Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1005 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 december 2025InleidingSlachtoffers, verdachten en de samenleving zijn gebaat bij een strafrecht-keten die strafzaken efficiënt en effectief behandelt. De organisaties in destrafrechtketen werken daarom al langere tijd aan het verbeteren van deprestaties. Ondanks uitdagingen zoals aanhoudende personeelskrapte eninspanningen in het kader van de voorbereidingen voor de implementatievan het nieuwe Wetboek van Strafvordering, is het de keten gelukt om eenpositieve trend in te zetten voor de verbetering van de prestaties. Wezetten de aanpak gezamenlijk met de keten onverminderd voort. Denoodzaak daartoe is onderstreept in het Verantwoordingsonderzoek vande Algemene Rekenkamer over 2024. Hierin werd geconstateerd dat dedoorlooptijden voor zeden en jeugdzaken achter blijven ten opzichte vande streefnormen en dat de coördinatie op de prestaties van de strafrecht-keten onvoldoende is.1 Op 5 juni 2025 hebben onze ambtsvoorgangers uwKamer in de jaarlijkse voortgangsbrief over de strafrechtketen geïnfor-meerd over de meerjarenagenda strafrechtketen en de extra genomenmaatregelen naar aanleiding van de geconstateerde «onvolkomenheid».2Met deze brief informeren wij u over de voortgang van deze maatregelenen over de voortgang van de prestaties in de strafrechtketen. Daarmeedoen wij de toezegging die is gedaan tijdens het Wetgevingsoverleg overJaarverslag en de Slotwet J&V van 11 juni, om uw Kamer in het najaarvan 2025 te informeren over de voortgang van deze maatregelen en uwKamer halfjaarlijks te informeren over de voortgang, gestand.3Over het algemeen stellen wij vast dat in de strafrechtketen een geleide-lijke verbetering zichtbaar is in de doorlooptijden en het wegwerken van1Verantwoordingsonderzoek Algemene Rekenkamer, rapport bij het jaarverslag 2024 van hetMinisterie van JenV, 21 mei 2025.2Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 974.3Kamerstukken II, 2024–2025, 36 740 VI, nr. 17. kst-29279-1005ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10051 voorraden. Ook is de afgelopen periode mede naar aanleiding van hetrapport van de Algemene Rekenkamer intensief en met volle inzet(samen)gewerkt aan het tot stand brengen van een verbeterplan voor deprestaties in de strafrechtketen. Dit verbeterplan bestaat uit tweeonderdelen. Ten eerste bestaat deze uit de meerjarenagenda strafrecht-keten, waarover uw Kamer in de brief van 5 juni is geïnformeerd. Tentweede zijn er in het kader van het verbeterplan ook verschillendemaatregelen genomen gericht op versterking van de coördinatie,regievoering en verbetering van het inzicht in de prestaties van destrafrechtketen.In deze brief gaan wij allereerst in op de actuele cijfers over de voortgangvan de geprioriteerde zaakstromen (paragraaf 1) en vervolgens op debeide onderdelen van het verbeterplan: de meerjarenagenda (paragraaf 2)en maatregelen gericht op versterking van de coördinatie en het verbe-teren van het inzicht in de prestaties (paragraaf 3).Bij deze brief is als bijlage een infographic gevoegd die illustreert welkemaatregelen de samenwerkende organisaties in de strafrechtketen nemenom de voorraden en doorlooptijden in strafzaken verder terug te dringen.U treft deze in bijlage 2.1. Voortgang op de geprioriteerde zaakstromen Doorlooptijden worden door een groot aantal factoren beïnvloed. Deafgelopen jaren speelde bijvoorbeeld veranderende criminaliteit, ondermeer door internationalisering en digitalisering, een rol. Ook wordt hinderondervonden van de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Bovendienkunnen incidenten tijdelijk tot vertraging in de afhandeling van strafzakenleiden. Een voorbeeld daarvan is dat in de periode juli t/m 25 september2025 de systemen van het Openbaar Ministerie offline waren als gevolgvan een ICT-inbreuk.4 Dit heeft tot verstoringen in de werkprocessen vanalle organisaties in de strafrechtketen geleid. De effecten hiervan op dedoorlooptijden zullen pas in de loop van de tijd zichtbaar worden. Wijhebben grote waardering voor de wijze waarop de werkzaamhedentijdens en na dit incident zijn voortgezet door alle ketenpartners. Er zijntijdelijke oplossingen gevonden en er is zeer intensief samengewerkt. Zois bijvoorbeeld, afgezien van de (super)snelrechtzittingen, het grootstedeel van de zittingen