Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 325Structuurvisie Nationaal Water ProgrammaNr. 14 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 1 juni 2026 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantalvragen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat overde brief van 20 maart 2026 inzake de tussentijdse beleidsevaluatieProgramma Noordzee 2022–2027 (Kamerstuk 35 325, nr. 12).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 1 juni 2026.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,HuizengaAdjunct-griffier van de commissie,Meedendorp kst-35325-14ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 141 1Hoe wordt ervoor gezorgd dat de natuurtransitie in Nederland opkoers komt, zoals dat bij de energietransitie gebeurd is?In het Noordzeeakkoord zijn belangrijke afspraken gemaakt om denatuurtransitie op koers te krijgen. In dat kader zijn verschillende stappengezet voor de natuurtransitie op de Noordzee. Zo wordt er gewerkt aanbescherming van ecologisch waardevolle gebieden door uiterlijk in 203015% van de Nederlandse Noordzee te vrijwaren van bodemberoerendevisserij. Sinds 2025 is al 7,2% van de bodem beschermd. De benodigdeEuropese procedure om tot sluiting van 13,8% te komen is in eenvergevorderde fase.Vanuit de Natuurherstelverordening zijn er ook aanvullende verplich-tingen tot 2050 om natuurherstel te garanderen. In dat kader zullen ook dekomende jaren de nodige stappen gezet worden.2Hoe wordt ervoor gezorgd dat de descriptoren van de Kader-richtlijn Mariene Strategie (KRM) voor natuur in dit ProgrammaNoordzee gehaald gaan worden?Het Programma Noordzee stuurt op ruimtelijke ontwikkeling binnen derandvoorwaarden van een gezond ecosysteem. Deze randvoorwaardenzijn vastgelegd in de Mariene Strategie deel 1 (descriptoren, criteria endrempelwaarden voor de goede milieutoestand, GMT). Het plan-MERtoetst of de milieugevolgen van het voorgenomen Programma Noordzee2028–2033 stroken met de gestelde milieudoelen en maatregelen.De Mariene Strategie deel 1 (2024–2030) laat zien dat de GMT vaak nogniet is bereikt. Daarom zijn in 2025 aanvullende, zo SMART mogelijkemilieudoelen vastgesteld, als basis voor het Programma van Maatregelen.Het KRM-Programma van Maatregelen wordt momenteel geactualiseerd(6-jaarlijkse cyclus), in samenhang met het Programma Noordzee2028–2033. Voor diverse descriptoren worden aanvullende maatregelenverkend, in aanvulling op bestaand beleid en afspraken (o.a. Noordzeeak-koord, stroomgebiedbeheerplannen, Natura 2000 en OSPAR).Het bereiken van de GMT kost tijd door omvang en duur van verstoringen,kennislacunes, benodigde beleidsintensivering en internationaleafstemming. Effecten van maatregelen worden vaak pas op langeretermijn zichtbaar. Realisatie vóór 2033 is daarom in de meeste gevallenniet haalbaar, een beeld dat breder in Europa wordt gedeeld.3Hoe komt u op basis van de figuren 2.2a en 2.2b, waarin de standvan zaken met betrekking tot de beleidsketens natuurtransitiewordt beoordeeld en de indruk wordt gewekt dat de impact«voldoende» is, maar ook de verbetering op indicatoren intabel II.4 grotendeels onduidelijk of afwezig is en de beoordelingvan «resultaten» in figuur 2.2b «onduidelijk tot onvoldoende» is,tot de conclusie dat de impact van het Programma Noordzee opde natuurtransitie voldoende is?De onderzoekers geven aan dat de in het Programma Noordzeeopgenomen maatregelen ten bate van de natuurtransitie en in debeleidstheorie omgezet in beleidsketens «voldoende» zijn, en dus zinvolzijn, resultaat opleveren en effect en impact hebben.In sommige gevallen duurt het langer voordat uitspraken gedaan kunnenworden over de resultaten van maatregelen, in ieder geval langer dan deperiode tussen het starten van de maatregel en de nu uitgevoerdeevaluatie.Of de beleidsketens in het Programma Noordzee «voldoende» zijn om deGMT te bereiken is niet beantwoord door de onderzoekers. Dit kan ookniet, want de evaluatie betrof doeltreffendheid en doelmatigheid van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 142 maatregelen