KamerkringInloggen
Arno Rutte

Officieel Kamerprofiel

Arno Rutte

13debatten
746bijdragen
10interrupties
70.855woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2012-09-20–2019-10-12) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
15 dec 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 628Forensische zorg25 424Geestelijke gezondheidszorgNr. 112 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 december 2025Stelt u zich iemand voor met een ernstige psychische aandoening en/ofverstandelijke beperking die langzaam de grip op zijn of haar levenverliest. Zijn of haar gedrag wordt verward, onvoorspelbaar, en soms zelfsgevaarlijk. De omgeving maakt zich zorgen en voelt zich soms onveilig.Voor de persoon in kwestie is de situatie al even bedreigend. Echter,passende zorg of ondersteuning voor deze persoon laat op zich wachten,kan niet worden gecontinueerd of ontbreekt. De situatie gaat van kwaadtot erger.Iedereen kan in een situatie van psychische kwetsbaarheid terecht komen.Verward of onbegrepen gedrag is een onderdeel van onze samenleving.Een zeer kleine minderheid van de personen met verward of onbegrepengedrag is gevaarlijk, voor zichzelf of voor de omgeving. Juist met dezepersonen gaat het soms vreselijk mis. Hoewel we incidenten, alleinspanningen ten spijt, nooit helemaal kunnen uitsluiten, is het essentieelom de risico’s zo klein mogelijk te maken.In de praktijk blijkt het verbinden van zorg en veiligheid bij mensen meteen meervoudige of complexe zorgvraag en verhoogde veiligheidsrisico’seen uitdaging. Professionals in het zorg-, veiligheids- en sociaal domeinzetten zich dagelijks in voor passende zorg, begeleiding en/of onder-steuning, ieder vanuit hun eigen deskundigheid wettelijke kaders,financieringsstructuren en organisatorische context. Deze verschillentussen de domeinen maken dat de aansluiting tussen de stelsels niet altijdvanzelfsprekend tot stand komt of mogelijk is. Bovendien zijn er tekortko-mingen in het stelsel van de zorg voor cliënten met complexe psychischeproblematiek, zoals blijkt uit het «Interdepartementaal Beleidsonderzoek(IBO) mentale gezondheid en ggz».1 Dit alles heeft tot gevolg dat er eenkloof is tussen de reguliere zorg en de forensische zorg, waardoor mensenmet een complexe zorgvraag en een verhoogd veiligheidsrisico tussen1Kamerstuk 25 424, nr. 769. kst-33628-112ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1121 wal en schip kunnen vallen. Dit kan leiden tot zowel schrijnende alsgevaarlijke situaties en vormt zowel voor betrokkene als voor de samen-leving een risico.Het is daarom dat we, de Staatssecretaris Justitie en Veiligheid, deStaatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport en de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg, samen met onze collega’s van deMinisteries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) onder procesregie van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkenaan de interdepartementale aanpak voor mensen met (risicovol) verwarden onbegrepen gedrag. De doelgroep van de interdepartementale aanpakis een ieder die verward en/of onbegrepen gedrag vertoont. Het verbe-teren van bestaanszekerheid, passende huisvesting en waar nodigpassende zorg en ondersteuning moeten ertoe leiden dat deze mensen degrip op hun leven terug krijgen en niet onnodig in aanraking komen metpolitie en justitie.Op 25 november 2024 kondigden het Ministerie van Justitie en Veiligheiden het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de gezamenlijkeWerkagenda Aansluiting forensische zorg en reguliere zorg (hierna:«Werkagenda») aan, als één van de pijlers van de interdepartementaleaanpak voor mensen met verward en onbegrepen gedrag (Kamerstukken33 628 en 25 424, nr. 106). De doelgroep van de Werkagenda is specifiekde groep mensen met een (levenslange of tijdelijke) meervoudige ofcomplexe zorgvraag en een verhoogd veiligheidsrisico. In dezeWerkagenda werken we samen met veldpartijen2 aan 11 maatregelen omde aansluiting tussen de reguliere- en forensische zorg te verbeteren.3 Ditis een grote stap vooruit waarin we als departementen samen met hetveld de intentie hebben uitgesproken om deze twee werelden (verder) teverenigen en de samenwerking te versterken.Het vraagstuk is veelomvattend en heeft geen eenvoudige oplossing.Afgelopen periode is gewerkt aan een concretisering van de maatregelenbinnen de Werkagenda en een plan voor uitvoering van de Werkagendaals geheel. Hier zijn goede stappen in gezet, maar we zijn er nog niet. Opde korte termijn is het doel om in het eerste kwartaal van 2026 afsprakente maken over de wijze van uitvoering, de prioritering, bijbehorendetijdspaden en eventuele bijsturing en/of herijking van de maatregelen. Ditdoen we in nauwe samenwerking met de meest betrokken partijen.In deze brief informeren we, mede namens de Minister van BZK, u over degrootste ontwikkelingen rondom het verbeteren van de aansluiting tussende forensische zorg en de reguliere zorg, waarbij we ook ingaan op debijhorende