19637 Vreemdelingenbeleid Nr. 3627 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT Vastgesteld 23 september 2026 De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft op 2 juli 2026 overleg gevoerd met de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over: - de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 28 maart 2025 inzake rapportage Clingendael over beschermingsopdracht (Kamerstuk 19637, nr. 3391); - de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 3 juni 2025 inzake vervolg derdelanders met tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne (Kamerstuk 19637, nr. 3434); - de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 4 juli 2025 inzake verzamelbrief opvang Oekraïne (Kamerstuk 19637, nr. 3451); - de brief van de minister voor Asiel en Migratie d.d. 28 november 2025 inzake verzamelbrief opvang Oekraïne (Kamerstuk 19637, nr. 3497); - de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 19 mei m2026 inzake diverse onderwerpen op het gebied van Oekraïense ontheemden (Kaerstuk 36045, nr. 295); - de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 26 juni 2026 inzake verzamelbrief opvang Oekraïne (Kamerstuk 19637, nr. 3607); - de brief van de minister van Asiel en Migratie d.d. 1 juli 2026 inzake landenbeleid Oekraïne (Kamerstuk 19637, nr. 3608). Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit. De voorzitter van de commissie, Rajkowski De griffier van de commissie, Burger Voorzitter: Ellian Griffier: Burger Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Asten, Ceulemans, Ellian, Van der Plas, Russcher, Straatman, Vondeling en Westerveld, en de heer Van den Brink, minister van Asiel en Migratie, viceminister-president. Aanvang 10.03 uur. De voorzitter: Dames en heren, goedemorgen. Ik open deze vergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie. Op de agenda staat het commissiedebat Opvang Oekraïne. Ik heet van harte welkom de minister van Asiel en Migratie, de aanwezige collega's -- ik zal hun naam noemen als zij zo meteen hun inbreng doen -- iedereen in de zaal en iedereen die op een andere wijze dit debat volgt. Er geldt een spreektijd van vier minuten. Het is de laatste dag en druk genoeg, dus laten we proberen om er een beetje de vaart in te houden. Ik ga meteen beginnen met mevrouw Vondeling, die spreekt namens de PVV-fractie. Mevrouw Vondeling (PVV): Dank u wel, voorzitter. De afgelopen jaren zijn er ruim 135.000 Oekraïners naar Nederland gekomen. Dat zou tijdelijk zijn, maar net als bij de asielzoekers blijkt dat een groot deel van de Oekraïners helemaal niet van plan is om terug te keren. Ze willen massaal in Nederland blijven en driekwart van de Oekraïners wil volgens onderzoek uiteindelijk zelfs een Nederlands paspoort. Voor de PVV is dit volstrekt onacceptabel. Nederland kampt met gigantische woningnood, we hebben een asielcrisis, onze scholen zitten vol en de zorg is overbelast. We hebben geen ruimte en geen geld voor tienduizenden Oekraïners die hier permanent willen blijven en een beroep willen doen op onze voorzieningen terwijl onze eigen mensen achteraan in de rij staan. Het wordt tijd om al die Oekraïners terug te sturen naar Oekraïne: mannen, vrouwen, iedereen. Een groot deel van Oekraïne is veilig genoeg om er te leven. Het is nota bene deze minister die dat bevestigde in het landenbeleid dat hij gisteren naar de Kamer heeft gestuurd. We zien het ook in de praktijk. Het is algemeen bekend dat de Oekraïners regelmatig heen en weer reizen naar Oekraïne voor familiebezoek, vakanties of de feestdagen. Het is dan ook te gek voor woorden dat het kabinet van plan is om de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) met een jaar te verlengen, om daarna Oekraïners een verblijfsvergunning van drie jaar te geven, waardoor Oekraïners ook nog eens aanspraak kunnen maken op bijstand, toeslagen en al die andere Nederlandse potjes. Dat is natuurlijk een open uitnodiging om voorgoed te blijven. De PVV zegt: doe dat niet; stuur ze terug, het liefst vandaag nog. Laat die Oekraïense mannen terugkeren om hun land te verdedigen en op te bouwen, zoals Oekraïne zelf vraagt. Hetzelfde geldt voor de vrouwen. Inmiddels dienen 70.000 Oekraïense vrouwen in het leger. Als Oekraïne iedereen nodig heeft voor de verdediging en de wederopbouw van het land, geldt dat ook voor de vrouwen. Zij zouden ook moeten terugkeren om hun land te helpen in plaats van dat zij in Nederland op onze kosten dure Chaneltassen kopen. Bovendien is dat ook de beste manier tegen genderdiscriminatie. Zoals een Oekraïense commandante van een medisch bataljon zelf zegt: "In het Oekraïense leger word je ongeacht of je man of vrouw bent, beoordeeld op je vaardigheden, ervaring en daadkracht. Geen gedoe, gewoon presteren." Dat zou veel partijen hier in de Kamer toch moeten aanspreken. Voorzitter. Dan die derdelanders uit Oekraïne. Vorig jaar is er een motie van de PVV aangenomen om de opvang van deze derdelanders onmiddellijk te beëindigen. Maar wat blijkt nu? Deze minister heeft geen flauw idee wat er met deze duizenden derdelanders is gebeurd. Hij weet niet of ze nog in de opvang zitten, of ze ergens zelfstandig wonen, of ze nog in Nederland zijn. Hoe is het mogelijk dat deze derdelanders niet allang de opvang en ons land zijn uitgezet, vraag ik de minister. Waarom weigert de minister op te treden tegen deze illegale migranten? Voorzitter, tot slot. De PVV heeft de minister herhaaldelijk opgeroepen om een voorstel naar de Kamer te sturen om via een dwangbevel de niet-betaalde eigen bijdrage van Oekraïners te innen. Waarom wordt dit niet geregeld? Hoeveel Oekraïense wanbetalers zijn hierdoor buiten schot gebleven? Om welk totaalbedrag aan openstaande vorderingen gaat het inmiddels? Waarom weigert de minister te regelen dat Oekraïners meebetalen in de zorgkosten, terwijl Nederlanders dat wel moeten doen? Daar kan ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Plas namens de BBB. Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag beginnen met wat voor BBB vooropstaat: mensen die vluchten voor oorlog, verdienen bescherming. Nederland heeft daarin veel gedaan. Gemeenten, scholen, werkgevers en heel veel Nederlanders hebben hun hart laten spreken. Dat verdient alleen maar waardering. Maar juist omdat dit zo'n groot en langdurig vraagstuk is geworden, moeten we ook eerlijk durven blijven. De BBB-fractie vindt dat het uitgangspunt helder moet zijn: opvang van Oekraïense vluchtelingen is tijdelijk en terugkeer naar Oekraïne zodra dat veilig en verantwoord kan, moet het uitgangspunt zijn. Nederland heeft terecht bescherming geboden aan mensen die vluchten voor oorlog, maar tijdelijke bescherming mag niet geruisloos veranderen in permanente vestiging. Juist daarom baart het onderzoek van het WODC onze fractie zorgen. Daaruit blijkt namelijk dat 43% van de Oekraïense vluchtelingen niet wíl terugkeren, ook niet als Oekraïne weer veilig is. Daarnaast is er een grote groep, 21%, die nog twijfelt. Dat zijn geen kleine cijfers. Op dit moment gaat het om ongeveer 134.000 Oekraïners in Nederland. Als een groot deel daarvan hier langdurig of permanent blijft, betekent dat ook wat voor woningen, voorzieningen, zorg, onderwijs en gemeentelijke ondersteuning. In een land waar starters, gezinnen en ouderen al jarenlang vastlopen op de woningmarkt, kunnen we daar niet zomaar aan voorbijgaan. Ik vraag de minister daarom wat nu precies het uitgangspunt van het kabinet is. Is dat terugkeer naar Oekraïne zodra dat veilig kan, of is het kabinet zich in de praktijk al aan het voorbereiden op langdurig verblijf in Nederland? Als het kabinet terugkeer echt als uitgangspunt ziet, welke concrete inzet hoort daar dan bij? Hoe worden Oekraïense vluchtelingen nu al voorbereid op terugkeer en wederopbouw? Welke afspraken worden hierover gemaakt met Oekraïne zelf? Voorzitter. BBB vindt dat we niet alleen eerlijk moeten zijn richting Oekraïense vluchtelingen, maar ook richting gemeenten. Neem bijvoorbeeld Zandvoort. Die gemeente heeft haar verantwoordelijkheid genomen en vangt meer Oekraïense vluchtelingen op dan op basis van de verdeling van haar wordt verwacht. Dat verdient waardering. Maar vervolgens telt die inzet nauwelijks mee voor andere taakstellingen, zoals die van de Spreidingswet. Dan zegt het Rijk eigenlijk: dank voor uw extra inzet, maar u moet daarnaast nog steeds uw volledige aandeel leveren. Ik vind dat niet eerlijk en het is ook niet goed voor het lokale draagvlak. Hoe kijkt de minister hiernaar? Is hij bereid om bij nieuwe of bestaande opvangopgaven beter rekening te houden met gemeenten die al bovengemiddeld veel doen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen? Voorzitter, hoeveel tijd heb ik nog? 1 minuut en 20 seconden? Dan bewaar ik het tweede deel van mijn inbreng voor de tweede termijn, want anders komt het niet uit; die is te lang voor 1 minuut en 20 seconden. Dank u wel. De voorzitter: Oké. Hoeveel langer zou het zijn? Mevrouw Van der Plas (BBB): Nou ja, het is anderhalf A4'tje. Ik wil nog één kwestie aansnijden. Mag ik over de tijd heen? De voorzitter: Vooruit met de geit. Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u. Dan tot slot. Ik ben vorige week benaderd door de familie van Ellaria, een Nederlands meisje van 5 jaar oud dat door haar moeder is meegenomen naar Oekraïne. De Nederlandse rechter heeft bepaald dat Ellaria terug moet naar Nederland, maar de moeder negeert deze uitspraak volledig. De hulp van de Nederlandse overheid wordt door de familie tot nu toe als heel summier ervaren. Zij willen dat de Nederlandse Staat zich actief gaat inzetten om Ellaria terug naar Nederland te krijgen. Zo is bijvoorbeeld haar paspoort verlopen. De oplossing die de vader nu krijgt in Nederland is dat als hij bij zijn dochter is, hij met haar naar de ambassade in Kiev moet komen voor een nooddocument. Maar Kiev ligt honderden kilometers van waar Ellaria nu verblijft, in een land in oorlog, en de moeder wil niet meewerken. Het is geen echte oplossing voor een vader die zijn dochter probeert terug te krijgen. Nederland heeft nauwe diplomatieke banden met Oekraïne. Wij steunen Oekraïne met miljarden, maar nu heeft Nederland Oekraïne nodig om een Nederlands kind veilig thuis te krijgen. Snelheid is geboden om de schade voor Ellaria zo beperkt mogelijk te houden. Kan de minister toezeggen dat de vader actief hulp krijgt van Buitenlandse Zaken en dat het kabinet de Oekraïense autoriteiten op ministerieel niveau vraagt om maximale medewerking voor een snelle terugkeer? Ik rond af. Kan de minister ook kort ingaan op het Haags Kinderontvoeringsverdrag, zeker gelet op het feit dat Buitenlandse Zaken tegen de familie heeft gezegd dat ze in Oekraïne een zaak moeten aanspannen? Dat land is in oorlog. Het duurt maanden tot jaren voordat daar een zaak kan plaatsvinden. Ik wil dus graag een reactie van de minister. Dank u. De voorzitter: Alstublieft. Ik dacht: na uw ervaringen gisteren ga ik wat coulantie betonen. Mevrouw Van der Plas (BBB): Ach! Dank je wel. De voorzitter: Mevrouw Straatman namens het CDA. Mevrouw Straatman (CDA): Dank u wel, voorzitter. Niemand weet wanneer de oorlog in Oekraïne stopt. Wat we wel weten, is dat zelfs als die oorlog voorbij is, veel Oekraïners nog in Nederland zullen blijven, al was het maar omdat wederopbouw ook een kwestie van de lange adem is. Voor onze fractie staat vast dat we Oekraïners blijven beschermen en opvangen zolang nodig. Maar belangrijker misschien nog wel is dat we op een punt gekomen zijn waarop ook de perspectiefvraag op tafel komt. De centrale vraag is daarom niet meer alleen hoe we opvangen, maar welk perspectief we bieden aan Oekraïners, aan gemeenten, aan de IND en aan onze samenwerking met Oekraïne zelf. Er is grote behoefte aan duidelijkheid en langetermijnbeleid. Allereerst het perspectief voor de Oekraïense vluchtelingen zelf. De Europese Commissie werkt aan een exitstrategie met twee sporen, een verkenning naar legale status aan de ene kant en een verkenning naar vrijwillige terugkeer, zoals mevrouw Van der Plas zojuist ook zei. Ik zie die twee sporen terug in het nationale plan van de minister. Hoe ziet de minister de verhouding tussen die twee sporen? Welk uitgangspunt staat voor het kabinet voorop: behoud in Nederland waar kan of terugkeer waar kan? Voorzitter. SEO constateert dat veel arbeidspotentieel onbenut blijft voor werkgevers en Oekraïners, omdat onduidelijk is welk toekomstperspectief Oekraïners hebben. Die onzekerheid remt investeringen in opleiding, duurzame banen en integratie. Dat is zonde, zeker als we handjes tekortkomen. Niet iedere Oekraïner zal permanent hier blijven, maar ook niet iedereen zal direct terugkeren. Ziet de minister vanuit de behoefte aan extra arbeid mogelijkheden voor vormen van bijvoorbeeld circulaire migratie? Is dat ook onderdeel van het beleid? Voorzitter. Bij perspectief voor Oekraïners hoort ook een eerlijk prijskaartje voor verblijf in Nederland. Daar schuurt het in alle eerlijkheid soms wel. De hoogte van de eigen bijdrage voor exploitatiekosten van de opvang staat namelijk niet altijd in verhouding tot de reële prijs voor huren in Nederland, ook niet na verhoging van de eigen bijdrage. Wie voldoende inkomen heeft, zou ook meer eigen verantwoordelijkheid moeten kunnen nemen voor huisvesting; dat is eerlijker en ontlast de opvangcapaciteit. Welke mogelijkheden ziet de minister om te stimuleren dat eigen huisvesting wordt gevonden? Welke rol kunnen werkgevers hierin nemen? Kan de minister daarop ingaan? De heer Ceulemans (JA21): Ik heb een vraag aan mevrouw Straatman. Zij zei dat niet elke Oekraïner in Nederland zal blijven. Dat suggereert dat wat haar betreft een groot deel dat wél kan doen. Vervolgens gaat haar betoog over de vraag hoe we dat op een goede manier kunnen inkleden. Maar is mevrouw Straatman het met mij eens dat Oekraïners in Nederland hiernaartoe zijn gekomen als ontheemden, dus zeg maar gewoon als vluchteling, dat dat dus niet moet leiden tot een permanent verblijf in Nederland en dat de inzet gericht moet zijn op terugkeer? Mevrouw Straatman (CDA): Ik moet hier een dubbel antwoord geven: ja en nee. In principe vind ik inderdaad dat op het moment dat Oekraïne veilig is, mensen terug moeten keren. Dat geldt voor iedereen en dus ook voor Oekraïners. De vraag is alleen wanneer Oekraïne voldoende veilig is en weer voldoende in staat is om de eigen burgers te kunnen opvangen. Wederopbouw, zo blijkt uit alle rapporten die we hebben gezien, is een kwestie van de lange adem. Ik zou het dan eeuwig zonde vinden, gegeven die realiteit, als we niet nu met de mensen hier inzetten op integratie, op meedoen aan de arbeidsmarkt, iets wat voor een groot deel al lukt, hoewel uit onderzoeken ook blijkt dat veel arbeidspotentieel onbenut blijft. Daarom mijn vraag aan de minister of we er op een creatieve manier mee kunnen omgaan: de mensen nu goed inzetten, zodat ze kunnen terugkeren op het moment dat dat veilig is. We weten ook dat Oekraïne de regio is -- bij andere vluchtelingen, uit landen hier verder vandaan, is dat natuurlijk anders -- en dat Oekraïners hier mogelijk een werkvergunning kunnen krijgen. Kunnen we er dus niet op een slimme manier voor zorgen dat we qua werkbehoefte hier maximaal kunnen profiteren en dat als ze terug kunnen, we dat ook inregelen? Vandaar mijn vraag hoe die twee sporen zich tot elkaar verhouden en of we in het midden een creatieve oplossing kunnen vinden. De voorzitter: Dat was een lang betoog. Het mag voor deze keer, maar zo meteen graag iets korter. De heer Ceulemans (JA21): Er zit natuurlijk een logica in dat zolang mensen het recht hebben om hier te zijn, het goed is dat zij worden gefaciliteerd bij het voorzien in hun eigen levensonderhoud, werken et cetera. Maar ziet mevrouw Straatman wel het risico dat hoe meer we gaan inrichten op een langdurig verblijf in Nederland, hoe groter de kans is dat mensen ook daadwerkelijk lang blijven in Nederland, terwijl natuurlijk terugkeer uiteindelijk wel het antwoord moet zijn? Mevrouw Straatman (CDA): Dat is precies ook de reden waarom ik bijvoorbeeld vroeg naar die vorm van circulaire migratie. Ik kan me ook voorstellen dat als je afspreekt met Oekraïne dat mensen terug kunnen naar Oekraïne, maar voor bepaalde tijdelijke werkvoorzieningen wel weer terug kunnen naar Nederland, je allebei op een creatieve manier kunt profiteren. Ik denk dat het in het belang van Oekraïne is dat veel mensen teruggaan en een bijdrage leveren aan de wederopbouw. Tegelijkertijd zie ik ook dat we hier veel mensen, handjes, tekortkomen en dat een groot deel van de Oekraïners al goed integreert en een goede bijdrage levert. Dat is mijn kernvraag aan de minister: kunnen we die twee dingen niet samenknopen? De voorzitter: U gaat verder. Mevrouw Straatman (CDA): Voorzitter. Ik ben beland bij het perspectief voor de Nederlandse gemeenten. De tekorten aan opvangplekken beginnen ook hier namelijk te knellen. Goed dat de regeling flexibele doelgroepen is ingevoerd en dat de minister aangeeft dat de landelijk regie wordt versterkt. Maar tijdens werkbezoeken gaven gemeenten ook aan dat de onzekerheid over de duur van de RTB langjarige contracten met bijvoorbeeld zorg en maatschappelijke partners op opvanglocaties kan belemmeren. Die zorgen worden niet direct met de regeling flexibele doelgroepen opgelost. Wat kan de minister doen om ook hier langetermijnzekerheid te geven voor de financiering? Tijdens de werkbezoeken kwam ook de sterke roep om een oplossing te bieden voor overlastgevende Oekraïners en voor Oekraïners met een complexe zorg- of hulpvraag. Ik zie een reeks aan goede maatregelen