KamerkringInloggen
Renilde Huizenga

Officieel Kamerprofiel

Renilde Huizenga

D66 →
0debatten
144bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
16 jun 2026 · Kamerstuk

2026D30027INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGBinnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebbenverschillende fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor teleggen aan het kabinet over de geannoteerde agenda van de Milieuraadvan 25 juni 2026 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1033), het verslag van deMilieuraad van 17 maart 2026 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1030), de reactieop het verzoek het lid Kostic, gedaan tijdens het tweeminutendebat op12 maart 2026 over de Milieuraad van 17 maart inzake klimaat enbiodiversiteit (Kamerstuk 2 501-08, nr. 1028), het verslag van een politiekedialoog over de herziening van de REACH-verordening inzake chemischestoffen (Kamerstuk 34 463, nr. 9), de reactie op het verzoek van decommissie over de herziening van de REACH-verordening (Kamerstuk22 112, nr. 4311) en de stand van zaken van de onderhandelingen over deEU-Milieuomnibus en geplande nationale quickscan (Kamerstuk 22 112,nr. 4362).Voorzitter van de commissie,HuizengaAdjunct-griffier van de commissie,Van der Graaf nds-tk-2026D300271 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties InhoudsopgaveInleidingD66-fractieVVD-fractiePRO-fractieCDA-fractiePartij voor de Dieren-fractie InleidingDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de Milieuraad van 25 juni 2026 en debijbehorende stukken. Zij hebben naar aanleiding hiervan een aantalvragen en opmerkingen.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerdeagenda voor de Milieuraad van 25 juni 2026 en hebben hierover nogenkele vragen.De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de stukken enhebben hier nog vragen en opmerkingen bij.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de onderlig-gende stukken voor de Milieuraad op 25 juni 2026 en hebben daaroverenkele vragen.De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben, gezien de aanko-mende Milieuraad, nog enkele vragen over de Milieuomnibus, REACH,PFAS en biodiversiteit.D66-fractieDe leden van de D66-fractie onderschrijven het belang van een ambitieuzeaanpak van biodiversiteitsverlies en de koppeling die in de agenda wordtgemaakt met economische en financiële risico’s. Deze leden zijn vanmening dat een systeem op basis van natuurkredieten kan bijdragen aanmarktgestuurd natuurherstel, zoals het Emissions Trading System (ETS),dat succesvol is geweest voor CO2-uitstoot. Kan de Minister van LVVNtoelichten wat de concrete bijdrage van Nederland zal zijn op dit punt?Wanneer wordt hier een concreet voorstel op verwacht?De leden van de D66-fractie lezen over de beslissing van de EuropeseCommissie om de herziening van de wettekst van REACH niet door tezetten en in plaats daarvan uitsluitend wijzigingen via comitologie na testreven. Deze leden vragen hoe deze beslissing zich verhoudt tot hetaangekondigde PFAS-verbod. Wanneer wordt dit verbod uiterlijkverwacht? Deze leden vragen tevens of de Staatssecretaris dezeMilieuraad zal benutten om wederom snelheid te betogen voor hetEuropese PFAS-verbod. En hoe borgt de Staatssecretaris dat vereenvou-diging van REACH niet leidt tot een verlaging van het beschermings-niveau voor mens en milieu? Kan de Staatssecretaris concreet makenwelke verbeteringen zij nastreeft in het gesprek met de Commissie engelijkgestemde lidstaten, en welke minimumwaarborgen zij daarbijhanteert? Deze leden wijzen erop dat bescherming tegen gevaarlijkestoffen, waaronder PFAS en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), juist2 versterking