Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden1102Vragen van de leden Nanninga en Boomsma (beiden JA21) aan de Ministersvan Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Justitie en Veiligheid en deStaatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de organisatievan chanoekaconcerten en andere concerten met een joods karakter in hetConcertgebouw (ingezonden 17 december 2025).Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), medenamens de Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 13 februari 2026). Zieook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 826Vraag 1Heeft u kennisgenomen van de aanvankelijke beslissing van het Concertge-bouw in Amsterdam om het jaarlijkse chanoekaconcert van de StichtingChanukah Concert te cancelen vanwege de aanwezigheid van een zanger uitIsraël, omdat hij ook cantor is voor en optreedt bij bijeenkomsten van hetIsraëlische leger?Antwoord 1Ja.Vraag 2Heeft u kennisgenomen van het zogenaamde compromis op grond waarvan,naast een eerder programma, het concert met de betreffende cantor alleen inbeslotenheid werd gehouden? Hoe beoordeelt u dat het daarmee nietmogelijk is voor niet-genodigden om dit chanoekaconcert bij te wonen?Antwoord 2Ja, wij zijn bekend met het compromis, en dat de viering in een andere vormdoorgang heeft kunnen vinden. Er is uitgebreid overleg gevoerd tussen departijen. Wij staan positief tegenover het feit dat het is gelukt om tot eenoplossing te komen die voor de verschillende betrokken partijen acceptabelis.Vraag 3Kent u andere voorbeelden van culturele instellingen en zaalverhuurderswaarbij de (subsidie-ontvangende) organisatie eist dat individuele artiesten ofmusici van een groep worden vervangen wegens andere optredens, functiesof werkzaamheden in het land van herkomst? Zo ja, welke? Graag eentoelichting. ah-tk-20252026-1102ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 Antwoord 3Wij kennen geen vergelijkbare casus waarbij een organisatie verzoekt eenindividuele artiest te vervangen. Wel zijn er door sommige instellingen keuzesgemaakt om voorstellingen te vervangen die niet aansluiten bij de profileringvan de betreffende instelling.Vraag 4Heeft u kennisgenomen van de manier waarop het chanoekaconcert op14 december 2025 bij het Concertgebouw heeft plaatsgevonden en datdaarbij rookbommen zijn gegooid en «leve Hamas» werd geroepen?Antwoord 4Ja.Vraag 5Heeft u gezien dat bij de ingang van het Concertgebouw een bord omhoogwerd gehouden met de tekst die de pogrom van 7 oktober 2023 verheerlijkte?Kunt u aangeven wanneer de politie kan optreden tegen het verheerlijken vanrecente moord- en martelpraktijken en wanneer dergelijke teksten alsintimidatie en opruiing kunnen worden bestempeld? Graag een toelichting.Antwoord 5In het wetboek van Strafrecht zijn verschillende uitingsdelicten opgenomen,zoals strafbare vormen van persoonlijke belediging (zie de artikelen 261, 262en 266 Sr), bedreiging (artikel 285 Sr), groepsbelediging (artikel 137c Sr), hetaanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen een groep mensen (artikel137d Sr) en opruiing (artikel 131 Sr). Het in het openbaar tonen van eenbepaald symbool, tekst of afbeelding of het roepen van leuzen kan, afhanke-lijk van de omstandigheden van het geval, een uitingsdelict opleveren.Daarvoor is vereist dat de wettelijke bestanddelen van het desbetreffendeuitingsdelict zijn vervuld. Daarbij moet voor ogen worden gehouden dat destrafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht niet zodanig specifiek zijn datbijvoorbeeld het roepen van leus X of het tonen van symbool Y telkensafzonderlijk strafbaar is gesteld. Ter verzekering van een breed toepassingsbe-reik zijn de uitingsdelicten vrij algemeen omschreven.Onder opruiing (artikel 131 Sr) wordt verstaan het aanzetten tot een strafbaarfeit of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Intimidatie is nietzelfstandig strafbaar gesteld, maar kan afhankelijk van de feiten en omstan-digheden een uitingsdelict opleveren. Bijvoorbeeld wanneer de uitingkwalificeert als zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over eengroep mensen vanwege wegens hun ras/hun