doorgegaan. Het is goed om te zien hoe intensiefhierbij onder lastige omstandigheden als keten is samengewerkt.Het verkorten van doorlooptijden en het wegwerken van voorraden vanstrafzaken hebben hoge prioriteit bij de ketenorganisaties. Het is voorzowel slachtoffers als verdachten van groot belang dat «tijdig recht wordtgedaan». Ook de komende jaren ligt er nog een grote opgave voor deketenorganisaties. Daarom zijn tal van maatregelen in gang gezet omknelpunten aan te pakken en de prestaties in de strafrechtketen teverbeteren, zowel binnen individuele organisaties als op de koppelvlakkentussen organisaties. De effecten hiervan zullen naar verwachting dekomende jaren steeds meer zichtbaar worden. Op dit moment zien we inieder geval dat sprake is van (lichte) verbeteringen ten aanzien vandoorlooptijden bij de geprioriteerde zaakstromen zeden en jeugd en dat ersterke vooruitgang is bij het wegwerken van de voorraden bij veelvoorkomende criminaliteit.4Kamerstukken II, 2024–2025, 26 643, nr.1390.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10052 Actueel beeld cijfersVoor het monitoren van de voortgang en de ontwikkelingen van devoorraden en doorlooptijden op landelijk niveau hanteren wij deStrafrechtketen Monitor (SKM) en de daarop gebaseerde factsheet.5 Alsbijlage bij deze brief vindt u de laatste versie met daarin de cijfers van deeerste helft van 2025.6 Om de ontwikkelingen in perspectief te plaatsenvindt u in bijlage 1 tabellen met een meerjarig overzicht voor de doorloop-tijden van zeden (beginsituatie 2022), jeugd (2024) en de voorraad veelvoorkomende criminaliteit (VVC, 2023). Daarnaast vindt u een vooruitblikop de doelstellingen tot en met 2028.ZedenIn 2019 zijn voor zedenzaken streefnormen vastgesteld voor de doorloop-tijden in strafzaken van het moment van aangifte tot het eindvonnis ineerste aanleg. Vanaf 2022 wordt er met een actieplan gewerkt aan hetverbeteren van deze doorlooptijden. Het actieplan is in de periode2023–2025 ingevoerd en zal ook in 2026 blijvend benut en uitgewerktworden. U wordt hierover separaat geïnformeerd in de eerstvolgendevoortgangsbrief seksuele misdrijven, die naar verwachting begin 2026 aanuw Kamer wordt verzonden. Zoals gemeld in de voortgangsbrief over destrafrechtketen van 5 juni 2025 laten de resultaten over 2024 zien dat deinspanningen onder het Actieplan resultaat beginnen op te leveren. Deactuele cijfers tot en met juni 2025 bevestigen deze voorzichtige tendens.De organisaties in de strafrechtketen stellen zich in de meerjarenagendatot doel in 2026 in 70%, in 2027 in 75% en in 2028 in 80% van allezedenzaken de afgesproken doorlooptijden te halen. Dit betreft voor deketenorganisaties een geleidelijk en daarmee realistischer groeipad naarde afgesproken streefnorm van 80%. Inmiddels zien we, ondanks dehogere instroom die mede het gevolg lijkt van de (publiciteit rondom de)Wet Seksuele Misdrijven, verbeteringen in de doorlooptijden:–Bij de politie is sprake van een lichte verbetering van de doorlooptijden(van 54% in 2022, naar 57% eind juni 2025). Bovendien daalde devoorraad naar 2582 zaken (2022: 2914).7 Bij het Openbaar Ministerie(OM) zijn de doorlooptijden tot het moment van beoordeling van zakensterk verbeterd. Het doel voor 2026 is al halverwege 2025 behaald: 72%van de zaken wordt vanaf de instroom binnen 60 dagen beoordeeld(Doel 2026: 70%). De voorraad is bovendien sterk gedaald tot 1655zaken (2022: 2316 zaken).–De doorlooptijd tussen OM en Rechtspraak is de afgelopen periodeverslechterd (gezakt van 43% naar 38%). Dit wordt deels veroorzaaktdoordat nu veel oudere zaken worden weggewerkt. Deze hebben doorhun ouderdom een hoge doorlooptijd en dat leidt, totdat de oudevoorraad is weggewerkt, tot een tijdelijke toename in doorlooptijden.5Op basis van de SKM ontving uw Kamer jaarlijks een factsheet met de belangrijkste ontwikke-lingen. Deze factsheet zal in het vervolg tweemaal per jaar voor u worden opgesteld.6Ditmaal is een Factsheet «light» opgesteld waarin met het oog op de prioriteiten in demeerjarenagenda wordt ingezoomd op de doorlooptijden bij zeden en jeugd en op deontwikkeling van de voorraden bij veel voorkomende criminaliteit (VVC).7Van de politie zijn inmiddels halfjaarcijfers over de werkvoorraden op het terrein van zeden-zaken van november 2025 beschikbaar. Deze worden nagenoeg gelijktijdig met deze brief viahet tweede halfjaarbericht politie 2025 met uw Kamer gedeeld. De politiecijfers laten een lichtestijging van de voorraden zien. Daarbij speelt een rol dat deze halfjaarcijfers van de politie eeniets ruimere definitie hebben en daardoor meer zaken beslaan dan de zaken die door dezedenrecherche worden opgepakt en waarover in de Factsheet wordt gerapporteerd. Hetverschil zit in de zaken sexchatting en aanstootgevend gedrag die de gebiedsgebonden politieoppakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10053 Naarmate het aantal oude zaken afneemt, zal deze hoogstwaarschijn-lijk weer afnemen.