in het Programma Noordzee, en betrof niet de KRM, die zijneigen evaluatiecyclus kent.De indicatoren in tabel II.4 geven de huidige milieutoestand weer zoalsdeze in 2018 is beoordeeld voor de KRM. Inmiddels is daarvan eenactualisatie beschikbaar (MS1 2024, zie vraag 1). Momenteel wordt hetKRM-Programma van Maatregelen (MS3 2022) ten behoeve van hetbereiken en behouden van de GMT geactualiseerd op basis van de MS12024, waarbij voor verschillende descriptoren aanvullende maatregelenworden overwogen.4Hoe zien het verdere tijdpad en de agenda eruit voor de verderebehandeling in de Kamer?De verwachting is dat de Kamer in het voorjaar van 2027 wordt geïnfor-meerd over het ontwerp Programma Noordzee 2028–2033. De Kamer isrecent geïnformeerd over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor ditnieuwe programma (Kamerstukken 35 325, nr. 13).5Welke impact hebben de implementatiecycli van de KRM en hetontwerp van de Partiële Herziening van het Programma Noordzeeop (de materie van) dit rapport, nu die geen deel uitmaken vandeze evaluatie? Wat en hoeveel missen we daarmee? Wat komt ernog? Welke impact heeft dit?De KRM kent een zesjaarlijkse cyclus waarin lidstaten sinds 2012 elke tweejaar volgens een vastgelegde planning rapporteren over actualisering vanéén van de drie delen van de Mariene Strategie:•Mariene Strategie deel 1 (MS1): beoordeling huidige milieutoestand,beschrijving goede milieutoestand en milieudoelen•Mariene Strategie deel 2 (MS2): KRM Monitoringprogramma•Mariene Strategie deel 3 (MS3): KRM Programma van MaatregelenDe Europese Commissie beoordeelt de onderdelen van de MarieneStrategie, en geeft aanbevelingen ter verbetering van aspecten ervan.Deze aanbevelingen worden expliciet in de actualisaties van de MarieneStrategie verwerkt.Het kabinet stelt het Programma Noordzee en de Mariene Strategie insamenhang met elkaar op. De MS1 uit 2024 en de MS3 uit 2022 vormenonderdeel van het beoordelingskader van het planMER (zie vraag 2).Daarnaast worden maatregelen die het mariene milieu kunnen versterkengekoppeld aan de verwachte ontwikkelingen op basis van de voornemensopgenomen in het Programma Noordzee. Dit gebeurt op basis van eenanalyse van de economische activiteiten op de Noordzee.Het niet opnemen van de KRM betekent daarom niet dat er geen inzicht isin doelmatigheid en doeltreffendheid van de mariene strategie. HetplanMER geeft inzicht in de milieugevolgen aan de hand van deKRM-doelstellingen. Het Programma Noordzee onderbouwt de keuzes opbasis waarvan de samenhang met de KRM kan worden geborgd.Het Partieel Herziene Programma Noordzee 2022–2027 kon pas recentworden vastgesteld, terwijl ook de voorbereidingen voor het volgendeProgramma Noordzee 2028–2033 al waren gestart. Over beide is de Kamereind maart geïnformeerd.De evaluatie moest tijdig zijn afgerond om eventuele relevante inzichtennog mee te kunnen nemen bij de voorbereiding van het ProgrammaNoordzee 2028–2033.Het Partieel Herziene Programma Noordzee 2022–2027 betrof eengedeeltelijke herziening, met name gericht op de aanwijzing van extraruimte voor windenergie op zee. De onderliggende werkwijze enbeleidsketens zijn niet noemenswaardig anders. De impact is derhalvegering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 143 6Welke zeggingskracht heeft dit tussentijdse rapport als het doelis het vinden van de juiste maatschappelijke balans, als we nogniet weten wat moet worden verstaan onder maatschappelijkebalans en ecologische draagkracht?Het kabinet herkent dat het vinden van een goede maatschappelijkebalans binnen de ecologische draagkracht extra aandacht vraagt. Debeleidstheorie die eveneens met de Kamer is gedeeld beschrijft inhoofdstuk 5 «Samenhang in de doelen van PNZ» hoe het ProgrammaNoordzee toewerkt naar de juiste maatschappelijke balans.Tegelijkertijd is de maatschappelijke balans niet statisch, maar onderandere afhankelijk van (geo)politieke en economische ontwikkelingen ennieuwe maatschappelijke inzichten. Bovendien is de kennis over deNoordzee ook in ontwikkeling. Daarom zijn verschillende