moties en toezeggingen. We gaan achtereenvolgens in op devolgende onderwerpen:1.De nieuwe strafrechtelijke maatregel2.Het regionaal plan3.De uitdaging rondom huisvesting4.De ontwikkelingen in de Levensloopaanpak5.Nieuwe klinische plekken voor langdurig verblijf – Salviq2Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), branchevereniging de Nederlandse ggz (deNLggz),Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN),Zorgverzekeraars Nederland (ZN), MIND, Politie, Valente, Reclassering (3RO), de Rechtspraak,Nederlandse Vereniging Artsen Verstandelijk Gehandicapten (NVAVG), Nederlandse Verenigingvoor Psychiatrie (NVvP), Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ),Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), stichting Patiëntvertrouwenspersonen (PVP), Zorg& Veiligheidshuizen (Z&VH), Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN) enZorginstituut Nederland (ZIN)3Kamerstukken vergaderjaar 2024/2025, 25 424, nr. 106.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1122 In de bijlage vindt u van alle maatregelen uit de Werkagenda eeninhoudelijke laatste stand van zaken en overige relevante rapportagesnaar aanleiding van de maatregelen.1. Het beleidskader rondom de nieuwe strafrechtelijke maatregelis geschetst (maatregel 1) Uit wetsevaluaties van het WODC en ZonMw blijkt dat ketenpartners zorgop basis van een machtiging opgelegd op grond van artikel 2.3 Wfz nietpassend vinden voor een specifieke doelgroep met complexe proble-matiek en disruptief gedrag.4 5 In de vorige Kamerbrief is daarom eenverkenning naar een nieuwe zorgmaatregel in het strafrecht aange-kondigd. De partners in de strafrechtketen (o.a. Openbaar Ministerie,rechtspraak, DJI, het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie enPsychologie (NIFP), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) enzorgaanbieders) noemt een dergelijke maatregel dringend gewenst.Het afgelopen jaar is in nauw overleg met de belanghebbende partijenbeleidsmatig gekeken naar de gewenste invulling van de nieuwestrafrechtelijke maatregel en de inbedding ervan in het bestaande stelsel.Het is een aanvulling op de reguliere zorg- en rechtelijke machtigingen dienog steeds door de strafrechter kunnen worden afgegeven. De nieuwemaatregel richt zich op personen die een (ernstig) strafbaar feit hebbengepleegd. Er is sprake van een gevaars-, beheers- of recidiverisico dieopname in de reguliere zorg in de weg staat. Tbs met dwangverplegingwordt voor deze doelgroep, gelet op het delict of het ziektebeeld van deveroordeelde, niet proportioneel geacht of is niet aan de orde omdat nietaan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Het gaat daarnaast om eendoelgroep waarbij forensische zorg via bijzondere voorwaarden of tbs metvoorwaarden niet passend is, bijvoorbeeld omdat niet iedereengedurende langere tijd wil of kan meewerken aan de voorwaarden. Datkomt in deze gevallen mede door gebrek aan ziekte-inzicht en/of de ernstvan de psychiatrische aandoening of verstandelijke beperking. Beoogd isdat met de nieuwe maatregel aan deze doelgroep een verplichte opnameen behandeling in een forensische instelling kan worden opgelegd.Daarbij wordt momenteel gedacht aan een verplichte opname enbehandeling van ten hoogste twee jaar, waarbij de plaatsing en finan-ciering geschieden door DJI na indicatiestelling door het NIFP. Ook isaandacht geweest voor de rechtspositie van de betrokkene, waarbij hetvoornemen is zoveel mogelijk aan te sluiten bij reeds bestaande kaders inde justitiewetgeving en de zorgwetten. De komende maanden zal hetbeleidskader nader worden uitgewerkt. Vervolgens kan worden gewerktaan een conceptwetsvoorstel. Het conceptwetsvoorstel gaat naarverwachting in consultatie in de eerste helft van 2026.4Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, Factsheet 2022-3 Toepassing van dezorgmachtiging door de strafrechter. V. Oosterhuis e.a. Link: Toepassing van de zorgmachtigingdoor de strafrechter (wodc.nl). Aanbeveling 13: Overweeg verder te onderzoeken in hoeverreeen forensische variant van artikel 2.3 Wfz binnen de doelen van de Wet forensische zorg zoupassen. Besteed daarbij aandacht aan hoe de maatregel bijdraagt aan doorstroming vanuit hetstrafrecht naar reguliere verplichte zorg, aan de haalbaarheid van een dergelijke maatregel watbetreft beveiligde beddencapaciteit en aan de criteria om te bepalen of iemand voor eenreguliere dan wel een forensische artikel 2.3 Wfz-machtiging in aanmerking komt.5ZonMw, Evaluatie wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang – deel 2doeltreffendheid en (neven) effecten. J. Legemaate e.a. Link: wvggz-wzd_2 v0–6 (zonmw.nl).Aanbeveling 39: Onderzoek mogelijkheden om, in de context van art. 2.3 Wfz, een beteronderscheid te maken tussen patiënten waarbij de nadruk ligt op zorgbehoefte en patiëntenwaarbij het (vooral) gaat om delictspreventie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1123 Voor een juiste werking van de maatregel dienen de stelsels te leren