–Binnen de Rechtspraak zijn de doorlooptijden van eerste zitting toteindvonnis stabiel. In 70% van de zaken wordt de voor 2026 afgespro-ken doelstelling om binnen 90 dagen een uitspraak te hebben gehaald.JeugdIn de meerjarenagenda hebben de organisaties in de strafrechtketen zichtot doel gesteld om in 2026 in 70% en in 2028 in 80% van alle jeugdzakende afgesproken doorlooptijden en streefnormen voor tijdige advisering tehalen. Evenals bij zedenzaken betreft dit een iets geleidelijker en daarmeerealistischer groeipad naar de al bestaande streefnorm van 80%. We ziende volgende ontwikkelingen:–In 2024 lukte het de politie en het OM al om het streven van 70% in debetreffende deeltrajecten8 te halen. De streefnormen op alle deeltrajec-ten bij de politie en het OM worden gehaald, de percentages liggentussen de 70–74%).–Tussen de OM-beslissing om te dagvaarden en het vonnis van derechter wordt de doelstelling nog niet gehaald. De doelstelling ombinnen 120 dagen te beslissen bij zaken van de kinderrechter-zakenwordt in 55% van de zaken gehaald. Voor de meervoudige kinderrech-ter moet dat binnen 180 dagen en lukt dat slechts in 37% van de zaken.De oorzaken daarvan worden nog onderzocht. Ten tijde van hetverschijnen van de jeugdmonitor zal daar meer over kunnen wordenmeegedeeld. Deze verschijnt in 2026, u leest hier later in deze briefmeer over.Veelvoorkomende criminaliteit (VVC)De organisaties in de strafrechtketen hebben zich tot doel gesteld om debestaande achterstanden in VVC-zaken in 2026 grotendeels te hebbenweggewerkt. Het gaat daarbij om grote aantallen relatief eenvoudig tebehandelen misdrijven, zoals diefstal, inbraak en eenvoudige mishan-deling. Vaak wordt daarbij de ZSM-aanpak toegepast en worden zakenafgedaan met een OM-strafbeschikking of door de politierechter, vaak viasnelrecht of supersnelrecht. VVC-zaken vormen in aantallen ongeveertweederde van alle misdrijfzaken. Het wegwerken van voorraden in dezezaakstroom heeft dus een groot effect op de samenleving en de prestatiesvan de strafrechtketen als geheel. De volgende ontwikkelingen vallen op:–De voorraad politierechter zaken (PR-zaken) bij de Rechtspraak daalthard. Op 1 juli 2025 waren het er 20.230 (1 oktober 2024: 24.242). Hetovergrote deel daarvan betreft VVC-zaken.–Medio 2025 is er een lichte stijging zichtbaar in de voorraad bij dearrondissementsparketten. Het recente ICT-incident bij het OM ishiervan hoogstwaarschijnlijk de oorzaak. De verwachting is dat dievoorraad de komende periode weer zal gaan dalen.2. Maatregelen meerjarenagenda Het verbeteren van de prestaties van de strafrechtketen vergt eengezamenlijke inspanning van de ketenorganisaties en van het Ministerievan JenV. Zoals de Rekenkamer terecht concludeert zijn voor burgers deprestaties van de strafrechtketen als geheel van belang en niet zozeer dievan individuele organisaties. De afgelopen periode is daarom gewerkt aaneen meerjarenagenda met heldere doelen en verantwoordelijkheden om8Deeltrajecten zijn 1) Aangifte bij de politie tot inzenden, 2) Instroom vanuit politie naar OM totaan de beoordeling dagvaarden, 3) Beoordeling dagvaarden tot instroom bij Rechtspraak 4)Instroom vanuit OM bij de Rechtspraak tot 1e zitting en 5) 1e zitting tot eindvonnis.