Wijziging van Boek 7 BW in verband met het invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief (36783)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Neijenhuis (D66): Ik begrijp inderdaad dat die regelrechter ook voor dit rechtsvermoeden openstaat, maar er moet dan wel sprake zijn van een vordering en dat is niet in alle gevallen het geval. Ik weet niet precies hoe die verhoudingen lopen, maar is de minister in ieder geval bereid om nader uit te zoeken of die gang naar de regelrechter voor iedereen die zich op het rechtsvermoeden zou willen beroepen inderdaad mogelijk is en om, indien dat niet het geval is, die mogelijkheid toe te voegen?
Bron, video en gesprek →De heer Neijenhuis (D66): Voorzitter. Dank voor de antwoorden vanuit het kabinet. Het is goed om te merken dat het kabinet echt met een positieve houding richting zzp'ers aan de slag gaat volgens het idee van wat wél kan. Dank ook voor de antwoorden op het gebied van de regelrechter, waar ik vragen over had en waarover ik een motie overwoog. Met de toezegging dat hier goed naar gekeken wordt en dat er goed gekeken wordt naar uitbreiding van toegang tot die regelrechter nu nog niet iedereen die zich op dat rechtsvermoeden wil beroepen op die manier daar terecht kan, is de motie uiteraard overbodig. Die laat dus ik achterwege. Verder ben ik ook nog benieuwd naar de appreciatie van het amendement dat ik heb ingediend. Dat amendement zou regelen dat het uurtarief dat nu de scheiding vormt tussen wel of niet aanspraak kunnen maken op het rechtsvermoeden, gekoppeld wordt aan de cao-lonen in plaats van aan het wettelijk minimumloon. Nu denkt u misschien: het wettelijk minimumloon is toch ook geïndexeerd op basis van de cao-lonen? Ja, dat klopt. De minister versprak zich net eigenlijk al een beetje. Mijn bedoeling is juist om het op die manier te doen. Dus laten we het uurtarief indexeren op de manier waarop we al het wettelijk minimumloon indexeren. Wat is dan het concrete verschil? Dat op het moment dat wij beleidsmatig het wettelijk minimumloon verhogen of verlagen, dat niet automatisch doorwerkt in dat uurtarief. Volgens mij maken we wetgeving een stuk makkelijker en beter te begrijpen op het moment dat we allemaal van dat soort automatische koppelingen uit de wet halen, want anders heeft het op het moment dat je iets op de ene plek aanpast, meteen doorwerkingen op heel veel andere plekken waar dat niet bedoeld is. Laten we het moment waarop het bedoeld is vooral in de wet zetten, maar laten we het er anders vooral uithalen. Vandaar dat amendement.
Bron, video en gesprek →De heer Neijenhuis (D66): Ik begrijp eerlijk gezegd de aannames van mevrouw Patijn niet. Het wettelijk minimumloon wordt eigenlijk altijd gewoon geïndexeerd op basis van de cao-lonen. Bij grote uitzondering is er een beleidsmatige aanpassing daarvan. Een dergelijke aanpassing hebben we een paar jaar geleden gehad. Die betrof een aanpassing omhoog, maar het zou natuurlijk ook een aanpassing omlaag kunnen zijn. Ik wil voorkomen dat op het moment dat de politiek hier besluit om het wettelijk minimumloon te verlagen — ik zou daar geen voorstander van zijn — dan automatisch ook dit uurtarief vanuit het rechtsvermoeden omlaag zal gaan. Dat zou ik willen voorkomen. Ik deel dus ook niet de aanname dat het er alleen maar voor zou zorgen dat het minder meer wordt. Het zou ook juist zo'n verlaging kunnen voorkomen. Op het moment dat we met z'n allen als politiek zeggen "ja we willen het minimumloon verhogen, en ja, we willen ook zorgen dat het uurtarief in deze wet omhooggaat," kun je dit in diezelfde wetswijziging natuurlijk ook altijd nog regelen. Ik vind het alleen in algemene zin verstandig om de complexiteit van onze wetgeving te verminderen en daarmee de kwaliteit ervan te verbeteren. Ik geef toe dat het maar een kleine koppeling is en dat er op tal van andere onderwerpen in onze wetgeving inderdaad ook koppelingen zitten. Maar laten we elke stap zetten om ervoor te zorgen dat onze wet minder complex wordt. Dit is een van die stappen volgens mij.
Bron, video en gesprek →De heer Neijenhuis (D66): Ook daar ben ik het niet mee eens. Ik ben het er wel mee eens dat die 38 uur op dit moment een goede afscheiding is. Het is namelijk goed onderbouwd waarom je kunt zeggen: 120% van het wettelijk minimumloon plus al die opslagen zien wij nu, op basis van onderzoek, als de afscheiding tussen waar mensen kwetsbaar zijn en waar niet. Het beleidsmatig verlagen van het wml is inderdaad zeer weinig gebeurd. Een verhoging is ook nog erg weinig gebeurd, maar er zijn partijen, zoals de onze, die zo'n verhoging wel voorstellen. Zo'n verhoging doe je om bijvoorbeeld te zorgen dat er minder kwetsbare werknemers zijn. Een verlaging — ik zou die niet voorstellen, maar andere partijen wel — voer je door met als consequentie dat je accepteert dat er meer kwetsbare werknemers zullen zijn. Dat doe je bijvoorbeeld omdat je meer werkgelegenheid wil. Die 20% gaat dan natuurlijk ook schuiven. Dan vind ik het dus ook heel logisch dat je nog eens een keer goed bekijkt of je het uurtarief op basis waarvan je dat rechtsvermoeden vast wil kunnen stellen nog wel gepast vindt, als er bijvoorbeeld ook meer of juist minder kwetsbare werknemers zijn. Dan geldt immers die 120% niet meer.
Bron, video en gesprek →De heer Neijenhuis (D66): Dat is duidelijk. Ik hoop dat andere collega's wel voor deze vermindering van complexiteit in de wetgeving zullen stemmen.
Bron, video en gesprek →De heer Neijenhuis (D66): Ook steun voor alles op dinsdag.
Bron, video en gesprek →