behoeft en dat vereenvoudiging in dit licht met grotezorgvuldigheid moet worden benaderd.De leden van de D66-fractie vragen ten aanzien van de EU-Milieuomnibusaan de Staatssecretaris wanneer de toegezegde nationale quickscan naarde Kamer wordt gestuurd en of deze tijdig beschikbaar is om serieusmeegenomen te worden in de Raadsonderhandelingen. Zij benadrukkendat de quickscan niet slechts een inventarisatie van administratieve lastenmag zijn, maar dat ook de effecten op milieu en volksgezondheidvolwaardig moeten worden beoordeeld. Kan de Staatssecretaris beves-tigen dat dit in de opdrachtverlening is geborgd? Deze leden zijn voortsbezorgd over de signalen dat een groep lidstaten de reikwijdte van deMilieuomnibus wil verbreden. Zij vragen de Staatssecretaris hoe zij zichverhoudt tot deze druk en of zij bereid is actief weerstand te bieden alsverbreding ten koste gaat van de bestaande milieubescherming.VVD-fractieCO2-emissienormen voor personen- en bestelauto’sDe leden van de VVD-fractie lezen dat er nog discussie bestaat over ondermeer de definitie van zero-emissievoertuigen en de aanscherping van de«utility»-factor voor plug-in hybride voertuigen. Tevens constateren dezeleden dat Nederland samen met zes andere lidstaten een non-paper heeftondertekend waarin wordt gepleit voor het behoud van een duidelijkeprikkel richting elektrificatie. Kan de Staatssecretaris nader ingaan op hethuidige krachtenveld rondom deze discussiepunten? Welke lidstatenzetten in op het verruimen van de definitie van zero-emissievoertuigen enhet niet aanscherpen van de «utility»-factor, en hoe schat de Staatssecre-taris de kans in dat deze voorstellen uiteindelijk onderdeel worden van deRaadspositie?WaterweerbaarheidsstrategieDe leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een toekomst-bestendige Europese aanpak van waterbeschikbaarheid en watervei-ligheid. Tegelijkertijd lezen deze leden dat Nederland zich inzet voor eenefficiënte uitwerking van de strategie met aandacht voor het beperken vanregeldruk. Kan de Minister aangeven of binnen de verdere uitwerking vande Europese Waterweerbaarheidsstrategie voorstellen in voorbereidingzijn die kunnen leiden tot aanvullende rapportage-, monitorings- ofverantwoordingsverplichtingen voor lidstaten, bedrijven of waterbe-heerders? Zo ja, hoe beoordeelt de Minister deze voorstellen?Biodiversiteit, bedrijfsleven en concurrentievermogenDe leden van de VVD-fractie lezen over de ontwikkeling van natuurkre-dieten als mogelijk instrument om private investeringen in natuurherstelte stimuleren. Kan de Minister van LVVN nader uiteenzetten hoe wordtvoorkomen dat dergelijke systemen leiden tot extra administratieve lastenvoor ondernemers, grondeigenaren en financiële instellingen?Toekomst van REACHDe leden van de VVD-fractie constateren dat de Europese Commissieheeft aangegeven geen herziening van de REACH-verordening zelf voor testellen, maar uitsluitend te kijken naar aanpassingen van de bijlagen viacomitologie. Kan de Staatssecretaris aangeven welke verbeteringen dieNederland eerder heeft bepleit, hierdoor niet langer realiseerbaar lijken?Welke belangrijke knelpunten in de huidige uitvoering van REACH kunnen3 volgens de Staatssecretaris uitsluitend worden opgelost door wijzigingenvan de verordening zelf? Daarnaast lezen deze leden dat de Staatssecre-taris mogelijkheden verkent om handhaving en toezicht op REACH teverbeteren, eventueel via andere wetgevingsinitiatieven. Kan zij nadertoelichten aan welke mogelijkheden hierbij wordt gedacht, in hetbijzonder ten aanzien van geïmporteerde producten van buiten deEuropese Unie?Deze leden vragen voorts hoe de Staatssecretaris zich ervoor inzet datvereenvoudiging van REACH daadwerkelijk