van de minister, met speciale locaties voor overlastgevers en aanpak van verslavingsproblematiek. Maar kan de minister aangeven hoe snel die locaties er ook daadwerkelijk kunnen komen? Voorzitter. Ten derde kom ik te spreken over het perspectief voor de Oekraïense gemeenten zelf. De pilot met de VNG, waarin Nederlandse en Oekraïense gemeenten samenwerken, vindt mijn fractie heel interessant, ook met het oog op terugkeer. Maar uit onderzoek blijkt ook die meerwaarde. Tegelijkertijd lezen we dat er niet voor gekozen wordt om deze pilot uit te breiden. Maar als die pilot aantoonbaar meerwaarde heeft, waarom kiest het kabinet er dan niet voor om deze op te schalen? Graag een reactie van de minister. Voorzitter. Tot slot mijn vierde punt: het perspectief voor de IND. De uitspraak van de advocaat-generaal over de juridische houdbaarheid van de opschorting van de asielaanvraag wekt grote zorgen, ook bij mijn fractie. Op de afloop van juridische zaken moet je uiteraard niet vooruitlopen, maar de consequenties hiervan zouden heel groot kunnen zijn, ook voor de uitvoering van het Migratiepact. Daarom mijn slotvraag: ligt er een uitvoerbaar noodplan klaar voor het geval dat het Hof van Justitie anders oordeelt? De heer Russcher (FVD): Ik ben benieuwd hoe het CDA kijkt naar het voorstel of voornemen van de Europese Commissie om Oekraïense mannen in de dienstplichtige leeftijd van 23 tot en met 60 jaar uit te sluiten van de EU-regeling voor tijdelijke bescherming. Mevrouw Straatman (CDA): Daar zullen we te zijner tijd naar kijken. Die RTB is natuurlijk ten opzichte van hoe die ooit is ingericht telkens wat versmald en er zijn beperkingen in aangebracht. Die hebben wij ook telkens gesteund, bijvoorbeeld voor Oekraïners die al bescherming hebben in een andere Europese lidstaat. Die kunnen we op dit moment ook weigeren. Ik kan mij vanuit Oekraïens perspectief ook goed voorstellen dat je mensen nodig hebt om het land te beschermen en mee te helpen aan de wederopbouw. Zodra die vraag voorligt, gaan wij daar serieus naar kijken. Dan ben ik ook benieuwd wat de reactie van de minister is. Mevrouw Vondeling (PVV): Mevrouw Straatman zegt "zodra die vraag voorligt", maar die ligt volgens mij vrij snel voor. Dat kan mogelijk bij de JBZ-Raad in de zomer al zijn. Daarvoor hebben we geen debat meer. Het is dus misschien wel handig als het CDA gewoon duidelijk, klip-en-klaar aangeeft of zij dat steunen. Is het CDA niet ook van mening dat het niet ver genoeg gaat? In dat voorstel wordt er alleen maar bezien of de nieuwe mannen die hiernaartoe komen, geweigerd kunnen worden. Maar zouden we niet gewoon alle dienstplichtige Oekraïense mannen die hier al zijn -- het zijn volgens mij 40.000 in Nederland -- ook gewoon terug moeten kunnen sturen naar Oekraïne? Mevrouw Straatman (CDA): Mevrouw Vondeling zegt terecht dat die vraag snel voorligt. Zoals wij eerder ook de beperkingen hebben gesteund die aangebracht zijn op de RTB, voel ik hier inderdaad ook wat voor. Ik denk dat er ook een duidelijke oproep is vanuit Oekraïne zelf aan wie al in Nederland is om terug te komen, en aan mensen die daar nu nog zijn, om daar ook blijven, voor een heel goed doel, namelijk daar bij te dragen aan de veiligheid van Oekraïne zelf of te helpen bij de wederopbouw, zodra dat kan. Ik wacht dus graag de reactie van de Europese Commissie af, maar ik zal daar met welwillendheid naar kijken. De voorzitter: Oké, dan gaan wij door met mevrouw Westerveld namens PRO. Mevrouw Westerveld (PRO): Dank u wel, voorzitter. Vannacht waren er weer zware luchtaanvallen op Kiev, met ten minste dertien doden en tientallen gewonden. Natuurlijk wil je dan iedereen daar, maar ook mensen die in Nederland zijn en die geliefden daar hebben wonen, enorm sterkte wensen. Want waar iedereen hoopte dat deze oorlog kort zou duren, blijven de zware aanvallen aanhouden, en dat zorgt er ook voor dat steeds minder mensen terug kúnnen, omdat ze daar niets meer hebben of omdat ze hier met hun familie een bestaan opbouwen. Ik wil de minister vragen of met dat scenario, dat we ook terugzien in de cijfers, genoeg rekening wordt gehouden. Voorzitter. Ik heb ook een aantal vragen over het nieuwe landenbeleid, want hoewel in sommige delen van het land minder luchtaanvallen zijn -- vannacht was er weer een -- kunnen deze nog steeds plaatsvinden. Daarnaast is ook de humanitaire situatie slecht. De elektriciteit valt uit. De UNHCR stelde afgelopen november nog dat geen enkel deel van Oekraïne als veilig kan worden beschouwd. Hoe kan de minister dan, zonder dat er een ambtsbericht ligt, tot een andere conclusie komen en Oekraïners terug willen sturen naar het zogenaamde "binnenlandse beschermingsalternatief"? Ik ben benieuwd naar de antwoorden. Voorzitter. Dan over de opvang, want in de brief worden belangrijke stappen gezet voor de opvang, maar gemeenten willen duidelijkheid voor de lange termijn. De voorzitter: Momentje, ik probeerde tussendoor wat administratie te doen. Meneer Ceulemans. De heer Ceulemans (JA21): Mevrouw Westerveld plaatst nu kanttekeningen bij het landenbeleid en ook bij het binnenlandse beschermingsalternatief, maar zegt mevrouw Westerveld dan eigenlijk: er is op dit moment niet één regio in Oekraïne veilig genoeg om daar te kunnen verblijven? Is dat eigenlijk wat mevrouw Westerveld zegt? Want daar wonen natuurlijk gewoon miljoenen mensen zelf. Mevrouw Westerveld (PRO): Dat kan ík niet beoordelen. Daarom vraag ik ook naar het ambtsbericht, waarom daar niet op is gewacht. Daarom vraag ik ook aan de minister hoe dat zit met dat nieuwe landenbeleid, want ik kan dat ook niet plaatsen met wat we horen van de UNHCR. De voorzitter: Is dat voldoende? Ja. Ik had de interrupties niet aangegeven. Ik maak er nu vier van; dan heeft u er nog drie over. Is dat oké? Alstublieft. De heer Ceulemans (JA21): Mevrouw Westerveld speelt de vraag nu door aan de minister, maar ze stelt natuurlijk zelf deze vraag omdat zij er iets van vindt. Ze is er kritisch over. Vertaal ik dan het standpunt van PRO goed dat PRO zegt: we hebben er grote twijfels bij of mensen die in Oekraïne vluchten uit een regio waar op dat moment veel gevochten wordt, ergens in Oekraïne opgevangen kunnen worden, terwijl in die andere regio's in Oekraïne gewoon heel veel Oekraïners zelf wonen die daar gewoon relatief normaal hun leven leiden? Begrijp ik het goed dat PRO zegt: mensen die uit de regio's vluchten waar gevochten wordt, kunnen niet in die rustige regio's opgevangen worden, maar moeten per se elders in Europa onderdak krijgen? Mevrouw Westerveld (PRO): Nee, daarmee vat u mijn betoog niet goed samen. Ik zeg tegen de minister dat ik niet kan plaatsen wat we in de brief lazen en dat ik ook niet begrijp waarom we niet eerst het ambtsbericht krijgen, en dat ik wat in die brief staat ook niet kan plaatsen met andere berichten die wij horen. Vandaar dat ik een uitleg vraag aan de minister over hoe dat precies zit, over waar dat landenbeleid precies op is gebaseerd. De voorzitter: Oké, u gaat verder. Mevrouw Westerveld (PRO): Voorzitter. Ik was gebleven bij de opvang. Ik zei dat er belangrijke stappen zijn gezet, maar dat we ook van gemeenten horen dat er duidelijkheid moet komen. De VNG zegt letterlijk: doen alsof dit tijdelijk is, is duur en onhandig. Zij geven ook aan dat er meerjarige zekerheid en bekostiging nodig is. Ik wil de minister vragen of hij bereid is om dat te leveren. Hoe gaat hij ervoor zorgen dat ook de kwaliteit van de opvang beter wordt? Daar krijgen wij heel veel zorgwekkende berichten over. Hoe kan hij ervoor zorgen dat mensen meer privacy krijgen, dat voorzieningen beter op orde zijn en al dat soort zaken? Kan hij reageren op al die signalen die wij daarover krijgen? Voorzitter. Wat ook nog niet is geregeld, is het collegegeld voor Oekraïense jongeren die hier zijn en die hier willen studeren. Zij betalen vaak een veel hoger tarief dan andere Europese studenten. Dat kan oplopen tot €10.000 tot €15.000 voor een bachelor -- per jaar, zeg ik daarbij. Ook dat is niet nieuw. Ik weet nog dat ik destijds als onderwijswoordvoerder vlak na het uitbreken van de oorlog Robbert Dijkgraaf hier vragen over stelde. Dat is een hele tijd geleden. Sinds die tijd geeft ook een Kamermeerderheid voortdurend aan dat we het belangrijk vinden dat dit geregeld zou worden. Het wordt de hele tijd doorgeschoven. Vorig jaar is er een toezegging gedaan dat per 1 september 2027 geregeld zou worden dat Oekraïense studenten hetzelfde collegegeld betalen. Ik wil de minister vragen of die toezegging nog steeds staat. Het is namelijk in alle opzichten een gemiste kans als jongeren die hier zijn en die hier willen studeren, die kans niet krijgen omdat de kosten simpelweg te hoog zijn. Bovendien liggen er gewoon aangenomen Kamermoties, waaronder van mevrouw Podt van D66. Voorzitter. Dat raakt ook aan de mentale gezondheid van Oekraïense vluchtelingen, want we weten dat 65% van hen kampt met depressie en angstklachten, dat bijna 30% zeer veel stress ervaart en dat ook de eenzaamheid veel groter is dan onder mensen die hier geboren zijn, in Nederland. Daarover zien wij niets in de brief. Ik ben benieuwd of de minister dit scherp heeft en of hij daar plannen voor heeft. Daar is ook een motie van mevrouw Podt op aangenomen, die vraagt om Oekraïense psychologen in te zetten die hier toch al zijn, om anderen te helpen. Hoe staat het daarmee? Voorzitter. Mijn laatste blokje gaat over werk. Dat is hier vaker genoemd. Het is heel positief dat inmiddels 62% van de Oekraïners die hier zijn, aan het werk is. Waar ik me wel zorgen over maak, is dat zij vaak niet op niveau werken, maar dat ze bijvoorbeeld werken voor een uitzendbureau, terwijl bij sommige uitzendbureaus helaas uitbuiting plaatsvindt. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat de Oekraïners begeleid kunnen worden naar werk op hun niveau? Als het kabinet wil overstappen op een werkvergunning, is dat helemaal belangrijk, omdat Oekraïners hiermee onafhankelijk worden van een werkgever. Hoe ziet de minister dat voor zich? De makkelijkste weg naar werk is natuurlijk ook om de taal goed te beheersen. Is de minister bereid om in gesprek te gaan met werkgevers, bijvoorbeeld verenigd in VNO-NCW, om de mogelijkheid te onderzoeken of werkgevers taallessen kunnen aanbieden? Dat is namelijk in alle opzichten goed, maar zeker ook om eenzaamheid tegen te gaan en nog meer mensen te helpen aan werk op niveau. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Oké, dan gaan we naar meneer Russcher namens Forum voor Democratie. De heer Russcher (FVD): Dank, voorzitter. Op dit moment verblijven ruim 136.000 Oekraïners in Nederland en heeft de noodopvang een bezettingsgraad van bijna 100%. Wat Forum voor Democratie betreft hoort de opvang thuis in de regio, dicht bij huis. Nederland ligt niet in die regio, de buurlanden van Oekraïne wel. Grote delen van West-Oekraïne lijken bovendien relatief veilig in vergelijking met de rest van het land, zo zien we ook in het landenrapport. Kan de minister daar nog verder op ingaan? Betekent dit ook dat ontheemden meer in het eigen land zullen worden opgevangen? Voorzitter. De Oekraïners vallen nu onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, die loopt tot 4 maart 2027 en mogelijk wordt verlengd tot 2028. Maar het woord "tijdelijk" staat er niet voor niets. Toch werkt het kabinet aan een transitiedocument, een reguliere verblijfsvergunning voor drie jaar. Kan de minister garanderen dat tijdelijke bescherming ook echt tijdelijk blijft en niet via de achterdeur uitmondt in permanent verblijf? Is de minister bereid hier hardop uit te spreken dat het uitgangspunt terugkeer is en blijft? Hoe kijkt de minister naar het voornemen van de Europese Unie om dienstplichtige Oekraïense mannen voortaan geen tijdelijk beschermde opvang meer te bieden? Uit het eigen WODC-onderzoek van de minister blijkt dat 83% van de Oekraïners de komende twee jaar hier wil blijven en dat 43% ook op langere termijn niet van plan is om terug te keren. Wat vindt de minister hiervan? Deelt hij de zorg dat de kans op terugkeer kleiner wordt naarmate mensen hier langer blijven? Welke concrete terugkeerdoelstelling verbindt de minister aan het aflopen van de richtlijn? Voorzitter. Daarbij moet opgemerkt worden dat Oekraïners zich in veel opzichten goed gedragen. Ruim zes op de tien volwassenen werkt, velen doen hun best om de taal te leren en de overlast is beperkt. Hoe groot is het contrast met asielzoekers uit Afrika en het Midden-Oosten, die oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit, op het gebied van seksuele delicten en bij het doen van een beroep op de bijstand en andere sociale voorzieningen. Erkent de minister het verschil in maatschappelijke lasten tussen deze twee asielgroepen en, zo ja, hoe verklaart hij deze? Voorzitter. Toch kunnen we ook een groep die zich netjes gedraagt, simpelweg niet blijven huisvesten. Nederland is vol. Het woningtekort bedraagt inmiddels meer dan 410.000 woningen, de zorg loopt vast, de klassen zitten overvol en de druk op onze sociale voorzieningen is immens. Elke woning die naar een Oekraïner gaat, gaat niet naar een Nederlandse starter, oudere of student. Hoe rechtvaardigt de minister dat tegenover de Nederlander? Forum voor Democratie wil opvang in de regio, de veilige delen van Oekraïne benutten en inzetten op terugkeer. Ik zou de minister graag om drie toezeggingen willen vragen. Maak terugkeer leidend met een concreet tijdpad, zet geen enkele route open naar permanent verblijf en bepleit opvang in de regio. Ik hoor graag of de minister hiertoe bereid is. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dan gaan we naar de heer Ceulemans namens JA21. De heer Ceulemans (JA21): Dank u wel, voorzitter. JA21 heeft met betrekking tot de opvang van Oekraïners steeds aangegeven dat het in behapbare proporties moet gebeuren en dat het een tijdelijk karakter moet hebben. Opvang moet gericht zijn op zo snel mogelijke terugkeer. Dat is overigens geen diskwalificatie aan het adres van Oekraïners. De arbeidsparticipatie is met 67% hoog en nadert het Nederlandse percentage van werkenden, ze leveren een bijdrage aan de economie en Oekraïners zijn er in veel gevallen echt op uit om mee te draaien in de samenleving. Het begrijpelijkerwijs totaal verdampte draagvlak voor asielopvang zie je in veel mindere mate terug als het gaat om opvang voor Oekraïners, en dat is niet voor niets. Voorzitter. Maar tegelijkertijd knelt het enorm. Bijna 140.000 Oekraïners staan momenteel ingeschreven in de Nederlandse basisadministratie. Dat is een hele grote groep en de gevolgen daarvan worden iedere dag sterker ervaren. Bij gemeenten die steeds meer opvangplekken moeten leveren, op de woningmarkt, met betrekking tot sociale voorzieningen, de enorme kosten die daarmee gepaard gaan en ga zo maar door. 83% van de Oekraïners wil de komende twee jaar in Nederland blijven en richting de helft heeft ook op langere termijn geen intentie om terug te keren. Dat kan simpelweg niet de bedoeling zijn, om allerlei praktische redenen, maar ook gewoon omdat de opvang van ontheemden daar niet voor bedoeld is. Dit is geen permanente vorm van migratie en mag dat ook niet worden. In zijn brief geeft de minister aan dat er op dit moment wordt ingezet op vrijwillige terugkeer, maar wat daar de concrete resultaten van zijn, is onduidelijk. Kan de minister daar nader op ingaan, evenals op de vraag hoe hier sterker op ingezet kan worden? Daarnaast is eerder deze week het landenbeleid voor Oekraïne vastgesteld, als toetsingskader voor de 1.010 openstaande asielaanvragen van Oekraïners die buiten de RTB vallen. Hierbij zijn relatief veilige en rustige regio's aangewezen als binnenlands beschermingsalternatief. Ergo, Oekraïners kunnen gewoon opgevangen worden in grote delen van hun eigen land. Wat doet het kabinet om de terugkeer van Oekraïners uit Nederland naar die regio's te bevorderen? De meest urgente actuele kwestie is natuurlijk de aflopende RTB en de mogelijke verlenging daarvan met een jaar. Onderdeel hiervan zou een reikwijdtebeperking zijn. Mannen in de dienstplichtige leeftijd zouden in nieuwe gevallen hiervan uitgesloten worden. Dat is wat ons betreft logisch. Aan de ene kant Oekraïne voor miljarden financieel en militair steunen, en aan de andere kant tegen de wil van Oekraïne in tegen wederom hoge kosten opvang bieden aan Oekraïners die aangewezen zijn daar het land te verdedigen, is een kromme situatie. Tegelijkertijd komt het kabinet met een transitiedocument. Hoe verhoudt die route zich nu met de aanstaande verlenging van de RTB? Voorzitter. Voor JA21 is het helder: de inzet moet erop gericht zijn om Oekraïners zo snel mogelijk terug te laten keren naar Oekraïne én om te voorkomen dat Oekraïners op grote schaal in asielprocedures belanden, met alle gevolgen van dien voor de samenleving en het systeem. We hebben capaciteit nodig voor het herbeoordelen en de terugkeer van Syriërs, niet voor een lawine aan Oekraïense asielverzoeken. De inzet van het kabinet moet dus op die twee uitgangspunten gericht zijn. Ondertussen hangt de aanstaande uitspraak van het Hof in navolg van het advies van de ag als een zwaard van Damocles boven dit hele dossier. Hoe speelt het kabinet hierop in? Dan nog kort een aantal kwesties. Collega Diederik Boomsma heeft samen met mevrouw Van Zanten in een vorig leven in deze Kamer middels een aangenomen motie gevraagd om werkende ontheemden mee te laten betalen aan de zorg. In de brief lezen we echter dat de minister een dergelijke regeling te complex vindt en dat het daarom niet wenselijk is een bijdrage voor de zorgkosten te innen. Hoe kan de minister dit volhouden terwijl de zorgkosten voor deze groep met 82% stegen, zoals we tegelijkertijd in de stukken lezen? Daarnaast lezen we over de doelgroepflexibele regeling, die sinds gisteren van kracht is, waardoor gemeenten makkelijker kunnen investeren in opvangvoorzieningen voor Oekraïners en waardoor locaties flexibeler ingezet kunnen worden voor verschillende asiel- en migratiedoelgroepen. Kan de minister hier nader op ingaan? Veel inwoners -- ik heb dat ook als gemeenteraadslid ervaren -- zijn bij de vestiging van een Oekraïneopvang in hun wijk gesust met de belofte dat er zeker geen asielzoekers in opgevangen zullen worden. Gaat dit nu alsnog massaal gebeuren? Graag een reactie. Ik kijk even naar de voorzitter om te zien hoe ik in mijn tijd zit. De voorzitter: U bent erdoorheen. Hoeveel heeft u nog? De heer Ceulemans (JA21): Dan bewaar ik de rest wel voor de tweede termijn. De voorzitter: Zeker? De heer Ceulemans (JA21): Ja, komt goed. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar meneer Van Asten. De heer Van Asten (D66): Voorzitter. De oorlog in Oekraïne raast onverminderd door. Ook de afgelopen nacht hebben we weer aanvallen gezien. Huizenblokken en flatgebouwen liggen in puin. Mensen zijn alles kwijt, ook geliefden en familieleden. Aangezien Poetin nog zint op verdere escalatie, lijkt duurzame vrede ver weg. Dat vraagt ons ook om naast de Oekraïners te blijven staan en hun hulp en perspectief te bieden zolang dat nodig is. De duur van deze oorlog vereist dat we verder kijken dan de korte termijn. Met het transitiedocument bieden we Oekraïense ontheemden langer duidelijkheid en de kans om volwaardig mee te doen. Ik begrijp dat zonder dit document bij het wegvallen van de RTB zo'n 140.000 mensen de asielprocedure instromen, wat veel druk legt op de IND. Maar het document vereist ook een antecedentenonderzoek door de IND. Leggen we daarmee niet alsnog een enorme druk op deze organisatie? Kan de IND dit aan? Mogen we er dan van uitgaan dat die capaciteit niet wordt weggenomen bij de groep van 50.000 asielzoekers die ook nog op hun procedure wacht? Met betrekking tot de opvang krijg ik veel signalen dat gemeenten overlopen en dat de kwaliteit achterblijft. De minister werkt aan een actieplan, maar gemeenten gaan daar pas vanaf oktober wat van merken, terwijl ze in de zomer een piek verwachten. Wat mogen gemeenten verwachten van de minister in de periode tot oktober? Wordt de kwaliteit van de opvang expliciet meegenomen in het actieplan? Voorzitter. Een deel van de Oekraïense ontheemden geeft aan hier te willen blijven. Lessen uit het verleden -- kijk naar vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië -- leren ons ook dat veel van hen hier uiteindelijk zullen gaan wonen en werken. Er loopt daarnaast ook nog een toelatingstraject voor de Europese Unie, wat ook gevolgen heeft voor woon-werkverblijf. Laten we daar nu vroeg op inspelen met taallessen en participatie. Zo'n 60% van de Oekraïense ontheemden werkt. Dat is indrukwekkend. Dat laat zien wat mensen kunnen als ze de kans krijgen. Maar veel Oekraïners werken onder hun niveau. We maken te weinig gebruik van hun kennis en ervaring. Het feit dat zij niet of nauwelijks Nederlands spreken, de zorg voor kinderen en een mismatch op de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat de participatie achterblijft. Hoe kunnen we die obstakels wegnemen, bijvoorbeeld door elementen van inburgeringsbeleid ook voor deze groep beschikbaar te stellen? Ik ben blij met de uitvoering van de motie van collega Podt over de dual-intentaanpak. We moeten inzetten op participatie die bijdraagt aan verblijf hier én aan wederopbouw. De motie vroeg ook om sectorspecifieke programma's en ondersteuning van ondernemerschap. Is daar al werk van gemaakt en, zo nee, kan de minister toezeggen dit alsnog te doen? Uit onderzoek blijkt dat de mentale gezondheid van de Oekraïense ontheemden steeds verder achteruitgaat. 65% kampt met angst- en depressieklachten en heeft hulp nodig. Met ruime steun van de Kamer is een motie van D66 aangenomen om Oekraïense psychologen aan de slag te krijgen. We krijgen nu signalen dat dat programma wordt afgebouwd. Kan de minister aangeven wat de huidige stand van zaken is? Is hij bereid te kijken naar hoe we dit programma verder doorgang kunnen laten vinden? Voorzitter. Gisteren kwam op de valreep ook nog de brief over het landenbeleid voor Oekraïne. Ik moet zeggen dat ik daar wel wat vraagtekens bij heb, aangezien het ook vooruitloopt op het ambtsbericht dat nog moet komen. Wat als het ambtsbericht dadelijk totaal anders is dan dit landenbericht? Wat gebeurt er dan met de zaken die zijn behandeld? De vraag is ook over welke groep dit nu precies gaat. Wie zijn die 1.000 personen? Graag een uitsplitsing daarvan en een uitleg over waarom zij niet onder de RTB vallen. Er wordt gesproken over de andere EU-landen die hier ook al programma's op hebben, zonder dat die landen genoemd worden. Ik zou graag willen weten welke EU-landen dat zijn en wat hun precieze aanpak is. Is die echt gelijk aan wat wij nu voorstellen? Welke gevolgen heeft dit voor andere Oekraïense ontheemden op het moment dat de RTB afloopt? Dan zag ik nog dat onder andere Kiev als veilig gebied wordt verklaard. In de bronnen die er vervolgens bij zitten, zie ik dat daar enorm veel aanvallen zijn, met drones, raketten en nog meer oorlogstuig die hele woonblokken wegslaan. Hoe kan onder andere Kiev dan veilig worden verklaard? Hoe is de afweging gemaakt dat die gebieden veilig zijn? Wat is nou eigenlijk de grens voor wanneer een gebied wel of niet veilig is? Ik wil graag een uitgebreid antwoord hebben van de minister op de vragen waarom gekozen is voor dit landenbeleid en waar het op is gebaseerd. Dank, voorzitter. De heer Russcher (FVD): Ik zou aan de heer Van Asten van D66 dezelfde vraag willen stellen als die ik aan het CDA stelde. Die gaat over het voornemen van de Europese Commissie om de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet meer te laten gelden voor mannen uit Oekraïne met een dienstplichtige leeftijd, dus tussen de 23 en 60 jaar. Ik ben benieuwd of D66 dat steunt. De heer Van Asten (D66): Ik kan pas zeggen of wij iets steunen op het moment dat er daadwerkelijk een voorstel voorligt. We kunnen begrijpen dat Oekraïne hierop zit te wachten, zodat mensen ook aan het front blijven. Ik zie daarbij alleen wel een praktisch obstakel. Hoe wordt nou bepaald of de mensen die hier zijn wel of niet onder die dienstplicht vallen? Zijn zij uitgezonderd daarvan? Vallen zij daarbuiten, om wat voor reden dan ook? Ik zie niet zo snel in hoe wij dat hier mogelijk kunnen maken, maar wellicht weet de minister daar meer over. De voorzitter: Oké. Met jullie goedvinden: kan iemand even het voorzitterschap overnemen? Dan kan ik namens de VVD mijn inbreng leveren. Mevrouw Vondeling, wilt u dat doen? Voorzitter: Vondeling De voorzitter: Ja, hoor. Het woord is aan de heer Ellian. De heer Ellian (VVD): Dank. Sinds de brute inval van Rusland in Oekraïne heeft Nederland zich solidair getoond met de Oekraïense bevolking. De VVD staat pal achter de steun aan Oekraïne en de opvang van mensen die door deze oorlog huis en haard hebben moeten verlaten. Oekraïne ligt in onze directe regio. De gevolgen van deze oorlog raken ons ook. Veel ontheemden doen mee aan de Nederlandse samenleving en een groot deel werkt. Tegelijkertijd blijft de opvang een grote opgave voor gemeenten en is het belangrijk om tijdig duidelijkheid te bieden over terugkeer, zelfredzaamheid en de periode na de tijdelijke bescherming. De terugkeer en transitie uit de tijdelijke bescherming. Het kabinet werkt aan vrijwillige terugkeer, reguliere vergunningen en een transitiedocument als vangnet. De VVD vindt het belangrijk dat terugkeer na de oorlog het uitgangspunt blijft. Oekraïne heeft zijn mensen straks hard nodig voor de wederopbouw. Tegelijkertijd laten onderzoeken zien dat de bereidheid om terug te keren afneemt naarmate ontheemden langer in Nederland verblijven. De VVD wil daarom dat het kabinet uitwerkt hoe ontheemden worden voorbereid op terugkeer. Dan de druk op de opvang en de controle aan de voorkant. De opvang zit vrijwel vol en gemeenten lopen tegen hun grenzen aan. De VVD steunt daarom het voornemen om te werken met landelijke aanmeld- en registratielocaties en betere toetsing of iemand daadwerkelijk onder de RTB valt. Daarbij is het belangrijk dat signalen over mogelijk oneigenlijk gebruik van de Oekraïense nationaliteit of de tijdelijke bescherming heel serieus worden genomen. We willen van de minister weten hoe vaak dit voorkomt, hoe identiteit en nationaliteit goed worden gecontroleerd en hoeveel aanvragen zijn afgewezen omdat iemand niet onder de doelgroep viel. Dan de overlast en controle in de opvang. Uit de stukken blijkt dat gemeenten te maken hebben met overlast, incidenten en complexe zorgproblematiek. Ik heb zelf een werkbezoek gebracht aan een Oekraïneopvang in Vught. Ik heb ook contact gehad met wat burgemeesters. Je ziet wel dat de overlast toeneemt. In vergelijking met andere locaties waar je mensen opvangt, viel het mij op dat hier geen handhavend kader achter zit. Uiteindelijk kun je niks doen. Je kunt deze mensen niet terugsturen. Strafrechtelijke vervolging heeft niet zo veel zin. Ik zie dat naarmate de jaren zijn verstreken, dit wel steeds meer een uitdaging wordt. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daartegen aankijkt. Nederland doet veel, maar daar staat wel tegenover dat de opvang ook gewoon netjes moet blijven. In de opvang waar ik was -- het is ongelofelijk -- moeten zelfs tafels vastgemaakt worden, omdat er anders bijvoorbeeld mee gegooid wordt. Dat is wel een beetje gek als we zo veel moeite doen voor mensen die ontheemd zijn. Ik ben dus benieuwd hoe de minister daartegen aankijkt. Dan tot slot de uitvoering van de motie-Rajkowski over derdelanders met een tijdelijks verblijfsrecht in Oekraïne. Dit gaat dus om mensen die niet de Oekraïense nationaliteit hebben, maar voor de oorlog tijdelijk in Oekraïne verbleven. We willen graag een actuele stand van zaken. Hoeveel van hen zijn er inmiddels vertrokken? Hoeveel verblijven er nog in Nederland? Hoeveel zitten er nog in de gemeentelijke opvang of COA-opvang? Verwacht de minister ook dat de resterende groep zonder verblijfsrecht geen gebruik meer maakt van gemeentelijke opvangvoorzieningen? Wanneer kan de minister ons meer duidelijkheid geven over de afbouw van opvang voor deze groep zonder verblijfsrecht? Dan nog de eigen bijdrage. Nu een verplichte aparte bijdrage voor zorgkosten niet uitvoerbaar is, willen we wel graag weten of een vrijwillige bijdrage dan mogelijk is. Eerder hebben gemeenten Oekraïense ontheemden ook gevraagd om vrijwillig bij te dragen. Zouden we zoiets niet nog eens kunnen doen? Dan tot slot een punt dat een beetje buiten dit debat valt, maar wel raakt aan het landenbericht. Ik lees in het landenbericht dat de minister het ambtsbericht niet afwacht. Ik zeg: nou, dat is mooi; dan graag morgen een nieuw landenbericht voor Syrië. Wat vindt de minister daarvan? Mevrouw Westerveld (PRO): Mijn interruptie gaat over het landenbeleid. Er zijn best wel een paar vragen gesteld door D66, door ons en door de heer Ellian over waarom het ambtsbericht niet is afgewacht. Deelt hij onze inhoudelijke vragen over het landenbeleid voor Oekraïne? Het heeft namelijk voor heel veel onrust gezorgd. De heer Ellian (VVD): Ik zit er een beetje tussenin. Ik snap de onrust. Ik vind het vanuit mijn positie verdomd ingewikkeld om, zeker voor een land dat concreet in oorlog is, te duiden: wat is veilig en wat niet? Feit blijft wel dat er miljoenen mensen wonen. Feit blijft ook dat als ik hier in de opvang kijk, ik wel denk: goh, maar je zou ook iets kunnen doen voor je land. Ik vind het echt een moeilijk vraagstuk. Ik snap dat zo'n landenbericht heel veel vragen oproept, vooral ook als er niet echt een wat bredere uitleg bij zit. Misschien dat dat wat had geholpen. Op zich kan ik de lijn van de minister volgen, maar er komt, denk ik, wel wat meer achter weg dan alleen wat in dat landenbericht stond. Mevrouw Westerveld (PRO): Misschien moet ik dan maar even concreet Kiev eruit halen, waarop vannacht heel grote aanvallen waren. Tenminste, er zijn dertien mensen omgekomen. Ik hoop dat de VVD wel met ons ziet dat je Kiev niet zomaar als veilig kan bestempelen? De heer Ellian (VVD): Overigens is dat verschrikkelijk. Het gaat volgens mij in het landenbericht ook om Odessa. Er zijn grote delen van Oekraïne die in meer of mindere mate door verschrikkelijk laffe aanvallen getroffen worden. De vraag is natuurlijk wel -- dat zat volgens mij net ook in het interruptiedebatje met de heer Ceulemans -- of een heel gebied dan onveilig is. Wat moet de intensiteit van de aanvallen zijn? Als we zouden concluderen dat heel Oekraïne onveilig is, dan hebben we wel een ingewikkeld vraagstuk, want dan zou niemand daar kunnen wonen. Ik ben dus zelf ook een beetje zoekende naar hoe we dit landenbericht nu moeten wegen, omdat er best wel veel achter weg komt, natuurlijk ook als het gaat om steun aan Oekraïne. Dat is logisch. Ik ben dus vooral ook heel erg benieuwd naar de antwoorden. Ik kan me best indenken dat de intensiteit van de aanvallen, de hoeveelheid en op welk deel ze gericht zijn, kan maken dat een groot deel alsnog als veilig wordt gezien, hoe verschrikkelijk die aanvallen ook zijn. Maar ik denk dat het wel goed is dat de minister dat even rustig aan ons uitlegt, want ik snap best dat anderen daar wel vragen over hebben. Mevrouw Westerveld (PRO): Ja, laten we dan de antwoorden van de minister afwachten. Ik ben ook wel benieuwd naar het volgende. Dat is even een heel andere vraag over het collegegeld, waar ik het in mijn bijdrage over had. Studenten uit Oekraïne betalen het vele malen hogere collegegeld dat voor mensen van buiten de EU geldt. Vorig jaar is een motie van mevrouw Podt daarover aangenomen. Daar staat ook de VVD achter. Daarin wordt gevraagd om oplossingen te zoeken. Ik wil de VVD vragen: vinden jullie nog steeds dat ook dit kabinet gewoon moet voldoen aan die eerdere toezegging -- die konden we lezen in de brief van november vorig jaar -- dat dit per 2027 geregeld zou worden en moet zorgen dat deze studenten voor het reguliere Europese collegegeld kunnen studeren in Nederland? De heer Ellian (VVD): De eerlijkheid gebiedt mij ... Het gebeurt niet vaak, maar u overvraagt mij in enige zin, mevrouw Westerveld. Maar ik kan wel wat kaders meegeven. Eén is dat moties uitgevoerd moeten worden. Daar begint het altijd mee en daar ben ik altijd wel wat gevoelig voor. Twee. Als Oekraïense studenten hier studeren, oké, dat is prima op zich, alleen blijft het uitgangspunt natuurlijk wel, en dat heb ik in mijn bijdrage ook gezegd, dat zij op enig moment terug moeten. Drie. Volgens mij doelt u nu op het wettelijk instellingsgeld; zo heet dat, geloof ik. Dat is echt vele malen hoger. Dat overstijgt mijn kennis in die zin, maar als er gevraagd is aan het kabinet of het niet kan kijken of dit in ieder geval dichter bij het reguliere collegegeld kan komen en als dat de wens is van de Kamer, dan heb ik daar niet een principieel bezwaar tegen, ware het niet dat ik wel gevoelig ben hiervoor: naarmate de jaren verstrijken en hoe meer je Oekraïners eigenlijk op alle facetten van het leven laat meedoen in Nederland, ontstaat natuurlijk het probleem van "wij willen hier blijven". Dat weten we na 30 jaar asiel- en migratiediscussie. Daar wil ik wel duidelijk over zijn: dat is voor de VVD niet aan de orde. Mevrouw Westerveld (PRO): Ik begrijp dat best wel, want dit is een vrij specifieke vraag. Ik vraag dit ook omdat ik in het verleden woordvoerder hoger onderwijs was en me toen al best heb verdiept in hoe dit zit. Het gaat natuurlijk ook over mensen die hier een opleiding kunnen volgen en hopelijk straks kunnen helpen bij de opbouw van hun land. Dit alleen even ter toevoeging. De heer Russcher (FVD): Ik wil de VVD dezelfde vraag stellen als mijn vraag aan het CDA en D66. Die gaat over het voornemen van de Europese Commissie om de tijdelijke beschermingsrichtlijn niet meer te laten gelden voor Oekraïense dienstplichtige mannen tussen de 23 en 60. Dit ligt nu gewoon voor. Ik ben benieuwd hoe de VVD hiernaar kijkt en of zij dit, net als Forum voor Democratie, zal steunen. De heer Ellian (VVD): Eerst even het procesantwoord: zoiets, en zeker dit soort dingen, wordt bij ons altijd even besproken en wordt dan even goed gewogen. Maar ik denk dat het aannemelijk is dat wat mevrouw Straatman zei, ook voor de VVD-fractie zal gelden. Ik begrijp wel dat die bescherming, of de omvang van die bescherming, wat minder gaat worden. Dat is in het verleden natuurlijk ook al gebeurd. Ik kan die lijn wel volgen. En dan wil ik me nu even niet vastpinnen op leeftijd en hoeveel, maar het is geen gekke lijn natuurlijk. Laten we even wachten, zoals dat netjes hoort, op waar de Europese Commissie definitief mee komt, maar het is een lijn die ik in ieder geval wel kan volgen, ja. Voorzitter: Ellian De voorzitter: Dan ga ik nu het voorzitterschap overnemen. De minister zegt: twintig minuten. Dat is fantastisch. Twintig minuten, dus dan doen we het tot 11.10 uur. Ik schors de vergadering. De vergadering wordt van 10.51 uur tot 11.12 uur geschorst. De voorzitter: Ik ga de vergadering heropenen. Ik zie dat het papier van de minister een beetje gehavend is, maar we gaan zo horen waarom dat zo is. We gaan luisteren naar de beantwoording van de minister. Ik meld vast dat ik me ergens rond 12.30 uur moet