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10054 het presterend vermogen van de strafrechtketen te versterken endaardoor voorraden te verkleinen en doorlooptijden te verbeteren. In demeerjarenagenda wordt daarom ingezet op een breed palet aan maatre-gelen, zowel binnen individuele ketenorganisaties, als op de koppel-vlakken tussen de organisaties. Naast noodzakelijke verbeteringen binnenindividuele organisaties is juist ook op die koppelvlakken, waar zakenovergaan van de ene organisatie naar de andere, winst te behalen. Demeerjarenagenda bevat daarom zowel maatregelen op de koppelvlakkenals acties die organisaties zelf nemen om knelpunten op te lossen.Hieronder lichten we de voortgang toe.2.1 Maatregelen op koppelvlakken tussen ketenorganisaties Gezamenlijk plan OM-RechtspraakEen belangrijke fase in het strafproces is het moment waarop een zaak viahet OM naar de Rechtspraak gaat. Op dit «koppelvlak» spelen onder meerde planning en de optimale vulling van zittingsruimte en kan sprake zijnvan «ongewenste aanhouding» van zaken.De zittingsvulling verloopt in het algemeen goed. Ten aanzien vansnelrecht en supersnelrecht is echter verbetering noodzakelijk. Hetverdient continue aandacht vanuit OM en ZM bij lokale parketten engerechten. Het Bestuurlijk Keten Beraad Strafrechtketen (BKB) heeft ditook als aandachtspunt aan de ketencoördinatoren meegegeven. Er wordtgesproken van «ongewenste aanhouding» van strafzaken indien infor-matie ontbreekt die nodig is voor het voortzetten van de strafzaak. Deoorzaken daarvan zijn divers: incomplete dossiers, het ontbreken vanreclasseringsrapporten, het ontbreken van psychiatrische rapportages,onjuiste betekening, onvoldoende voorbereidingstijd voor de raadsman/-vrouw, nadere onderzoekswensen, uitloop van de zitting, etc. Hetvoorkomen van «ongewenste aanhoudingen» vergt dus een meervoudigeaanpak.Het OM en de Rechtspraak werken aan een gezamenlijk plan van aanpakop het koppelvlak tussen beide organisaties. Het gezamenlijke plan zal inhet eerste kwartaal van 2026 gereed zijn en vervolgens worden geïmple-menteerd. Het plan zal zich in hoofdlijnen richten op de werkstroom vande meervoudige kamer (MK) en is gericht op het efficiënt gebruiken vanzittingsruimte. Daarbij komen planning, regie en vermijdbare aanhou-dingen aan de orde.Sturing op de opsporing van VVC: actualiseren opportuniteit en selecti-viteitDe capaciteit van de organisaties in de strafrechtketen is schaars. Ditvraagt dag in dag uit scherpe keuzes over welke zaken via het strafrechtkunnen worden opgepakt. Belangrijk is dat hiermee de druk op destrafrechtketen wordt verminderd en dat de beschikbare capaciteit daarwordt ingezet waar het strafrecht daadwerkelijk het verschil kan maken.Het OM en de politie werken op dit moment geactualiseerde uitgangs-punten voor opportuniteit en selectiviteit bij de aanpak van veelvoorko-mende criminaliteit uit, met als doel een goede instroom van zaken bijVVC te realiseren.9 Politie en OM bezien op dit moment of er in eenbeperkt aantal basisteams een pilot gestart kan worden met deze nieuweuitgangspunten. Hierover verwachten we in het eerste kwartaal van 2026meer duidelijkheid. Parallel hieraan onderzoekt de politie hoe in de9Kamerstukken II, 2025–2026, 29 628, nr. 1300.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10055 basisteams triage en coördinatie van opsporingszaken in basisteams zoefficiënt mogelijk kan worden georganiseerd. De optie van één centraalpunt per basisteam wordt onderzocht, waar zicht is op de totale instroomvan opsporingsonderzoeken en waar kan worden gestuurd op kwaliteit enop doorlooptijden.Project Landelijk Ondersteuning hoofden Verkeerstorens/«VerbeteringVerkeerstorens»Lokale «Verkeerstorens» spelen een belangrijke rol bij een efficiëntezittingsvulling en -planning. In de arrondissementen werken medewerkersvan het OM en de Rechtspraak samen aan de logistieke planning vanmeervoudige strafzaken en monitoren, begeleiden en bewaken ze dezaakstromen.De afgelopen jaren is in een project gewerkt aan het verder professionali-seren van de verkeerstorens. In 2025 is daarbij specifiek gekeken naar delokale processen rondom zittingsvulling en zittingsrendement. Ditonderzoek heeft geleid tot een set aanbevelingen die in de loop van 2026geïmplementeerd zullen worden.Snellere, zekerdere en beter geïnformeerde tenuitvoerleggingOp 1 januari 2020 is de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijkebeslissingen (Wet USB) in werking getreden met als doel snelle, zekere,persoonsgerichte en goed geïnformeerde tenuitvoerlegging. Vanwege decapaciteitsproblematiek bij DJI is het niet altijd mogelijk om tijdig devrijheidsbenemende straffen ten uitvoer te leggen. Over de voortgang enmaatregelen wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd door de Staatsse-cretaris van Justitie en Veiligheid via de voortgangsrapportages capaciteitDJI.10 Daarnaast zetten CJIB, de Reclassering en OM in op