vanelkaarDe nieuwe strafrechtelijke maatregel kan niet goed worden uitgevoerd alsde vervolgzorg en ondersteuningsvormen niet goed aansluiten. Samen-werking en kennisoverdracht zijn van het grootste belang om hetoverdrachtsmoment tussen de forensische zorg en reguliere zorg soepelte laten verlopen. We werken onder maatregel 2 uit de Werkagenda(samenhangende zorg) daarom aan een betere aansluiting van deze tweesectoren, zodat de nieuwe strafrechtelijke maatregel zonder ongewensteuitvoeringsconsequenties in werking kan treden.De nieuwe strafrechtelijke maatregel moet in samenhang met de anderetien maatregelen uit de Werkagenda ervoor zorgen dat mensen met eenmeervoudige of complexe zorgvraag en een verhoogd veiligheidsrisiconiet tussen wal en schip vallen. We bouwen met de elf maatregelen aaneen brug tussen de reguliere en forensische zorg. Daarbij moet wordenvoorkomen dat een aanzuigende werking uitgaat van de reguliere dan welde forensische zorg: uitgangspunt is dat voor elke persoon een passendeplek wordt gevonden. Dat betekent ook dat aan iemand met een complexezorgbehoefte niet onnodig een strafrechtelijke maatregel wordt opgelegd.Klinische behandeling op grond van de nieuwe strafrechtelijke maatregelis tijdelijk, en een deel van de cliënten zal na de strafrechtelijke maatregelovergaan naar de reguliere ggz of de gehandicaptenzorg. Om deovergang tussen de stelsels goed te laten verlopen, is het noodzakelijk datde reguliere instellingen beter dan nu het geval is worden toegerust opcliënten die disruptief gedrag vertonen. Bij het verbeteren van deovergang tussen de sectoren helpt het daarom als tijdens de forensischefase al aandacht is voor de herstelgedachte, en dat in de betreffendeinstellingen in de reguliere ggz en gehandicaptenzorg aandacht is voorrisico’s voor de veiligheid van personeel, cliënt en samenleving. Ook deInspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft het belang van risicotaxatieonderstreept in het rapport Zakelijke weergave van het onderzoek naar dezorgverlening aan een patiënt bij Fivoor.62. De maatregelen uit de Werkagenda worden verder vormgevenen getoetst in de regio De uitwerking van de maatregelen in de Werkagenda moet vooralwerkbaar zijn in de praktijk. Daarom hebben deNLggz, Valente en de VGNeen plan gemaakt om de uitwerking van de maatregelen van deWerkagenda in de regio vorm te geven, te analyseren en te toetsen. DeMinisteries van VWS en JenV hebben dit plan omarmd en binnen hetactieprogramma Grip op Onbegrip van ZonMw uitgewerkt tot eensubsidieoproep. In deze subsidieoproep kunnen ten minste vier Zorg- enVeiligheidshuizen via de betreffende gemeenten middelen aanvragen omals pilotregio te fungeren. Het testen van de maatregelen in de regio iseen mes dat aan twee kanten snijdt:(1) In de regio wordt samenwerking gezocht tussen aanbieders enfinanciers. Het doel is in de regio’s door middel van gezamenlijkeafspraken maatwerktrajecten op casusniveau te realiseren voor mensenmet een complexe zorgvraag en een hoog veiligheidsrisico. Voor elkepilotregio zal een projectleider worden aangesteld die dit proces coördi-neert en die daarna samen met de andere projectleiders goedevoorbeelden en knelpunten inventariseert.6https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2025/10/28/dodelijk-steekincident-den-dolder-verbeteringen-in-de-forensische-zorg-noodzakelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1124 (2) De kennis die wordt opgedaan bij het maken van de trajectafsprakentussen de financiers in de pilotregio’s wordt met elkaar gedeeld in eenklankbordgroep. Zo kunnen pilots van elkaar leren. De klankbordgroepstaat in verbinding met de landelijke werkgroepen van de maatregelen,zodat van elkaar kan worden geleerd en indien nodig maatregelen kunnenworden herijkt. Op deze manier ontstaat een leercirkel tussen de kennis uitde regio en de landelijke Werkagenda.De projectleiders in de pilotregio’s wordt gevraagd zoveel mogelijkaansluiting te zoeken bij reeds bestaande samenwerkingsverbanden eninitiatieven in de regio die lopen rond onder meer het Integraal Zorgak-koord (IZA), het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA) en deregionale Kenniswerkplaatsen onbegrepen gedrag.3. Passende en stabiele huisvesting voor deze doelgroep blijft eengrote uitdaging (maatregel 6) De huidige woningcrisis is een groot landelijk probleem en raakt veleburgers. Zo ook de burger met een mentale kwetsbaarheid. Het gebrekaan passende woonplekken, al dan niet met begeleiding, heeft grotegevolgen voor de doorstroom in de gehele zorgketen. Zo kunnen mensenuit klinieken niet doorstromen naar beschermde woonvormen envervolgens ook niet naar eigen woonruimte. Hierdoor blijft men onnodiglang in een intramurale setting, wat in sommige gevallen meer schadeaanricht. Daarnaast is het gevolg dat de instroom aan de voorkant stokt,waardoor de wachtlijsten oplopen. Tot slot moet men lang wachten opnodige zorg en begeleiding. Passende en stabiele huisvesting is eenrandvoorwaarde voor