onderzoekspro-gramma’s gestart, zodat het kabinet op basis van de laatste inzichtenafwegingen kan maken. Daarbij zorgt het kabinet dat deze keuzes binnende ecologische kaders zoals gedefinieerd in de KRM blijven.Wat verstaan moet worden onder de randvoorwaarden van een gezondecosysteem wordt gedefinieerd onder de KRM in de Mariene Strategiedeel 1. Daarin worden ook de relevante onderdelen van de bijvoorbeeldde Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, het Verdrag vanOslo en Parijs inzake de bescherming van de Noordoost-AtlantischeOceaan (OSPAR), en IMO-wetgeving samengebracht. Daarnaast borgt ookde recent in werking getreden Natuurherstelverordening het benodigdenatuurherstel voor een gezond ecosysteem. Deze elementen worden inhet plan-MER voor het Programma Noordzee meegenomen (zie vraag 2).Het ontwikkelen van deze randvoorwaarden is een groeiproces dat zichstapsgewijs blijft voltrekken in deze én toekomstige cycli van de KRM enhet Natuurplan van de Natuurherstelverordening. De kennisprogramma’sMONS en Wozep en samenwerking op OSPAR- en EU-niveau spelenhierin een belangrijke rol.Zoals aangegeven in de aanbiedingsbrief (Kamerstukken 35 325, nr. 13) bijde evaluatie doet de Wetenschappelijke Klankbordcommissie van hetNoordzeeoverleg momenteel onderzoek naar het begrip ecologischedraagkracht, vanuit wetenschappelijk, beleidsmatig en juridischperspectief. De resultaten worden voor de zomer verwacht. Zoalsaangegeven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het ProgrammaNoordzee 2028–2033 (bijlage bij de aanbiedingsbrief) zal, indien deresultaten van dit onderzoek tijdig beschikbaar zijn, worden bezien of dezemet het oog op toetsen op doelmatigheid van het programma kunnenworden betrokken in het plan-MER.7Zal het Programma Noordzee een integraal beeld opleveren?Waarom zijn er onderwerpen, zoals maritieme veiligheid,recreatie en cultureel erfgoed, «minder goed gedekt»?Het Programma Noordzee streeft een integraal beeld na. De veranderdegeopolitieke situatie heeft het belang van maritieme veiligheid (in de zinvan nationale veiligheid) benadrukt. In het Partieel Herziene ProgrammaNoordzee 2022–2027 is daarom al informatie opgenomen over hetProgramma Bescherming Noordzee Infrastructuur. Het ProgrammaNoordzee wordt periodiek geactualiseerd en kan daarom goedmeegroeien met de actuele ontwikkelingen op zee en in de nationaleveiligheid. In het nieuwe Programma Noordzee 2028–2033 zal er dan ookmeer aandacht voor nationale veiligheid zijn. In het Partieel HerzieneProgramma Noordzee 2022–2027 is daar al een aanzet voor gedaan.Daarmee wordt de signalering vanuit de evaluatie ook als ondersteuninggezien van de inzet om dit onderwerp krachtiger en breder te positionerenook in combinatie met de andere onderwerpen in het ProgrammaNoordzee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 144 De bescherming van cultureel erfgoed is een essentieel onderdeel van hethuidige en ook het toekomstige Programma Noordzee 2028–2033. Bij deinrichting van windenergiegebieden en overige vergunningverleningwordt bijvoorbeeld gekeken naar de aanwezigheid van cultureel erfgoed.Recreatievaart wordt opnieuw tegen het licht gehouden in relatie tot dedoorvaart van windparken.In de evaluatie werd onvoldoende informatie opgehaald door deonderzoekers over deze drie thema’s, maar beschikbare inzichten zijn welverwerkt in tabel II.9. Recreatie in de kustzone, anders dan recreatievaart,valt niet binnen de geografische scope van het Programma Noordzee, dieis beperkt tot de wateren buiten de gemeentelijk ingedeelde kustzone.8Waarom is recreatie niet meegenomen in de scope? Waaromwordt geen integraal beeld nagestreefd?Zie het antwoord op vraag 7.9Zijn alle activiteiten op de Noordzee gelijkwaardig ten opzichtevan elkaar? Of is de ene activiteit (visserij) ondergeschikt aan deandere (windenergieparken)?De centrale opgave van het Programma Noordzee is het vinden van dejuiste maatschappelijke balans in de ruimtelijke ontwikkeling van deNoordzee. Die ontwikkeling moet efficiënt en veilig zijn en passen binnende randvoorwaarden van een gezond ecosysteem. Het programma streeftnaar een balans op het gebied van het versterken van het ecosysteem, detransitie naar een duurzame voedselvoorziening en de transitie naar eenduurzame energievoorziening.Het programma werkt met afwegingskaders om zorgvuldig om te gaanmet schaarse ruimte op zee en richting te geven bij steeds complexerebelangenafwegingen in de context van vergunningverlening.Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen in de fysieke leefom-geving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarop het kabinet inpolitieke zin aanspreekbaar is. Het is in beginsel aan het politieke bestuurom te bepalen wat nationale belangen zijn. In de Omgevingsvisie en hetProgramma Noordzee worden de nationale belangen genoemd diegewaarborgd moeten worden in het beleid voor de fysieke leefomgeving.In het afwegingskader voor activiteiten op de Noordzee uit hetProgramma Noordzee gaan nationale belangen voor andere activiteiten.De afweging tussen nationale belangen onderling is uiteindelijk eenpolitieke afweging.Bij het zoeken naar de juiste maatschappelijke balans van maatregelenwordt het effect van een maatregel op ander gebruik meegewogen.Specifiek bij windparken wordt het belang van visserij zwaarwegendmeegenomen. In sommige gevallen heeft dit geleid tot het afzien van hetinrichten van windenergiegebieden in voor visserij belangrijke locaties.Naast ruimte voor duurzame voedselwinning is ook ruimte voor deontwikkeling van duurzame energie en voor gezonde natuur op deNoordzee nodig.Het recent gepubliceerde Partieel Herziene Programma Noordzee2022–2027 was geen onderdeel van deze evaluatie, maar ook daarin isvisserij zwaarwegend meegenomen. Dit heeft onder andere bijgedragenaan het laten afvallen van windenergiegebied Lagelander, het toestaanvan actieve visserij in windenergiegebied Doordewind, mits uit onderzoekblijkt dat dit veilig, haalbaar en uitvoerbaar kan, en het openhouden vaneen brede zone in gebied 6/7 met het oog op langoustinevisserij.10Waarom is het natuureffect belangrijker dan economischewaarde?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 145 Het kabinet zet in op een zorgvuldige balans tussen de drie transities(natuur, voedsel en energie) op de Noordzee, rekening houdende metbestaande wet- en regelgeving. De definitieve afweging van belangenrondom vast te stellen beleid ligt bij de verantwoordelijke bewindsper-sonen.11Welke ideeën zijn er om in het nieuwe Programma Noordzee vormte geven aan het aandachtspunt dat er meer moet wordengekeken naar de cumulatieve impact van verschillende mense-lijke activiteiten op het ecosysteem, gelet op het feit dat in deevaluatie meermaals wordt verwezen naar de behoefte aan eenmeer integraal of sectoroverstijgend beleid, waarin explicieterprioritering moet worden aangebracht tussen belangen alsenergieproductie, natuurbehoud, visserij en zandwinning?In het kader van het Programma Noordzee 2028–2033 wordt eencumulative impact assessment (CIA) uitgevoerd in de context van dekeuzes voor het Programma van Maatregelen van de KRM (MS3). Daarbijwordt geanalyseerd hoe de cumulatieve belasting door menselijk gebruikop het Noordzee ecosysteem kan veranderen door de inzet van eenProgramma van Maatregelen. CIA’s dragen bij aan een meer volledig,integraal beeld over cumulatieve effecten van verschillende drukfactorenop de Noordzeenatuur en kunnen een informatief instrument blijken bijkeuzes over te nemen KRM-maatregelen.De komende jaren wordt onderzocht hoe CIA’s internationaal en nationaalverder kunnen worden ontwikkeld en toegepast bij de voorbereiding vanNoordzeebeleid. Binnen het internationale samenwerkingsverband vanhet Greater North Sea Basin Initiative (GNSBI) heeft Nederland hiertoeadvies aan ICES gevraagd. Op basis van dit advies zet Nederland er dekomende jaren op in CIA’s onderdeel te laten zijn van assessments enbesluitvorming in het kader van OSPAR en de afstemming over ruimtelijkeplanvorming binnen GNSBI. Nationaal vindt verdere methodiekontwik-keling en onderzoek