godsdienst/hunlevensovertuiging/hun seksuele gerichtheid/hun handicap (artikel 137c Sr).Het wetsvoorstel om verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen ligt opdit moment bij de Raad van State.De politie en het Openbaar Ministerie (OM) zijn verantwoordelijk voor hetingrijpen bij mogelijke strafbare uitingen tijdens een demonstratie. Of er(direct) ingegrepen kan worden om strafbare feiten te beëindigen, hangt afvan de context waarbinnen overtredingen of strafbare feiten plaatsvinden.Vraag 6Heeft u kennisgenomen van het feit dat met de andere organisator van eenjaarlijks chanoekaconcert in het Concertgebouw (dat jaarlijks plaatsvond in degrote zaal en een van de grootste joodse culturele evenementen in Europawas), The Jewish Amsterdam Chamber Ensemble, het huurcontract al eerderniet was verlengd voor 2025 en dat dit concert daarom dit jaar ook al nietzoals de afgelopen jaren kan doorgaan in het concertgebouw?Antwoord 6De Chanukah-concerten in Het Concertgebouw worden alternerend georgani-seerd door de Stichting Chanukah Concerts en door de Stichting JewishMusic Concerts. De Stichting Jewish Music Concerts (organisator van hetconcert van The Jewish Amsterdam Chamber Ensemble) heeft de Chanukah-vieringen georganiseerd in 2022 en 2024. In 2025 werd de viering door deStichting Chanukah Concerts georganiseerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Vraag 7Hoe beoordeelt u de beslissing van het Concertgebouw om deze concerten teweren, mede in het licht van de vele andere joodse evenementen die wordengecanceld en geweerd, en bijvoorbeeld het feit dat joodse organisatiesmoeite ondervinden om zalen te huren voor bijeenkomsten?Antwoord 7Voorop staat dat het onacceptabel is als een concert geen doorgang kanvinden wegens een Joods thema of Joodse achtergrond van een organisatie.Culturele instellingen gaan wel zelf over de programmering. Wij zien ook datde spanningen in de samenleving voor instellingen lastig te hanteren zijn.Om die reden is in het kader van de «strategie bestrijding antisemitisme» eensubsidieverzoek ingewilligd van Kunsten«92 in samenwerking met hetVerwey-Jonker instituut om de culturele en creatieve sector handvatten tebieden voor het omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie.Deze is 20 januari 2026 gepubliceerd. Zoals blijkt uit dit rapport, hangt eenbesluit om iets wel of niet te programmeren naast de kernwaarden in depraktijk ook af van de risico’s op onveiligheid voor medewerkers, bezoekersen artiest/maker/kunstenaar; en mogelijke schade aan materialen engebouwen. Daarmee heeft dit probleem ook een financieel component (i.e.beveiligingskosten).Vraag 8Heeft u kennisgenomen van het feit dat het personeel van het Concertge-bouw vorig jaar bij het lustrumconcert heeft gedreigd om niet te werken omzo tot afblazen van dat concert te dwingen en dat de directie bovendien zouhebben geëist dat er geen Israëlische vlaggen zouden worden getoond en datdaarna de samenwerking is stopgezet? Hoe beoordeelt u dat?Antwoord 8Ja, het geplande concert heeft tot ophef onder het personeel geleid. Hoedaarmee wordt omgegaan is aan de organisatie. Wel is het onacceptabel alseen concert geen doorgang kan vinden wegens een Joods thema of Joodseachtergrond van een organisatie. Het is daarom goed dat het lustrumconcertdoor is gegaan.Vraag 9Heeft u kennisgenomen van het feit dat het Concertgebouw een optreden vanhet Jerusalem String Quartet in mei vorig jaar aanvankelijk had geannuleerd,na hetze kritiek van de pro-Palestijnse pressiegroepen, omdat men aangaf tevrezen voor demonstraties en de veiligheid, maar zonder dat hierover eerstcontact of overleg was gezocht met de Amsterdamse driehoek om dieveiligheidssituatie te verbeteren?Antwoord 9Ja.Vraag 10Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat zo een patroon is ontstaanwaarbij joodse en/of Israëlische evenementen worden ontmoedigd, afgebla-zen en/of geweerd in het Concertgebouw of alleen mogelijk zijn onder drukvan allerlei concessies op de inhoud, en ook op veel andere locaties? Welkestappen wilt u zetten om daar een einde aan te maken om ervoor te zorgendat joodse en/of Israëlische evenementen gewoon veilig en