben vragen bij de juridische vormgevingvan de zorgplichten voor brede welvaart en verduurzaming. De Afdelingadvisering stelt dat deze plichten onvoldoende duidelijk zijn en verwach-tingen kunnen scheppen die niet waargemaakt kunnen worden. Kan deregering nader toelichten waarom deze wetgevingstechniek noodzakelijkis naast het uitvoeringsprogramma, en wat de minimale invulling is die uitde zorgplichten volgt?De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe wordt voorkomen datzorgplichten verwachtingen wekken die niet kunnen worden waarge-maakt, zoals de Afdeling advisering waarschuwt. Hoe wordt voorkomendat bewoners hierdoor schijnzekerheid krijgen? Verder vragen deze ledenwaarom niet is gekozen voor een onafhankelijk orgaan voor het opstellenvan de jaarlijkse Staat van Groningen en Noord-Drenthe, vergelijkbaarmet bestaande planbureaus. Hoe wordt geborgd dat de rapportageonafhankelijk, consistent en transparant blijft?De leden van de CDA-fractie ondersteunen de wettelijke verankering vande generatielange aanpak uit Nij Begun, waarmee ook komendekabinetten worden gehouden aan de uitvoering van die aanpak enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 63 daarover verantwoording moeten afleggen. De regering stelt in dat kaderdat de zichtbare gevolgen van de gaswinning in de vorm van nieuwebevingen en nieuwe schades naar verwachting zullen afnemen. Dezeleden delen die hoop en verwachting, maar begrijpen tegelijkertijd dat erin Groningen nog wel de nodige twijfel leeft over deze verwachting. Derecente beving in Zeerijp, de op twee na zwaarste beving ooit inGroningen gemeten, lijkt deze verwachting ook tegen te spreken. Zijvragen de regering uitgebreid in te gaan op de vraag in hoeverre deontwikkelingen in Groningen daadwerkelijk in lijn zijn met de verwach-tingen. Wat zijn de exacte verwachtingen met betrekking tot de frequentieen hevigheid van bevingen en het optreden van nieuwe schades? Welkebandbreedtes worden bij deze prognoses gehanteerd en op welke plekbinnen die bandbreedtes past de recente beving in Zeerijp? Deze ledenvragen de regering uit te leggen op welke wijze en met welke frequentiewordt beoordeeld of de oorspronkelijke verwachtingen over het afnemenvan bevingen en de zichtbare gevolgen daarvan nog realistisch zijn. Zijvragen de regering tevens te verduidelijken wanneer en op basis vanwelke criteria of drempelwaarden een aanpassing van die verwachtingenaan de orde zou kunnen zijn.De leden van de SP-fractie vragen waarom in de memorie van toelichtingniet helderder wordt erkend dat de problematiek in het kerngebiedvoortduurt, ook nadat de winning is gestopt, als gevolg van cumulerendebodembeweging, wijzigingen in waterhuishouding en funderingsproble-matiek. Kan de regering bevestigen dat herstel ook in de komendedecennia nodig kan blijven?2.1.1. Aanleiding, doel en probleemschets De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie delen de conclusie van deparlementaire enquêtecommissie dat er een ereschuld is richtingGroningen en Noord-Drenthe wat vraagt om een lange termijn aanpakmet generatielange investeringen.De leden van de SP-fractie vragen voor welke groep gedupeerden denieuwe maatregel van daadwerkelijk herstel nadelig kan uitpakken,bijvoorbeeld voor inwoners van wie een verzoek in het verleden isafgewezen omdat het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) het nietals mijnbouwschade beoordeelde. Hoe groot is naar schatting deze groepgedupeerden die niet kan profiteren van de maatregel waarbij geencausaliteitsonderzoek wordt uitgevoerd? Voorts vragen deze leden hoe deregering met deze mogelijke ongelijkheid omgaat. Kan de regering daarbijreflecteren hoe dergelijke verschillen zich verhouden tot de doelen van NijBegun en van het wetsvoorstel om het vertrouwen van inwoners teherstellen?2.1.2. Probleemaanpak en motivering instrumentkeuze Deze wet legt drie maatregelen uit Nij Begun vast, namelijk maatregel 1, 3en 38. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af waaromalleen deze drie maatregelen wettelijk worden vastgelegd? Kan deregering voor de maatregelen 6, 7, 14, 18, 19, 20 uitleggen waarom diespecifieke maatregelen niet worden vastgelegd in deze wet?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «Het inlossen van deereschuld een langjarige, structurele samenwerking tussen het Rijk en dedecentrale overheden [vergt].» Deze leden vinden deze structurelesamenwerking wettelijk gezien summier. Waarom wordt er niet voorgekozen om wettelijk te verankeren dat het uitvoeringsprogramma inovereenstemming met lokale overheden wordt gemaakt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 64 De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering stelt datwetgeving het geëigende instrument om een kabinetsperiode-overstijgende inzet zoals bij de generatielange aanpak uit Nij Begun vastte leggen. Deze leden kunnen deze redenering volgen, maar vragen deregering ook te reflecteren op de vraag