KamerkringInloggen
Stephan Neijenhuis

Officieel Kamerprofiel

Stephan Neijenhuis

D66 →
37debatten
413bijdragen
117interrupties
57.105woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
19 jan 2026 · Spreekbeurt

De heer Neijenhuis (D66): Voorzitter, dank u wel. Dit is mijn eerste wetsbehandeling als Kamerlid, en wat voor een meteen! Al voordat we de wet hier kunnen bespreken, is die eigenlijk al ingegaan. Bovendien is ons duidelijk gemaakt dat de invoering in alle ICT-systemen maar liefst anderhalf jaar kostte en aanpassingen dus praktisch onuitvoerbaar zijn. Of we even willen tekenen. Ik kijk even naar de Kamerleden die hier al wat langer zitten. Gaat het altijd zo hier? Over dat proces heb ik dus nog wel wat vragen, maar laat ik beginnen met de mensen die voor mij centraal staan in het beoordelen van deze wet. Dat zijn de budgethouders en hun zorgverleners. D66 vindt dat het pgb altijd een volwaardig alternatief moet zijn voor zorg in natura, waarmee mensen hun eigen zorg kunnen regelen. Een jongere met een handicap die ook een studie wil volgen, iemand met een uitdagende baan die ook hulp nodig heeft, een budgethouder met een zeldzame aandoening: het kunnen allemaal mensen zijn waar de gewone thuiszorg vaak niet op is ingericht. Voor hen is vaak de beste, of soms zelfs de enige, oplossing om een groot team te verzamelen van mensen die allemaal een klein beetje meehelpen en daarvoor een passende vergoeding krijgen. Dat zijn de mensen voor wie het pgb een essentiële voorwaarde is om mee te doen in de samenleving, en die mensen moeten we voor ogen hebben. Een deel van deze budgethouders heeft weloverwogen gekozen voor de ruimte die de wet bood om niet voor alle zorgverleners alle werkgeversverplichtingen op zich te nemen. De rechter zet nu een streep door die mogelijkheid. Daar kunnen we met z'n allen van alles van vinden, maar laten we er vooral voor zorgen dat budgethouders en hun zorgverleners op een goede manier verder kunnen gaan na deze uitspraak. Daar hadden we wel zorgen over, want budgethouders hebben nu al enorme administratieve lasten. Daar komen nu ook nog eens deze werkgeversverplichtingen bij. Ik kom uit de financiële hoek, en als daar extra uitgaven worden voorgesteld, moet je volgens de begrotingsregels elders ook altijd weer compenserend bezuinigen. Heeft de minister overwogen om die gedachtegang ook hier voort te zetten, en voor deze extra administratieve lasten ook te zoeken naar onderdelen waar de administratie voor pgb-houders juist versimpeld kan worden, als een soort compenserende administratievelastenverlichting? Nu wordt direct gezegd dat veel taken van die extra verplichtingen geregeld kunnen worden via de Sociale Verzekeringsbank. Zijn budgethouders ook voldoende op de hoogte van deze mogelijkheid? Klopt het dat zelfs nu de compenserende middelen in de Zvw afhankelijk zijn van het regelen van zaken via die SVB-route, er nog steeds niet meer budgethouders zich hebben aangemeld bij de Sociale Verzekeringsbank? Dat lijkt me geen goed teken. Wat gaat de minister of de staatssecretaris doen om deze route beter onder de aandacht te brengen, behalve de acties die tot op heden blijkbaar nog niet het gewenste effect hebben bereikt? En, voor het geval het een succes wordt: kan de Sociale Verzekeringsbank het eigenlijk wel aan als er opeens wel een groot aantal budgethouders aanklopt? Kan de minister meer inzicht bieden in hoe die uitvoering via de Sociale Verzekeringsbank dan verloopt? Is het financieel eigenlijk wel aantrekkelijk, en welke taken worden dan uit handen genomen? Zijn er nog steeds tijdrovende verplichtingen in die route die wél via de budgethouders blijven lopen? Houden budgethouders ook nog voldoende eigen regie? Een specifieke groep waar ik me zorgen over maak zijn de budgethouders via de Zorgverzekeringswet. We kregen daar haast surreële verhalen te horen — ze zijn hier ook al eerder aan de orde geweest — van budgethouders die wel meer