Vreemdelingen- en asielbeleid
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2024-07-04–2025-11-11) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De voorzitter: Goedemorgen. Ik open deze vergadering. Ik heet allereerst de bewindslieden met hun ondersteuning van harte welkom. Ik heet alle Kamerleden welkom. Ik heet alle mensen op de publieke tribune van harte welkom. Ik heet ook alle kijkers thuis uiteraard van harte welkom; fijn dat u kijkt. Wij gaan vandaag het debat voeren over vreemdelingen- en asielbeleid. We hebben maar vier uur. Niet alle fracties blijken vertegenwoordigd te zijn, dus misschien valt het mee. We beginnen zo meteen met de eerste termijn. Ik wil voorstellen dat wij vier interrupties mogen plegen, maar ik vermeld daar wel bij dat u per interruptie 45 seconden krijgt. De praktijk wijst uit dat dat lang genoeg kan zijn om een paar vragen te stellen. Als u over de 45 seconden heen gaat, dan geldt dat als een tweede interruptie. Dan bent u dus sneller door uw vuurwerk heen. We hebben een vraag van de heer Van Nispen. Ik neem aan dat u daar geen bezwaar tegen heeft. We beginnen zo meteen gewoon hier links van mij, maar de vraag is of de heer Van Nispen na mevrouw Van Zanten het spreekrecht mag krijgen. Als er verder geen bezwaren tegen zijn, dan zullen we dat zo aanhouden en dan bent u als nummer drie aan de beurt, meneer Van Nispen. Dan stel ik voor dat wij gewoon gaan beginnen bij de eerste inbreng. Ik geef het woord aan … Nou ben ik je achternaam kwijt. Ik gebruik altijd je voornaam! Vondeling, ik moest het weten. Mevrouw Vondeling krijgt het woord.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie één interruptie. Ik stel voor even de interrupties te doen. Daarna zal ik mij bezighouden met meneer Baudet, want daar hebben we nog een vraag over. Meneer Baudet, u mag ook nog geen interruptie plegen nu. Nou, we zullen dat dan eerst afhandelen. Dan komt daarna uw interruptie, meneer Ceder. Meneer Baudet, ik heb begrepen dat u geen lid bent van deze commissie. Ik kijk naar de andere commissieleden of zij er bezwaar tegen hebben dat meneer Baudet deelneemt aan dit debat. Ik zie geen bezwaren. Dan bent u hierbij toegelaten tot dit debat. U mag dan nu meedoen. Maar we gaan nu over naar de interruptie van meneer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft 50 seconden gebruikt, maar ik zal het door de vingers zien. Ook even voor meneer Baudet: de vragen mogen niet langer dan 45 seconden zijn, anders telt het als twee interrupties. U heeft vier interrupties.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Van Zanten van BBB.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Podt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er wordt hier gezegd dat dit een interruptie was van meer dan 45 seconden. Het klopt, dat geldt als twee interrupties. Mevrouw Van Zanten, u mag antwoord geven.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heb ook enige coulance soms.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Er is een interruptie voor u. Ik wilde u laten uitspreken, maar u stopte zelf al.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dit is uw derde interruptie al, hè? Ik zeg het maar even, zodat u het in de gaten houdt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik zie dat er geen andere interrupties zijn. Dan mag u verder met uw inbreng.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Ja, u mag een punt van orde maken, mevrouw Podt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U mag daar kort op reageren, mevrouw Van Zanten, maar u bent al wel ver over uw spreektijd heen. Maar u mag er even op reageren.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Misschien nog even goed om van mijn kant uit te leggen waarom ik niet heb ingegrepen. Het was een generieke uitspraak van mevrouw Van Zanten. Daarom heb ik niet ingegrepen. Als er specifiek over individuele partijen zou zijn gesproken, had ik absoluut ingegrepen. Dat mag u van mij aannemen. Maar dit was zo generiek dat ik dit kon tolereren. Dan zijn we verder klaar. Ik zie dat er geen andere interrupties meer zijn. Dan geven we, in goed overleg, mevrouw Podt even uitstel. Het woord is aan de heer Van Nispen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er een interruptie is, van meneer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er verder geen vragen zijn. Dan gaan we over naar mevrouw Podt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er een interruptie is, van mevrouw Van Zanten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Uw tweede interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Gaat uw gang, mevrouw Van Zanten. Dit is uw derde interruptie al, hè?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Wilt u uw antwoord wel kort houden? Net was uw antwoord wel erg lang, eerlijk gezegd.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ja, dat was prima, dank u wel.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan is er een interruptie van mevrouw Rajkowski.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan is er een interruptie van de heer Baudet. Nee, toch niet? Oké. Dan zijn we door de interrupties heen. Ik kijk naar meneer Ceder. U heeft het woord.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen interrupties. Dan gaan we direct door naar mevrouw Rajkowski.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mag ik u onderbreken? Ik heb een interruptie voor u van mevrouw Podt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Bent u klaar met uw inbreng?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan zou ik zeggen: gaat u verder met uw inbreng.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Mevrouw Podt, dat is dan uw laatste.