herstel en kan het risico op terugval beperken.Immers: het gebrek aan (perspectief op) een vaste woon- of verblijfsplek isvoor niemand een stabiele situatie. Voor de doelgroep van deWerkagenda heeft dit gebrek niet alleen gevolgen voor hun eigen welzijn,maar worden hierdoor ook de veiligheidsrisico’s vergroot.Om mensen met een meervoudige of complexe zorgvraag en eenverhoogd veiligheidsrisico daadwerkelijk stabiel te huisvesten is samen-werking tussen de verschillende domeinen essentieel en vraagt om eengedeeld verantwoordelijkheidsgevoel. Medeoverheden en corporaties zijnhierbij onmisbaar. Het Wetsvoorstel regie volkshuisvesting, dat uw Kamerop 3 juli 2025 heeft aangenomen, is een cruciale eerste stap om dedoorstroom te verbeteren.7 Naast dit wetsvoorstel, konden gemeenteneerder dit jaar middels de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen vanhet Ministerie van VRO middelen aanvragen voor huisvesting voor ondermeer mensen die uitstromen uit een intramurale instelling. In de periodevan 10 juni tot 19 september 2025 is er € 30 miljoen euro beschikbaargesteld.Echter, het blijkt dat extra budget niet in alle gevallen de oplossing is. Er isgrote behoefte aan prikkelarme woonvormen en Skaeve Huse, maarrealisatie wordt in de praktijk bemoeilijkt door een gebrek aan geschiktebouwlocaties met aansluiting op nutsvoorzieningen.8 Ook speelt hetgebrek aan lokaal maatschappelijk draagvlak voor deze doelgroep wegensde complexiteit en stigma een grote rol. In de voortgangsbrief over deinterdepartementale aanpak verward en onbegrepen gedrag zal uw Kamer7Over de laatste stand van zaken rondom dit wetsvoorstel wordt u in een aparte brief geïnfor-meerd door het Ministerie van VRO.8Skaeve Huse is een bijzondere vorm van begeleid wonen (voor mensen die door psychiatrischeproblemen overlast veroorzaken) in een gewone buurt of instelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1125 worden geïnformeerd over de inspanningen die worden verricht om dezeuitdagingen het hoofd te bieden.94. De implementatie van de Levensloopaanpak begint haarvruchten af te werpen (maatregel 5) In 2019 zijn o.a. zorgaanbieders, politie en gemeenten in de Zorg- enVeiligheidshuizen gestart met het includeren van personen metonbegrepen gedrag en een hoog veiligheidsrisico. Voor hen is het nodigdat (forensische) zorg langdurig betrokken blijft en er samenhang istussen ondersteuning, zorg en veiligheid. De Levensloopaanpak is eensamenwerking tussen alle netwerkpartners. Doel van de aanpak is omdeze doelgroep beter te helpen door continuïteit van zorg te bieden enbetere aansluiting tussen de verschillende domeinen te faciliteren.Hiermee beogen we een veiligere samenleving voor ons allen en eenbeter welzijn voor de persoon zelf. De landelijke implementatie van deaanpak is in volle gang.10 Onderstaand gaan wij in op relevante ontwikke-lingen rondom de Levensloopaanpak. Tevens geven wij aan wat er in ditkader heeft plaatsgevonden op het gebied van uitvoering van moties entoezeggingen.Structurele bekostiging voor de coördinatiefunctieDe bekostiging van de coördinatiefunctie is de afgelopen jaren georgani-seerd via een tijdelijke regeling. Deze tijdelijke regeling wordt momenteelstructureel ingeregeld.11 Concreet houdt dit in dat vanaf 2026 in het gevalvan cliënten met een zorgindicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz),de levensloopcoördinator bekostigd zal worden via de financiering vanuitde Wlz. Voor cliënten die geen Wlz-indicatie hebben, vindt de bekostigingvan de levensloopcoördinator in 2026 en 2027 plaats via een subsidiere-geling. Parallel aan het opzetten van een subsidieregeling werkt hetMinisterie van VWS aan een structurele bekostiging voor cliënten zondereen Wlz-indicatie. De moties van Nispen en Dobbe vragen om verschil-lende budgetten over de verschillende domeinen bij elkaar te leggen omvoor de groep die in aanmerking komt voor de Levensloopaanpak, tekunnen (blijven) doen wat nodig is.12 13 Met de structurele vormgevingvan de bekostiging van de coördinatiefunctie geven we invulling aan dezemoties.14Doorzetting van de Levensloopaanpak via de Zorg- en VeiligheidshuizenMotie Mutluer stelt dat doorzetting gegeven moet worden van deLevensloopaanpak via de Zorg- en Veiligheidshuizen.15 De Zorg- enVeiligheidshuizen hebben een cruciale rol in de regie over de geïnclu-deerde personen in de Levensloopaanpak. Deze rol blijft van groot belang9Deze voortgangsbrief wordt op 11 december 2025 verstuurd en zal onder andere ingaan op demotie Eerdmans rondom Skaeve Huse (Kamerstuk 25 424, nr. 760).10De jaarlijkse voortgangsrapportage van de implementatie is te vinden om de website van deLevensloopaanpak: www.levensloopaanpak.nl11Voor de wijze van financiering is in mei 2024 advies ingewonnen. Het rapport is terug tevinden op https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/05/14/structurele-bekostiging-coordinatiekosten-levensloopaanpak12Kamerstuk 24 587, nr. 959.13Kamerstuk 25 424, nr. 755.14Structurele bekostiging van de Levensloopaanpak en inbedding via de Zorg- en Veiligheids-huizen is een aanbeveling uit de parlementaire verkenning verward en onbegrepen gedrag enonderdeel van de brede aanpak verward en onbegrepen gedrag. Onder de vlag van deWerkagenda (maatregel 5) wordt de Levensloopaanpak landelijk geïmplementeerd. Daarominformeren wij uw Kamer voortaan over de voortgang van deze aanbeveling middels devoortgangsbrief over de Werkagenda.15Kamerstuk 25 424, nr. 754.