ongestoordkunnen doorgaan?Antwoord 10Ja. Een van de maatregelen in de Strategie Bestrijding Antisemitisme is hetVeiligheidsfonds Joodse Instellingen en Evenementen. Het primaire doelhiervan is dat Joods leven gewoon door moet kunnen gaan in Nederland endat daarom middelen beschikbaar zijn voor veiligheidsinspanningen diehelaas nodig zijn om dit mogelijk te maken. De organisator van het Cha-noekaconcert heeft hier in 2025 gebruik gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 Vraag 11Deelt u de mening dat, wanneer concertzalen of andere podia vrezen voorintimidatie en onveiligheid wanneer daar Joden en/of Israëli’s optreden, hetcruciaal is dat men daar niet voor buigt maar juist extra moet inzetten op hetlaten doorgaan ervan, en dat de overheid dan indien nodig aanvullendemaatregelen treft? En zo ja, welke stappen heeft de regering gezet om dat tebewerkstelligen en te laten landen en wat doet de regering om ervoor tezorgen dat die veiligheid dan wordt geboden?Antwoord 11Ja, wij verwachten dat concertzalen of andere podia zich tot het uitersteinspannen om doorgang te geven aan culturele uitingen. De primaireverantwoordelijkheid voor een ordentelijk en veilig verloop van een bijeen-komst ligt bij de organisator en/of accommodatie. Dat geldt ook voor demogelijke onveiligheid van betrokken personen (publiek, artiesten, personeel,enzovoorts). De burgemeester kan aanvullende maatregelen nemen als deaard en de omvang van de dreiging dermate is dat de organisatie en/ofaccommodatie hier zelf geen weerstand (meer) tegen kunnen bieden. Deburgemeester is namelijk verantwoordelijk voor de openbare orde en deveiligheid, waar hij in de driehoek samen optrekt met het OM en de politie.Inspanningen van het kabinet zijn erop gericht het lokaal bestuur zo effectiefen efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten.Binnen dit systeem zijn al extra maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld bewakingvan instellingen door politie of KMAR wanneer er concrete informatie overonveiligheid is. In het kader van maatregelen verwijzen wij u ook naar hetantwoord van vraag 10.Vraag 12Hoe beoordeelt en hoe betitelt u het wanneer joodse of Israëlische organisa-ties of evenementen volgens andere standaarden lijken te worden beoordeelddan andere groepen of nationaliteiten?Antwoord 12Het anders beoordelen op basis van achtergrond of religie van personen,organisaties of evenementen is ontoelaatbaar in een democratische rechts-staat zoals Nederland dat is. Het is dan ook onacceptabel als een concert,voorstelling of culturele activiteit geen doorgang vindt wegens een Joodsthema of Joodse achtergrond van een artiest.Vraag 13Welke wetten, verordeningen en regelingen, enerzijds in algemene zin, enanderszins in het kader van de subsidies die worden verstrekt vanuit het Rijk,zien op de vraag wanneer een (culturele) instelling mag weigeren om eenzaal te verhuren aan bepaalde organisaties of personen vanwege hunachtergrond of positie, en op welke gronden?Antwoord 13Als algemene wet- en regelgeving die op deze vraag van toepassing zijngelden de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), het Wetboek vanStrafrecht en de Grondwet. Als specifieke wetgeving voor de cultureleinstellingen die door OCW worden bekostigd gelden in casu de Wet, hetbesluit en de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (hierna: Wsc, Bsc enRsc) dan wel de Erfgoedwet en Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëringmuseale instellingen (hierna: Rbr).Hieruit vloeit voort dat het instellingen vrij staat om te bepalen aan wie zijhun zalen verhuren, tenzij daar specifieke verplichtingen over zijn opgenomenin de subsidieregelingen, dan wel in de verleningsbeschikkingen. Ook geldtdat instellingen niet in strijd met het wetboek van Strafrecht mogenhandelen. Dit betekent dat zij bijvoorbeeld niet mogen discrimineren.In de Wsc, Bsc, Rsc, noch in de Erfgoedwet en de Rbr zijn specifieke regelsopgenomen over aan wie culturele instellingen hun zalen mogen verhuren.Ook in de subsidiebeschikkingen voor de culturele instellingen is hieroverniets opgenomen.Tijdens het wetgevingsoverleg van de OCW-begroting, onderdeel