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank. Dan gaan we naar mevrouw Van Vroonhoven, NSC.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Perfect binnen de tijd. Ik zie geen interrupties voor u. Dan is het woord aan meneer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heb een interruptie voor u van meneer Baudet.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Baudet, ik ga u even onderbreken.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat zijn drie interrupties, maar dat maakt niet uit. Mevrouw Piri heeft een punt van orde.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Baudet, kunt u deze woorden terugnemen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mag ik u wel verzoeken — ook gelet op de sfeer hier, en als er zo veel bezwaren zijn tegen uw uitspraken — deze woorden van nu af aan niet meer te bezigen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat weet u heel goed. Ik denk dat we daar allemaal geen twijfel over hebben. Wilt u zich daarvan dus een beetje …
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heb begrepen dat het in deze kringen toch niet gebruikelijk is om deze woorden te uiten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik ontneem u het woord als u door mij heen gaat praten; dat is niet de bedoeling. Ik doe een vriendelijk verzoek aan u om even op uw taalgebruik te letten. Als we op die manier door kunnen gaan, dan denk ik dat we hier goed bezig zijn.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Meneer Baudet, mag ik u erop wijzen dat u hier te gast bent in deze commissie vandaag? U bent toegelaten, men is heel ruimhartig en heeft niet gezegd: we willen meneer Baudet er niet bij. U bent dus van harte welkom, maar ik zou het op prijs stellen als u zich wel conformeert aan de sfeer die er normaal in deze commissie hangt. In de plenaire zaal mag u dat met meneer Bosma uitvechten, maar hier ga ik dit soort woorden niet meer tolereren. Ik wil graag dat u zich toch gewoon een beetje matigt in uw taalgebruik. U kan het omschrijven, u kan er alles van maken, maar er zijn bepaalde woorden waar mensen aanstoot aan nemen. Daarvoor zitten we hier niet. We zitten hier om te debatteren en niet om elkaar alleen maar te ergeren.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U gaat over uw eigen woorden; daar ga ik niet over. Ik ga u ook geen woorden in de mond leggen. Dat mag u helemaal zelf bepalen. Maar als u weer dit soort dingen doet, dan ga ik wel ingrijpen. Ja? Tot zover. Even ter informatie voor mevrouw Piri, want u kwam iets later binnen: u heeft inderdaad vier interrupties, maar de interrupties zijn gemaximaliseerd op 45 seconden. Gaat u daar overheen, dan tellen ze dubbel, of driedubbel, afhankelijk van hoelang u bezig bent. Dat moest ik even kwijt, want dat had u nog niet meegekregen. Dan gaan we verder naar het antwoord van meneer Van Dijk.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft een vervolgvraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U heeft er nog één. Dat klopt. 45 seconden.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Gaat u door met uw inbreng.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik heb een interruptie voor u van meneer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen andere interrupties. Dan is het woord aan de heer Baudet. U heeft vijf minuten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat staat in de convocatie, mevrouw Rajkowski.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, meneer Baudet. Keurig binnen de tijd. Dan zie ik geen interrupties voor u. Dan is het woord aan mevrouw Piri.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Piri. Ik kijk nog even of er nog interrupties zijn. Ik zie dat die er niet zijn. Dat betekent dat we aan het einde van de eerste termijn van de Kamer gekomen zijn. Allereerst mijn dank aan iedereen. Mevrouw Podt, u heeft een punt van orde?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even rond. Zijn daar bezwaren tegen? Die zie ik niet, maar ik doe wel het verzoek om het kort te houden en de vragen echt staccato te stellen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Top. U heeft zich keurig aan uw woord gehouden. Dan zijn we alsnog aan het einde van de eerste termijn gekomen. Wij gaan om 12.00 uur weer verder. Dat betekent dat u tot die tijd meteen de kans heeft om even iets te eten, want anders moet u zo'n beetje tot 14.30 uur wachten en dat zou jammer zijn. Dus maakt u van die gelegenheid gebruik. Om 12.00 uur komen we hier weer terug.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heropen de vergadering. We zijn toe aan de eerste termijn van het kabinet. Ik weet niet wie van u als eerste gaat spreken? Meneer Van Weel is als eerste. Ik zou zeggen: gaat uw gang. We moeten wel even kijken, want er zijn een aantal mensen helemaal door hun interrupties heen. Er moet natuurlijk ook wel een debat mogelijk zijn. Ik had aangekondigd dat het er vier voor de hele eerste termijn waren, maar we gaan het anders doen. Ik stel voor dat we het beperken tot twee interrupties per Kamerlid. Ik heb misschien enige coulance; we zullen zien. Ik wil per se 14.00 uur halen. Als alle Kamerleden ermee akkoord zijn, wil ik het ook wel op drie houden. We houden het op drie. U ziet hoe democratisch ik ben. We doen dus drie interrupties, maar ook hier geldt weer: maximaal 45 seconden. Als de antwoorden binnen redelijke termijn worden gegeven, dan hebben we daar ook geen probleem mee. We hebben nog tijd gelukkig, dus laten we aan de gang gaan. Ik geef het woord aan de minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een tweede interruptie van meneer Ceder.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Excuses, het is inderdaad uw eerste.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Het is uw laatste.