leidt tot minder administra-tieve lasten en snellere procedures voor bedrijven.PRO-fractieDe leden van de PRO-fractie maken zich zorgen over de ondermijning vande CO2-afspraken en elektrificatiedoelen van personen- en bestelauto’s.Vertraging van de elektrificatie en brandstoftransitie is zeer nadelig voorhet klimaat en de luchtkwaliteit, vergroot onze olieafhankelijkheid met allestrategische en geopolitieke nadelen van dien en is desastreus voor deEuropese auto-industrie op de langere termijn. Deze leden dringen eropaan dat Nederland blijft inzetten op behoud van de CO2- en elektrificatie-doelen voor wegmobiliteit.De leden van de PRO-fractie hechten net als het kabinet veel waarde aaneen goede waterweerbaarheidsstrategie. Deze leden hebben metinteresse de kabinetsinzet gelezen. Graag ontvangen deze leden eennadere toelichting van de Minister wat de inzet in Europees verbandconcreet heeft opgeleverd tot nu toe. Wat hebben de gesprekken binnende riviercommissies concreet opgeleverd? En wat heeft de nationalecampagne voor drinkwaterbesparing tot nu toe opgeleverd? Is de Ministerhier tevreden over of is extra inzet hierin gewenst? Wat betekent hetadresseren van PFAS precies voor de verdere implementatie van deKaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Prioritaire stoffen en de Grondwa-terrichtlijn? En welke afspraken heeft Nederland precies met buurlandenover de aanpak van PFAS in het grensoverschrijdende water?De leden van de PRO-fractie hebben ook nog enkele specifieke vragenover de KRW. Allereerst de vraag of de Minister de conclusie deelt dat bijeen verlaging van het beschermingsniveau van de KRW de maatschappe-lijke kosten, zoals hogere drinkwaterzuiveringskosten, biodiversiteits-verlies en gezondheidsschade, uiteindelijk bij burgers en belastingbetalersterechtkomen. Deze leden constateren dat uit de call for evidence, uitsignalen vanuit het Europees Parlement en uit de standpunten van ondermeer Frankrijk, Zweden en Nederland zelf brede weerstand tegenherziening van de KRW blijkt. Welke noodzaak ziet het kabinet nog om aandit traject mee te werken? Deelt de Minister de mening dat een gebrek aanuitvoering en kwalitatief goede milieubeoordelingen van de KRW, niethetzelfde is als een probleem met de wetgeving zelf? Zo nee, waaromniet? En onderschrijft de Minister het belang van behoud van het«one-out, all-out»-principe, de resultaatsverplichting van de richtlijn, dedeadline van 2027 en het het «non-deterioration»-principe? Zo nee,waarom niet?De leden van de PRO-fractie vragen voorts of de Minister dezelfde lijnhanteert bij de KRW als bij de Food & Feed Safety Omnibus, waarbij deKamer heeft aangegeven dat voorstellen die het beschermingsniveauverlagen niet zonder meer gesteund mogen worden. En kan de Ministertoezeggen dat Nederland niet instemt met een Commissievoorstel, zolangonvoldoende in kaart is gebracht wat de gevolgen zijn voor milieu, natuur-en gezondheidsbescherming? Kan hij toezeggen dat de Kamer vooraf-gaand aan een definitief beslismoment over een KRW-herziening wordt4 geïnformeerd en dat tot die tijd geen onomkeerbare stappen wordengezet? Zo nee, waarom niet? En kan hij tot slot op dit punt uitleggenwaarom er een proces is opgestart om een wet open te breken waarvande Europese Commissie zelf zegt dat die voldoende flexibel is, terwijlvrijwel niemand om die herziening vraagt, behalve een deel van demijnbouwsector?De leden van de PRO-fractie lezen verder dat vrijwel alle lidstaten depublicatie van de strategie verwelkomden en dat er eensgezindheid wasover de aandacht voor waterbeschikbaarheid. Daarover past uiteraardtevredenheid. De vraag die dit bij de aan het woord zijnde leden oproept,is wat de inwoners van de