in hoeverre wetgeving daadwer-kelijk kan borgen dat de noodzakelijke verbeteringen in de aanpak zoalsbeschreven in Nij Begun worden gerealiseerd. In hoeverre acht deregering wetgeving op zichzelf voldoende, vragen deze leden. Zij vragentevens hoe de regering aankijkt tegen de verhouding tussen wetgeving ende structurele verandering in houding, cultuur, uitvoeringspraktijk enverantwoordelijkheid binnen de overheid die daarnaast nodig is om deereschuld in te lossen.2.1.3. Uitbreiding taken Minister ten aanzien van de generatielangeaanpak De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «Dit wetsvoorstel tweetaken in het leven [roept] met betrekking tot de generatielange aanpak omde ereschuld aan de regio in te lossen. Het gaat om twee zorgplichtenwaarmee de Minister van BZK, in overeenstemming met de anderebetrokken Ministers, de taak krijgt om de ontwikkeling van de bredewelvaart en de verduurzaming richting het aardgasvrij-gereed maken vanwoningen te bevorderen.»Het baart de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zorgen dat er enkelwordt gekozen voor een zorgplicht zonder norm en deze leden zijn danook van mening dat er concrete doelen aan verbonden moeten worden.Op deze wijze kunnen derden de regering hieraan houden wanneer deuitoefening van de taken niet, onvoldoende of niet-tijdig tot het vereisteresultaat leidt. Kan de regering hierop reflecteren? Waarom is er nietgekozen voor strakke normen?Verder lezen deze leden dat «De zorgplicht ten aanzien van het bevorderenvan de brede welvaart erop [is] gericht dat de relatieve achterstand vanbrede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen en degemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo ten opzichte van hetlandelijk gemiddelde uiterlijk in 2055 wordt ingelopen.» Kan nader wordentoegelicht waarom er voor het jaar 2055 is gekozen? Hoe kan de Ministerhier tussendoor op worden afgerekend als er geen tussendoelen wordengesteld? Waarom is er niet voor gekozen om tussendoelen te stellen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat er een zorgplichtverduurzaming door isolatie komt. Ook hier ontbreekt een norm en dus demogelijkheid tot controle of men op koers ligt. Kan de regering nadertoelichten waarom er geen norm is? Kan de regering ook nader toelichtenwaarom de standaard voor woningisolatie uiterlijk 2035 gereed moet zijn?Waarom dient de regering niet te waarborgen dat alle woningen uit hetaardbevingsgebied uiterlijk in 2035 kunnen voldoen aan de standaardvoor woningisolatie en uiterlijk 2035 gereed zijn voor aardgasvrij gebruik,behalve als de gedupeerde expliciet kiest om hier niet aan mee te werken?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog enkele vragen overontwikkeling van de brede welvaart. Hoe garandeert de regering datgebieden en wijken binnen gemeentes ook voldoen aan de gemiddeldebrede welvaart? Waarom worden er geen ondergrenzen voor bredewelvaart opgenomen in het wetsvoorstel?De leden van de CDA-fractie merken op dat de generatielange inzet voorGroningen en Noord-Drenthe uit Nij Begun ook met zich mee brengt datbetrokken Ministers de taak hebben om binnen hun portefeuille extrastappen te zetten daar waar het Groningen en Noord-Drenthe betreft. Alsextra stappen noemt de regering het verbreden van de N33 en hetopstellen van specifieke regelgeving binnen ministeriële portefeuilles.Deze leden vragen de regering dieper in te gaan op wat de generatielangeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 65 inzet in de praktijk concreet zal betekenen voor de uitvoering van beleiden daarbij passende «extra stappen» in Groningen en Noord-Drenthe. Zijvragen de regering verder uit te weiden over welk acties burgers,bedrijven en lokale overheden daadwerkelijk kunnen verwachten van debetrokken Ministers binnen hun portefeuilles. Tevens vragen zij hoe wordtgeborgd dat deze maatregelen ook daadwerkelijk worden doorgevoerd enzichtbaar worden op de korte en lange termijn.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben vragen over de zorgplichtdie in het wetsvoorstel is opgenomen. Ook de Afdeling advisering iskritisch op dit punt. De Afdeling advisering stelt: «In dit geval is het echteronduidelijk wat de burger op basis van de zorgplichten van de overheidmag verwachten. De toelichting gaat ervan uit dat de zorgplichten geenindividuele rechten creëren.» Deze leden vragen de regering uit te leggenop welke wijze deze zorgplicht dan geëffectueerd zal worden. Kan alleenhet parlement de regering aanspreken op het naleven van de zorgplicht?In hoeverre is deze zorgplicht van toegevoegde waarde ten opzichte vande Staat van Groningen en Noord-Drenthe? Welke extra garantie biedtdeze zorgplicht en voor wie?