werkgeverslasten moesten betalen, maar waar het maximumtarief van de zorgverzekeraar niet steeg. Die extra lasten moesten dus ten koste gaan van het nettoloon van de zorgverlener. Dat kun je eigenlijk niet vragen van mensen. Zelfs als mensen het verschil uit eigen zak wilden bijpassen, mocht dat niet. Het maximumtarief was leidend. Zien de minister en de staatssecretaris het risico dat deze werkwijze zorgverleners ertoe aanzet om als zzp'er te gaan werken, terwijl ze dat eigenlijk liever niet zouden willen? Complimenten aan het kabinet dat het in de laatste weken van het vorige jaar nog een oplossing heeft uitgewerkt voor deze groep, door compensatie te bieden, vergelijkbaar met bij de Wlz-groep. Dat is natuurlijk een stap in de goede richting. We hebben nog wel enkele vragen. Klopt het dat de systematiek van het maximumtarief dat ik net heb benoemd, de komende jaren nog steeds blijft? Dat heeft het risico dat mensen in sommige gevallen niet de volledige werkgeverslasten kunnen bijpassen, omdat ze dan boven het maximumtarief zouden komen, zelfs als het tarief van de verzekeraar onder het tarief van VWS ligt. Graag hoor ik een reactie van het kabinet op het amendement van D66, dat ik heb ingediend, om voor deze groepen een hardheidsclausule in de wet op te nemen. Zo kan het maximumtarief van de verzekeraar in schrijnende gevallen worden omzeild door de minister. Hoe kan het dat de invoering van deze wet al anderhalf jaar loopt en de compensatie in de Zvw pas twee weken voor inwerkingtreding geregeld is? Waarom stond dat niet eerder op het netvlies? Verder is deze compensatie slechts voor twee jaar, net als bij de Wlz. Dat roept eigenlijk meteen de vraag op of we niet alleen die problemen voor budgethouders in de knel twee jaar vooruitschuiven, maar zij dan ook alsnog met hetzelfde probleem te maken krijgen. Hoe kijken de minister en de staatssecretaris naar het amendement van D66 om hier zicht op te houden door binnen twee jaar een gedeeltelijke evaluatie te doen naar de toereikendheid van deze compensatie? Zo kunnen we bijsturen voordat de middelen aflopen. Voorzitter. Dan heb ik nog vragen over hoe we in dit proces terecht zijn gekomen. Een wet die al is ingegaan en feitelijk niet meer te herzien is met terugwerkende kracht behandelen, kan natuurlijk niet. Aan de andere kant snap ik dat het ook problemen oplevert om pas na de hele wetsbehandeling te beginnen met de complete uitvoering van een wet, die in dit geval blijkbaar anderhalf jaar duurt. Voormalig Kamerlid Pieter Omtzigt somde een paar jaar terug eens op hoeveel wetten er eigenlijk al waren aangenomen maar nog niet in werking waren getreden omdat de uitvoering nog niet klaar was. Dat waren er een heleboel. Hij had natuurlijk een punt: dat is ook geen ideale situatie. Hoe gaan we dit in de toekomst voorkomen? Waarom is er in dit traject niet voor gekozen om de Kamer van te voren eens goed mee te nemen en te informeren over de onderliggende keuzes van deze wet? Dan was de Kamer op dit moment nog steeds gebonden aan de keuzes die toen gemaakt zijn, maar waren die keuzes in ieder geval wel gemaakt aan de hand van uitgangspunten waar ze zelf medeverantwoordelijk voor was. Wordt er verder nagedacht over een democratisch verantwoorde procedure om de Kamer te betrekken bij wetten die zo'n lange invoeringstermijn kennen? Het onderliggende probleem. Is het een gegeven dat de invoering van zo'n wet maar liefst anderhalf jaar moet duren? Wordt er ook gekeken naar maatregelen zodat wetsaanpassingen zoals deze veel sneller kunnen worden doorgevoerd in ICT-systemen? Dan zijn amendementen nog mogelijk en wordt het geen alles-of-nietskwestie. Met deze vragen en voorstellen hoop ik een oplossing te kunnen bieden aan de zorgverleners en de pgb-houders die op dit moment in onzekerheid zijn vanwege deze wet. Ik kijk uit naar de antwoorden van het kabinet. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
19 jan 2026 · Spreekbeurt