EU en meer in het bijzonder Nederland hierconcreet van gaan merken de komende tijd. En wat gaat, zo vragen dezeleden, de Minister doen met de resolutie van het Europees Parlementwaaruit meer ambitie spreekt dan uit de uiteindelijk door de EuropeseCommissie gepresenteerde strategie? Gaat hij in lijn met deze resolutiezich ook inzetten voor steviger waterweerbaarheid? Zo nee, waarom niet?En tot slot ontvangen deze leden graag een verwachte planning vanrelevante toekomstige momenten op het Europees waterweerbaarheids-beleid.De leden van de PRO-fractie zijn teleurgesteld dat het ambitieniveau omde REACH-verordening te moderniseren en aan te scherpen zo laag wasdat het inmiddels is gedegradeerd tot een comitologieproces. Deze ledenvragen om meer toelichting hoe hier desondanks democratisch gelegiti-meerde participatie op mogelijk is. Wat is nu wél de inzet? Of is het debedoeling om vooral de chemische industrie te ontzien in plaats van mensen milieu?De leden van de PRO-fractie vragen de Staatssecretaris om nationaal enEuropees in te zetten op een generiek productieverbod van PFAS. Omdatdit persistente stoffen zijn, is dat de enige optie. Deze leden erkennen dater handige toepassingen zijn, maar de mensheid heeft het millennia langzonder gedaan. De zeer beperkte toepassingen voor bijvoorbeeldlevensreddende geneesmiddelen waar nog geen alternatieven voor zijn,kunnen desnoods een tijdelijke uitzondering krijgen. Voor alle anderetoepassingen zijn dezelfde alternatieven beschikbaar die we hadden voorde uitvinding van PFAS. Dus wachten tot de chemische industrie eenalternatief product gevonden heeft dat ze met evenveel winst kanverkopen, is onnodig voor een verbod. Bovendien verwachten deze ledendat juist een verbod de industrie zal stimuleren om alternatieven tevinden. De aankondiging van de Commissie om vooral het gebruik inconsumentenproducten te beperken is wat deze leden betreft dan ook deverkeerde insteek. Deelt de Staatssecretaris dit uitgangspunt? Het is dePFAS-productie, niet de verwerking tot consumentenproducten, die moetworden verboden. Juist ook de toepassing in industrie en landbouw moetworden aangepakt. Alleen een productieverbod voorkomt verdereophoping in het milieu en dus blootstelling van mensen aan PFAS viawater en voedsel.De leden van de PRO-fractie hebben verder enkele vragen over deMilieuomnibus en de verdere afzwakking van het beschermingsniveau ende democratische controle. Gaat de Staatssecretaris zich inzetten dat hetproces en de uitkomst niet strijdig zijn met het verdrag van Aarhus? Dattransparantie en democratische controle gegarandeerd zijn? Hoe wordende milieu, natuur-, en gezondheidsorganisaties betrokken bij het proces?Of laten we nu de vervuilers de regels herzien, zonder toezicht? En watgaat Nederland doen, als blijkt dat het beschermingsniveau zoalsgevreesd daalt, in plaats van stijgt? Wordt de uitkomst aan de Kamervoorgelegd?5 CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie lezen in de brief over de onderhandelingeninzake de EU-Milieuomnibus en de geplande nationale quickscan dat erslechts een korte periode zit tussen de oplevering van deze quickscan eneen mogelijke afronding van de onderhandelingen in het najaar. Daarmeezou er nog wel voldoende tijd zijn om de uitkomsten van de quickscanmee te nemen. Deze leden vragen de Staatssecretaris waar zij dezeinschatting op baseert. Kan de Staatssecretaris concreet uiteenzetten hoehet verdere tijdpad eruitziet en op welke momenten de uitkomsten van dequickscan nog kunnen doorwerken in de Nederlandse inzet en deonderhandelingen? Deze leden vragen de Staatssecretaris om tebevestigen dat de Nederlandse inzet gericht zal zijn op vereenvoudigingvan regelgeving, zonder