naar toepassing van CIA’s plaats binnen hetMONS-programma van het Noordzeeakkoord en een meerjarig onderzoekgefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur (LVVN).De verwachting is dat na 2028 resultaten uit CIA’s een grotere rol kunnengaan spelen bij de voorbereiding van nationaal en internationaalsectoroverstijgend of integraal Noordzeebeleid.Daarnaast heeft het kabinet middelen gereserveerd in het coalitieakkoordten bate van een integrale investeringsagenda, waarin ook middelen zijnopgenomen ten bate van maatregelen ter ondersteuning van de ecologie.Zie vraag 9 voor de afweging van nationale belangen in relatie tot anderebelangen.12Wordt er bij de meer integrale natuurversterking (als punt voor denatuurtransitie) en het inzetten op natuurinclusief bouwen(figuur 2.2a) ook gekeken naar de vraag hoe positieve effectenvan natuurinclusief bouwen (NiB) behouden kunnen worden na delevenstermijn (en eventuele repowering of ontmanteling) van hetwindpark? In hoeverre wordt in dit kader nagedacht overeventuele aanpassing van de opruimplicht van windparken?In Nederland is het ontmantelen van windparken na de levensduurverplicht. Het OSPAR-Verdrag, waarvan Nederland verdragspartner is,werkt aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke aanpak bij deontmanteling van offshore windparken. Dit kan leiden tot een OSPARbesluit, aanbeveling of richtlijn. Ter voorbereiding hierop wordt onder-zocht wat de impact is van een uitzondering op de ontmantelingsplichtvoor windparken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 146 13Op welke manier denkt u verandering aan te brengen, gelet ophet feit dat in de evaluatie wordt aangegeven dat het KaderEcologie en Cumulatie (KEC) voor windprojecten naar behorenfunctioneert, maar dat het effect dat wordt nagestreefd («in staatom te bezien of en op welke wijze toekomstige extra windparkenop zee in overeenstemming zijn te brengen met de Wet Natuurbe-scherming, de VR en de HR») onvoldoende is, doordat er geeninzicht is in de cumulatieve impact van verschillende econo-mische activiteiten op meerdere ecosysteem componenten?Op dit moment is er nog geen CIA beschikbaar waarmee het cumulatieveeffect van alle economische activiteiten op alle ecosysteemcomponentenbeoordeeld kan worden, op basis waarvan bijvoorbeeld de keuze vanruimte voor windparken in dat brede perspectief geplaatst kan worden.Totdat er een beoordelingskader is op basis van een volledige CIA is hetKEC de best beschikbare methode.De verdere (inter)nationale methodiekontwikkeling en onderzoek naartoepassing van CIA’s zal in het kader van het Programma Noordzee2028–2033 verder worden onderzocht: zie vraag 11 voor een naderetoelichting. Het KEC zal daarbij betrokken worden als een relatief verontwikkelde sectorale beoordelingsmethodiek.Het KEC is een adaptief instrument dat wordt doorontwikkeld. Hierbijwordt er gewerkt naar een nog betere aansluiting bij de wetgeving. Ook inhet volgende KEC (versie 6.0) is hier specifieke aandacht voor.14Komt er ook een definitieve beleidsevaluatie, gelet op het feit datdit de tussentijdse beleidsevaluatie Programma Noordzee2022–2027 is? Hoe worden de uitkomsten en aanbevelingen vandeze beleidsevaluatie meegenomen in het nieuwe ProgrammaNoordzee?Nee. Om de evaluatie een rol te kunnen laten spelen bij de voorbereidingvan het volgende Programma Noordzee (2028–2033), dient die evaluatiealtijd voor het einde van de looptijd en voor de start van de voorbereidingvan het volgende Programma Noordzee te zijn uitgevoerd.Het evaluatierapport bevat aanbevelingen voor de volgende planperiode.De onderzoekers adviseren om de centrale opgave van het programmaconcreter te maken en duidelijker te beschrijven hoe de verschillendebeleidsopgaven samenhangen. Daarbij is het volgens hen belangrijk omgezamenlijk vast te leggen wat we verstaan onder maatschappelijkebalans en ecologische draagkracht. Ook adviseren de onderzoekers om bijde uitvoering van het programma flexibel te blijven, zeker nu de druk opde ruimte op de Noordzee verder toeneemt.Een voorbeeld