Cultuur van19 januari 2026 is door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschaptoegezegd dat een verkenning wordt uitgevoerd naar het niet mogenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 uitsluiten van landen in de subsidievoorwaarden en de mogelijkheid van hetkorten van subsidie in het geval een land geboycot wordt. De Kamerontvangt hierover in mei een brief.Vraag 14In welke gevallen is het in strijd met voorwaarden voor subsidieverstrekkingwanneer organisaties weigeren een zaal te verhuren of ruimte te bieden aaneen optreden, vanwege de nationaliteit of afkomst van de betreffendepersonen of organisaties, dan wel vanwege criteria die voor personen met dedesbetreffende nationaliteit zeer moeilijk te vermijden of voorkomen zijn?Graag een toelichting.Antwoord 14Wanneer de redenen tot het weigeren om een zaal te verhuren, dan wel deredenen om te weigeren om een ruimte te bieden aan een optreden alsstrafbare discriminatie zijn aan te merken, dan is ook sprake van strijd met devoorwaarden en verplichtingen waaronder subsidie wordt verleend. Eenimpliciete voorwaarde is immers dat subsidie-activiteiten niet in strijd met dewet mogen zijn. Er moet dan wel echt sprake zijn van een feit dat strafbaar isonder het Wetboek van strafrecht. Dit is aan het OM en de rechter om tebepalen, niet aan een Minister.Vraag 15Heeft u kennisgenomen van de berichtgeving waaruit blijkt dat journalistentijdens de pro-Palestijnse demonstraties rond het chanoekaconcert inAmsterdam zijn belaagd, bedreigd en in hun werkzaamheden zijn belem-merd?1Antwoord 15Ja.Vraag 16 & 17Wat vindt u ervan dat journalisten op de openbare weg door de politie zijnweggestuurd terwijl zij werden bedreigd en geïntimideerd door demonstran-ten?Vindt u het acceptabel dat agenten ervoor kozen om niet op te treden tegenpersonen die journalisten met geweld en de dood bedreigden, maar wélingrepen richting de pers?Antwoord 16 & 17Wij stellen voorop dat agressie en geweld tegen journalisten onacceptabel is.De journalistieke vrijheid en persveiligheid is een groot goed in onzesamenleving en hier wordt vanuit het kabinet met volle toewijding op ingezet.De politie heeft zich daarbij gecommitteerd aan het Protocol PersVeilig enstelt daarmee een duidelijke norm: geweld en agressie tegen journalistenworden niet geaccepteerd en daartegen wordt opgetreden2. Hierin is onderandere afgesproken dat de politie en het OM aangiften over strafbare feitentegen journalisten met prioriteit oppakken en het OM past zoveel mogelijk«lik-op-stuk beleid» toe.Tijdens demonstraties heeft de politie, onder verantwoordelijkheid van hetlokaal gezag, in het kader van de politietaak (artikel 3 van de Politiewet) eenbelangrijke rol bij het in goede banen leiden van de demonstratie en hetwaarborgen van de veiligheid van alle aanwezigen. De wijze waarop depolitie wordt ingezet is afhankelijk van de omstandigheden en wordt bepaaldin de driehoek.De politie hanteert interne aanwijzingen om de vrijheden en rechten vanjournalisten te borgen. Ook gedurende demonstraties is de persvrijheid enpersveiligheid van belang en journalisten moeten daarbij op een goedemanier hun werk kunnen doen. Het is daarnaast van belang dat politieoptreedt wanneer er strafbare feiten worden gepleegd.1Telegraaf, d.d. 15 december 2025, «Niet pro-Palestijnse activisten, maar journalisten aangepaktdoor politie tijdens betoging: «Perskaart afgepakt»» (https://www.telegraaf.nl/binnenland/niet-pro-palestijnse-activisten-maar-journalisten-aangepakt-door-politie-tijdens-betoging-perskaart-afgepakt/113596423.html)2Protocol Persveilig: 070322_protocol-a4.