afbreuk te doen aan het niveau van milieube-scherming en de bestaande duurzaamheidsambities.De leden van de CDA-fractie constateren ten aanzien van de uitgebreideproducentenverantwoordelijkheid (UPV) dat dit instrument in de praktijkgoed functioneert. Deze leden vragen welke (compromis)voorstellenmomenteel op tafel liggen op dit punt. Hoe zet de Minister zich ervoor indat de UPV wordt behouden, versterkt en waar mogelijk uitgebreid naaraanvullende productgroepen?De leden van de CDA-fractie merken op dat goede inzameling enhergebruik van batterijen belangrijk is voor het toewerken naar eencirculaire economie. Deze leden vragen de Minister in dit kader of zijmogelijkheden ziet om op Europees niveau een heffing op nieuwe,niet-herbruikbare batterijen te agenderen. Kan zij daarbij aangeven inhoeverre een dergelijke maatregel volgens haar kan bijdragen aan hetstimuleren van hergebruik, reparatie en hoogwaardige inzameling vanbatterijen?Partij voor de Dieren-fractieMilieuomnibusDe leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben eerder aangegevendat zij zich grote zorgen maken om de Milieuomnibus waarin milieuregelsworden afgezwakt. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrap-portage (Commissie mer) heeft op verzoek van de Tweede Kamer eenposition paper geschreven1 over de Milieuomnibus waarin ze concludeertdat de Milieuomnibus grote risico’s voor de bescherming van ons milieumet zich meebrengt. De Commissie mer beschrijft expliciet dat «beperktermilieuonderzoek bij «wijzigingen en uitbreidingen van bestaandeprojecten» leidt tot een lager milieubeschermingsniveau: voor het milieuin brede zin, maar specifiek ook voor Natura 2000-gebieden.» Ookbetwijfelt de Commissie mer sterk of de besluitvorming en het milieu-belang met de voorstellen gediend zijn, omdat juist wanneer je aan devoorkant knelpunten signaleert, je achteraf problemen voorkomt. Kan deStaatssecretaris op alle risico’s die de Commissie mer aanhaalt reflec-teren? En kan zij toelichten hoe zij gaat borgen dat deze risico’s geenwerkelijkheid worden? Kan de Staatssecretaris daarnaast toezeggen deresultaten van het onderzoek van de Commissie mer te delen met haarEuropese collega’s tijdens de volgende Milieuraad?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretariskan toezeggen dat zij niet vóór de Milieuomnibus stemt, als blijkt dat dezeinderdaad leidt tot een lager beschermingsniveau? Zo nee, hoe rijmt de1https://www.commissiemer.nl/nieuws/position-paper-commissie-over-milieu-omnibus/6 Staatssecretaris dit met het uitvoeren van de aangenomen motie-Kostic´(Kamerstuk 22 112, nr. 4328)? Is de Staatssecretaris van mening dat(onderdelen van) de Milieuomnibus in strijd is of zou kunnen zijn met hetVerdrag van Aarhus? Zo ja, op welke onderdelen?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen ook waarom deStaatssecretaris ervoor heeft gekozen om in de nationale quickscan hetbedrijfsleven expliciet mee te nemen, gezien de zorgen voor afzwakkingduidelijk liggen bij bescherming van ons milieu, en juist niet bij debescherming van de kortetermijnwinsten van bedrijven. Ook vragen dezeleden of de Staatssecretaris kan toezeggen dat, net als bij de «food & feedsecurity»-omnibus, de Milieuomnibus aan de Kamer wordt voorgelegdvoorafgaand aan een definitief beslismoment, en dat zij voor die tijd geenonomkeerbare stappen neemt.REACHDe leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretariskan toezeggen dat zij tijdens het informele «REACH-up»-overleg dat zijgaat initiëren, ook het onderwerp PFAS in pesticiden zal bespreken, enuitvraagt of en, zo ja, hoe collega’s deze giftige stoffen in hun voedselnationaal gaan verminderen en uitbannen. En kan ze toezeggen dat ze