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1126 en zal ook structureel geborgd moeten worden. Zo kan het essentiëlewerk, zoals de procesregie bij de Levensloopaanpak, worden doorgezet.De zogenoemde POK-middelen worden hier momenteel voor gebruikt.Deze lopen door tot en met 2027 en op basis van tussentijdse evaluatieszal een beslissing genomen worden over de structurele borging. UwKamer zal in de volgende brief rondom de Werkagenda worden geïnfor-meerd over het vervolg.Het coördinatiepunt LevensloopaanpakEerder is uw Kamer geïnformeerd over de subsidie die het Ministerie vanJustitie en Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Sport enWelzijn hebben verstrekt tot 2030 om een landelijk bureau voor de Zorg-en Veiligheidshuizen in te richten. Vanaf 2026 zal het coördinatiepuntLevensloopaanpak en het Landelijk coördinatiepunt beveiligde bedden(LCBB) onder gebracht worden in dit landelijk bureau. Daarmee zetten wekracht bij om enerzijds de Levensloopaanpak verder te implementeren endragen we zorg voor het versterken van de kennis en expertisefunctiezowel in de regio als op landelijk niveau voor complexe casuïstiek.Het aantal personen in de LevensloopaanpakEr zijn ruim 680 personen (peildatum oktober 2025) geïncludeerd,waardoor zij geholpen, gevolgd en besproken worden door een Levens-loopteam in de Zorg- en Veiligheidshuizen. De toenmalig StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport heeft tijdens het debat over de parlementaireverkenning Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid van 28 mei jl.toegezegd terug te komen op de vraag in hoeverre het includeren vanpersonen in de aanpak kan worden versneld. We benadrukken het belangdat eenieder die aan de criteria voor de Levensloopaanpak voldoet, ookgeïncludeerd moet worden. Het aantal inclusies in het afgelopen jaarwederom gestegen, maar de snelheid van de groei neemt af. Om devolledige effectiviteit van de Levensloopaanpak te benutten, moeten debenodigde randvoorwaarden op orde zijn. Zoals hierboven beschreven, ispassende en stabiele huisvesting essentieel. Het gebrek hiervan raakt ookhet rendement van de Levensloopaanpak. Door middel van de maatre-gelen in de Werkagenda, zoals de bovengenoemde maatregel 6 en denoodzakelijke samenwerking met het Ministerie van VRO, proberen wedeze plekken te realiseren. Maar dit is niet op korte termijn geregeld. Wemoeten daarom in deze fase kiezen voor de kwaliteit van de aanpak enniet de kwantiteit. Vanzelfsprekend blijven we ons onverminderd inzettenom belemmeringen voor groei weg te nemen.Cliënten in de Levensloopaanpak met een (mogelijke) Wlz-indicatieSpecifiek voor levensloopcliënten met een Wlz-indicatie is een aantalknelpunten gesignaleerd. Het komt bijvoorbeeld voor dat er onduide-lijkheid is over welke gegevens gedeeld mogen worden wanneer eenpersoon in Levensloopaanpak is geïncludeerd (en dus bekend is bij hetZorg- en Veiligheidshuis) en een Wlz-indicatie heeft. Met partijen wordtgewerkt aan een factsheet over dit onderwerp om de gegevensdelingtussen bijvoorbeeld zorgkantoren en de organisaties binnen het Zorg- enVeiligheidshuis te verbeteren, aangezien de dit jaar in werking getredenWet gegevensdeling samenwerkingsverbanden hier ruimte voor biedt.Ook wordt gekeken naar de indicatiestelling voor de Wlz voor Levensloop-cliënten, omdat het beeld is dat personen die in aanmerking komen voorde Levensloopaanpak vaak levenslang 24 uurszorg en ondersteuning innabijheid nodig hebben. Momenteel lukt het niet altijd om een Wlzaanvraag succesvol te doorlopen, terwijl de verwachting is dat debetreffende cliënt zich zorginhoudelijk kwalificeert voor zorg vanuit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1127 Wlz. De doelgroep is vaak zorgmijdend en/of dakloos, wat de aanvraag-procedure bij het CIZ in de weg kan staan. Er is regelmatig afstemmingtussen de levensloopambassadeur en het CIZ over het indicatieproces,waarbij gekeken wordt welke knelpunten hierbij optreden en hoe dezeaangepakt kunnen worden.5. Er komt nieuw zorgaanbod met langdurig klinischeverblijfsplekken – Salviq (maatregel 3) Voor een specifieke groep personen met complexe (gedrags-)proble-matiek en teamontwrichtend gedrag (waarbij vaak noodzaak is tot(relationele) beveiliging) is het nodig om nieuw aanbod te creëren. Ditnieuwe aanbod krijgt de merknaam Salviq. Naar schatting gaat het omruim 60 cliënten waarvoor het huidige aanbod niet toereikend is.16 Er issamen met vertegenwoordigers uit het veld nader uitgewerkt wat er nodigis om dit mogelijk te