verontschuldigen omdat ik naar een andere vergadering moet, maar mevrouw Van der Plas is zo vriendelijk om het dan even over te nemen. Wat is er gebeurd met uw papieren, minister? Minister Van den Brink: Ik ga u meenemen in de wonderlijke wereld die zich hier ook kan afspelen, namelijk een printer in de ambtenarenkamer die het gewoon niet doet. Ik ben een heel eind, maar er komen misschien af en toe wat papiertjes binnen. Het lijkt erop dat we grote stress hebben, maar dat valt wel mee. Vandaar dat ik uit mijn dossier even iets gescheurd heb zonder dat dat van de printer kwam. De voorzitter: U had geen ruzie? Minister Van den Brink: Nee, daar heb ik niet echt aanleg voor. De voorzitter: Dat weet je nooit. Wat gaat u ons … Minister Van den Brink: Try me! De voorzitter: Een korte inleiding? Minister Van den Brink: Ja, een korte inleiding. Dan sta ik stil bij de lange termijn, bij de verlenging van de RTB, opvang, landenbeleid en nog een aantal andere vragen. De voorzitter: Het is volgens mij redelijk overzichtelijk. Gaat uw gang. Minister Van den Brink: Ik dacht: in de antwoorden probeer ik een heel aantal zaken bij elkaar te brengen. Dat zal daarna ongetwijfeld leiden tot interrupties. Dat maakt het een debat zoals het hoort te zijn. We spreken vandaag voor het eerst in mijn periode in de volle breedte over Oekraïne. Dat is denk ik ook heel waardevol en goed, want we zien dagelijks -- daar hebben verschillende woordvoerders vandaag aan gerefereerd -- dat Oekraïne nog steeds onder vuur ligt van de agressie uit Rusland. Sinds de inval in 2022, dus al meer dan vier jaar geleden, heeft de Europese Commissie besloten om alle mensen die op de vlucht waren, niet in het normale asielstelsel te laten lopen. Daarvoor is de Richtlijn Tijdelijke Bescherming ontwikkeld. Die is ontzettend van belang, omdat al die mensen anders in ons asielstelsel zouden instromen. Die zouden dus allemaal een individuele beoordeling moeten krijgen. Iedereen die de afgelopen weken alle andere debatten heeft gevolgd die wij hebben gevoerd, weet dat het probleem dat de IND dan zou hebben een factor x zou hebben ten opzichte van de uitdaging waar zij nu al voor staan. De RTB is voor ons een enorm belangrijk instrument geweest om ons asielstelsel te ontlasten. Tegelijkertijd was de hoop en de verwachting dat dat een tijdelijke situatie zou zijn. Wij investeren op enorme schaal in Oekraïne om de oorlog vol te kunnen houden. Maar zolang de oorlog niet voorbij is, is de RTB een belangrijk instrument om te kunnen omgaan met het aantal mensen uit Oekraïne dat op de vlucht is geslagen. Tegelijkertijd hebben wij als kabinet opnieuw onder ogen gezien en aan uw Kamer verwoord hoe wij daartegen aankijken. Daar zijn veel vragen over gesteld, zoals: hoe verhoudt dit zich tot het transitiedocument en de voorstellen die het kabinet doet? Laat ik u schetsen hoe ik daarin zit. Een van de belangrijkste vertrekpunten is de volgende. Je hebt een grote groep mensen die op de vlucht zijn vanuit Oekraïne, die onder de RTB hier in Nederland zijn. We willen tegelijkertijd natuurlijk dat die mensen op enig moment weer bijdragen aan het herstel en de wederopbouw van Oekraïne. Dat leidt tot het doel van dit kabinet, en dat staat nog steeds overeind, namelijk dat mensen na de oorlog terugkeren om daaraan bij te dragen. Om dat doel te bereiken blijven wij als kabinet volop investeren in de steun aan Oekraïne om de oorlog te kunnen winnen en het land weer op te kunnen bouwen. Daarnaast moeten we omgaan met de vragen die we hebben rondom de mensen die hier nu al zijn. Even als vertrekpunt: als de oorlog morgen over zou zijn, dan zou de IND nog steeds niet in staat zijn om 140.000 mensen die ook in het asielstelsel zitten -- dat is ook gewoon het geval; ze hebben namelijk een asielvergunning aangevraagd -- te beoordelen. Dat is de reden geweest dat het vorige kabinet is gestart met een verkenning om een transitiedocument te maken. Het transitiedocument moest aansluitend aan de oorlog, als die RTB voorbij zou zijn, leiden tot een periode waarin je nog hier was en tegelijkertijd kon bouwen aan terugkeer naar Oekraïne. Dat beleid zetten wij voort. Wij voegen daar alleen het volgende aan toe. Om te voorkomen dat het transitiedocument dat we in ontwikkeling hebben een enorme en nieuwe vraag stelt aan de voorzieningen die je daarin kan krijgen, doen we op dit moment een verkenning naar bijvoorbeeld een werkvergunning. Die biedt dan nog de mogelijkheid om hier te zijn, maar wel je eigen inkomsten te verwerven, je eigen woning te bekostigen en geen aanspraak meer te hoeven maken op gemeentelijke voorzieningen, omdat de werkgever je kan helpen. We zijn dus op zoek naar een soort tussenvorm naast het transitiedocument. Daarover zijn we nu eigenlijk in gesprek. Dat doen we telkens met het oog op het voorkomen dat we alles in het asieldomein van de IND krijgen. Dat is, kort gezegd, op alle vragen over het langetermijnbeleid de inzet van het kabinet. Dus ja, dat is gericht op terugkeer, via verschillende tussensporen zoals een transitiedocument en onderzoek naar werkvergunningen die daaraan kunnen bijdragen. Aanvullend daarop zou ik nog een aantal korte vragen van verschillende partijen willen toevoegen. De heer Ceulemans (JA21): Ik dat dat de -- ik wou "wethouder" zeggen! -- minister aan het einde van zijn blokje was. Gaat hij hier nog verder op in? Ik had een vraag gesteld over hoe de eventuele verlenging van de RTB zich verhoudt tot … O, daar komt u nog op. Minister Van den Brink: Ja. Dan was er rond het transitiedocument en hoe dat er nu ligt een vraag over de lange termijn, arbeidspotentieel en SEO. Mevrouw Straatman vroeg daarnaar. Dit blijft dus gericht op het bieden van bescherming aan ontheemden die gevlucht zijn voor de Russische invasie in het land. Het is onze inzet dat ontheemden met werk hun menselijk kapitaal zo veel mogelijk behouden en versterken voor de tijd dat ze hier verblijven. Daarbij zetten we met het oog op de onzekere toekomst van ontheemden zo veel mogelijk in op werk in sectoren die zowel voor Nederland als voor de wederopbouw in Oekraïne van belang zijn. Dat is ook wat de heer Van Asten vroeg, over de gezondheidszorg, water en landbouw specifiek. Met dit beleid dragen we bij aan het opvangen van personeelstekorten in Nederland in de kraptesectoren en aan de inzetbaarheid van deze mensen bij de wederopbouw van en terugkeer naar Oekraïne. Circulaire migratie maakt op dit moment geen onderdeel uit van het beleid dat wij nu voeren. Dan vroeg mevrouw Straatman ook nog of wij er op een creatieve manier op kunnen inzetten dat mensen, wanneer nodig, nu al kunnen terugkeren en qua werkbehoefte ervaring kunnen opdoen. Dat doen we zeker. Investering in kennis en vaardigheden van ontheemden in Nederland volgens de dual intent, die door de Kamer is gevraagd, draagt zowel bij aan de arbeidsparticipatie in Nederland als aan wederopbouw bij terugkeer. Hoe meer ontheemden zich in Nederland ontwikkelen, des te groter hun bijdrage kan zijn aan de wederopbouw van Oekraïne, met name in de cruciale wederopbouwsectoren. Tegelijkertijd zeggen heel veel partijen in de Kamer hier: de duur van de oorlog leidt ertoe dat de RTB wordt verlengd en leidt ertoe dat mensen in onderzoeken aangeven dat ze hier mogelijk langer willen blijven. Het is niet verrassend dat mensen dat aangeven, denk ik, omdat die oorlog zo lang duurt. Dat verandert op zich niks aan de inzet van dit kabinet. De inzet blijft terugkeer, maar wel langs de sporen die ik net aangaf. Het is dus wel noodzakelijk om die RTB te verlengen. Zonder die verlenging zouden we direct weer de 140.000 asielverzoeken moeten behandelen, en dat is een van de uitvoeringsproblemen die wij gewoon niet aankunnen. Daar kan ik gewoon heel simpel over zijn. Wij zijn dus voor verlenging van de RTB. Wij zijn ook voor de scopebeperking die in de Europese Commissie wordt aangebracht rondom mensen die onder de militaire dienstplicht vallen binnen Oekraïne, dus vanuit het Oekraïense perspectief. We zijn nu nog in overleg en in afwachting van hoe Oekraïne dat aan ons kenbaar gaat maken, want dat vraagt wel dat Oekraïne kenbaar kan maken voor welke mensen dit geldt. Dat geldt overigens wel alleen voor nieuwe aanvragen en kan niet toegepast worden op de mensen die hier al zijn. Dat is hoe wij nu onze positie in Europa hebben ingenomen. Dit doe ik enigszins vooruitlopend, want dit is nog wel onderwerp van gesprek in de ministerraad. Ik wilde u hierin meenemen, omdat dit waarschijnlijk morgen al zal zijn en volgende week al in de Europese Commissie aan de orde komt. De voorzitter: Wij horen natuurlijk graag wat er in de ministerraad besproken wordt. Mevrouw Vondeling (PVV): De minister zegt dan wel dat hij inzet op terugkeer, maar feitelijk doet hij dat niet. Die richtlijn wordt dan wel met een jaar verlengd en dan komen daar mogelijk wat uitzonderingen op, maar het grootste deel kan gewoon hier blijven en krijgt daarna ook nog een langere vergunning. Nu is gisteren dat landenbeleid gestuurd, en daarin wordt gewoon letterlijk gezegd dat er een binnenlands beschermingsalternatief is. Ik heb het op een plaatje gezet, dus ik laat het zien. Dat is de grootte van dit gebied, het groene gebied op mijn plaatje. De minister zegt: ik heb de IND, de uitvoering, niet op orde, dus wij kunnen de Oekraïners niet terugsturen. Dat is natuurlijk best wel vreemd. Dat betekent dat de minister ervoor kiest om ze niet terug te sturen, maar ze permanent in Nederland te houden, want dat is wat er daadwerkelijk gaat gebeuren. Ze willen niet terug naar Oekraïne. Minister Van den Brink: Ik kom zo meteen nog terug op het landenbeleid. U heeft terecht gevraagd om nadere ondertiteling bij het een en ander. Die ga ik u zeker geven. Laat ik in ieder geval vooropstellen: we hebben te maken met de ontheemdenregeling die door Europa is vastgesteld, waar Nederland gewoon onderdeel van is. Zolang mensen daar aanspraak op kunnen maken, zijn ze in Nederland onder die richtlijn hier aanwezig. De vraag die u stelt, zou veronderstellen dat we individueel van al die mensen kunnen beoordelen dat ze terug kunnen. Er is geen categorale aanpak van beoordeling of iemand terug kan naar een gebied; dat is altijd individueel. Ik denk dat u niet ontevreden zult zijn over het feit dat de IND niet zo groot is dat ze morgen 140.000 asielaanvragen zouden aankunnen, want dat zou betekenen dat er de afgelopen jaren op andere terreinen zo'n grote instroom was dat wij capaciteit hadden bij de IND voor 140.000 extra aanvragen. Dat zou sowieso geen goed gegeven zijn, denk ik. Dus dat de IND dat nu niet kan, is eigenlijk helemaal niet raar; dat is volstrekt logisch. U vraagt waarom men nu nog niet terug kan keren. Dat is vanwege de RTB. Tegelijkertijd doen we er alles aan om mensen op de lange termijn, als die RTB afloopt, wel terug te laten keren. Dat doen we door ze voor nu hier te laten werken en te laten studeren en door de kinderen naar school te laten gaan, maar ze weer terug te laten gaan als de RTB is afgelopen. Mevrouw Vondeling (PVV): Dat is dus dankzij de RTB. Die komt binnenkort ter sprake, en daarvan kunt u gewoon zeggen: we verlengen hem niet. Het is elke keer hetzelfde. Dat is het probleem met die asielzoekers. Eenmaal in Nederland, of het nou gaat om een Oekraïner, om een asielzoeker, gaat niemand meer terug. Dat is het héle grote probleem van het asielbeleid. Elke keer wordt gegrepen naar "de IND kan het niet aan", maar Nederland kan dit ook niet aan. Al die mensen, van wie een groot deel inderdaad werkt, moeten wel een woning hebben. Al die mensen die nu werken, kunnen straks, als zij een ander document krijgen, aanspraak maken op een bijstandsuitkering. Al die Oekraïners die nu in de opvang zitten, hoeven geen zorgpremie te betalen, ondanks een aangenomen motie van de PVV van vorig jaar. Van die motie zegt de minister dat die óók niet uitvoerbaar is. Het is dus elke keer hetzelfde. Ik vraag de minister dus om er meer op in te zetten dat ze terugkeren maar ook dat ze zelf gewoon iets gaan bijdragen in ons land. Er gebeurt gewoon veel te weinig. Minister Van den Brink: Ik denk dat er, ook door het vorige kabinet, vanaf de start van de oorlog en de inrichting van de RTB op heel veel punten is ingezet op aanscherping, op hogere bijdragen en op het toevoegen van meer verplichtende elementen waar dat in de uitvoering mogelijk was. Daar sta ik ook volledig achter. Dit kabinet is daar in die zin ook voorstander van, als dat uitvoerbaar is. Dat is telkens dus de afweging. Er wordt meegewerkt aan vrijwillige terugkeer. Die wordt gestimuleerd. Maar als enige land in Europa niet meedoen aan de RTB, zou ons in die zin nog weleens voor enorme uitdagingen stellen, zoals ik net al beschreef. Ook voor dit complexe vraagstuk geldt dus dat er geen simpele oplossingen zijn. Ik wil dus ook niet doen voorkomen dat die er wel zouden zijn. Ik heb daarmee het punt van de RTB-scopebeperking ook gehad. De voorzitter: Er is er nog één van mevrouw Vondeling. Mevrouw Vondeling (PVV): Dan kom ik nog even terug op de aangenomen motie die ertoe opriep dat Oekraïners mee gaan betalen aan de zorgkosten. Ik loop misschien vooruit op de beantwoording. Als die richtlijn nu weer met een jaar wordt verlengd, dan betalen ze weer een extra jaar lang geen zorgpremie, dus tot 2028, terwijl een groot deel werkt, zoals u zelf ook aangeeft. Dat zou toch gewoon uit te voeren moeten zijn? Nederlanders moeten ook gewoon betalen; waarom zouden Oekraïners dan ook niet gewoon hun eigen zorgpremie en eigen risico moeten betalen? Minister Van den Brink: Daar is ook wel … De voorzitter: De minister. Minister Van den Brink: Sorry, excuus. Dit is een aangenomen motie en dat is ook een brede wens van de Kamer. Het is ook niet zo dat daar bij dit kabinet geen bereidheid toe zou zijn; het is gewoon uitgezocht en besproken. Het vragen om een afzonderlijke eigen bijdrage voor medische zorg is juridisch en uitvoeringsmatig complex, en daarom niet haalbaar. Aansluiten bij de bestaande eigenbijdragesystematiek van gemeenten is niet mogelijk, omdat werkende ontheemden in de particuliere opvang daarbuiten vallen. Volgens de zorgverzekeraar DSW, die hierbij betrokken is, zou het innen van een bijdrage een nieuwe werkwijze vereisen, en ook een juridische grondslag die er nu niet is. De uitvoeringslasten die daarbij komen kijken, zijn op dit moment gewoon te hoog. Een juridische basis voor deze verrichting ontbreekt namelijk. Overigens kom je daar wel als de RTB af zou lopen en je in die transitiesituatie komt. Dan kun je dat wel doen. Het is niet dat we niet willen; het is echt de uitvoering die ons hier op dit moment niet de ruimte voor biedt, ook niet in juridische zin. Mevrouw Vondeling (PVV): Dit is volgens mij de laatste interruptie die ik nog heb. U zegt dus eigenlijk gewoon: er moet wetgeving komen, en die is er niet. Die motie ligt er al een jaar. Dan kan er toch gewoon wetgeving komen om dat te regelen? Het is toch niet eerlijk ten aanzien van andere mensen in dit land die soms wel honderden euro's per maand betalen aan zorgpremie? Het is toch niet eerlijk dat zij dat wel moeten doen en die Oekraïners niet? Minister Van den Brink: Dat is een afweging. Die gaat, denk ik, vaker in dit debat terugkeren. U heeft de motie ingediend bij het vorige kabinet. Of dat toen demissionair was of niet zou op zich niet moeten uitmaken, maar ook dat kabinet heeft op dat moment waarschijnlijk de afweging gemaakt hoe deze uitvoeringslasten zich dan verhouden tot het aflopen van de RTB en de overgang naar het transitiedocument. Doordat de RTB verlengd wordt, moeten allerlei andere zaken ook telkens weer verlengd worden. Dat is ook wat ons bij de uitvoering telkens voor discussies stelt. We gaan het straks over psychosociale hulp hebben. Daar zijn elementen ingebracht om die ondersteuning te bieden, vanuit de veronderstelling dat de RTB op een gegeven moment afloopt en dat het dan klaar is. Maar dan wordt de RTB verlengd, dus dan moet ook die hulp weer worden verlengd. Dit geldt spiegelbeeldig hiervoor. Het vorige kabinet heeft ook afgewogen of daar dan nu wetgeving voor moest worden ontwikkeld of dat er in de uitvoering mogelijkheden voor moesten worden geboden. Dat is niet gedaan. Ik stel vast dat wij met de RTB-verlenging die nu weer plaatsvindt, blijven werken aan het transitiedocument als oplossing, ook voor het zorgverzekeringsvraagstuk. De voorzitter: Meneer Ceulemans, toch? Ja. De heer Ceulemans (JA21): Ja, voorzitter. We zijn nu bij het blokje eigen bijdrage voor zorg gekomen, dus ik zal daar meteen op inhaken en daarna mijn eerdere vraag stellen. In het verlengde van wat mevrouw Vondeling zei -- er liggen inderdaad aangenomen moties over, volgens mij meerdere -- vind ik dat de minister in zijn brief erg focust op belemmeringen en waarom het niet kan. Tegelijkertijd zien we dat de zorgkosten gigantisch stijgen en dat dit allemaal nog weleens een stuk langer kan gaan duren. Dus laat ik het dan zo zeggen: als de minister er heilig van overtuigd is dat de manier waarop het nu is voorgesteld niet kan, ziet hij dan andere mogelijkheden om hier alsnog, linksom of rechtsom, eigen bijdragen voor te gaan vragen? Of is hij in ieder geval bereid om die te verkennen? Minister Van den Brink: Natuurlijk. Ik sta elke ochtend op met het idee dat ik de moties van uw Kamer uitvoer. Dat geldt dus ook voor deze motie. Ik ga dat gesprek zeker nog een keer voeren, wetende dat we nu weer anderhalf jaar verder zijn. Als ik wetgeving zou moeten maken, ben ik overigens ook anderhalf jaar verder, dus dan kom ik weer op datzelfde moment uit waarop ik