het verhogenvan het percentage succesvol afgeronde taakstraffen met 5% (tot 78%)eind 2027. Succesvol afgeronde taakstraffen dragen niet alleen bij aan hetrealiseren van de strafdoelen, ze verminderen ook de druk op destrafrechtketen, in het bijzonder omdat geen vervangende hechtenis hoeftte worden toegepast.Tevens wordt ingezet op het versterken van de informatiepositie van deofficier van justitie en de rechter. Betere informatie moet leiden tot beterestrafrechtelijke beslissingen, en daarmee een grotere kans op een zekeretenuitvoerlegging van effectievere straffen. Op basis van beschikbare datavan de reclassering en het CJIB wordt momenteel verkend welkemogelijke verbetermaatregelen kunnen bijdragen aan het vergroten vande kansen op succesvolle tenuitvoerlegging. Hiervoor wordt tijdiginformatie beschikbaar gesteld door onder andere Justid en CJIB. Ook isdit jaar een pilot gestart, waarin wordt verkend of de advisering door dereclassering aan de rechter-commissaris over het al dan niet toepassenvan voorlopige hechtenis kan worden geïntensiveerd. Deze pilot zou totmaart 2026 lopen, maar is met een half jaar verlengd.KetencoördinatorenDe ketencoördinatoren leveren een belangrijke bijdrage aan het realiserenvan gemaakte afspraken. Ze vormen regionaal een belangrijke schakel omde samenwerking te bevorderen en zetten aan tot daadwerkelijke actie opde geprioriteerde onderwerpen. De evaluatie uit 2025 onderschrijft hetbelang en daarom wordt de aanstelling van de ketencoördinatorenverlengd tot en met 1 april 2028.10Kamerstukken II, 2024–2025, 24 587, nr. 1083.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10056 2.2 Maatregelen en programma’s individuele organisaties Verruiming inzet OM-strafbeschikkingPer 1 februari 2025 zet het OM via een tijdelijke instructie in op eenbredere inzet van de strafbeschikking bij VVC. Hiermee beoogt het OM destrafrechtketen te ontlasten, de doorlooptijden te verkorten en meercriminaliteit aan te pakken. Deze maatregel is tijdens het debat op 8 april2025 met uw Kamer besproken door onze ambtsvoorgangers. Momenteellopen er nog twee onderzoeken naar de bredere inzet van de strafbe-schikking. Het WODC onderzoekt hoe procesdeelnemers, waaronderslachtoffers, de strafbeschikking in de praktijk ervaren en rondt dit naarverwachting medio 2026 af. Daarnaast wordt binnen het vervolgon-derzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad onderzocht inhoeverre het OM uitvoering heeft gegeven aan de aanbevelingen uit zijneerdere rapport. Hierin wordt bovendien gekeken naar de beleidswijzigingdie het OM in februari 2025 heeft doorgevoerd. Zoals toegezegd aan deKamer worden de resultaten van deze onderzoeken afgewacht voordat hetOM met nieuwe tijdelijke instructies komt. Daarnaast heeft het OMtoegezegd in samenspraak met Slachtofferhulp Nederland de positie vanhet slachtoffer ten aanzien van de strafbeschikking te versterken. Hieroverwordt uw Kamer, mede in relatie tot de motie Lahlah (GroenLinks-PvdA),waarin wordt verzocht te onderzoeken hoe de positie van slachtoffers,inclusief spreekrecht, informatievoorziening en erkenning beter kanworden geborgd bij strafbeschikkingen,11 in januari 2026 geïnformeerd.OM Programma Voorraden & DoorlooptijdenDit in januari 2024 gestarte programma is ingericht vanuit de noodzaakom binnen het OM extra aandacht te geven aan het probleem vanvoorraden en doorlooptijden. Het programma bestaat uit zes lijnen,waarvan de eerste vijf zich richten op het vergroten van de uniformiteit opde parketten, een evenwichtige in- en uitstroom van strafzaken, verbe-tering van het voorraadbeheer, sturing op het volume aan zaken en eenoptimale benutting van de beschikbare zittingscapaciteit. De zesde lijn zietexpliciet op de verbetering van de prestaties op de zaakstromen jeugd enzeden. Daarop zijn duidelijke verbeteringen zichtbaar, zoals blijkt uit decijfers in paragraaf 1. Het OM zal de inzet op voorraden en doorlooptijdenblijven prioriteren, onlangs is besloten om het programma met een jaar teverlengen.Tijdige RechtspraakHet programma Tijdige Rechtspraak loopt eind 2025 af. Per rechtsgebiedis bekeken welke vorm van landelijk samenwerken succesvol is geblekenen welke elementen ook voor de toekomst waardevol kunnen zijn. Zo isonlangs bijvoorbeeld besloten om de inloopkamer strafrecht, die zichtrichtte op CVOM-zaken, in 2026 voorlopig voort te zetten om