van hoe hiermee omgegaan wordt is het aanwijzen vanalternatieve ruimte voor windenergie, zodat adaptief kan wordenomgegaan met ontwikkelingen ten aanzien ecologie en van ander gebruiken/of beperkingen door kaders.15Wordt hier wel informatie en kennis uit gehaald, gelet op het feitdat in deze brief wordt benoemd dat de implementatiecyclusonder de Europese KRM geen onderdeel is van deze evaluatie?Wordt er bij de komende cycli van het Programma Noordzeegekeken of deze kunnen worden afgestemd met de cycli van deKRM?Het kabinet heeft ervoor gekozen alle wateropgaven waar Nederland voorstaat gelijktijdig en in samenhang met elkaar te behandelen in hetNationaal Water Programma. Het Programma Noordzee en hetKRM-Programma van Maatregelen (Mariene Strategie deel 3) wordengelijktijdig en in samenhang met elkaar als bijlagen vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 147 De KRM kent een eigen systematiek van beoordeling en evaluatie (zievraag 5).16Wanneer publiceert de overheid het aanwijzingsbesluit waarin,volgens afspraak 4.34 van het Noordzeeakkoord, in uiterlijk 2025de Hollandse Kust moest worden aangewezen als vogelrichtlijn-gebied?Momenteel wordt dit door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselze-kerheid en Natuur bekeken. De Minister van LVVN zal de Kamer spoediginlichten over de planning.17Wat is de zeggingskracht en representativiteit van dit rapport alsEuropese kaders niet zijn meegenomen, het een tussentijdseevaluatie is, er drie onderwerpen niet mee worden genomen, erbeperkte informatie voorhanden is (zie beperkingen eerste helftpagina 17) en we nog niet weten wat de maatschappelijke balansis, laat staan de ecologische draagkracht?Zie het antwoord op de vragen 5, 6 en 7.18In welke mate gaan de concrete natuurmaatregelen uit tabel 2.1(op pagina 21) economische ontwikkelingen en kansenverlammen (iedere maatregel voor zich en tezamen)? Welkekosten gaan hiermee gepaard en zijn die maatschappelijkverantwoord?In algemene zin werken maatregelen om de natuur te ontzien of teversterken die door initiatiefnemers getroffen moeten worden kostenver-hogend voor de businesscase van (energie)projecten. Ze kunnen er echterook voor zorgen dat deze projecten binnen de kaders van de natuurwet-gving passen, waardoor ze juist belemmeringen wegnemen.Een gezonde zee en veerkrachtige natuur is nodig voor het leveren vanecosysteemdiensten aan de mens, waaronder de voedselproductie en omde intrinsieke waarde van de natuur te kunnen blijven borgen. Investe-ringen in natuur(herstel)maatregelen zijn daarmee maatschappelijknoodzakelijk. Een compleet overzicht van alle (gemaakte) kosten aanNatuurinclusief Bouwen (NiB), natuurherstelmaatregelen en bijbehorendemonitoringsinitiatieven is op dit moment niet beschikbaar.19Welke beperkende werking gaat uit van de toepassing van hetvoorzorgsprincipe, ten gunste van kennisleemten?Het voorzorgsprincipe leidt ertoe dat bij kennisleemtes moet wordenuitgegaan van het «worst case scenario». Bij meerdere aannames leidt dittot een stapeling van worst case op worst case. Bij windenergie op zeebestaat er daardoor aan de voorkant, wanneer het kabinet via hetProgramma Noordzee ruimte reserveert door windenergiegebieden aan tewijzen, geen zekerheid dat de opgave voor windenergie op zee ookdaadwerkeljk gerealiseerd kan worden. Die zekerheid moet zijn aange-toond bij vaststelling van de kavelbesluiten op basis van inmiddelsopgedane kennis. Het kabinet investeert daartoe in het verkleinen vankennisleemtes over de ecologische impact van windenergie op zee in hetWind op Zee Ecologisch Programma (Wozep). Daarmee komt meer kennisbeschikbaar waardoor betere inschattingen gemaakt kunnen worden. Opbasis van die geactualiseerde kennis heeft er (tot nu toe) nog geenvertraging in de uitrol van wind op zee plaatsgevonden. De kans is echterreëel dat dit in de (nabije) toekomst wel tot vertragingen gaat leiden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 325, nr. 148
Bron, video en gesprek →0debatten
143bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·