ervan uitga een transitiedocument te hebben. Ik ga opnieuw het gesprek met DSW voeren. Ik zal u daar kort na de zomer over informeren. De voorzitter: Dat is net niet specifiek genoeg. Zullen we gewoon het derde kwartaal doen? Minister Van den Brink: Ja, is goed. De heer Ceulemans (JA21): Dank. Daar gaan we dan goed naar kijken. Ik zou de minister in ieder geval op het hart willen drukken: zet gewoon dat wetgevingstraject in. We kunnen altijd zien of we op het punt aankomen waarop we het nodig hebben, maar ik zou het heel erg zonde vinden, ook vanwege het geld dat het allemaal gaat kosten, als we het nu niet inzetten omdat we denken dat het misschien niet nodig is of te lang duurt. We kunnen altijd weer op een punt uitkomen waarop we denken: hadden we het maar ingezet. Dat zou ik dus in ieder geval aan de minister mee willen geven. Mijn tweede vraag is de volgende. De minister had het over transitiedocumenten en een tussenvariant daarvan die hij aan het uitwerken is. Dat was natuurlijk allemaal vanuit het idee dat die RTB zou aflopen in maart 2027. We weten nu dat die waarschijnlijk met een jaar verlengd wordt, dus hoe verhoudt dat zich tot elkaar? Welke invloed heeft het gegeven dat die RTB verlengd gaat worden op de andere trajecten die de minister nationaal heeft ingezet? Minister Van den Brink: Dat eerste neem ik mee. Dus dank; daar gaan we mee aan de slag. Op uw tweede vraag is het eerlijke antwoord eigenlijk dat we er ook gewoon niet klaar voor waren geweest als de RTB in 2027 zou aflopen. Alle onderdelen van het transitiedocument vergen namelijk gewoon wetgeving over het leven waarin de Oekraïner dan terechtkomt. Dan gaat het dus over zorg, over de Participatiewet, over werk. Op alle elementen moet er dus wetgeving komen om dat transitiedocument te borgen. De anderhalf jaar die er nu voor staat, klinkt voor ons politici als lichtjaren ver weg, maar aan deze kant van de tafel denken de wetgevingsjuristen: anderhalf jaar is alweer bijna te krap om dat voor elkaar te krijgen. Deze tijd is dus echt nodig om dat transitiedocument uit te werken. Wij komen daar na de zomer op terug, in combinatie met het gesprek binnen het kabinet over alternatieven zoals een werkvergunning. We hebben de tijd dus echt nodig. De voorzitter: Meneer Russcher, toch? Ja. De heer Russcher (FVD): Ja. De minister gaf net aan dat hij aan het einde van het blokje RTB was, maar ik heb in mijn betoog nog aan de minister gevraagd hoe het kabinet kijkt naar het voorstel van de Europese Commissie om … O, die komt nog? Minister Van den Brink: Sorry. Dat moet hierin gezeten hebben, maar dan is het door mij misschien zo slecht uitgedrukt dat u het niet gehoord heeft. Dan ga ik het dus nog een keer doen. Het kabinet is voornemens de lijn van de Europese Commissie te steunen. De scopebeperking die daarin zit, vinden wij dus verstandig. In heel Europa is die ook bepleit. Tegelijkertijd is het voor de uitvoering de vraag hoe Oekraïne aan ons kan laten zien dat die mensen onder de dienstplicht vallen. Dat is een van de uitwerkingen. Dat is voor de IND namelijk wel bepalend bij het vaststellen of iemand wel of niet onder de RTB valt. Zoals de heer Van Asten zegt, vergt dat een toets, maar die toets moet wel zodanig licht zijn dat die niet ten koste gaat van andere prioriteiten bij de IND. Dan kom ik bij de vragen over de opvang. Mevrouw Van der Plas haalde daarbij het voorbeeld van Zandvoort aan. Ik denk dat dat een illustratief voorbeeld is van wat op heel veel plekken in Nederland zo is. Gemeenten hebben al veel gedaan ten aanzien van Oekraïne en hebben het gevoel dat zij daarbij een flinke bijdrage leveren. Maar als ze dan in gesprek komen met buurgemeenten over allerlei andere opvangvraagstukken -- dat kan asiel zijn, dat kunnen statushouders zijn, dat kan een andere aandachtsgroep zijn -- kunnen ze het gevoel hebben dat daar geen begrip voor is. Dat is nou de reden waarom we die provinciale regietafel hebben opgericht. Dan kan daar dat gesprek worden gevoerd. Ook de gemeente Zandvoort kan aan die tafel inbrengen wat de gemeente doet ten aanzien van Oekraïne en wat de taakstelling is op asiel of statushouders, en dan voorstellen dat ze met elkaar in de regio bedenken hoe ze die taakstelling op een goede manier oplossen. Ik merk ook dat elke gemeente nu heel erg kijkt naar de exacte getallen die voor de eigen gemeente gelden voor asiel, of statushouders, of Oekraïne, of andere groepen, en dat iedereen dat alleen maar voor zichzelf bepaalt. Dat komt misschien ook door het hele debat dat er de afgelopen maanden is geweest. Maar het hele idee van al deze onderwerpen is altijd geweest dat dat veel beter in de regio kan worden opgelost dan dat iedere gemeente dat alleen gaat doen. Mijn oproep aan al die gemeenten is dan ook: ga aan de provinciale regietafel het gesprek aan om dit met elkaar op te lossen. Ik dank u daarom ook voor deze vraag. Dan heeft de gemeente Zandvoort ten aanzien van Oekraïne een streepje voor, zou ik zeggen, om dat ook in te brengen. Mevrouw Van der Plas (BBB): Ik word altijd een beetje kriebelig van "provinciale regietafel", met alle respect voor de mensen die daar aan tafel zitten. "Er wordt over gesproken", "breng dat daar in" … Laat ik het zo zeggen: het schiet allemaal niet op. Wij krijgen dit signaal uit Zandvoort niet voor niets. Kennelijk lukt dat niet of wordt dat niks. Wij vragen gewoon heel veel van gemeenten. In de asielopvang wordt mogelijk zelfs nog met dwang gedreigd om asielzoekers op te vangen. Er zijn al heel veel gemeenten, in dit geval Zandvoort, die dus echt hun steentje bijdragen, in dit geval voor Oekraïners. Als het dan over "regie" gaat, vraag ik de minister om zelf beter rekening te houden met de gemeenten die al bovengemiddeld veel doen. Ik vind het wel een beetje teleurstellend dat de minister dan zegt dat hij gemeenten zal oproepen om daar goed naar te kijken. Dat zet misschien helemaal geen zoden aan de dijk. Ik wil de minister dus eigenlijk vragen of hij daar wat strakker de regie op kan pakken en dit concreet kan maken, misschien bij meerdere provinciale regietafels. Dan gaat het dus een beetje uit de praatsfeer, en dan komt de minister gewoon met een concrete oproep. Hoe de minister dat doet, hoor ik graag. Maar er mag wel wat meer doorgepakt worden op dit gebied, vind ik. Minister Van den Brink: Dat gevoel dat er doorgepakt moet worden bij al deze onderwerpen, steun ik zeer. Als dat dan bij alle onderwerpen mag -- dan hebben we het over Oekraïners, statushouders en asiel -- ben ik daar zeker toe bereid. Ik denk dat de wijze waarop we het hebben ingericht op zich wel de duidelijkheid heeft geboden die nodig is. Het is namelijk heel getalsmatig; het is niet een soort "wilt u ook iets doen". Nee, iedere gemeente weet wat haar opgave is en waar die voor staat. Je merkt alleen dat het ook weer even op gang moet komen. Dat is misschien ook deze fase, waarin gemeenten net uit een periode van verkiezingen en coalitievorming komen. Nieuwe colleges moeten weer even met hun buurgemeente in gesprek raken en ze moeten ontdekken hoe die buurgemeente nu samengesteld is. Ik merk dus wel dat dat wat vertragend werkt op dit moment. Mijn bijdrage is dat ik nu twaalf provinciale regietafels afloop om deze opdracht over te brengen en daarbij te benadrukken dat gemeenten elkaar in die zin ook moeten helpen. Gemeenten die al heel veel gedaan hebben, hebben daar ook recht op. Daar is dit een goed voorbeeld van. Anders kom je in dat afdwingbare kader, dat ook niet wenselijk is. Daar hebben we ook al een heel debat over. Uiteindelijk is dit land gebouwd op overleg en het nemen van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Daar spreek ik alle bestuurders absoluut op aan, ook als ik aan die provinciale regietafel zit. De voorzitter: Ik hoor mevrouw Van der Plas vragen hoeveel interrupties ze heeft. Vier, zou ik willen zeggen. Mevrouw Van der Plas (BBB): Ik snap het: zo werkt dat in Nederland. We praten ontzettend veel met elkaar. Soms levert dat wat op, maar heel vaak levert dat ook helemaal niks op. Dan blijft er maar gesproken worden en lopen we allemaal in kringetjes rond. Dit gaat wel ten koste van het draagvlak bij een gemeente -- Zandvoort is nu even het voorbeeld -- die samen met haar inwoners zegt dat ze echt haar hand heeft uitgestoken en heel veel heeft gedaan, en dat er vervolgens helemaal geen rekening wordt gehouden met wat ze heeft gedaan ten opzichte van andere gemeenten. Er zijn namelijk ook gemeenten die zeggen: we doen helemaal niks. Dat voelt wel onrechtvaardig in zo'n gemeente, ook bij de lokale bevolking. Het draagvlak voor opvang, in dit geval voor echte oorlogsvluchtelingen die destijds hiernaartoe kwamen, moet wel op de een of andere manier beloond worden. Ik wil daarbij wel nog even benadrukken dat ik vind dat mensen zodra het veilig is, gewoon terug moeten naar het land van herkomst. Is de minister het daarmee eens? Minister Van den Brink: Met dat laatste ben ik het zeker eens. Met uw hele betoog ben ik het eens. Maar de afdwingbaarheid daarvan zal toch echt vanuit de gemeenten zelf moeten komen ten opzichte van elkaar. Ik zal daar zeker op blijven sturen. Laten we tegelijkertijd hopen dat de druk op al die domeinen afneemt omdat plekken in de wereld weer veilig worden en mensen weer terugkeren. Dat zal al die gemeenten het meeste helpen om minder opvang te moeten bieden. Dan waren er nog een aantal vragen over opvang an sich, die ik graag een voor een even langs wil lopen. Mevrouw Straatman vroeg of er nog mogelijkheden zijn om werkgevers mee te laten helpen met het bieden van opvang. Dat wordt zeker wel gedaan. Tegelijkertijd proberen we er ook op te letten dat mensen voor het krijgen van huisvesting niet afhankelijk worden van hun werkgever. Samen met het ministerie van SZW werken we aan het vergroten en bestendigen van de arbeidsparticipatie van de groep Oekraïners hier, zodat mensen mee kunnen doen in de samenleving. Tegelijkertijd willen we dus wel voorkomen dat ze voor huisvesting helemaal afhankelijk worden van hun werkgever. Dit is een onderdeel van het gesprek over die werkvergunning waar ik het net over had. Die zou ons namelijk ook de ruimte kunnen bieden om tot andere arrangementen te komen rondom huisvesting. Er is door meerdere mensen gezegd dat de afloop van de RTB ook onzekerheid geeft over de afloop van langjarige contracten. Dat geldt voor gemeenten niet alleen rondom huisvesting; dit belemmert ook de zorg en maatschappelijke partners. Dat is een reëel probleem dat zich blijft voordoen zolang de RTB telkens tijdelijk is. Dat ene jaar is ook echt kort. Tegelijkertijd hebben we daar, waar het gaat om huisvesting, dus die doelgroepflexibele regeling voor willen aanbieden. Daarmee kan je als gemeente namelijk in alle domeinen van huisvestingsvraagstukken de zaken bij elkaar brengen, in plaats van dat je het doet per onderwerp, zoals Oekraïne. We hopen dat dit eraan gaat bijdragen dat we gemeenten daartoe in staat stellen. De heer Ceulemans had volgens mij ook nog een vraag over de RTB. O, mevrouw Straatman. Mevrouw Straatman (CDA): Ik was ook op werkbezoek bij verschillende gemeenten. Er was echt een zorg die men nog uitsprak: ze zijn heel blij met die doelgroepflexibele regeling, maar vragen zich af of die ook alles dekt. Toen ik in die doelgroepflexibele regeling dook, zag ik dat er ook ruimte is voor een vaste vergoeding voor de indirecte kosten. Ik vraag me af of dit onder die indirecte kosten valt, en of we de gemeenten daarmee wat meer duidelijkheid en zekerheid kunnen geven. De voorzitter: Dit is het betere uitpluiswerk. Minister Van den Brink: Mevrouw Straatman begint er wel een traditie van te maken om vragen te stellen in een debat die duidelijk maken dat ze soms meer weet dan ik. Dat is wel fijn, hoor, dat meerdere mensen meer weten dan ik. Maar ik overleg even met mijn ambtenaren. Wat daaruit wordt vergoed, verschilt per kostensoort. De grootste discussie die er is geweest, is dat de regeling origineel was bedoeld voor een veel langere duur, qua financiering. Ik denk dat het eerlijk is om dat te zeggen. Maar we hebben ook gewoon keuzes moeten maken met de financiële krapte die we hebben. Daardoor is de doelgroepflexibele regeling zoals die nu is. De heer Ceulemans vroeg mij ook nog iets over de DFR. Bij de start ging het om Oekraïne, maar nu komt er meer ruimte. De DFR kan voor veel meer benut worden: voor statushouders, voor asiel en voor andere aandachtsgroepen. Dat is waar, maar uiteindelijk is het een lokale afweging of daartoe wordt overgegaan. Wij bieden met de doelgroepflexibele regeling de ruimte om meerdere aandachtsgroepen en meerdere huisvestingsvraagstukken te combineren. Ik juich dat ook toe. Ik denk namelijk ook dat dit allemaal groepen zijn die zullen gaan veranderen in tijd en hoeveelheid, dus ik denk dat het juist slim is als gemeenten kiezen voor flexibele opvangarrangementen. Uiteindelijk is het aan gemeenten zelf om te kiezen of ze daar gebruik van maken en hoe dat zich verhoudt tot eerder gedane beloftes dan wel uitspraken. Daar ziet de DFR zelf dan weer niet op. De heer Ceulemans (JA21): Ik snap dat het uiteindelijk een lokale afweging is, maar ik zit met iets anders. Een asielopvanglocatie moet aan een aantal voorwaarden voldoen. In de praktijk moet die aan meer voorwaarden voldoen dan een reguliere opvangvoorziening die bijvoorbeeld in een woonwijk staat. Betekent dit dus ook dat de lat en het aantal voorwaarden waaraan een asielopvanglocatie moet voldoen, naar beneden worden bijgesteld op het moment dat er sprake is van asielopvang in een locatie die oorspronkelijk voor Oekraïners of voor een mix met Oekraïners bedoeld was? Minister Van den Brink: Laat ik zeggen dat de voorwaarden in die zin niet anders worden. Ik hoop wel dat de voorwaarden voor wat er aan de huisvestingskant noodzakelijk is, zo weinig mogelijk verschillen geven tussen de verschillende groepen. Het blijft staan dat er aanvullend extra eisen zijn rondom veiligheidsplannen of andere zaken. Het is dus niet zo dat er gedowngraded wordt op de bestaande afspraken tussen gemeenten en het COA over asiel. Die zijn er bijvoorbeeld bij andere aandachtsgroepen ook. Er zijn natuurlijk soms ook speciale vereisten in de daklozenopvang, ggz of anderszins. Die moeten dus gewoon allemaal ingebracht worden en die worden dan ook daarin gehanteerd. We doen daar dus niet aan af. De heer Van Asten vroeg mij naar het actieplan dat met gemeenten is gemaakt. Dat laatste, over de datum rondom oktober, herkende ik niet zozeer. Alle acties die daarin worden genoemd, zijn namelijk nu al in gang gezet. Daarvan kunnen gemeenten ook al de effecten merken. Ik doel op de inzet van de afwijzingsgrond in de RTB, waarop de IND vanaf 15 juni al toetst. Een vluchteling uit Oekraïne krijgt in Nederland geen tijdelijke bescherming op grond van de RTB als hij al een tijdelijke bescherming op grond van de RTB in een andere lidstaat heeft. Dit zal dus ook de druk op de gemeentelijke opvang dempen. Daarnaast is de mogelijkheid tot het aanvragen van triage door de IND voor gemeenten verruimd. Gemeenten kunnen nu al triage aanvragen als zij twijfelen of een persoon aan de voorwaarden van de RTB voldoet, in plaats van enkel bij evidente weigering. We hebben piketlijnen en videobellen: allerlei mogelijkheden die aangeboden zijn en die er nu al zijn. Daarop hoeft dus niet tot oktober gewacht te worden. Dan waren er verschillende mensen die onder de aandacht brachten dat er sprake is van overlast. De heer Ellian vroeg daar ook naar. Mijn beeld is wel dat er aan het begin van de periode echt meer sprake was van overlast, maar dat er nu nog wel sprake is van hardnekkige overlast op een aantal plekken. Dat moet niet worden geaccepteerd. Daaraan moeten consequenties worden verbonden, maar het recht op opvang van de tijdelijke bescherming is natuurlijk wel absoluut. Daarin zie je dus ook waar dat schuurt. Veel overlast wordt veroorzaakt door achterliggende psychosociale of verslavingsproblematiek. We zijn op dit moment heel nauw in overleg met het Leger des Heils over speciale regionale opvanglocaties voor ontheemden die vanwege psychosociale problematiek overlast veroorzaken. In samenwerking met het Trimbos ontwikkelen we een landelijke aanpak voor verslavingspreventie, die hier ook op kan worden toegepast. We hopen binnenkort de eerste locaties daarvan, die hierop zien, te kunnen bekendmaken. De voorzitter: Mag ik zelf iets vragen, met goedkeuring van de collega's? Ja, zie ik. Helder, er zal best allerlei achterliggende problematiek zijn, maar in de opvanglocaties waar ik zelf ben geweest, had ik toch een wat ander gevoel. Daar waren gewoon duidelijk wat spanningen. Je ziet dat mensen inderdaad overdag wel werken, maar -- wat mij betreft moeten we ook dat gewoon benoemen -- er wordt aardig gedronken en er worden ook drugs gebruikt in sommige locaties. 