maken. Er is een landelijke stuurgroep met delandelijk projectleider, VGN, de Nederlandse ggz, ZN, DJI, NZa en VWSom zo snel mogelijk te starten met de realisatie. Inmiddels hebbenzorgkantoren Salviq opgenomen in hun inkoopbeleid voor komend jaar,zijn er twee seminars gegeven om geïnteresseerden zo goed mogelijk teinformeren, is er een film gemaakt om dit nieuwe zorgaanbod ook visueeltoe te lichten en is er een informatiemap17 opgesteld die door deNederlandse ggz en VGN onder de aandacht is gebracht bij hun leden.Momenteel lopen gesprekken tussen zorgkantoren en een aantalzorgaanbieders. Hierbij zijn de nodige uitdagingen, zoals het vinden vangeschikt personeel en geschikte huisvesting (nieuwbouw duurt lang,bestaande bouw moet vrijgemaakt worden). Het streven is om landelijk 30plaatsen in de loop van 2026 in gebruik te nemen oplopend naar 60plaatsen in 2027, verdeeld over een beperkt aantal locaties.Tot slotDe Werkagenda is een levend document, de maatregelen moeten passenbij de knelpunten die worden ervaren in de samenleving. Daarom komende departementen en de meest betrokken ketenpartners periodiek bijelkaar voor herijking van de maatregelen met bijbehorende acties. Ookwordt nauw afgestemd met de werkagenda «Een betekenisvol leven meteen langdurige psychische aandoening», het actieplan «Passende zorgvoor dakloze mensen met een Wlz-indicatie» en wordt lering getrokken uitrelevante (incidenten)rapporten, zoals het Interdepartementaal Beleidson-derzoek Mentale Gezondheid en GGZ.Zoals eerder genoemd, is het vraagstuk veelomvattend en vergt het veeltijd en inzet van de betrokken organisaties om dit aan te pakken. Wewaarderen de manier waarop zij met grote bevlogenheid bijdragen aanoplossingen. Mede hierdoor zijn wij extra gemotiveerd om door middelvan deze Werkagenda een verschil te maken voor hen die tussen wal enschip raakt en te werken aan een veiliger Nederland.16Significant Public (2023), Langdurig Klinisch Wonen, een onderzoek naar een woonvoor-ziening met beveiliging voor mensen die nu nergens voor langere tijd terecht kunnen.17https://www.vgn.nl/achtergrond/salviq-langdurig-klinisch-wonen-een-informatiemapTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1128 We streven er naar uw Kamer jaarlijks te informeren over de laatsteontwikkelingen omtrent de Werkagenda.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. TielenDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 1129 STAND VAN ZAKEN PER MAATREGELDe maatregelen laten zich indelen op basis van drie overkoepelendedoelen: 1) verbeteren van de overgang tussen verschillende stelsels,2) voldoende passend(e) behandelinhoud en behandelaanbod en3) voldoende capaciteit. In de afbeelding wordt dit schematisch weerge-geven. Hierna volgt een inhoudelijke samenvatting met de voortgang permaatregel onder deze overkoepelende doelen.2.1 Verbeteren van de overgang tussen verschillende stelsels Het is belangrijk om een cliënt met verward en/of onbegrepen gedraggoed in beeld te hebben en te houden bij (zorg)instanties. Cliënten blijvenniet altijd op dezelfde plek. Cliënten die doorstromen, bijvoorbeeld naareen plek met een lager beveiligingsniveau, moeten goed kunnen wordenovergedragen. Dat geldt ook bij uitstroom naar bijvoorbeeld gemeenten.Deze overgangen worden verbeterd in de wet (maatregel 1), bij deuitstroom vanuit de forensische zorg naar gemeenten (maatregel 4), bij deuitstroom vanuit beveiligde zorg naar wonen en begeleiding (maatregel 6)en door de implementatie van de Levensloopaanpak (maatregel 5).Maatregel 1: Verbetering aansluiting wettelijke kadersDe Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg endwang (Wzd) regelen de procedures ten aanzien van gedwongen zorg ende rechtsbescherming van mensen die daarmee te maken krijgen. Opbasis van artikel 2.3 Wfz kan de strafrechter in het strafproces eencivielrechtelijke (Wvggz- of Wzd-)machtiging voor gedwongen zorg ofopname afgeven. De in maatregel 1 voorgenomen wijzigingen omtrentartikel 2.3 Wfz, zoals het afschaffen van het toestemmingsvereiste van deMinister van Justitie en Veiligheid bij verlof en ontslag, zijn grotendeelsopgenomen in het wetsvoorstel Evaluatiewet Wvggz en Wzd. Daarnaast isin dit wetsvoorstel een wijziging opgenomen ten aanzien van de ambts-halve procedure. Op dit moment worden de reacties verwerkt op de(internet)consultatie die dit voorjaar heeft plaatsgevonden. Nadat ook delaatste toetsen, zoals die van het Adviescollege Toetsing Regeldruk zijnontvangen en verwerkt, is de volgende stap in dit traject de adviseringdoor de Raad van State. Ten slotte zijn de eerder geconstateerde barrièresin de informatie-uitwisseling inmiddels deels weggenomen, doordat op1 juli jl. een wettelijke bepaling inwerking is getreden die het mogelijkmaakt voor forensische zorgaanbieders om bijzondere persoonsgegevenste verstrekken aan de partijen die een wettelijke taak hebben bij devoorbereiding en uitvoering van een zorgmachtiging of rechterlijkemachtiging.18 In de Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b. is ooknog een grondslag voor de verbetering van informatie-uitwisseling18artikel 2.5, tweede en derde lid WfzBIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 11210 opgenomen. Naast deze verbetering van de zorgwetten, wordt er ookgewerkt aan een nieuwe zorgmaatregel in het strafrecht. De laatste standvan zaken over deze nieuw maatregel is in de hoofdbrief toegelicht.Maatregel 4: Samenwerking forensische zorg en gemeentenEr ontbreken structurele afspraken over de continuïteit van zorg enondersteuning op de vijf levensdomeinen (wonen, werk/dagbesteding,inkomen, zorg en netwerk) na afloop van een forensische titel. Ditbemoeilijkt re-integratie en verhoogt daarmee de kans op recidive. JenV,VWS, VNG, DJI, 3RO en de zorgaanbieders werken samen aan eengestructureerd proces voor re-integratiebegeleiding. Het doel is om tijdigte regelen dat er voor hen die dat nodig hebben goed afgestemdebegeleiding en ondersteuning op alle levensdomeinen (wonen, zorg,inkomen, werk, etc.) komt. Dit beoogd proces helpt professionals in hetveld bij het «warm» overdragen tussen de verschillende stelsels, zodatnieuwe begeleiders goed op de hoogte zijn van de voorgeschiedenis vanhun cliënten en daarmee beter ingeschat kan worden wat nodig is voorhen. De werkgroep heeft de voorwaarden voor dit proces geïnventari-seerd en werkt in de komende periode aan de invulling van dezevoorwaarden en daarmee aan de mogelijkheid om het proces te imple-menteren. Een van de belangrijkste voorwaarden is bijvoorbeeld eengrondslag voor relevante gegevensdeling tussen zorginstellingen engemeenten. Daarnaast wordt er gewerkt aan een model voor een zorg- enre-integratieplan, aansluiting bij het Bestuurlijk Akkoord Nazorgex-gedetineerden en een werkwijze voor bovenregionale plaatsing. Om degevolgen voor de betrokken organisaties en de burgers in kaart te krijgen,worden uitvoeringstoetsen uitgevoerd en op basis daarvan afsprakenvoor implementatie gemaakt.Maatregel 5: Verdere implementatie van de LevensloopaanpakDe laatste stand van zaken rondom de implementatie van de Levensloop-aanpak is in de hoofdbrief aan bod gekomen.Maatregel 6: Verbetering beveiligde zorg en wonen en begeleidingDe uitdaging rondom wonen is in de hoofdbrief aan bod gekomen.Overkoepelend: Stappenplan RegelhulpIn het traject «Samenwerken bij complexe casuïstiek», versterkt hetMinisterie van VWS met zorgaanbieders, zorgkantoren, cliënten, hunnaasten en cliëntondersteuners de samenwerking rond complexezorgvragen in de praktijk. Onderdeel van dit traject is een beschrijving vande route «van forensische zorg naar reguliere zorg»19. Dit stappenplan kanhelpen om de overgang van de forensische zorg naar de reguliere zorg zogoed mogelijk te laten verlopen. Momenteel wordt de informatie in depraktijk getoetst en verder aangescherpt.2.2 Voldoende passend(e) behandelinhoud en behandelaanbod Voor mensen die in zorg zijn, is het belangrijk dat zij zo goed mogelijkgeholpen worden. Oftewel: behandelinhoud en behandelaanbod moetenaansluiten op de hulpvraag. De reguliere zorg en de forensische zorg voorpersonen met een civielrechtelijk titel (of vrijwillig kader) kent eengedeelde verantwoordelijkheid voor het waarborgen hiervan. Zo zijnzorgverzekeraars en zorgkantoren verantwoordelijk voor het organiseren19https://www.regelhulp.nl/complexe-zorgvragen/routes/forensisch-reguliere-zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 11211 van voldoende passend aanbod voor verzekerden en zorgaanbieders voorhet daadwerkelijk leveren van zorg. De NZa houdt in dit stelsel toezicht openerzijds goed bestuur en professionele bedrijfsvoering en anderzijdstransparantie. Voor de forensische zorg voor als onderdeel van eenstrafrechtelijke titel geldt dat deze zorg wordt ingekocht door DJI, hetgeenvalt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie enVeiligheid. Op dit moment wordt landelijk gewerkt aan het oplossen vanknelpunten ter verbetering van een dekkend zorglandschap door hetverbeteren van samenhangende zorg tussen reguliere en forensische zorg(maatregel 2), creëren langdurig klinisch wonen met verblijf (maatregel 3),verbeteren behandelinhoud vrouwen (maatregel 7) en doorstroommoge-lijkheden na plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) (maatregel 8).Maatregel 2: Verbeteren van samenhangende zorg tussen reguliere enforensische zorgmet inbegrip van geestelijke gezondheidszorg,gehandi-capten zorg en beschermd wonen. De laatste stand van zaken rondom hetverbeteren van samenhangende zorg is in de hoofdbrief aan bodgekomen.Maatregel 3: Creëren langdurig klinisch wonen en verblijf. De laatste standvan zaken rondom het creëren van langdurig klinisch wonen en verblijf isin de hoofdbrief aan bod gekomen.Maatregel 7: Verbeteren behandelaanbod specifieke doelgroep vrouwen.Voor een specifieke doelgroep vrouwen met ernstige meervoudigeproblematiek, ontwrichtend en onveilig gedrag voor zichzelf en hunomgeving is er onvoldoende passend behandelaanbod. Zorgprofessionalshebben