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering ook in te gaan opde kritiek van de Afdeling advisering dat niet duidelijk is welk bevoegdgezag zorg draagt voor welk belang. Op welke wijze is nu duidelijk wat deburger op grond van deze zorgplicht mag verwachten van de Staat? Dezeleden vragen aanvullend nader te expliciteren wat precies met dezorgplicht wordt beoogd en dit begrip nader (wettelijk) in te vullen.De leden van de ChristenUnie-fractie geven de regering in overweging omte kiezen voor een resultaatsverplichting. Deze leden vragen of deregering een dergelijke verplichting ook heeft overwogen. Kan de regeringnader duiden waarom gekozen is voor een zorgplicht in plaats van eenresultaatsverplichting?2.1.4. Uitvoeringsprogramma Rijk De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering nader kantoelichten hoe het uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt? Wanneer kande Kamer deze verwachten? Waarom is er gekozen voor een termijn vanvijf jaar? Wordt wettelijk vastgelegd dat hier afrekenbare doelen inkomen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien het als gevaar dat de doelenvan het uitvoeringsprogramma ook naar beneden vastgesteld kunnenworden. Waarom wordt er niet gekozen ondergrens aangaande dedoelen? Ook missen deze leden welke rol precies voor bewoners isweggelegd aangaande het opstellen van het uitvoeringsprogramma Rijk.Kan de regering daarop reflecteren? In hoeverre hebben bewoners eenwettelijke basis voor daadwerkelijke invloed op het Uitvoeringspro-gramma Rijk? Hoe zou dat eventueel versterkt kunnen worden?2.1.5. De Staat van Groningen en Noord-Drenthe De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed dat er jaarlijkswordt gemonitord hoe het gaat met de voortgang van de schadeafhan-deling, versterking, verduurzaming en andere relevante cijfers. Echter kandit wat betreft deze leden simpel via een brief met harde cijfers incombinatie met concrete verhalen van bewoners, zonder irrelevanteonspecifieke informatie. Zodat er geen extra geld wordt verspild. Ookvragen deze leden waarom de volgende statistieken daarin niet wordenmeegenomen: totaal van de aangemelde schade, totaal van voorgenomenvergoedingen en verwachting van wanneer de problemen zijn opgelost?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de rapportage van deNationaal Coördinator Groningen (NCG) (Kamerstuk 33 529, nr. 1342) datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 66 er grote ontevredenheid heerst onder bewoners. Waarom worden hiergeen acties en consequenties aan verbonden? Hoe kijkt de regering tegeneen totaalaanpak aan waarbij herstel, versterking en verduurzaminggelijktijdig worden opgepakt? Deelt de regering de mening dat ditwaarschijnlijk tot grotere tevredenheid onder gedupeerden leidt?Verder lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat «dit bijvoor-beeld het waar mogelijk stroomlijnen en vereenvoudigen van processenen het gelijktrekken van de rechten voor huurders en eigenaren van eengebouw [betekent].» Deze leden vragen zich af waarom niet wettelijkwordt vastgelegd dat de rechten voor huurders en woningeigenaren gelijkworden getrokken, dat ze recht hebben op dezelfde uitkomst – een veilig,duurzaam en versterkt huis – en vergoeding krijgen als er dezelfde soortvertraging wordt opgelopen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af wat deze wetconcreet betekent voor Batch 1588. Krijgt Batch 1588 recht op dezelfderegelingen als andere bewoners uit het aardbevingsgebied? Wordt ditwettelijk verankerd? Zo nee, waarom niet? Wat zijn de mogelijkheden omdit wel te doen?De leden van de CDA-fractie constateren dat dit wetsvoorstel vastlegt datde Staat van Groningen en Noord Drenthe inzicht dient te verschaffen inde mate waarin de schadeafhandeling op een milde, makkelijke enmenselijke wijze is uitgevoerd. Deze leden vragen de regering inzichtelijkte maken op welke wijze er concreet inzicht kan worden verkregen in demate waarin de schadeafhandeling op een milde, makkelijke en mense-lijke manier plaatsvindt. Zij vragen de regering in ieder geval aan te gevenwelke indicatoren zij daarbij hanteert, hoe zij deze zal meten en hoe zijwaarborgt dat zowel de kwantitatieve als kwalitatieve aspecten van deuitvoering betrouwbaar en toetsbaar worden gerapporteerd.2.1.6. Overleg en reactie De leden van de CDA-fractie merken op dat nadat de Staat van Groningenen Noord-Drenthe openbaar is gemaakt, verschillende partijen hierovermet elkaar in gesprek gaan. Dit overleg vindt plaats tussen de betrokkenMinisters en vertegenwoordigers van de decentrale overheden,waaronder gedeputeerde staten, colleges van burgemeester enwethouders van de gemeenten en het dagelijks bestuur van water-schappen in de regio. Daarnaast is voorzien dat een delegatie van hetkabinet in gesprek gaat met decentrale overheden, bewoners, maatschap-pelijke organisaties en andere samenwerkingspartners over de resultatenvan de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Deze leden vragen deregering in hoeverre deze gesprekken openbaar zijn en of er bijvoorbeeldverslagen van de gesprekken zullen worden gemaakt die beschikbaar zijnvoor het publiek. Zij vragen de regering