's Avonds hebben mensen niet echt een bezigheid. Dat leidt natuurlijk wel tot … Ik weet niet of mensen dan per se verslaafd zijn, maar ik mis iets in het antwoord van de minister. Als een opvanglocatie gesloopt wordt, als mensen vechten of als er, zoals in één locatie waar ik was, gewoon drie man beveiliging nodig is, vind ik dat absurd. Wat kunnen we dus doen om die gemeenten wat meer steun en houvast maar ook een duidelijke lijn te bieden? Minister Van den Brink: Wat ik nog niet had gezegd, is dat ik denk dat we voor dat soort situaties ook sneller over moeten gaan op de time-outlocaties die er zijn en op uitplaatsing. Je ziet namelijk vaak op locaties dat het probleem dan soms ook in een groep zit en daardoor hardnekkig blijft. We zullen ook nagaan of gemeenten weten dat er time-outlocaties zijn en dat er dus ook uitgeplaatst kan worden, zodat de overlast op die manier kan worden beperkt. In dit blokje had ik nog een laatste vraag van mevrouw Straatman over de pilot van Nederlandse gemeenten die samenwerken met andere gemeenten en hoe dat nu verder loopt. In de pilot is de opschaling opgenomen. Aan de pilot nemen tien gemeenten in Nederland en tien gemeenten in Oekraïne deel, maar de concrete uitkomst en best practices van de pilot worden verspreid onder alle gemeenten om het daarmee ook schaalbaar te maken. Via kennisuitwisseling en samenwerking kunnen Nederlandse gemeenten die ontheemden opvangen, een bijdrage leveren aan de versterking van de Oekraïense lokale overheden om voorwaarden voor terugkeer te realiseren. Dat wordt dus ook vanuit gemeenten opgepakt. Er zijn ook andere voorbeelden, ook in Duitsland, die hierin worden betrokken. Dan kom ik op alles rondom het landenbeleid. Mevrouw Straatman (CDA): Ik had nog één vraag bij het kopje opvang. Het raakt wel een beetje aan het punt dat we eerder ook al besproken hebben, namelijk over de doorberekening van de zorgkosten. We lopen er natuurlijk tegenaan dat veel Oekraïners wel willen blijven, maar tegelijkertijd geen reële kosten betalen hier in Nederland. Ze weten dus ook niet wat leven in Nederland eigenlijk kost. Ik begrijp goed dat er praktische problemen zijn ten aanzien van de zorgkosten. Tegelijkertijd snap ik ook wat de heer Ceulemans zegt: laten we gewoon starten met het wetgevingstraject. De exploitatiekosten zijn de afgelopen periode verhoogd, maar in de brief staat wel dat het nog steeds zo is dat de kosten in de praktijk hoger zijn dan we daadwerkelijk doorbelasten. Zou de minister in de brief, die dan in Q3 komt, kunnen kijken of er wellicht nog ruimte is om daar misschien nog iets te verhogen? Minister Van den Brink: Dat is een goed punt, denk ik. Als alle kosten stijgen, dan mogen ook de eigen bijdragen in dat opzicht stijgen. Ik ga dat dus meenemen en kom daar in mijn brief in Q3 op terug. De heer Van Asten (D66): Mijn vraag over de IND en het antecedentenonderzoek hoort hierbij, denk ik. De vraag is: kan de IND die 140.000 personen wel door een antecedentenonderzoek halen? Op wat voor termijn kan dat, welke mensen worden daarvoor ingezet en vooral: ten koste van welke capaciteit gaat dat dan? Die 50.000 wachtenden in de asielketen hebben natuurlijk al drie jaar aan hun broek. Dat wordt toch niet langer? Minister Van den Brink: Doelt u dan op het transitiedocument, als we dat gaan doen? Dat is zo, zie ik. Een van de uitgangspunten bij het transitiedocument is dat het voor de IND uitvoerbaar moet zijn. Het kent daarom een beperkt aantal voorwaarden die snel te toetsen moeten zijn. Een van die zaken is een openbareordecheck, maar dat is een geautomatiseerde check. Dat gaat met name om de beschikbare, ook Europese bronnen SIS en VIS. Nu noem ik afkortingen, maar dat is wat ik dan onthoud: dat zijn systemen waarin openbareordezaken zijn geregistreerd of strafbare feiten worden opgenomen. Het betreft een gebruikelijke check, zoals deze ook voor het afgeven van andere vergunningen wordt gedaan. Dat is voor de IND dus ook uitvoerbaar. Het is dus eigenlijk echt een volledig geautomatiseerde check. Dat vergt in die zin geen extra persoonlijke of fysieke beoordeling. De heer Van Asten (D66): Dan had ik nog één andere vraag over het actieplan. Dat zou in oktober ingaan, begreep ik, maar de minister zei volgens mij dat dat niet zo was. Ik ben toch eigenlijk wel … Minister Van den Brink: Het actieplan is al in werking getreden. Ik heb dat ook naar gemeentes toe gecommuniceerd. Ik heb aan de commissarissen gecommuniceerd dat we dit nu gaan doen. De meeste acties daaruit worden nu al gewoon toegepast. Een van de dingen die nog wel ingeregeld moeten worden, is de centrale opvangregistratielocatie. Daarover zijn we nu in gesprek. De andere acties worden eigenlijk allemaal nu al uitgevoerd. Dan kom ik op het landenbeleid. Ik snap heel goed dat dat wat nadere toelichting vergt. Hier komt namelijk opeens het asielbeleid om de hoek kijken bij alles wat tot nu toe volgens de regeling en de richtlijnen ging die we rondom Oekraïne hadden. Asiel leek even uit beeld, om het maar even zo te zeggen. Tegelijkertijd is er een groep mensen die uiteindelijk geen aanspraak konden maken op die regelingen, maar die dus wel in het asieldomein zitten. Bij de beoordeling van een asielverzoek kan de IND er eigenstandig voor kiezen om een individuele beoordeling te doen. Dan ligt er een aanvraag -- ik vertel het gewoon even een beetje huiselijk -- en dan gaan ze kijken naar de omstandigheden waar diegene vandaan kwam. "O, u komt uit dat gebied van Oekraïne. Nou, dan gaan we eens even onderzoek doen naar wat er daar allemaal aan de hand is." Dan komen ze tot een beoordeling. Dat is de reguliere procedure, als je een aantal verzoeken hebt liggen. Als je een hele grote stapel verzoeken hebt liggen -- dit zijn er meer dan 1.000 -- dan kies je ervoor om de bronnen die daarvoor zijn, bij elkaar te brengen en in landenbeleid op te schrijven. Als IND-medewerkers dan gaan toetsen, is duidelijk dat ze dat document kunnen toepassen op individuele aanvragen die er liggen. Daarmee is het niet zo dat er nu opeens labels "veilig" en "onveilig" zijn. Het is namelijk een nogal gemixt beeld. Er zijn gebieden in Oekraïne waarvan je echt wel kan zeggen dat ze totaal onveilig zijn, aangezien het daar gewoon volle bak oorlog is. In al die andere gebieden in Oekraïne is het echt een gemixt beeld. Het Europese asielbeleid is dus niet in die twee uitersten vormgegeven. Veel asielherkomstlanden en gebieden daarbinnen zijn namelijk niet zwart-wit veilig of onveilig. Daarvoor geldt dan ook een glijdende schaal, waarbij een hogere mate van willekeurig geweld betekent dat er minder individuele factoren nodig zijn om de noodzaak tot asielbescherming aannemelijk te maken. Dat is dus ook voor Oekraïne zo. We hebben nu van zes oblasten vastgesteld dat er sprake is van de meest onveilige situatie, als we dat zo kunnen noemen. Bij de overige delen van Oekraïne is er dus sprake van een andere waardering op die glijdende schaal, maar dat betekent niet dat het label "helemaal veilig" is. Er is ook daar natuurlijk wel degelijk iets aan de hand. Dat moet worden getoetst. Ik ben gekomen tot het beleid dat ik nu communiceer omdat ik de IND gewoon zijn asielproces wil laten doorlopen. Een groot deel van deze asielaanvragen zit namelijk al ver boven de 21 maanden. Dat betekent dat daar dwangsommen op zitten. Dat betekent dat die aanvragen niet worden afgedaan en blijven liggen. Het huidige landenbeleid is dus gebaseerd op gezaghebbende openbare bronnen. Dat is al lang het uitgangspunt van beleid en dat is ook onderschreven door de Adviesraad Migratie in het rapport Weten en wegen uit 2020. Dat is ook in uw Kamer gewisseld en onderschreven. Deze bronnen in Oekraïne zijn breed beschikbaar. We weten namelijk heel veel over Oekraïne. Dat is bijvoorbeeld weer anders dan in andere landen. Om het voorbeeld in Syrië nog even aan te halen: daar konden we natuurlijk heel lang niet zijn en daarom was het dus ook heel moeilijk om landenbeleid vast te stellen. Daar moest een enorme search worden gedaan. Dan kreeg je zo'n ambtsbericht met alle informatie uit allerlei hoeken en gaten van organisaties, die bij elkaar gelegd werd. Er zitten dus soms ook verschillen tussen landen waarover je heel makkelijk informatie kan vergaren en landen waarbij daarvan geen sprake is. Dit is dus eigenlijk in hoofdlijnen de achtergrond. Het ambtsbericht dat dus later dit jaar volgt, zal gebruikmaken van dezelfde openbare bronnen, die dan weer geactualiseerd zijn. Dat kan ertoe leiden dat een regio in Oekraïne net weer anders wordt beoordeeld. Dat wordt dan weer door de IND meegenomen. Sowieso zal de IND op het moment dat die deze 1.000 zaken beoordeelt, gewoon naar de actuele situatie en naar de individuele omstandigheden van deze persoon kijken. Inmiddels weten we al hoe dit vaak werkt. Als er een besluit volgt, en daaruit zou een afwijzingsbesluit volgen, dan zal er waarschijnlijk ook wel een juridisch traject achter wegkomen. Voordat hier uiteindelijk echt een besluit en een eventueel terugkeerbesluit ligt, zijn we een heel stuk verder. De heer Van Asten vroeg mij, en ik denk anderen ook: wie zijn nou die 1.000 personen? Waarom vallen die niet onder de RTB? De RTB is van toepassing op personen die in Oekraïne verbleven ten tijde van het uitbreken van de oorlog en als gevolg daarvan uit Oekraïne zijn vertrokken. Voor Oekraïners die voor 27 november 2021 asiel hebben aangevraagd in Nederland en voor Oekraïners die reeds voor deze datum elders in de Europese Unie verbleven vanwege werk of studie, geldt dat dus niet. De groep van circa 1.000 personen die aan de hand van dit landenbeleid beoordeeld zullen worden, vallen om voornoemde redenen buiten de reikwijdte van de RTB. Het kan ook nog zo zijn dat ze geen identificerende documenten hebben en daar ook niet makkelijk aan kunnen komen. Dat kan ook een reden zijn dat ze hieronder vallen. Dat is dus wat wij hebben gecommuniceerd. Ik denk dat ik nu in mijn samenvatting al op alle vragen heb geantwoord. Mevrouw Westerveld vroeg nog naar de UNHCR en hoe dit zich daartoe verhoudt. Nergens in het landenbeleid wordt gesteld dat Oekraïne dan wel delen van Oekraïne veilig zijn. In het beleid wordt enkel aangegeven in hoeverre het willekeurig geweld dat plaatsvindt, op zichzelf leidt tot een risico op ernstige schade en dus voldoende is voor asiel. In bepaalde delen is het dermate erg dat enkel de aanwezigheid in dat gebied leidt tot een reëel risico, maar in andere delen is dat niet het geval. Ook bij het tegenwerpen van het binnenlands beschermingsalternatief, want daar hebben we het dan over, vindt er altijd nog een individuele toets plaats om te bezien of Oekraïners in het desbetreffende deel van Oekraïne een beschermingsbehoefte hebben. Meneer Van Asten vroeg nog naar andere landen. Die uitvraag hebben wij gedaan via het Europees Asielagentschap. De beantwoording voor andere lidstaten gebeurt in vertrouwelijkheid. Ik voel nu dus niet de ruimte om dat hier publiek te maken. Wel is het zo dat het beleid van lidstaten die zo'n beleid hebben, op grote lijnen overeenkomt met ons beleid. Vijf andere EU-lidstaten merken geheel dan wel gedeeltelijk dezelfde oblasten als Nederland aan als uitzonderlijke situatie. Van drie lidstaten is gebleken dat zij heel Oekraïne als uitzonderlijke situatie aanmerken. Met betrekking tot het binnenlands beschermingsalternatief geldt dat zeven van de bevraagde EU-lidstaten dit hebben gehanteerd. Dat is ongeveer wat ik over deze vragen zou willen zeggen. Straks kom ik apart nog even op de ag-zaak, want daar zijn ook de nodige vragen over gesteld. De voorzitter: U bedoelt het advies, de conclusie van de ag? Ja. Eerst mevrouw Westerveld. Mevrouw Westerveld (PRO): Ik stelde in mijn inbreng ook vragen over de onderbouwing. Dan hoor ik de minister de woorden "openbare bronnen" gebruiken. Maar hoe kan het dan dat internationale organisaties zoals de VN aangeven dat geen enkele regio daar veilig is? We weten ook dat er vannacht nog ten minste dertien doden en tientallen gewonden zijn gevallen in Kiev. Daarover staat niets in het landenbeleid en er wordt eigenlijk gesuggereerd dat deze regio's wel veilig zijn. Hoe kan de minister het landenbeleid zo vaststellen, terwijl we uit andere openbare bronnen, die wij ook kunnen inzien, toch echt heel andere geluiden horen? Minister Van den Brink: Nogmaals, om het zo correct mogelijk te formuleren: het landenbeleid zegt niet dat het ergens helemaal veilig is. Het landenbeleid geeft aan wat de verschillende gradaties van veiligheid en onveiligheid zijn in Oekraïne. Ik wil mijzelf ver weghouden van het beoordelen van het landenbeleid dat er nu ligt. Dat is een ambtelijke exercitie op basis van openbare bronnen, die niet anders is dan de werkwijze die voor een ambtsbericht wordt gehanteerd. Het enige verschil is, zoals ik heb aangegeven, dat in Oekraïne heel veel openbare bronnen gewoon te raadplegen zijn, terwijl het in andere landen soms heel erg moeilijk is om die informatie vast te stellen en het daardoor veel meer tijd kost. Het ambtsbericht dat later dit jaar zal volgen, zal grotendeels gebruikmaken van diezelfde openbare bronnen, geactualiseerd naar de situatie van dat moment. Op basis daarvan moet de IND besluiten nemen. Het is dus niet zo dat ik de wil heb om het landenbeleid nu vast te stellen of een oordeel te vellen over delen van Oekraïne. Ik heb de verantwoordelijkheid om het asielproces dat voor deze 1.000 mensen geldt zorgvuldig af te ronden. Om de IND daartoe in staat te stellen, geef ik de IND de mogelijkheid om met dit landenbeleid over te gaan tot een asielbesluit. Dat is de reden waarom ik dit doe. Niet dat u dit suggereert, maar ik wil het toch even gezegd hebben: er is geen politieke reden die hier een rol speelt. Het is enkel de zorgvuldigheid die ik wil betrachten, zodat de IND zijn werk kan doen. Mevrouw Westerveld (PRO): Of mensen wel of niet worden teruggestuurd, is natuurlijk wél een politiek besluit. De minister merkt in dit debat zelf ook wel, denk ik, wat zo'n landenbeleid doet. We horen dat een aantal partijen hier suggereren dat grote delen van Oekraïne veilig genoeg zijn om mensen daarheen terug te sturen. Dan is mijn vraag: is de minister het met ons eens dat de situatie daar op dit moment helemaal niet veilig is, ongeacht in welke regio mensen wonen? Is hij het met ons eens dat mensen niet zomaar naar Nederland vluchten en dat er op dit moment geen enkele grond is om personen die naar Nederland zijn gevlucht, terug te sturen? Minister Van den Brink: Ik hanteer het rechtvaardigheidsbeginsel van ons asielstelsel. Als iemand in ons asielsysteem komt met een asielaanvraag -- dat geldt dus niet voor de 140.000 mensen onder de RTB; die zijn hier in Nederland en voor hen geldt geen enkele gedwongen terugkeer zolang er sprake is van de regeling zoals die nu is -- hebben wij het asielstelsel gewoon te borgen. In dat asielstelsel kom je tot een uitspraak over de individuele omstandigheden van de individuele aanvraag. In dit landenbericht wordt duidelijk dat er binnen het land Oekraïne een beschermingsalternatief bestaat voor delen van Oekraïne. Uiteindelijk moet dat worden gewogen aan de hand van de individuele omstandigheden van de individuele aanvraag. Dat leidt tot een afwijzing of een toekenning. Als het leidt tot een afwijzing, zal daar een beroep op volgen vanuit de betrokken asielzoeker. Dan zal een rechter beoordelen of daar voldoende sprake van is. Op basis van de uitvraag in andere landen weet ik dat dit in andere landen al heel lang gebeurt. In die zin is Nederland dus geen uitzondering. Zoals gezegd, als aanvragen ruim boven de 21 maanden uitkomen, mag u mij ook aanspreken op de reden waarom ik daar geen opvolging aan geef. Dat is wat ik hier nu doe. Mevrouw Westerveld (PRO): Maar dat aanvragen zo lang duren, is natuurlijk niet iets waar mensen uit Oekraïne, of wie hier dan ook naartoe is gevlucht, iets aan kunnen doen. Dat is echt een politiek probleem van hier. In de beslisnota staat ook dat de ernstige humanitaire omstandigheden voorbij zijn, omdat de winter voorbij is. Ik chargeer een beetje, maar in de beslisnota staat het argument over de winter, en die komt er natuurlijk ook weer aan. Ook dit zijn weer argumenten waarvan ik me afvraag wat ze doen in zo'n beslisnota en zo'n overweging, als de minister aangeeft dat dit geen politieke besluiten zijn. Wat we hier allemaal horen en lezen, is toch alleszins politiek? Minister Van den Brink: Het is een politiek besluit dat ik er nu voor kies om de IND te vragen om tot beslissingen over te gaan. Dat is een politiek besluit. Hoe het landenbeleid wordt opgesteld en wat daarvan de bronnen zijn, op basis waarvan de IND tot besluitvorming moet komen, is geen politiek besluit. Ik denk dat het belangrijk is om dat onderscheid te bewaken. De heer Van Asten (D66): Ik heb meerdere vragen nog, maar laat ik dan even ingaan op de zin: "Met het einde van de winter zijn de ernstigste gevolgen voor de humanitaire omstandigheden op dit vlak verzacht." Betekent dit dan dat humanitaire omstandigheden een factor zijn bij het wel of niet terugsturen van mensen naar een binnenlands beschermingsalternatief? En wat betekent het dan als vanaf oktober of november de energiecentrales van Oekraïne weer worden gebombardeerd? Valt die grond dan weg? Betekent dat dan dat die regio's weer van kleur verschieten volgens dit landenbeleid? Minister Van den Brink: Ik probeer in alle zorgvuldigheid … We zoeken volgens mij allemaal naar antwoorden op vragen, maar er is geen sprake van kleuren. Om die vergelijking weg te halen: er is geen sprake van reisadviezen. Er zijn meerdere fases; laat ik het zo zeggen. De eerste fase is dat er een asielaanvraag ligt, omdat deze mensen geen aanspraak mogen maken op de RTB. Die richtlijn hebben we in Europa gezamenlijk vastgesteld. Dat de IND tot het oordeel komt dat mensen daar niet onder vallen, is volgens mij het begin van de eerste fase. Dat betekent dat deze mensen daarna in de asielprocedure terecht zijn gekomen, daar nu veel langer dan 21 maanden zitten en dus aanspraak maken op allerlei dwangsommen. Die moet ik ook rechtvaardigen. Tegelijkertijd zijn de omstandigheden in het land reden voor de IND om tot een oordeel te komen of er sprake is van gronden voor een asielverzoek. U kent daarvoor de overwegingen uit allerlei internationale