samen met de Nederlandse ggz op basis van casuïstiek verbeter-voorstellen gedaan, zie bijlage 2. Deze verbetervoorstellen wordenmeegenomen de te maken trajectafspraken tussen zorgaanbieders enfinanciers in de pilotregio’s zoals omgeschreven in de hoofdbrief onderkop 2. Separaat wordt bezien welke landelijke randvoorwaarden enafspraken nodig zijn om dit behandelaanbod te kunnen realiseren.Maatregel 8: Verbeteren doorstroommogelijkheden na PIJ.De bereikbaarheid en toegankelijkheid van woon- en behandelaanbod naeen plaatsing in een instelling voor justitiële jeugd (PIJ-maatregel) moetworden versterkt. Dit verbetert de doorstroom en beperkt de kans oprecidive. Er is een aan de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbe-scherming gevraagd om een advies op te stellen. Dit advies is25 september 2025 gepubliceerd en aan de Tweede Kamer aangeboden.20De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid streeft ernaar in eenseparate brief uw Kamer voor de zomer 2026 zijn beleidsreactie te sturen.2.3 Voldoende capaciteit De capaciteit van voorzieningen staat onder druk. Dit geldt in de regulierezorg en in de forensische zorg. Over de aanpak van wachtlijsten in degeestelijke gezondheidszorg is uw Kamer eerder dit jaar per briefgeïnformeerd.21 Over de capaciteitsproblematiek binnen de forensischezorg heeft uw Kamer op 30 juni 2025 een voortgangsbrief ontvangen.22Aanvullend werken we aan voldoende capaciteit op alle beveiligingsni-veaus (maatregel 9), regiospreiding beveiligde bedden (maatregel 10) enhet bevorderen van de doorstroom naar de Wlz (maatregel 11).20Kamerstuk 24 587, nr. 1069.21Kamerstuk 25 424, nr. 731.22Kamerstuk 33 628, nr. 110.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 11212 Maatregel 9: Voldoende capaciteit op alle beveiligingsniveaus. Doel vandeze maatregel is om te komen tot voldoende plekken op alle beveiliging-sniveaus. Daarvoor is het eerst nodig om inzicht te krijgen in de huidigesituatie. Daarom wordt door de departementen in samenwerking met debetrokken ketenpartners onderzocht hoeveel cliënten op een forensischezorgplek23 zitten, terwijl dat niet passend is, wat de reden daarvan is enwat voor plek dan wel passend zou zijn. Hierdoor ontstaat inzicht waar hetaanbod tekortschiet of ontbreekt zodat daar vervolgens gerichte maatre-gelen opgenomen kunnen worden. Dit onderzoek wordt momenteelopgestart en de resultaten hiervan worden in het najaar van 2026verwacht.Maatregel 10: Regiospreiding beveiligde bedden niveau 2. Het isbelangrijk dat mensen intramurale reguliere zorg zoveel als mogelijk inhun eigen regio kunnen ontvangen om onder meer het eigen netwerk tebehouden en de doorstroom richting lokale voorzieningen te bevorderen.Voor zorg op beveiligingsniveau 2 is dat op dit moment niet mogelijk in deprovincies Zeeland en Flevoland. Via onder meer het Integraal Zorgak-koord (IZA) en de regionale overlegtafels van de cruciale ggz wordt samenmet veldpartijen gewerkt om dit te verbeteren. Zo legt elke regio op grondvan de zorgvraag en regionale wachtlijsten de puzzel over welk aanbodnodig is. Waar dit op basis van de zorgvraag een probleem vormt, kan debetreffende regiotafel cruciale ggz dit agenderen bij de landelijke tafelcruciale ggz (Zorginstituut Nederland). De landelijke tafel adviseert overoplossingen voor knelpunten die regio’s zelf niet kunnen oplossen. Bijdeze Kamerbrief wordt het rapport dataset cruciale ggz gepubliceerd(KPMG). In dit rapport zijn aandachtspunten geformuleerd rondom hetontsluiten van informatie in een regio over cruciale zorgvraag en daarbijbenodigde zorgaanbod.Maatregel 11: Bevorderen doorstroom naar Wlz. Het doel van dezemaatregel is het verbeteren van de doorstroom van Wlz-cliënten met eencomplexe zorgvraag (met verstandelijke beperking, ggz of combiproble-matiek) en vaak ook een behoefte aan een vorm van (relationele)beveiliging. Deze cliënten kunnen op dit moment vaak niet in- ofdoorstromen naar een passende plek in het zorgaanbod met eenWlz-indicatie. Momenteel wordt in een aantal regio’s concreet gekekennaar wat er in de praktijk nodig is en wat en mogelijke oplossingen voorde plaatsingsproblematiek. Hierbij wordt aangesloten bij lopendeinitiatieven in de regio, zoals de pilot Duurzaam Verblijf Levensloopaanpakin regio Haaglanden waar beschermd wonen, forensische zorg enreguliere zorg samen naar passende plekken zoeken. Het doel is om totconcrete oplossingen te komen en knelpunten richting de departementente kunnen opschalen. Daarnaast spreken zorgkantoren, ZN en delevensloopambassadeurs elkaar over het ontbrekende aanbod voorlevensloopcliënten met een Wlz-indicatie om te zien wat nodig is omlandelijk te komen tot passende plekken.23Dit betreffen zowel forensische zorgplekken voor cliënten met een strafrechtelijke titel(hetgeen onder de Wfz valt), als voor cliënten zonder strafrechtelijke titel (hetgeen onder eenvan de zorgwetten valt).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 628, nr. 11213

Bron, video en gesprek →