tevens aan te geven in welkemate inwoners, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenpartijen actief in kunnen spreken of participeren in de gesprekken over deresultaten van de Staat van Groningen en Noord-Drenthe.De leden van de CDA-fractie lezen dat het wetsvoorstel bepaalt datwanneer doelen of streefwaarden op het gebied van welvaartsverbeteringen verduurzaming niet worden gehaald, de regering moet aangeven watnodig is om deze alsnog te realiseren. Mogelijke maatregelen variëren vanhet stellen van andere prioriteiten, het stimuleren van derden bijonvoldoende voortgang en het verspreiden van goede voorbeelden tothet bijstellen van interventies op basis van nieuwe inzichten. Deze ledenvragen de regering hoe wordt gewaarborgd dat afgesproken maatregelenwel leiden tot het realiseren van de gestelde doelen en streefwaarden. Zijvragen de regering te verduidelijken wat het in de praktijk betekent alsandere prioriteiten worden gesteld, interventies worden aangepast of hetbeleid wordt aangepast en hoe hierbij de balans zal worden gevondenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 67 tussen stabiliteit, voorspelbaarheid en de noodzaak tot bijsturen. Tevensvragen zij de regering om te verduidelijken welke mechanismen erbestaan om te controleren dat eventuele aanpassingen wél effectiefbijdragen aan het behalen van de doelen.2.2. Koste-wat-kost De leden van de D66-fractie constateren dat de Afdeling adviseringkritisch is op artikelen 14 en 14a, omdat deze mogelijk spanning veroor-zaken met het budgetrecht van het parlement. Kan de regering uiteen-zetten waarom de gekozen formulering niet leidt tot beperkingen van hetbudgetrecht. Op welke wijze wordt voorkomen dat symbolischebepalingen verwachtingen creëren die juridisch niet kunnen wordenwaargemaakt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat versterking enschadeafhandeling koste-wat-kost zijn geborgd. Er zijn echter nog veelmeer zaken die volgens deze leden wettelijk geborgd zouden moetenworden. Zij vragen waarom het voorkomen van onaanvaardbareverschillen tussen gedupeerden geen onderdeel is van koste-wat-kost.Waarom wordt het aanpakken van onaanvaardbare verschillen, zoals inhet rapport-Van Geel (Kamerstuk 33 529, nr. 1227) beschreven, nietwettelijk verankerd? Waarom worden het bestrijden van de negatieveeffecten op gezondheid, nadelige gevolgen voor ondernemers in hunbedrijfsvoering of omzetschade die zij derven, nadelige gevolgen voor(het behoud van) erfgoed, combineren van schadeherstel met verduur-zamen zoals de commissie Van Geel adviseert, en maatregel 1 t/m 33 vanNij Begun niet wettelijk geborgd?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of het wettelijk kanworden verankerd dat de inhoud van toekomstig uit te werken maatre-gelen aangaande Groningen en Noord-Drenthe leidend zijn en pas daarnahet benodigde budget wordt bepaald. Ook indien dit volgens de regeringal praktijk is: hoe en waar zou dit dan in de wet verankerd kunnenworden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen «Hiermee biedt hetwetsvoorstel de voor bewoners gewenste maximale duidelijkheid hetkabinet zal blijven doen wat nodig is om schade op ruimhartige wijze af tehandelen en zorg te dragen dat hun woningen voldoen aan de veilig-heidsnorm, ook in de toekomst.»» Deze leden zien echter dat veelwoningen «op norm» worden verklaard zonder dat die woningenverbeterd zijn en ze eerder als onveilig werden beschouwd. Graag eenreflectie van de regering. Kan de regering nader toelichten hoe zij borgtdat deze woningen ook echt veilig zijn? Hoe kan het zo zijn dat dezewoningen eerst onveilig werden verklaard en later toch op norm zijn? Hoeverhoudt dit citaat zich tot het feit dat er al in meer dan 200 rapporten vande NCG fouten zijn gevonden? Hoe garandeert de regering dat deveiligheidsnormen niet verder naar beneden worden bijgesteld?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden dat er onvoldoendegarantie is dat de regering de toezeggingen uit Nij Begun nakomt.Waarom wordt er in de wettekst niet voor gekozen om «in ieder geval toten met 2055, voldoende middelen beschikbaar» te stellen?De leden van de CDA-fractie delen de constatering van de regering dat dewettelijke taken en bevoegdheden van uitvoerende instanties implicerendat voldoende middelen moeten worden vrijgemaakt in de begrotingenvan de betrokken departementen. In het wetsvoorstel wordt naaraanleiding van de motie-Vedder c.s. ook benadrukt dat het schadeherstel,het funderingsschadeherstel en de versterkingsoperatie koste-wat-kost envoor zolang het duurt worden uitgevoerd. Dit roept de vraag op hoeconcreet en toetsbaar wordt vastgesteld dat de beschikbare middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 68 daadwerkelijk toereikend zijn om deze wettelijke verplichtingen adequaatuit te voeren. Deze leden vragen de regering uiteen te zetten op welkemanier wordt beoordeeld of de beschikbare middelen voldoende zijn omde