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 In gevallen waarbij de openbare orde ernstig wordt verstoord of dreigternstig te worden verstoord, kan de politie overgaan tot beperking van dejournalistieke bewegingsvrijheid op een bepaalde plaats. Vanzelfsprekenddient de politie terughoudend te zijn bij het beperken of aanhouden vanjournalisten, persvrijheid is een groot goed. Daarnaast is het altijd van belangdat journalisten aangifte doen wanneer zij te maken krijgen met agressie engeweld.Vraag 18 & 19Hoe beoordeelt u het innemen van een politieperskaart bij een journalist diedoelwit was van intimidatie en deelt u de opvatting dat hiermee feitelijk deverkeerde partij werd gesanctioneerd?Wat zegt het volgens u over de staat van persvrijheid wanneer journalistenmoeten wijken «om escalatie te voorkomen» terwijl extremistische demon-stranten hun gang kunnen gaan?Antwoord 18 & 19Als Ministers treden wij niet in individuele casuïstiek. In algemeenheid kan ikzeggen dat de politie de leidraad volgt over de positie van de pers bijpolitieoptreden3. In gevallen waarbij de openbare orde ernstig wordtverstoord of ernstig verstoord dreigt te worden, kan de politie overgaan totbeperking van de mogelijkheid om informatie te vergaren. Uitgangspunt ishierbij dat dit nooit mag leiden tot onmogelijk maken van publicaties. Het isvanzelfsprekend dat de politie terughoudend is bij het beperken of aanhou-den van journalisten.Vraag 20Vindt u dat de politie in deze gevallen haar beschermende taak jegensjournalisten voldoende heeft ingevuld? Zo ja, hoe rechtvaardigt u datoordeel?Antwoord 20Wij achten het van groot belang dat journalisten ook tijdens demonstratieshun werk op een goede en veilige manier kunnen doen. Politie heeft, onderverantwoordelijkheid van het lokaal gezag, een belangrijke rol bij het ingoede banen leiden van demonstraties en het waarborgen van de veiligheidvan alle aanwezigen, zo ook die van journalisten. In zijn algemeenheid helpthet hierbij als de journalisten hun aanwezigheid bij de demonstratie waarmogelijk vooraf kenbaar maken aan de politie, bijvoorbeeld door het dragenvan een geldige Politieperskaart.Wij vertrouwen hierbij op de deskundigheid van de politie. Wanneer eenjournalist toch te maken krijgt met agressie of geweld, dan kan er altijdaangifte worden gedaan.Vraag 21Hoe kijkt u aan tegen het argument van «de-escalatie» wanneer dit er in depraktijk toe leidt dat strafbare feiten tegen journalisten onbestraft blijven?Antwoord 21Afwegingen over de politie-inzet rondom demonstraties worden gemaakt inafstemming met het bevoegd gezag op basis van kennis van de lokaleomstandigheden. Het klopt inderdaad dat hierbij dialoog en de-escalatie hetuitgangspunt is.In gevallen waarbij de openbare orde ernstig wordt verstoord of dreigt teworden verstoord, kan de politie overgaan tot beperking van de journalistiekebewegingsvrijheid op een bepaalde plaats. Bijvoorbeeld om de veiligheid vanjournalisten te kunnen waarborgen. Vanzelfsprekend is de politie terughou-dend bij het beperken of aanhouden van journalisten.Vraag 22 & 23Welke concrete maatregelen gaat u nemen om ervoor te zorgen dat journalis-ten, joodse organisaties en instellingen niet langer het zwijgen wordtopgelegd door intimidatie en geweld?3https://nvj.nl/diensten/politie-en-pers/beleid-leidraad-tips/positie-pers-bij-politieoptredenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6 Bent u bereid het volledige arsenaal van de rechtsstaat in te zetten, waaron-der strafrechtelijke vervolging, gebiedsverboden en bestuurlijke maatregelen,om deze vormen van intimidatie, vernieling en chantage effectief te bestrij-den?Antwoord 22 & 23Het is niet aan het kabinet, maar aan het lokaal gezag om demonstratieszoveel mogelijk te faciliteren, en waar nodig te beperken of in het uiterstegeval te verbieden. Om een ongehinderde en veilige instroom van hetConcertgebouw mogelijk te maken en ter voorkoming van wanordelijkhedenhad de burgemeester van Amsterdam besloten dat bij de ingangen van hetConcertgebouw geen demonstraties mochten plaatsvinden. In dit geval heeftuiteindelijk de rechter bepaald dat een kleine groep demonstranten onderbepaalde voorwaarden toch mocht demonstreren bij het Concertgebouw.Andere demonstranten konden onder voorwaarden op het Museumpleindemonstreren. Waar demonstranten zich niet aan deze voorwaarden hielden,heeft de politie direct opgetreden en aanhoudingen verricht. Het is aan hetOM en aan de rechter om te bepalen of er sprake was van strafbare feiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel7
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Foort van Oosten
0debatten
663bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2012-09-20–2019-02-19) ·