tevoorkomen dat er nieuwe voorraad ontstaat. Met het CVOM zal besprokenworden welk soort zaken prioriteit krijgen.Vanuit het programma is ook veel aandacht besteed aan «roosteren enplannen» met als doel meer voorspelbaarheid voor rechtzoekenden eneen betere benutting van beschikbare capaciteit. Alle gerechten zijndaarom gaan werken met dashboards met uitgebreide informatie overdoorlooptijden en werkvoorraden per zaakstroom. Deze manier vanwerken wordt voortgezet. Er is een landelijke regiegroep Roosteren enPlannen opgericht omdat dit onderwerp in de organisatie nog zal groeienen nadere aandacht behoeft.11Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 936.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10057 Aanpak knelpunten NIFPIn algemene zin is in Nederland sprake van grote schaarste aan personeelin de geestelijke gezondheidszorg, waaronder psychologen en psychi-aters. Dit raakt ook het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrieen Psychologie (NIFP), dat al geruime tijd moeite heeft om te voldoen aande vraag naar pro Justitia-rapportages12 en deze tijdig op te leveren. Devoornaamste oorzaak hiervan is een structureel tekort aan rapporteurs. Dittekort wordt mede veroorzaakt doordat de (wettelijke) vergoedingen voorrapporteurs aanzienlijk lager liggen dan de tarieven in de private sector.Daarnaast zijn de zwaarte van de problematiek van de doelgroep en decomplexiteit van de behandelde zaken toegenomen, waardoor de huidigedeclareerbare uren niet langer in verhouding staan tot de daadwerkelijkbestede uren.Om verdere teruggang in rapporteurs af te remmen is besloten omstructureel, in aanvulling op de bestaande maatregelen, de tarieven voorrapporteurs en het aantal declareerbare uren per rapportage vanaf 2026 teverhogen.13 Hiervoor is binnen het departement budget beschikbaargesteld. Daarnaast wordt vanaf 2027 elke vijf jaar een marktverkenning enwerklastmeting uitgevoerd. De uitkomsten hiervan kunnen wordenmeegenomen in het begrotingsproces, zodat waar mogelijk tijdigpassende maatregelen kunnen worden genomen om een reëlevergoeding aan pro Justitia-rapporteurs te waarborgen.Verder werkten we op dit moment uit of de adviestermijn vanTBS-verlengingsrapportages kan worden aangepast en of in bepaaldeTBS-zaken kan worden volstaan met een monorapportage in plaats van dewettelijk verplichte dubbelrapportage.14 Daarnaast wordt verkend of degeldigheidsduur van gedragskundige rapportages kan worden verlengd.Deze aanpassingen vereisen een wetswijziging en hebben daarom effectop de middellange termijn.Om de rapporteurs zo efficiënt mogelijk in te zetten blijft het NIFPtriage-overleggen houden met het OM en de reclassering om te beoor-delen of pro Justitia onderzoeken noodzakelijk zijn. Verder wordtgeïnvesteerd in het opleiden van nieuwe rapporteurs, en in het binden enbehouden van bestaande rapporteurs. Het NIFP leidt jaarlijks ongeveer 40nieuwe rapporteurs en bereidt zich voor om meer rapporteurs indienstverband aan te nemen.3. Maatregelen gericht op versterking van de coördinatie en hetverbeteren van het inzicht in de prestaties Het verbeteren van de prestaties van de strafrechtketen vraagt inzet vanalle ketenorganisaties, maar ook van ons als bewindspersonen en onsdepartement. Zoals in de brief aan uw Kamer van 5 juni 2025 isbeschreven, zijn en worden verschillende initiatieven in gang gezet om deafstemming en coördinatie in relatie tot de strafrechtketen te versterkenen om de bijbehorende monitoring en verantwoording over deafgesproken ketendoelstellingen te verbeteren. Dat gebeurt op verschil-lende manieren en niveaus, waarbij rekening wordt gehouden met de12Dit zijn onderzoeken door een psychiater of psycholoog naar een persoon die betrokken is ineen rechtszaak.13De tarieven vastgelegd in het Besluit tarieven in strafzaken stijgen voor zowel psychiaters alspsychologen met ruim 9%, en het aantal declareerbare uren wordt uitgebreid met drie uur in2026 en één uur in 2027.14Monorapportage is onderzoek door een psychiater of psycholoog. Dubbelrapportage isonderzoek door een psychiater en een psycholoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10058 verschillende verantwoordelijkheden en staatsrechtelijke posities van debetrokken organisaties.Zo is afgelopen periode gewerkt aan drie elementen. Ten eerste hetuniformer en strakker inrichten van de diverse overlegvormen en