wettelijk vastgelegde taken adequaat uit te voeren. Zij vragen deregering aan te geven welke criteria, indicatoren of evaluatiemomentenworden gebruikt om te bepalen of er daadwerkelijk voldoende middelenbeschikbaar zijn of dat aanvullende middelen nodig zijn. Tevens vragen zijde regering uit te leggen hoe er wordt geborgd dat eventuele tekortentijdig worden gesignaleerd en opgelost, zodat uitvoering van schade-herstel, funderingsschadeherstel en de versterkingsoperatie «koste-wat-kost» gegarandeerd is.De leden van de CDA-fractie merken op dat de regering stelt dat ditwetsvoorstel vastlegt dat de schadeafhandeling, funderingsschadeherstelvoor zover veroorzaakt door de gaswinning en de versterkingsoperatiekoste-wat-kost en voor zo lang het duurt, zullen worden uitgevoerd.Tegelijkertijd wordt erkend dat funderingsproblemen of andere construc-tieve gebreken die niet direct door gaswinning zijn veroorzaakt wel vaninvloed kunnen zijn op de terugkeer of verergering van schade doorgaswinning. In zulke gevallen kan het IMG deze problemen via duurzaamherstel aanpakken om een toekomstbestendige oplossing te bieden. Ditroept vragen op over hoe de oorzaak van funderingsschade wordtvastgesteld en hoe het principe «koste-wat-kost» wordt toegepast bijherstel van funderingsschade die niet direct door gaswinning is veroor-zaakt. Deze leden vragen de regering daarom hoe concreet moet wordenaangetoond dat funderingsschade is veroorzaakt door gaswinning. Tevensvragen zij de regering te verduidelijken hoe wordt omgegaan metfunderingsproblemen of andere constructieve gebreken die niet doorgaswinning zijn ontstaan, maar wel bijdragen aan het terugkeren ofverergeren van gaswinningsschade. Zij vragen de regering in ieder gevalduidelijk te maken of het uitvoeren van maatregelen door het IMG in hetkader van duurzaam herstel in deze gevallen wel of niet onder het«koste-wat-kost»-principe valt.De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe de generatielangeaanpak zich verhoudt tot de noodzaak kosten aan bureaucratie tebeperken, aangezien reeds nu veel te hoge kosten aan de kant van debureaucratie komen te liggen.2.3. Nieuwe schadeafhandeling De leden van de D66-fractie hechten grote waarde aan een snelle,rechtvaardige en gelijke afhandeling van schade. In dat licht vragen dezeleden om een nadere reactie op de stevige kritiek van de Afdelingadvisering op het begrip «veronderstelde schade», dat volgens deAfdeling advisering een principiële afwijking van het aansprakelijkheids-recht vormt en kan leiden tot ongelijke uitkomsten tussen gedupeerden.Kan de regering specifiek ingaan op hoe wordt gewaarborgd datbewoners met schade boven die grens niet slechter af zijn dan bewonersmet schade onder die grens? Hoe wordt ongelijkheid gemonitord engecorrigeerd, gezien het risico dat bewoners in vergelijkbare situatiesverschillend worden behandeld? Hoe wordt voorkomen dat uitvoerings-kosten en doorlooptijden stijgen, zoals de Afdeling advisering verwacht?Kan de regering verduidelijken hoe wordt geborgd dat bewoners metcomplexe of meervoudige schades niet alsnog terechtkomen inlangdurige causaliteitsdiscussies? Kan de regering tevens bevestigen datbewoners kosteloos onafhankelijk advies kunnen verkrijgen bij het makenvan keuzes in de schadeafhandelingsroute?De leden van de D66-fractie merken op dat de regering bevestigt dat hetniet mogelijk is om de kosten voor daadwerkelijk schadeherstel volledig teverhalen op de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), omdat slechtsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 69 schade die juridisch aan de NAM kan worden toegerekend mag wordendoorbelast. Deze leden vragen de regering uiteen te zetten welk deel vande kosten voor daadwerkelijk schadeherstel naar verwachting niet zalkunnen worden verhaald op de NAM en daarmee door de Staat moetworden gedragen? Kan de regering hierbij verschillende scenario’sschetsen? Deze leden vragen of de regering bereid is jaarlijks inzichtelijkte maken welk deel van de kosten voor daadwerkelijk schadeherstel op deNAM wordt verhaald en welk deel niet? Indien dit niet mogelijk is, kan deregering toelichten waarom niet? Kan de regering bevestigen dat hetontbreken van volledige verhaalbaarheid op de NAM geen enkelebeperking zal opleveren voor de ruimhartige, snelle en gelijkwaardigeafhandeling van schade voor bewoners?2.3.1. Aanleiding en doel van versoepeling schadeafhandeling De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «met een ruimerebevoegdheid en het bijbehorende eigen budget het IMG meer schadesvlot en genereuzer [kan] afhandelen. De bevoegdheid kan bijvoorbeeldverruimd worden door uitbreiding van de wettelijke opdracht of door hetmogelijk te maken om naast de wet aanvullend beleid te maken.» Kan deregering hierop reflecteren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat het niet vaakvoorkomt dat het schadebedrag hoger is dan 60.000 euro. Waarom wordter niet voor gekozen om het grensbedrag te laten vervallen zodat in allegevallen voor een soepeler beoordeling gekozen kan worden? De Afdelingadvisering stelt dat het gevaar van dit bedrag is dat mensen die veronder-stellen dat ze meer schade hebben kans lopen geen schadevergoeding tekrijgen. Kan de regering hierop reflecteren?