zalverkennen of er interesse is om een Europese kopgroep te starten om inEuropa te gaan pleiten voor een Europees verbod op PFAS in pesticiden?Is de Staatssecretaris daarnaast bereid om tijdens het «REACHup»-overleg een (online of fysieke) afspraak te maken tussen de Staatsse-cretaris, de Minister van LVVN, en de Deense Ministers verantwoordelijkvoor milieu en pesticiden, om te leren van het Deense PFAS-verbod?Specifiek om te leren hoe lang het heeft geduurd om van idee totinvoering te gaan en of en, zo ja, welke positieve effecten al merkbaarzijn? Zo ja, kan de Staatssecretaris de lessen daarna met de TweedeKamer delen? Zo nee, waarom is de Staatssecretaris hiertoe niet bereid?Kan de Staatssecretaris na de Milieuraad een overzicht sturen van landendie nationaal aanvullende maatregelen treffen om PFAS in hun leefom-geving te verminderen en, zo ja, welke landen dit zijn en welke maatre-gelen zij overwegen?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretarisinmiddels meer inzicht kan geven in het comitologieproces van REACH:wanneer gaat dit van start en welke onderwerpen zullen wordengewijzigd? Heeft de Staatssecretaris daarnaast al duidelijkheid wanneerde Europese PFAS-restrictie daadwerkelijk in zal gaan? Hoe schat deStaatssecretaris het krachtenveld in tussen de lidstaten bij de behandelingvan de PFAS-restrictie in het REACH-comité? Voorziet zij hierbij nogproblemen? Wat vindt de Staatssecretaris van de aankondiging van debetrokken Eurocommissarissen dat de restrictie voornamelijk betrekkingzal hebben op consumentenproducten, en hoe vat zij het begrip «essentialuse» in dit verband op?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat de Staatsse-cretaris wil inbrengen dat Nederland zich inzet om het aantal chemicaliënin drinkwater te verminderen. Kan de Staatssecretaris, naast verkenningenen onderzoeken, toelichten welke concrete maatregelen ze hier bedoelt?Kan de Staatssecretaris toezeggen dat zij zich tijdens de Milieuraaduitspreekt voor aansluiting bij de lidstaten die bezwaar maken tegenwijzigingen van REACH wanneer deze het huidige beschermingsniveauverminderen?7 Biodiversiteit en bedrijfslevenDe leden van de Partij voor de Dieren-fractie merken op dat een gedachte-wisseling over natuur, bedrijfsleven en concurrentievermogen op deagenda staat. Deze leden hebben daarover nog enkele vragen. Is deMinister bereid om tijdens de vergadering te pleiten voor het verbeterenvan de instandhouding van bijen en bestuivers, ten behoeve van onzevoedselzekerheid?Beaamt de Minister met de leden van de Partij voor de Dieren-fractie datnatuur veel meer waarde heeft dan enkel economische waarde? Is deMinister het eens met deze leden dat natuur waarde heeft in zichzelf endaarom alleen al het waard is om te beschermen en te versterken?Is het kabinet zich ervan bewust dat er grenzen zijn aan onze economischegroei, zoals onder andere Paul Schenderling beschrijft in zijn boek «Er isleven na de groei?» Is het kabinet bereid om ook scenario’s te besprekenop Europees niveau waarbij schadelijke sectoren voor het milieu en degezondheid economisch krimpen?De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen of de Staatssecretarisin kaart kan brengen wat de kosten zijn voor de Europese samenlevingvan het repareren van milieuschade en het adapteren aan nieuweklimaatomstandigheden als we door blijven gaan met economische groei?Tot slot, is de Staatssecretaris bereid om ervoor te pleiten dat in deEuropese besluitvorming nadrukkelijk het perspectief van het mondialeZuiden mee wordt genomen, in het bijzonder wat betreft de gevolgen vangroei, zoals klimaatverandering, uitbuiting, uitputting, vervuiling ennatuur- en milieuschade?8

Bron, video en gesprek →