verdragen. Die gaan in grote mate over veiligheid, foltering en dat soort zaken. Dat is de derde fase. Er is sprake van de vierde fase als er een afwijzing is en de hele juridische procedure zou zijn doorlopen. Dan komt er een terugkeerbesluit en werk je met iemand aan vrijwillige terugkeer. In die hoedanigheid wordt er ook gekeken of er sprake is van terugkeer naar een situatie waarin mensen dat ook kunnen waarmaken. Dat is weer een andere fase dan het asielbesluit. We moeten al die fases naast elkaar plaatsen. Vanuit de zorgvuldigheid heb ik er nu voor gekozen om dat via dit landenbeleid toe te passen. Volgens mij zitten daar alle zorgvuldigheidsvereisten aan vast die altijd gelden, want ook hierbij zal het altijd gaan om individuele beoordelingen. De heer Van Asten (D66): Die zorgvuldigheid geef ik de minister natuurlijk graag, maar ik kan hem niet helemaal begrijpen. Ik zie hoe dit nu uitpakt, even los van de massale aanval op Kiev van vannacht. Dat is niet alleen vannacht gebeurd. De afgelopen maanden zijn er continu luchtaanvallen op Kiev en vele andere steden geweest. Laten we even inzoomen op Kiev. Zo'n gebied als Kiev ligt dan voor als een binnenlands beschermingsalternatief. Dan vraag ik me af hoe dat op basis van openbare bronnen … Ik heb ze doorgekeken. Het zijn hele handige kaarten waarin je tragisch genoeg ziet hoeveel aanvallen er hebben plaatsgevonden en met welk oorlogstuig dat is gebeurd. Hoe kan het dan voorkomen dat Kiev en de omgeving van Kiev hier worden genoemd als binnenlands beschermingsalternatief? Als je die twee naast elkaar legt, kan ik dat simpelweg niet rijmen. Dan ga ik verder kijken hoe het landenbeleid eruitziet. Er staan opmerkingen in als: de winter is voorbij, dus het valt allemaal wel mee. Dan blijf ik wel met heel veel vraagtekens zitten. Minister Van den Brink: Ik denk dat het in die zin goed is dat u die vraag stelt. Als u er een ander landenbeleid bij pakt, zult u namelijk zien hoe uitgebreid dat soms is, hoe regiospecifiek dat kan zijn en welke verschillende gradaties er zijn. Dat is ook van toepassing op Kiev, omdat Kiev in een andere gradatie wordt gezien dan de genoemde oblasten. Daarmee is niet gezegd dat Kiev veilig is. Uiteindelijk betreft dat een van de gradaties onder het niveau van willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15c, dat hier van toepassing is vanuit de richtlijn. Daar moet rekenschap van worden gegeven in de individuele toets die uiteindelijk door de IND zal worden uitgevoerd. Nogmaals, om de verwarring niet groter te maken in de zoektocht die we hier hebben naar hoe dit nu werkt: de IND had ook gewoon zonder landenbeleid over kunnen gaan tot besluitvorming op deze asielverzoeken. Dan had de IND zelf onderzoek moeten doen per situatie. Het is dus een manier om de IND in staat te stellen om een besluit te nemen. Maar zoals ik al vaker heb gezegd in andere discussies over landenbeleid en het spoorboekje: de individuele toets zal daar altijd aan ten grondslag blijven liggen. De voorzitter: Kan het in anderhalve zin, meneer Van Asten? De heer Van Asten (D66): Daar ga ik zeker mijn best voor doen. Dan nog de vraag aan de minister om iets meer in te gaan op het binnenlands beschermingsalternatief. Hoe wordt dat nu samengesteld? Dat betekent dat je iemand die is afgewezen, kunt terugsturen, waar hij in Oekraïne ook vandaan komt, omdat er dus een binnenlands beschermingsalternatief is. Dan wordt Oekraïne opgedeeld in drie types. Kiev valt onder de meest veilige categorie, terwijl we in de openbare bronnen zien dat Kiev dat niet is. Excuus, dit was geen anderhalve zin. De voorzitter: Dit was geen anderhalve zin, maar vooruit; het is de laatste dag. Minister Van den Brink: Laten we dat ... In die zin geeft u een goede samenvatting van hoe de verschillende gradaties werken. Uiteindelijk wordt door de IND getoetst of binnen die gradaties en op basis van de specifieke individuele omstandigheden van de asielaanvraag tot een asielvergunning of een afwijzing wordt gekomen. Laten we niet op de stoel van de IND-medewerker gaan zitten. Ik zeg dus niet dat met het landenbeleid dat er nu ligt, de uitkomst A of B is. Ik wil dat bij de IND laten. De IND doet een individuele toets. Als die leidt tot een afwijzing, toetst de rechter of die standhoudt. De heer Ceulemans (JA21): Het is mijn laatste interruptie, geloof ik, dus ik heb een tweeledige vraag over het landenbeleid. In de eerste plaats sloeg ik even aan op de vergelijking die met Syrië werd gemaakt. Dit gaat nu vrij snel en soepel met het overslaan van een aantal stappen. Ik vind het helemaal prima dat het op deze manier gebeurt, maar toen de minister daarop gewezen werd, deed hij eigenlijk net alsof het puur praktisch was dat dit bij Syrië niet eerder op deze manier is gedaan. Ik vraag me af waarom het bij Syrië zo ongelofelijk lang moet duren. Er is al jarenlang discussie over veilige delen in Syrië. Denemarken is volgens mij al vanaf 2020 bezig met het aanwijzen van veilige delen in Syrië. Waarom moet dat in vergelijking met deze stappen zo ontzettend lang duren, terwijl we weten wat het ons allemaal had kunnen besparen in de afgelopen jaren? Dat is deel één van mijn vraag. Deel twee luidt als volgt. Met dit nieuwe landenbeleid voor Oekraïne ligt nu voor het eerst vast dat er grote delen van Oekraïne zijn waarvan het kabinet zegt dat mensen daar gewoon terechtkunnen. Wat mij betreft kan dat niet los worden gezien van de Oekraïners die op dit moment in Nederland verblijven. Welke gevolgen gaat het kabinet in dat opzicht aan dit landenbeleid verbinden? De voorzitter: Een tweeledige vraag. Minister Van den Brink: In reactie op de eerste vraag zeg ik het volgende. Tijdens het vorige kabinet is er ook een landenbeleid geweest voor Syrië. Dat heeft een lange historie. Ik moet wel zeggen dat we daar ook politiek gezien een andere discussie over hebben. Dit gaat over initiële asielaanvragen voor bescherming vanuit de Oekraïense situatie. De discussie over het landenbeleid van Syrië, waar u met mij over in debat bent, gaat over de vraag of er voor de mensen die een asielvergunning hebben gekregen, een herbeoordeling kan plaatsvinden. Ik heb aan u toegelicht dat dat juridisch een veel zwaardere bewijsplicht bij ons legt. Daarvoor is een landenbeleid noodzakelijk, omdat dat van niet voorbijgaande aard moet zijn. Daar zit dus echt wel verschil tussen, ook in de juridische beoordeling die daaraan moet worden gegeven. Dat houd ik zeker staande. We waren al bezig met dit vraagstuk, want de termijn van 21 maanden is niet gisteren overschreden; dat is al langer gaande. We hebben hiervoor natuurlijk ook uitvraag gedaan bij andere landen en gebruikgemaakt van de informatie die in andere landen beschikbaar was. Nu heb ik zo lang gepraat over vraag één dat vraag twee inmiddels door mijn geheugen is geschoten. De heer Ceulemans (JA21): Deel twee van de vraag luidde als volgt. Met het landenbeleid dat deze week is vastgesteld voor Oekraïne, is nu voor het eerst daadwerkelijk door het kabinet vastgesteld dat een groot deel van Oekraïne veilig genoeg is om Oekraïners op te vangen. Welke gevolgen verbindt het kabinet daaraan -- het is natuurlijk wel een stap in het gehele proces -- voor de Oekraïners die op dit moment in Nederland worden opgevangen, nu vaststaat dat een groot deel van Oekraïne opvangproof is? Minister Van den Brink: Heel simpel: geen. Er is gewoon een richtlijn waaronder mensen aanspraak kunnen maken op bescherming. Daar wordt door dit kabinet gestand aan gedaan. Na afloop van de RTB gaan we over tot het transitiedocument/de terugkeer van mensen die terug kunnen naar Oekraïne. Dat is het nogal scherpe onderscheid. De voorzitter: Hoeveel moet de minister nog? Minister Van den Brink: Niet zoveel meer. Ik heb nog een paar overige vragen en nog een vraag over de uitspraak van de ag. De voorzitter: Het is een advies of conclusie, maar dat maakt niet uit. Mevrouw Vondeling fluistert mij in … Kan dat echt in tweeënhalve zin? Mevrouw Vondeling (PVV): Ja. Even voortbordurend op wat meneer Ceulemans zei. Ik begrijp het gewoon echt niet. Het lijkt wel alsof de minister nu zoiets heeft van: het gaat nu om een kleine groep die we weg willen hebben uit de opvang. Dan kan alles wel snel en kunnen we zeggen dat er alternatieven zijn. Als het om andere groepen gaat, kan dat niet. Het lijkt meer te gaan om een uitvoeringsprobleem dat u wilt oplossen … Ik probeer het in de tweede termijn nog wel een keer. Minister Van den Brink: Dat is het zeker niet. Ik voldoe gewoon aan mijn taak als minister om de IND in staat te stellen om zijn werk te doen. Dit betreft een duizendtal aanvragen die bij de IND liggen, waarover een besluit moest worden genomen of daar wel of niet opvolging aan werd gegeven. Op basis van de informatie die mij via het landenbeleid is aangereikt, heb ik gezegd dat dat kan. De voorzitter: Oké. Ik heb nog wel interrupties! Het gaat in dit debat over Oekraïne en het binnenlands beschermingsalternatief. Dat kan de VVD voor een deel overigens echt wel prima volgen. Ik wil nu niet te veel zeuren over Syrië, maar ik voel wel mee met collega's Vondeling en Ceulemans. In alle eerlijkheid is het wel een beetje gek. De regeringsleider, of hoe je hem noemt, van Syrië wordt met egards ontvangen in Europa en er zijn ambtelijke contacten. Het heeft wel iets geks. Voor mij, namens de VVD, zou het prettig zijn … Volgens mij zei de minister in antwoord op meneer Boomsma laatst dat het ambtsbericht in Q4 komt. Help ons nou een beetje, minister. Minister Van den Brink: Volgens mij hebben we gewoon nog heel veel te doen. Daar loop ik niet voor weg en ook niet voor de politieke aanmoediging vanuit de Kamer; laat ik het zo zeggen. Die staat, net zoals die in het vorige debat stond. Daarbij moet wel gezegd blijven worden: de eerste klus -- nu gaan we toch naar Syrië -- betreft het aantal openstaande asielaanvragen bij de IND. Dat zijn er 17.000. Daar moet nu echt eerst prioriteit aan worden gegeven om ervoor te zorgen dat die worden afgedaan. Ja, daaruit volgt daarna een nieuw landenbeleid voor Syrië. Dat zegt dan weer iets over hoe duurzaam het daar is. Tegelijkertijd geldt -- ik heb vorige week die gesprekken gevoerd in Syrië -- dan nog steeds dat Syrië met ons het gesprek zal moeten voeren, net zoals het land dat met andere landen doet, over hoe de terugkeer van mensen kan plaatsvinden. Het land is wel uit de oorlog, maar de wederopbouw en de economische ontwikkeling zijn nog niet op het oude niveau, to put it mildly. Dat zijn dus allemaal vragen die daaruit voort gaan komen, maar de inzet van dit kabinet is om de situatie in Syrië zo snel mogelijk via wederopbouw en economische ontwikkeling te herstellen, zodat er ook sprake kan zijn van terugkeer. De voorzitter: Als ik mag van de collega's, is dit mijn derde interruptie. Ik vroeg een beetje om hulp aan de minister, maar dit maakt het in zekere zin een beetje erger. Ik zit er, denk ik, misschien wat anders in dan collega's Westerveld en Van Asten als het gaat om Oekraïne. Maar het is een beetje gek dat als je Kiev veilig acht ... Goed, dan kunnen mensen terug naar een deel van Oekraïne. En dan kunnen mensen ook terug naar Syrië. Ik zeg in alle eerlijkheid dat dat dan wel de politieke realiteit is. Help ons een beetje. De minister is er geweest. Anders moet het gewoon wat dieper en moet -- ik snap dat dat vreemd is -- de minister van BuZa er ook maar een keer bij. Ik weet ook veel van het Midden-Oosten. Dan gaan we gewoon even doorakkeren over wat het probleem is met terugsturen naar Syrië. Want dit moet nu gewoon gecheft worden. Als je zo'n landenbericht maakt over Oekraïne, dan kan dat ook bij Syrië. Dat is wat ik wil meegeven aan de minister. Minister Van den Brink: Ik denk dat het goed is om dit te doen, want ik denk dat we nog voor veel van dit soort vragen komen te staan bij landen die van een oorlog weer teruggaan naar geen oorlog, om het zo maar te zeggen. Maar even over het landenbeleid in die zin: in Oekraïne gaat het over asielaanvragen en in Syrië gaat het nu over asielaanvragen. Voor beide hebben we in het landenbeleid de kwalificatie gegeven dat er een beschermingsalternatief is binnen het land. Dus zowel voor Syriërs worden op dit moment vergunningen afgewezen als, wanneer daarvan mogelijk sprake kan zijn bij de beoordeling door de IND, voor Oekraïners. Waar het daarna op aankomt, is de vraag of er sprake is van terugkeer. Voor terugkeer heb je altijd eerst het vrijwillige spoor. Daar zetten wij volop op in. Als je in het gedwongen terugkeerspoor komt, dan heb je afspraken nodig met het land van herkomst. Dat is waarvoor ik vorige week in Syrië ben geweest. Dan moet ik het nu goed formuleren: het advies van de ag. Dat gaat over de vraag in hoeverre de liggende aanvragen voor asielbescherming ten tijde van de RTB kunnen worden opgeschort. In Nederland is de situatie zo dat alle mensen die onder de richtlijn vallen, ook in het asieldomein zitten. Die 140.000 liggen dus in die zin stil. Daar heeft de ag nu een advies over verstrekt. Het zal grote consequenties hebben als dat wordt overgenomen, want dat betekent dat alle asielaanvragen die ten grondslag liggen aan de tijdelijke bescherming, actief moeten worden doorlopen, met een beslissing. We moeten afwachten wat die uitspraak wordt, maar wij zijn natuurlijk tegelijkertijd wel aan het nadenken over wat het zou kunnen betekenen als daartoe wordt overgegaan. We zetten natuurlijk alles op alles om in ieder geval de mogelijkheden aan te reiken, zodat het tot een ander oordeel komt. Dan heb ik nog een aantal overige vraagjes. De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Straatman. Mevrouw Straatman (CDA): Ja, nog één vraag hierover, voorzitter. Ik kan me voorstellen dat we niet op de zaken vooruit kunnen en willen lopen. Tegelijkertijd zou dit natuurlijk heel verregaand zijn, want het hele idee van de RTB, maar ook van het transitiedocument, is dat we dit juist invoeren zodat de IND wordt ontlast. Laten we dus hopen dat die uitspraak ons welgevallig is. Maar voor dat transitiedocument geldt natuurlijk ook dat de voorwaarde is dat de asielaanvraag wordt ingetrokken. Wordt dat meegenomen in het noodplan? Want zo zet je natuurlijk een bom onder het transitiedocument. Minister Van den Brink: Ja, dit zijn zeker allemaal zaken die daarin meelopen. We zijn in die zin dan ook noodscenario's aan het voorbereiden voor mocht dit zich voordoen. Maar het is zeker de bedoeling dat, als het transitiedocument wordt verstrekt, je daarmee je asielaanvraag intrekt. Dat is een van de uitgangspunten. Dan heb ik nog een paar overige vragen. Mevrouw Westerveld had nog gevraagd naar mentale gezondheid. De psychische problematiek rond ontheemding wordt zeker erkend. Het is belangrijk dat ontheemden met een psychische problematiek in hun eigen taal geholpen kunnen worden. Het kabinet heeft daarom geld vrijgemaakt voor initiatieven voor psychosociale ondersteuning voor ontheemden in Nederland. Deze initiatieven zien onder meer op de inzet en matching van Oekraïens sprekende professionals met Nederlandse ggz-instellingen. Daar zijn al vijf Oekraïense psychologen aan gekoppeld. De heer Van Asten vroeg nog naar hoe dat zit en of het wordt verlengd. Omdat de RTB moet worden verlengd, lijkt het alsof dit afloopt, maar als de RTB wordt verlengd, wordt ook dit soort aanbod verlengd. Dat krijgt dus een vervolg in de nabije toekomst. Mevrouw Vondeling vroeg nog of er een dwangbevel kan worden gegeven om een eigen bijdrage te innen. Er is geen wettelijke grondslag om dit te doen via een dwangbevel. Het zou expliciet in een wet moeten worden opgenomen om dat te kunnen. Mevrouw Van der Plas vroeg mij nog naar de individuele casuïstiek die zij heeft aangereikt. Ik begrijp de zorgen in de familie over deze zaak heel goed, maar ik kan niet publiekelijk op de details ingaan van individuele zaken. In het algemeen geldt dat Oekraïne en Nederland beide partijen zijn bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag. Dat betekent dat Oekraïne, net als Nederland, een Centrale autoriteit heeft en dat er een procedure voor teruggeleiding, zoals beschreven in het Haags Kinderontvoeringsverdrag, gevolgd moet worden. BZ kan waar nodig dit proces ondersteunen en staat, net als de Centrale autoriteit, in contact met de familie. Ik zal dit na het debat zelf nog even nalopen, omdat u aangeeft dat daar toch andere signalen over zijn. Ik ga dus op die manier na dit debat aan de slag om te checken of dat contact er ook is. Mevrouw Van der Plas (BBB): Zou de minister ons per brief kunnen terugkoppelen daarover? Dat lijkt mij wel het handigst, om een schriftelijke terugkoppeling te geven van in hoeverre deze zaak verder loopt, zodat wij weten wat de stand van zaken is. Minister Van den Brink: Ik heb nog niet vaak zo letterlijk in een Kamerdebat een individuele zaak zo voorgelegd gekregen, maar ik zou er denk ik toch goed aan doen om u toe te zeggen dat ik dit ga nalopen. Dit kon niet in de tijd van de schorsing. Maar omdat het een individuele zaak is ... Deze zaken zijn vaak geholpen met ze in stilte proberen voor elkaar te krijgen. Ik ga u dus toezeggen dat ik dit zeker naar u terugkoppel. Mag ik u dan verzoeken om dat niet in publieke zin te moeten doen, want ik weet niet of dat in deze zaak dienstig is. Mevrouw Van der Plas (BBB): Ja, dat begrijp ik. Als wij mondeling een terugkoppeling kunnen krijgen, dan is dat goed. Ik wil hier benadrukken dat dit een Nederlands meisje is, dat ontvoerd is, door haar moeder, naar Oekraïne. De moeder is Oekraïense, maar dit is een Nederlands meisje. De Nederlandse rechter heeft ook