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat kwijting eenvoorwaarde is voor vergoedingen die het IMG verstrekt. Deze ledenvinden deze voorwaarde onrechtvaardig. Kan de regering daaropreflecteren? Waarom wordt er toch voor gekozen om kwijting alsvoorwaarde toe te passen. Wat zijn de consequenties van het niet hebbenvan kwijting als voorwaarde? Kan de regering verschillende opties in kaartbrengen voor een versoepeling van de finale kwijting, bijvoorbeeld lageregrens in de beoordelingssystematiek van bijvoorbeeld ook twee milli-meter per seconde?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen dat de nieuwe maatre-gelen van daadwerkelijk herstel ook weer tot nieuwe vormen vanongelijkheid kunnen leiden. Voorziet de regering zulke ongelijkheden? Hoegaat de regering zulke nieuwe onaanvaardbare verschillen tegen? Zijn erook gedupeerden die nadeel ondervinden aan de nieuwe maatregelen vandaadwerkelijk herstel?In de memorie van toelichting lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat het doel is dat vuistdikke deskundigenrapporten tot de verledentijd gaan horen. Uitgebreide rapporten zijn echter ook onderdeel van demaatregel daadwerkelijk herstel. Graag een reflectie van de regering.De leden van de SP-fractie vragen hoe de regering borgt dat versoepelingdaadwerkelijk leidt tot lastenverlichting voor bewoners en niet tot verderecomplexiteit door nieuwe varianten en regels. Deze leden vragen of deregering alternatieve opties heeft overwogen om te voldoen aan deaanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinningGroningen, namelijk: ruimere bevoegdheden en een eigen budget voorhet IMG ten behoeve van een vlottere en genereuzere afhandeling van deschades? Zo ja, welke mogelijkheden zijn verkend en waarom zijn dezeniet gekozen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 610 2.3.2. Daadwerkelijk schadeherstel zonder onderzoek naar de schade-oorzaak De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat daadwerkelijkschadeherstel zonder onderzoek naar de schadeoorzaak wettelijk wordtvastgelegd. Echter verloopt het daadwerkelijk schadeherstel dramatischtraag. Afgelopen zomer kwam het bericht naar buiten dat slechts 194mensen waren geholpen. Wat zijn de wettelijke mogelijkheden om dit teversnellen? Hoe reflecteert de regering op het trage verloop van dezeregeling? Heeft de regering overwogen de regeling aan te passen gezienhet trage verloop?De leden van de CDA-fractie constateren dat het grensbedrag van 60.000euro voor daadwerkelijk herstel bij algemene maatregel van bestuur(AMvB) zal worden vastgelegd. Hiermee wordt ruimte geboden omrekening te houden met toekomstige (prijs)ontwikkelingen en kan hetgrensbedrag indien nodig worden aangepast zonder dat daar eenwetswijziging voor nodig is. Dit roept bij deze leden de vraag op wanneereen dergelijke aanpassing aan de orde kan zijn en op basis van welkecriteria dit wordt beoordeeld. Zij vragen de regering te verduidelijkenwelke afwegingen bepalen of en wanneer het grensbedrag zal wordenverhoogd. Zij vragen de regering tevens aan te geven of bij een eventueleherziening ook wordt gekeken naar het percentage van schades dat onderhet grensbedrag valt.De leden van de CDA-fractie constateren dat de Afdeling advisering inhaar advies over het wetsvoorstel stelt dat het niet mogelijk is om dekosten voor daadwerkelijk herstel volledig in rekening te brengen bij deNAM. Deze constatering wordt door de regering onderschreven. In deperiodieke heffingsbesluiten zal volgens de regering worden onderbouwdwelk gedeelte van de kosten voor daadwerkelijk schadeherstel in deheffing op de NAM worden betrokken. De leden van de CDA-fractie achtenhet van belang dat de Kamer al voorafgaand aan de heffingsbesluitenbeter in beeld heeft welk deel van de kosten voor daadwerkelijk herstelwel en niet in rekening kunnen worden gebracht bij de NAM. Deze ledenvragen de regering hier uitgebreider op in te gaan en daarbij in iedergeval aan te geven op basis waarvan wordt besloten of kosten al dan nietin rekening worden gebracht bij de NAM en wat de verwachte totalekosten zijn voor de Staat van het daadwerkelijk herstel waarvan de kostenniet in rekening kunnen worden gebracht bij de NAM.De leden van de CDA-fractie lezen dat de Werkgroep Mijnbouwschadeheeft gevraagd om een uitzonderingsbepaling ten aanzien van hetgrensbedrag van 60.000 euro. Omdat het criterium middels een AMvBwordt geregeld, wordt een uitzonderingsbepaling op wetsniveau nietpassend geacht. Deze leden vragen de regering of en op welke eenmogelijke uitzonderingsbepaling ten aanzien van het grensbedrag van60.000 euro in de AMvB worden