sturings-en verantwoordingsmechanismen vanuit het departement. Op dezemanier is het ministerie beter in staat om invulling te geven aan zijnverantwoordelijkheid voor de strafrechtketen en om de ketenpartners teondersteunen bij hun werkzaamheden. Ten tweede gaan we als ministeriebeter monitoren en prioriteren, en wordt de samenhang tussen de diverseopdrachten en aanschrijvingen verbeterd. Daar hoort bij dat kritischergekeken wordt naar de impact die nieuwe beleids- en wetgevingsvoor-stellen hebben op de strafrechtketen en dat er wordt geprioriteerd: nietalles kan tegelijk. Tot slot wordt gewerkt aan het verbeteren van het inzichtin de prestaties van de strafrechtketen, specifieker naar hoe meer vooruitgekeken kan worden.Ten aanzien van deze drie elementen zijn en worden de volgende acties ingang gezet.Versterken van de afstemming en coördinatie–Sinds de zomer van 2025 heeft het Ministerie van JenV het voorzitter-schap van het Bestuurlijk Ketenberaad Strafrechtketen (BKB) overge-nomen, om meer recht te doen aan de coördinerende rol ten aanzienvan de strafrechtketen. Het BKB blijft fungeren als horizontaalsamenwerkingsverband van de ketenorganisaties, waarin afsprakenworden gemaakt over te realiseren ketendoelstellingen. Deze wordenonder meer gemonitord aan de hand van de Factsheet StrafrechtketenMonitor. Eventuele knelpunten worden in het BKB geadresseerd.–Tweemaal per jaar sluiten de bewindslieden van JenV, ter invulling vanhun politieke verantwoordelijkheid voor het functioneren van destrafrechtketen, aan bij het BKB.–De verantwoordelijke directeuren-generaal binnen het ministeriespreken de individuele ketenorganisaties actiever aan op de afgespro-ken prestaties in relatie tot de toegekende middelen en de afgesprokenrandvoorwaarden. Dit verloopt via de reguliere «sturings-en verant-woordingslijnen» van het ministerie met de desbetreffende organisa-ties. De interne verscherpingen stellen JenV beter in staat om deze rolte vervullen.–Om effectiever en doelgerichter te kunnen werken organiseert JenVindien nodig aparte gesprekken met ketenorganisaties en de bijbeho-rende directeuren-generaal over de aanpak van specifieke knelpunten,bijvoorbeeld op de koppelvlakken tussen organisaties. De eerstegesprekken zijn in het najaar van 2025 gevoerd.–In lijn met de aanbeveling van de AR wordt verkend hoe wetenschap-pelijke expertise, bijvoorbeeld op het gebied van logistiek, bedrijfsvoe-ring en ketensamenwerking, kan helpen om het functioneren van destrafrechtketen te verbeteren. Daartoe zijn en worden gesprekkengevoerd met verschillende instellingen en wetenschappers, waarbijook gebruik wordt gemaakt van suggesties die we van de AR ontvin-gen. In het eerste kwartaal van 2026 zal besluitvorming plaatsvindenover de vervolgstappen.Kiezen en prioriteren beleid en wetgeving door JenVDe strafrechtketen wordt al jarenlang geconfronteerd met een grotehoeveelheid nieuwe beleids- en wetgevingsvoorstellen die impacthebbenop de ketenorganisaties. Juist daarom heeft het Ministerie vanJenV in 2024 een project gestart om met behulp van «portfolioma-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10059 nagement» een transparant overzicht te creëren dat het mogelijk moetmaken om te kiezen en prioriteren. In juni 2025 is in samenwerking met destrafrechtketenpartners een interactief dashboard ontwikkeld dat eenoverzicht biedt van alle beleids- en wetgevingsinitiatieven, specifiekgericht op de strafrechtketenpartners. In de eerste helft van 2026 zullen wijgesprekken gaan voeren met de ketenorganisaties om de genoemdeprioritering te laten plaatsvinden, daarbij wordt rekening gehouden methet absorptievermogen van de ketenpartners mede in het licht van deinvoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.Verbetering monitoring en inzicht–Om het zicht op de prestaties te verbeteren zijn goede monitors ensturingsinformatie noodzakelijk. We onderschrijven de aanbevelingvan de Rekenkamer dat op dit vlak verbetering noodzakelijk is. Daartoewordt een aantal stappen gezet. In de eerste plaats zal de factsheet opbasis van de Strafrecht Keten Monitor vanaf 2025 tweemaal per jaaropgeleverd. Dit stelt ons en de keten beter in staat om tijdiger bij tekunnen sturen als de prestaties achterblijven.