gezegd dat zij terug moet naar Nederland, maar dat heb ik al aangegeven. Oké, nou bedankt alvast voor de inzet en dan zie ik de terugkoppeling wel tegemoet. Ik vraag nog wel even op welke termijn ik de terugkoppeling kan krijgen. Minister Van den Brink: Ik ga bij u even de exacte informatie uitvragen, zodat wij zo snel mogelijk het contact kunnen leggen. De voorzitter: We kunnen het ook niet in die zin toezeggen. Maar laten we met elkaar afspreken dat de minister ... Minister Van den Brink: Niet na de zomer in ieder geval, dus de komende dagen. De voorzitter: De minister gaat ermee aan de slag en mevrouw Van der Plas hoort op enigerlei wijze de uitkomst. Minister Van den Brink: Dan zijn er twee onderwerpen die nog niet aan bod zijn gekomen, waaronder de dual intent. Ik heb er wel even aan geraakt, maar volgens mij had de heer Van Asten het over sectorspecifieke ondersteuning. We zetten zo veel mogelijk in op werk in sectoren die zowel voor Nederland als voor de wederopbouw van belang zijn: gezondheidszorg, de watersector en de landbouw. Zo dragen we zo veel mogelijk bij aan het opvangen van personeelstekorten in Nederlandse kraptesectoren en de inzetbaarheid van deze mensen bij de wederopbouw van Oekraïne. Daarbij wordt zo mogelijk aangesloten bij bestaande instrumenten van SZW, met zijn sectorale ontwikkelpaden. Ondernemerschap. Momenteel is het voor Oekraïense ontheemden mogelijk om als zelfstandige te werken als de opdrachtgever een tewerkstellingsvergunning heeft. In de praktijk betekent dit dat Oekraïners het vaak als lastig ervaren om als zelfstandige te kunnen werken indien er sprake is van vaak wisselende opdrachtgevers, maar veel Oekraïners hebben wel deze wens. In het kader van de verkenning naar de werkvergunning na een langer verblijf, waar ik eerder over sprak, wordt breder gekeken naar de positie van ontheemden op de arbeidsmarkt. Ook de mogelijkheid voor Oekraïners om als zelfstandige te kunnen werken wordt daarbij verkend. Ik hoop daarover in het najaar bij u terug te kunnen komen, in Q3. Dan kan ik dit daarbij betrekken. Dan kom ik nog bij de vraag van mevrouw Westerveld over het collegegeld. We kennen de wens van een deel van uw Kamer om het recht op het wettelijk collegegeld voor Oekraïense ontheemden eerder in te voeren. Daar liggen ook Kameruitspraken onder. Tegelijkertijd zat in die Kameruitspraken nog niet de budgettaire verwerking daarvan. Het kabinet betrekt deze overweging bij de besluitvorming die in de verzamelbrief is aangekondigd, maar ik verwacht niet dat er daarvoor opeens op korte termijn middelen beschikbaar zijn. Anders zou dit, denk ik, in de Kamer weer tot nieuwe discussies leiden, in de zin dat in de Kamer misschien die wens bestaat, maar er tot nu toe geen dekking voor is gevonden. De voorzitter: Uw laatste, mevrouw Westerveld. Mevrouw Westerveld (PRO): Ik heb dit wel vaker gehoord. Het dilemma is alleen dat toen er wel een dekking werd gevonden, wat namelijk het geval was bij de afgelopen Onderwijsbegroting, waarbij een amendement is ingediend, het kabinet het niet eens was met die dekking. Dus mijn punt is vooral: wil het kabinet dit wel of niet regelen? Want dit is helemaal geen kwestie van ingewikkeld moeten doen; dit kan gewoon geregeld worden. Sterker nog, individuele onderwijsinstellingen kunnen dat instellingscollegegeld voor bepaalde groepen zelf op het wettelijke niveau brengen, dus dat van het collegegeld dat ook Europese en Nederlandse studenten betalen. Dan is hier vooral de vraag: als het kabinet dit wil, kan er best een dekking gevonden worden, want om zo veel geld en zo veel personen gaat dit ook weer niet. De kosten van het niet regelen zijn natuurlijk ook vele malen hoger, want dat betekent dat jonge mensen aan de kant komen te zitten. Minister Van den Brink: Het is dus expliciet een onderdeel van het transitiedocument. Dat is natuurlijk ook weer het nadeel -- dat hebben we vandaag vaker gewisseld -- want zolang die RTB blijft opschuiven, blijft dit ook opschuiven. Dat is dus het nadeel van deze discussie. Ik neem het mee in de verkenning die we ook over die werkvergunning doen, maar wel met de opmerking -- ik probeer dat altijd zo veel mogelijk te voorkomen in debatten -- dat ik het geld niet heb om dit te financieren. Dat zal dan dus op een andere plek gerealiseerd moeten worden. Ik heb binnen het kabinet nog niet gelezen of gehoord dat er het voornemen is om dit te gaan doen. Daar blijf ik dan dus even bij staan. Dat was mijn antwoord. De voorzitter: Dank, minister. Dat is dan vlot gegaan, maar dat mag ook, en volgens mij hebben we tot nu toe best wel een goed debat gehad. Ik neem aan dat er behoefte is aan een tweede termijn? Ja? Oké. Dan gaan we daar gewoon snel mee beginnen. Als ik er tussendoor even uit moet, dan neemt mevrouw Van der Plas het even over. Mevrouw Vondeling. Mevrouw Vondeling (PVV): Dank u wel. Ik wil in ieder geval een tweeminutendebat aanvragen. De minister concludeert zelf in het landenbeleid dat grote delen van Oekraïne veilig genoeg zijn om naar terug te keren, maar in plaats van inzetten op terugkeer gaat Nederland instemmen met de verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne en na afloop van deze richtlijn in 2028 een verblijfsvergunning aan alle Oekraïners geven. Dat is onbegrijpelijk volgens de PVV. Wat de PVV betreft gaan Oekraïners terug naar hun eigen land om daar te helpen. Op het moment dat Oekraïners in Nederland zijn, horen zij maximaal bij te dragen, bijvoorbeeld door het betalen van zorgpremie. Nu is mij niet helemaal duidelijk of de minister echt een toezegging heeft gedaan om met wetgeving te komen. Mijn vraag aan de minister is dus nogmaals om dat te doen. Daar kan ik het bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van der Plas? Nee? Prima. Mevrouw Straatman niet. Mevrouw Westerveld? Mevrouw Westerveld (PRO): Voorzitter. Nog een paar afsluitende woorden. Er woedt al jaren een heftige oorlog op ons continent, met voortdurende aanvallen, afgelopen nacht weer. Daarom begrijp ik nog steeds niet waarom dit landenbeleid er nu is gekomen, ook niet na de uitleg van de minister, die verwijst naar procedures. Je kan geen mensen terugsturen naar een situatie die hartstikke onveilig is en waar voortdurend aanvallen zijn. Ik wil daarom toch nog een afsluitende opmerking maken. Ik vind het onbegrijpelijk. We zien ook wat dat nieuwe landenbeleid doet, ook hier in de Kamer, waarin ik verschillende woordvoerders hoor zeggen dat delen van Oekraïne veilig genoeg zouden zijn, terwijl we weten dat die aanvallen onvoorspelbaar zijn en in verschillende delen van Oekraïne voortdurend onverwacht kunnen plaatsvinden. Nogmaals sterkte aan de mensen die hier wonen en die voortdurend in onrust zitten over de geliefden die in Oekraïne wonen. Voorzitter. Dan nog één opmerking over het collegegeld. Ik begrijp ook hier best wel het procedurele antwoord dat de minister geeft, maar ook dit is gewoon al vier jaar lang een discussie. Al vier jaar lang wordt verwezen naar documenten die worden opgesteld. Er wordt gezegd dat er dekking nodig is, terwijl de kosten van het niet laten studeren van jongeren die hier nu soms al jarenlang wonen en die dat graag willen, gemotiveerd zijn en hun toekomst willen opbouwen, natuurlijk vele malen hoger zijn dan de kosten van het regelen dat zij gewoon het normale Europese tarief betalen voor hun studie. Laten we dat gewoon met elkaar fiksen. Ik wil de minister vragen of hij dit ook kan terugbrengen in het kabinet. Kan hij dit bespreken met zijn collega van Onderwijs? Kan hij ons dan in ieder geval in het komende najaar duidelijkheid geven over het collegegeld van volgend jaar? Helaas zijn we dan weer een jaar verder opgeschoven. Ik wil dus heel graag duidelijkheid over dat collegegeld vanaf het jaar 2027. De voorzitter: U ging ver over de tijd. Maar vooruit, het is de laatste dag. De heer Russcher, voor een tweede termijn? Nee? Meneer Ceulemans? De heer Ceulemans (JA21): Heel kort. Er is veel gewisseld. Ik beperk het tot één punt. Het kan zijn dat de minister daar wel op is ingegaan; dan heb ik het gemist en ga ik het gewoon later terugkijken. Maar ik had dat zelf bewaard voor mijn tweede termijn. Mevrouw Vondeling had al iets aangekaart over opvang zonder recht en vroeg wat de situatie was met betrekking tot derdelanders et cetera. Is de minister daarop ingegaan? Nee? Oké. Kan hij daar nog even op ingaan? De voorzitter: Meneer Van Asten. De heer Van Asten (D66): Nog een korte beschouwing hierover. Allereerst zou ik graag toch wat meer willen weten over die EU-landen. De minister zegt: ik heb dat nou in de Brusselse wandelgangen gehoord, maar ik kan er niet op ingaan. Maar als het officieel beleid is van landen om ook een deel van Oekraïne veilig te verklaren, met welke woorden dan ook, dan moet dat toch openbare informatie zijn? Ik snap dus even niet wat het antwoord van de minister daarop is. Ik vind het ook nogal cru. We hebben nu eigenlijk twee typen mensen uit Oekraïne hier in Nederland: mensen die onder de RTB vallen en Oekraïners die de botte pech hadden om al in de EU te verblijven op het moment dat die fatale datum verstreek. Daarvoor moet nu een beslissing op asiel worden genomen. Dat snap ik ook. Die mensen hebben daar recht op. Maar nu wordt er een landenbeleid voorgesteld. Een groot onderdeel daarvan zijn die binnenlandse beschermingsalternatieven. Daarin worden onder andere -- ik noem het nog een keer -- de regio en de stad Kiev neergezet. In de stad Kiev waren afgelopen januari nog een half miljoen mensen op de vlucht voor de vrieskou van min 20, terwijl de elektriciteitsinfrastructuur continu werd aangevallen. Als ik kijk naar artikel 15c, denk ik: er zou voldoende beschermingsmacht moeten zijn voor die aanvallen die door de agressor zijn bedoeld om de burgerbevolking te terroriseren. Ik snap dus niet dat in dit landenbeleid wel een opmerking wordt gemaakt over die winter en dus over die aanvallen, maar dat daarbij wordt gezegd: de winter is voorbij, dus het probleem is voorbij. Er komt altijd weer een nieuwe winter. Zolang de Russen niet ophouden, zullen ze zich daar weer volop op storten en krijgen we dit dadelijk weer. Ik snap dus niet hoe dit landenbeleid hier gedienstig aan kan zijn om beslissingen te nemen. Zonder dit landenbeleid zou ook een beslissing kunnen worden genomen, namelijk de verklaring dat het land niet veilig is om mensen naar terug te sturen, lijkt mij dan. Dus ik snap dit niet. Ik zou daar graag nog veel meer over willen weten. Ik vraag me ook serieus af: welk signaal geven we nu eigenlijk af naar de buitenwereld? De voorzitter: Ook heel lang, maar vooruit. Namens de VVD heb ik niets. Ik ga me even verontschuldigen. Dan neemt mevrouw Van der Plas het voorzitterschap even over. Voorzitter: Van der Plas De voorzitter: Kan de minister gelijk antwoorden? Ja? Dan geef ik het woord aan de minister. Heel fijn dat dat meteen kan. Minister Van den Brink: Ik loop even de laatste vragen langs. Mevrouw Vondeling vroeg mij wat ik nu precies toezeg. Dat is nog geen wet, maar wel opnieuw een gesprek met de zorgverzekeraars en, aan onze kant, een gesprek over de mogelijkheden. Als ik een wetstraject zou doorlopen voor die zorgkosten, dan zit ik ongeveer op dezelfde termijn als wanneer we met een transitiedocument komen tot een oplossing voor de zorgkosten. Dat loopt daar dus eigenlijk al in mee. Ik kom in het najaar terug op de vraag of er in de tussentijd, totdat we uit deze situatie zijn, ook al iets te doen is op de inning van zorgkosten. Dan begin ik even met de opmerking van mevrouw Westerveld over het collegegeld. Ik ga daarover het gesprek aan met mijn collega van Onderwijs. Ik kom daar in het najaar op terug in dezelfde brief die ik u heb toegezegd. Dan waren er nog vragen over de derdelanders. Dat is terecht de vraag die ik heb laten liggen en die ik net weer gekregen heb. Wij hebben in het laatste actieplan met de gemeenten ook afgesproken dat wij nogmaals benadrukken dat die geen recht op opvang hebben en uit de opvang moeten worden geweerd; dat is denk ik het goede woord. Een aantal mensen van die groep heeft nog wel een beroepszaak lopen, dus die zitten nog wel in de opvang, maar ook als die is afgerond, horen ze niet meer in de opvang te worden opgenomen. Die groep is enorm teruggelopen, maar we benadrukken de hele tijd richting gemeenten dat dat ook de opvang kan ontlasten. De heer Ceulemans (JA21): Ik heb een hele korte vraag hierover. Dit duurt echt al ontzettend lang en er lopen nu nog steeds beroepszaken. Om hoeveel gevallen gaat het nog? Heeft de minister daar een beeld bij? Op het moment dat die opvang een capaciteit van bijna 100% bereikt, is het natuurlijk onverteerbaar dat er al jarenlang mensen in zitten die daar eigenlijk vanaf de allereerste seconde helemaal niks te zoeken hadden. Minister Van den Brink: Ik heb niet het aantal gevallen. Ik heb hier wel staan dat er in ieder geval nog 400 beroepszaken lopen. Die 400 zitten dus sowieso nog in de opvang. Of door gemeenten op een andere manier ook nog opvang wordt geboden, is mij nu even niet bekend, maar ik weet in ieder geval dat er voor die 400 nog een beroepszaak loopt. De groep zal nog wel groter zijn. Die was aan het begin veel groter. Als wij daar in het najaar nieuwe informatie over hebben, dan zal ik die met u delen. Als laatste heeft een aantal partijen herhaald hoe zij aankijken tegen het landenbeleid. Laat ik richting de heer Van Asten zeggen: deze uitspraak is gedaan bij het agentschap; het is dus niet de bedoeling dat wij die zelf naar buiten brengen. Ik kan natuurlijk wel nagaan, gewoon op basis van openbare informatie vanuit andere landen, wat ik daarover kan terugvinden. Dat zal ik dus ook in het najaar opnieuw in die brief naar buiten brengen. Daarnaast brengt u onder woorden hoe u aankijkt tegen de keuzes die in dat landenbeleid zitten. Ik wil nogmaals benadrukken: het is niet iets politieks; het is een objectief instrument voor de IND om zijn werk te kunnen doen. En ja, daar zitten verschillende gradaties in. Uiteindelijk moet ook de situatie van het individu, ook als die persoon uit Kiev komt, worden beoordeeld. Het is dus niet zo dat dit landenbeleid daarmee iets zegt. Het zegt alleen iets ten opzichte van de andere delen van Oekraïne. We doen dit echt vanuit de zorgvuldigheid om de IND te ondersteunen in het kunnen nemen van asielbesluiten. Dat is dus de achtergrond hiervan. Dat zou ik er nog aan willen toevoegen. De voorzitter: Dat roept, denk ik, geen verdere vragen meer op. Dan gaan wij even kijken naar de toezeggingen die onder andere zijn gedaan. Allereerst is er een tweeminutendebat aangevraagd door mevrouw Vondeling. Dat zal na het zomerreces worden ingepland. De toezeggingen die we hier op papier hebben, zijn als volgt. - De minister zegt toe een nadere verkenning uit te voeren naar het innen van een eigen bijdrage aan de zorgkosten, en de Kamer daarover in het derde kwartaal van 2026 te informeren. - Tevens gaat de minister in deze brief in op de mogelijkheden om de verhoging van exploitatiekosten door te belasten, op de uitkomst van het gesprek met de minister van OCW, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, over de hoogte van de collegegelden en op beschikbare informatie over het beleid van andere EU-landen ten aanzien van de binnenlandse bescherming. Dat was een hele mond vol. Volgens mij was er nog een toezegging om mondeling terug te koppelen naar aanleiding van het ontvoerde meisje. Dat brengt mij … O, ik zie nog een vinger van de heer Ceulemans. De heer Ceulemans (JA21): Excuus, voorzitter. Het kan helemaal aan mij liggen, want we hebben dadelijk stemmingen, dus ik ben met tien dingen tegelijk bezig, maar ik heb niet helemaal meegekregen of u een toezegging noemde over terugkomen op de eigen bijdrage voor zorg. Die is genoemd? Oké. Helemaal goed. Prima. Dan ligt het aan mij. De voorzitter: Ja, dat stond in het begin: de minister zegt toe een nadere verkenning uit te voeren naar het innen van een eigen bijdrage aan de zorg en informeert in het derde kwartaal. De heer Van Asten (D66): Ik zelf twee toezeggingen genoteerd. Allereerst zou de minister in de brief in Q3 terugkomen op de EU-landen. Eerder werd ook gezegd dat er in Q3 meer info zou komen over het vervolg van de motie-Podt over de dual-intentaanpak, de sectorspecifieke programma's en ondersteuning van ondernemerschap. De voorzitter: Ja, die worden dan nog toegevoegd. Kan de minister daar wat over zeggen? Minister Van den Brink: Het is de laatste dag voor het reces, dus de minister zegt inmiddels alles toe! Nee, hoor. Het debat is gesloten. De voorzitter: Prima. Dat is dan afdoende, denk ik. Dan komen wij aan het einde van dit commissiedebat Opvang Oekraïne. Dan rest mij nog om de minister en de staf die hier aanwezig is in de zaal, maar ook in andere zalen, de ondersteuning die altijd hard werkt om ons via de minister van antwoorden te voorzien, te bedanken. Veel dank daarvoor. Ik bedank de aanwezigen op de publieke tribune voor hun komst, de mensen die dit debat thuis live hebben gevolgd en natuurlijk de Kamerleden die hier aanwezig zijn. Ik wil ook graag de bode bedanken voor alle logistieke voorzieningen waardoor wij hier het debat kunnen volgen. Dank aan de staf en de griffier voor de voorbereidingen. Ik wens u allemaal, voor wie op vakantie gaat, een heel fijne vakantie. Alle andere mensen wens ik ook een veilige thuisreis vandaag. Dank u wel. Sluiting 12.42 uur.
Bron, video en gesprek →0debatten
270bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2026-07-21–heden) · VVD (2024-03-29–2026-03-30) · VVD (2021-03-31–2023-12-07) ·