opgenomen. Zij vragen de regeringtevens om, indien dat het geval is, te verduidelijken hoe wordt bepaaldonder welke omstandigheden en criteria een uitzondering kan gelden.De leden van de CDA-fractie lezen dat op basis van de eerste indicatievegegevens in ieder geval 1.800 (van de circa 13.000) bewoners zullen kiezenvoor daadwerkelijk herstel. Deze leden vragen de regering wat op ditmoment de actuele status is van (de uitvoering van) daadwerkelijk herstelen hoeveel bewoners daar (definitief) voor hebben gekozen. Zij vragen deregering tevens aan te geven welke gevolgen dit keuzegedrag heeft voorde uitvoering van de schadeafhandeling door het IMG, bijvoorbeeld ophet gebied van planning, capaciteit en regeldrukkosten. Tevens vragen zijde regering wanneer de eerste ervaringscijfers worden verwacht en welkegegevens en indicatoren daarin worden meegenomen om inzicht te gevenin de effectiviteit, uitvoerbaarheid en tevredenheid van bewoners.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 611 De leden van de SP-fractie vragen of de regering heeft overwogen om demaatregel van daadwerkelijk herstel met de grens van 60.000 euro metterugwerkende kracht toe te passen, zodat eerdere gevallen die zijnafgedaan zonder deze mogelijkheid niet worden benadeeld. Welkeoverwegingen hebben hierbij een rol gespeeld?2.3.3. Keuzevrijheid voor aanvragers De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of nader kan wordentoegelicht hoe het bedrag van de forfaitaire vergoeding van 10.000 eurotot stand is gekomen.2.3.4. Uitzonderingssituaties De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie missen een notie over debeoordeling of de zwaarst gedupeerden wel profiteren van de maatre-gelen. Waarom wordt zo’n beoordeling geen onderdeel van het beleid?Waarom krijgt de IMG geen wettelijke bevoegdheid om in de kern van hetgebied tot versoepeling van schadeafhandeling te komen?2.3.5. Voorwaarden in de schadeafhandeling De wetstekst geeft aan dat gedupeerden hun schadeclaim op de veroor-zaker geheel overdragen aan de Staat, voorafgaand aan uitkering, herstelen/of versterking. De leden van de SP-fractie vragen de regering of dit nietin feite neerkomt op een door de Staat opgelegde algehele kwijting. Dezeleden achten het onaanvaardbaar dat bewoners finale kwijting moetengeven voor schadevergoeding of schadeherstel. Zij verzoeken de regeringtoe te lichten hoe deze verplichting zich verhoudt tot het bedrag van deereschuld en het blijvend risico op vervolgschade, ook na beëindiging vande gaswinning.De leden van de SP-fractie constateren dat het IMG recent finaliteit heeftgeïntroduceerd in de schadeafhandeling, gebaseerd op de veronder-stelling dat de seismische activiteit afneemt en toekomstige schademinder vaak zal optreden. De recente beving in Zeerijp laat echter zien datfinaliteit vooralsnog niet aan de orde kan zijn. Deze leden vragen deregering hoe zij deze nieuwe praktijk van finaliteit beoordeelt in het lichtvan het kabinetsuitgangspunt «zoveel en zo lang als noodzakelijk», en opwelke wijze in de wet wordt voorkomen dat finaliteit leidt tot onzekerheidbij gedupeerden over de vergoeding van toekomstige schade?2.3.6. Gegevensuitwisseling en verwerking De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de memorie vantoelichting «zo kan het IMG ook zogenoemde «stille gedupeerden» actiefbenaderen om hen te informeren en te ondersteunen bij fysieke schadeaan hun woning, of andere soorten schade zoals waardedaling ofimmateriële schade.» Hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht? Kan dit nietworden beschouwd als een recht?2.4. Collegiaal bestuur SodM De leden van de D66-fractie steunen de wens tot versteviging vanonafhankelijk toezicht, maar vragen of de regering nader kan onder-bouwen waarom niet wordt gewacht op de Kaderwet rijksinspecties, waardeze onderwerpen ook worden geregeld. Kan de regering uiteenzettenhoe wordt voorkomen dat de commissie van advies een dubbelrol krijgt,waarbij zij zowel moet adviseren over kwaliteitsbeleid als functionerenvan bestuurders, wat volgens de Afdeling advisering de onafhankelijkheidkan ondermijnen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 612 2.5. Benoemingsprocedure bestuursleden IMG De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe de benoemingspro-cedure bijdraagt aan onafhankelijkheid en kwaliteit van het IMG en hoewordt geborgd dat bewonersperspectief wordt betrokken bij het opstellenvan selectieprofielen.2.6. Evaluatiebepaling Nu de structurele evaluatieverplichting vervalt, vragen de leden van deD66-fractie of de regering bereid is periodiek een onafhankelijke externeevaluatie aan de Kamer aan te bieden, ter versterking van de parlemen-taire controle.2.7. Geografische verduidelijking publiekrechtelijke schadeafhandeling De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of er gereflecteerd kanworden op het uitsluiten van deze regelingen voor mensen rondomEkehaar.3. Verhouding tot nationale wetgeving De leden van de D66-fractie vragen of de regering risico ziet op precedent-werking voor andere mijnbouwgebieden of andere vormen van fysiekeschade veroorzaakt door overheidshandelen of industriële activiteiten.4. Uitvoering De leden van de D66-fractie vragen de regering hoe de uitvoeringscapa-citeit van de betrokken organisaties voldoende wordt geborgd. Kan deregering aangeven welke aanvullende investeringen nodig zijn vooruitvoering, digitalisering en personele capaciteit. Hoe wordt voorkomendat nieuwe achterstanden ontstaan? Kan de regering tevens toelichtenhoe wordt gezorgd voor duidelijke en eenduidige communicatie aanbewoners, zodat keuzemogelijkheden niet leiden tot extra stress ofonduidelijkheid?4.