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een cliffhanger voor de minister. Gaat uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Toch uw laatste. Gaat uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Uw laatste interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Heel kort, want zonet sprak u vrij lang. Dus houd het kort.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik ga u even onderbreken. Ik heb een interruptie van meneer Van Nispen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een vraag van mevrouw Podt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik ga u toch even onderbreken, want ik heb nog een andere interruptie hier, van mevrouw Piri.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een tweede interruptie van mevrouw Piri.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik waardeer het dat u zo snel bent, maar de heer Van Dijk heeft nog een interruptie voor u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U was klaar met uw beantwoording. Dan dank ik u van harte en geef ik het woord aan de andere minister.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik vind het uitstekend, maar er is nog een vraag van mevrouw Piri.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een vervolgvraag?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: U zit eigenlijk aan uw taks. Ik sta nog één klein vraagje toe.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dit was uw derde interruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dat was uw antwoord. Dan heb ik een nieuwe interruptie van meneer Van Nispen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De heer Van Nispen heeft een vervolgvraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Akkoord. Wilt u daar nog op reageren? Heel kort graag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Excuses, ik heb nog een interruptie van mevrouw Van Vroonhoven voor u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik hoop dat u nog wijs kunt worden uit alle mapjes. Dan is mijn vraag of u nu door wilt gaan met de beantwoording van de rest van de mapjes.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mag ik u heel even onderbreken? Ik heb een vraag van mevrouw Vondeling voor u.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Een vervolginterruptie.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Er zijn toch nog wat vragen. Ik zal een heel korte toestaan van de heer Van Dijk. U houdt zich altijd keurig aan de tijd, dus ik ben voor u wat coulanter.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan heb ik een interruptie van mevrouw Van Zanten.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik kijk even naar de minister. Heeft zij een voorkeur voor het een of het ander?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dan kunt u het beantwoorden en er dan weer op terugkomen.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Oké. Als we het maar kort houden, want we lopen een beetje uit de tijd. Ik heb zo meteen nog een belangrijke huishoudelijke mededeling die voor ons allen geldt, dus …
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Gaat uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Nog een vervolg, mevrouw Van Zanten? Gaat uw gang, maar we zitten in tijdnood.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: We gaan inderdaad naar mevrouw Podt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik heb nog twee interrupties voor u. Hopelijk kunnen we het kort houden. Mevrouw Rajkowski, u was eerder dan mevrouw Vondeling.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Mevrouw Vondeling had nog één additionele vraag.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Akkoord. Dan de laatste vraag, van mevrouw Rajkowski.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Keijzer. Dan heeft meneer Van Weel nog een kort antwoord op een vraag van mevrouw Rajkowski, dacht ik.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn van het kabinet. Dan heb ik nu een huishoudelijke mededeling: er is namelijk een herzien schema voor het plenaire tweeminutendebat Kinderen in de asielopvang. Dat geldt dus ook voor deze commissie en voor minister Keijzer. Het is om 14.05 uur. Dat betekent dat wij voor de tweede termijn en de beantwoording nog ongeveer een klein kwartier hebben. Dat betekent dat ik u in de tweede termijn maximaal één minuut kan geven. Daar zal ik ook echt strak op toezien, want anders redden we het echt niet. We gaan nu echt even vaart maken, zodat u straks naar het tweeminutendebat kunt.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Ik wacht even het voorstel af.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Misschien kan iemand van de staf iets voorbereiden, zodat het in ieder geval klaarligt als u zo meteen wilt eten. Dan stel ik voor dat we de tweede termijn overslaan. We gaan een tweeminutendebat aanvragen. Alleen de enkeling die nog een brandende vraag heeft, mag nog reageren.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Gaat uw gang.
Bron, video en gesprek →De voorzitter: Is er voor de tweede termijn nog iemand anders die wat heeft toe te voegen? Zo niet, dan kijk ik naar de twee ministers: heeft u nog iets toe te voegen?
Bron, video en gesprek →De voorzitter: De minister zal het op schrift zetten. Dan zijn we aan het einde van de eerste termijn. We hebben twee toezeggingen van de kant van het kabinet. Wij gaan een tweeminutendebat hebben waarin de eerste spreker mevrouw Vondeling zal zijn. Tot zover. Dank aan alle mensen thuis en alle mensen op de publieke tribune. Hartelijk dank aan de leden van het kabinet en hun ondersteuning en hartelijk dank aan alle Kamerleden. Ik sluit de vergadering.
Bron, video en gesprek →