–In aanvulling hierop wordt gewerkt aan de ontwikkeling van eenspecifieke en meer gedetailleerde monitor voor jeugd. Deze bevat eenketenbrede streefnorm voor doorlooptijden (in tegenstelling tot zedenwaar alleen de deeltrajecten per organisatie worden gemeten).Inmiddels zijn met alle betrokken ketenpartners afspraken gemaaktover het leveren van de benodigde gegevens voor het structureelmonitoren van de doorlooptijden jeugd. In 2026 zal de eerste rappor-tage beschikbaar zijn.–Om deze ketenbrede doorlooptijd te berekenen is het noodzakelijk datavanuit verschillende ketenpartners op zaaksniveau aan elkaar tekoppelen. Dat vergt een zorgvuldige aanpak met inachtneming van dewettelijke vereisten voor gegevensdeling. In samenwerking met Justidis hiervoor een werkwijze ontwikkeld. In het eerste kwartaal van 2026wordt duidelijk of deze werkwijze de beoogde resultaten oplevert enzal worden onderzocht of het ook mogelijk is voor de andere gepriori-teerde zaakstromen, zoals ook de Rekenkamer heeft aanbevolen.–Ook is behoefte aan een instrument dat niet alleen terugkijkt, maar ookvooruitkijkt. Doel is om inzicht te krijgen in de uitwerking van te nemenmaatregelen voor de verschillende ketenpartners, zodat zij voorbereidzijn op de veranderingen in zaakstromen. Daarnaast wordt ermeebeoogd beter zicht te krijgen op wat er op de strafrechtketen afkomt,wat de organisaties aankunnen gelet op de beschikbare capaciteit enwelke aanvullende maatregelen eventueel nodig zijn, net zoals ditbijvoorbeeld in de migratieketen gebeurt. Dit moet de voorspelbaar-heid voor de ketenorganisaties vergroten. Op dit moment wordtonderzocht hoe een dergelijk prognose-model kan worden ontwikkeldvoor de prioriteiten van het BKB. Dit instrument zal een aanvullingvormen op het al bestaande Prognose Model Justitiële ketens(PMJ-model). In het eerste kwartaal van 2026 zal hierover naderebesluitvorming volgen.4. Tot slot Een goed functionerende strafrechtketen is essentieel voor een vrije enrechtvaardige samenleving. Het is onze plicht om te zorgen dat burgerskunnen blijven vertrouwen op een effectief en slagvaardig strafrechtelijksysteem. We zien dat veel professionals zich hier dagelijks voor inzettenen goede resultaten bereiken. Binnen de strafrechtketen wordt hardgewerkt om de bestaande knelpunten op te lossen. Tegelijkertijd zien wedat er sprake is van lichte verbeteringen, een positieve trend waarvan wijverwachten dat deze zich de komende tijd zal voortzetten. Met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 100510 hierboven beschreven verbeterplan zetten wij samen met de ketenorgani-saties de komende jaren in op het verder verbeteren van de prestaties vande strafrechtketen. Wij zullen de ketenpartners blijven ondersteunen enzetten verdere stappen om nog beter invulling te geven aan onzefaciliterende en coördinerende rol ten opzichte van de strafrechtketen. Wijvolgen de voortgang nauwgezet en zullen uw Kamer periodiek in devoortgangsbrieven daarover informeren.De Minister van Justitie en Veiligheid,F. van OostenDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 100511 CIJFERS GEPRIORITEERDE ZAAKSTROMEN (T/M JUNI 2025)Zeden:Traject202220252026:doelstelling2027:doelstelling2028:doelstellingAangifte – inzenden OM(binnen 180 dagen)54%57%70%75%80%Instroom OM – Beoordeling dagvaarden(binnen 60 dagen)47%72%70%75%80%Beoordeling dagvaarden – 1e zitting(binnen 120 dagen)47%38%70%75%80%Instroom OM – 1e zitting(binnen 180 dagen)41%41%70%75%80%1e zitting – eindvonnis(binnen 90 dagen)70%70%70%75%80% Jeugd:Traject202420252026:doelstelling2027:doelstelling2028:doelstellingAanmerken minderjarige verdachte tot definitieveafdoening politie(binnen 7 dagen)71%74%70%75%80%Aanmerken minderjarige verdachte tot inzenden OM(binnen 60 dagen)67%70%70%75%80%Instroom OM tot OMSB(binnen 120 dagen)74%75%70%75%80%Instroom OM tot afdoening OM anders dan OMSB(binnen 60 dagen)66%70%70%75%80%Instroom OM tot beoordeling dagvaarden(binnen 60 dagen)70%72%70%75%80%Beoordeling dagvaarden tot vonnis KiR(binnen 120 dagen)52%55%70%75%80%Beoordeling dagvaarden tot vonnis MK(binnen 180 dagen)41%37%70%75%80% VVCVoorraadmedio 2023medio 2025Totale voorraad PR te plannen zaken25.57620.320PR te plannen zaken (CVOM)12.73512.740PR te plannen zaken (AP)12.1686.943 BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 100512
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Arno Rutte
13debatten
746bijdragen
10interrupties
70.855woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2012-09-20–2019-10-12) ·