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe 4.1.1. Uitvoeringsaspecten zorgplichten De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «De uitvoering van dezorgplicht verduurzaming wel beperkte uitvoeringsgevolgen [heeft] voorde NCG. In verband met die zorgplicht zal de NCG namelijk vaker hetreeds bestaande artikel 13j, zesde lid, van de TwG, moeten gebruiken omde verduurzaming tijdens de versterking van het gebouw, uit te voeren.»Krijgt de NCG hiervoor extra capaciteit, zodat deze extra taak niet tot enigevertraging leidt?5. Gevolgen en neveneffecten 5.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe 5.1.1. Effect voor burgers en bedrijven De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de toelichting opmaatregel 16 uit Nij Begun en de motie van de leden Bushoff enBeckerman (Kamerstuk 33 529, nr. 1346), waarin wordt verzocht omgedupeerden vóór 1 november te compenseren. De regering geeft echteraan dat een deel van de bewoners deze vergoeding pas kan ontvangenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 613 nadat de regelgeving onder de Tijdelijke wet Groningen, het Besluit en deRegeling, is aangepast. Deze leden verzoeken de regering daarom aan tegeven welke groepen gedupeerden onder deze wet exact pas totcompensatie kunnen overgaan vanaf het moment dat deze regelgeving isaangepast, en op welke wijze deze vertraging zich verhoudt tot het doelom bewoners tijdig en rechtvaardig tegemoet te komen.5.1.2. Effect op bestuurlijke lasten medeoverheden De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat deze wetswijziginginvloed heeft op de bestuurlijke lasten van medeoverheden. In hoeverreworden de medeoverheden hiervoor gecompenseerd?6. Financiële gevolgen De leden van de D66-fractie vragen hoe de regering voornemens is om deontwikkeling van uitvoeringskosten, schadevergoedingen en investe-ringen in brede welvaart en verduurzaming systematisch te monitoren.Wordt de Kamer jaarlijks geïnformeerd over afwijkingen in kosten eneffecten?6.1. Staat van Groningen en Noord-Drenthe De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom er niet eenandere manier is gekozen voor andere manieren om meerjarig gelden tereserveren, onder de voorwaarde dat het de generatielange betrokkenheidniet afdoet. Zijn er vergelijkbare wetten met dezelfde manier vanmeerjarig gelden reserveren?De leden van de SP-fractie vragen waarom niet is gekozen voor alterna-tieve manieren om meerjarig middelen te reserveren binnen de regulierebegrotingssystematiek, bijvoorbeeld door gebruik te maken van meerja-renramingen, zoals ook de Afdeling advisering in haar advies naar vorenbrengt. Welke argumenten hebben ervoor gezorgd dat de regering hierniet voor heeft gekozen?7. Advies en consultatie De leden van de D66-fractie vragen de regering, in het licht van de doorgemeenten, maatschappelijke organisaties en het IMG geuite zorgen overde uitvoeringsconsequenties van de zorgplichten en de mogelijkeverschillen die kunnen ontstaan in de verduurzamingsaanpak, hoe dezerisico’s worden ondervangen en welke mitigerende maatregelen deregering daarvoor treft.7.1. Regionaal afstemmingsmoment voorafgaand aan internetconsultatiewetsvoorstel 7.1.1. Zorgplichten verduurzaming en brede welvaart De leden van de SP-fractie constateren dat het begrip Brede Welvaart inhet wetsvoorstel onvoldoende helder is gedefinieerd. De regering wordtverzocht uiteen te zetten waarom geen duidelijke begripsbepaling inartikel 1 is opgenomen, met aandacht voor verschillen tussen en binnengemeenten, zoals in de consultatiereactie wordt betoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 614 7.2. Internetconsultatie wetsvoorstel 7.2.1. Algemene reacties over de nieuwe schadeafhandeling De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het grensbedrag van60.000 euro niet wordt vastgelegd. Hoe reflecteert de regering op het feitdat een toekomstig Minister dit dan per AMvB kan wijzigen, en dus ooknaar beneden? Waarom is er geen indexering mogelijk van bijvoorbeeldde gemiddelde kosten van de IMG?De fungerend voorzitter van de commissie,Van EijkAdjunct-griffier van de commissie,Van der HaasTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 836, nr. 615

Bron, video en gesprek →