De heer Neijenhuis (D66): Daar kunnen we een heel lang debat over houden, maar daar is een rechterlijke uitspraak over geweest. Die beperkte zich inderdaad tot enkele werkgeversverplichtingen, maar er is ook gesteld dat de kans heel groot is dat als je al die andere verplichtingen gaat voorleggen, diezelfde redenering ook daarop van toepassing is. Dat vind ik een logisch argument. Als je dat bij heel veel mensen en heel veel partijen checkt, dan krijg je ook telkens terug dat het echt in de lijn der verwachting ligt dat een rechter er zo naar zal kijken. Wat ik in ieder geval wil voorkomen vanuit het perspectief van die budgethouder, is dat we hier bijvoorbeeld gaan zeggen: heel veel van die verplichtingen komen er toch niet; hij is eigenlijk al in werking getreden, maar oké, die halen we uit de wet. Dan komen er rechtszaken en dan komen ze er toch weer wel. Dat is echt een jojobeleid waar je budgethouders volgens mij geen dienst mee verleent. Dan zou ik zeggen: of je het nou wenselijk vindt of niet en of je er nou op zat te wachten of niet, daar kun je een heel lang debat over voeren, maar we hebben nu die rechterlijke uitspraak. Laten we het nu in ieder geval in één keer goed regelen, met goede compensatie, duidelijkheid voor de budgethouders over waar ze aan toe zijn en een goede uitvoering. Laten we dat in één keer goed regelen in plaats van weer proberen te knippen en te shoppen en mensen uiteindelijk nog veel langer in onzekerheid te laten.

Bron, video en gesprek →
19 jan 2026 · Interruptie

De heer Neijenhuis (D66): Dank aan de minister voor de ruimhartige erkenning dat het zo niet had moeten verlopen. Dat kan ik waarderen. Over mijn vraag waarom het anderhalf jaar zou moeten duren: ik begrijp dat zorgvuldigheid belangrijk is, maar mij ging het — ik laat me daarover graag informeren — om de complexiteit qua aanpassing van de IT-systemen om dit allemaal goed te kunnen regelen. Zorgvuldigheid is goed, maar zou je dan ook niet moeten kijken hoe je de IT-systemen zodanig kunt aanpassen dat aanpassingen zoals deze niet zo complex hoeven te zijn, dus dat zulke systemen wat flexibeler en wendbaarder zijn? Wordt daar ook naar gekeken?

Bron, video en gesprek →
19 jan 2026 · Interruptie

De heer Neijenhuis (D66): De vraag of er een toename was bij de SVB van budgethouders die erop aangesloten waren, stelde ik niet per se als feitelijke vraag. Als het bekend zou zijn bij de pgb-houders en succesvol zou zijn, zou je verwachten een toename te zien bij de SVB. Dan willen ze immers graag in aanmerking komen voor compensatie. Dat zien we echter niet. Dan is de vraag of dit wel voldoende bekend is bij de budgethouders. Zijn er niet meer maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat mensen op de hoogte zijn van die compensatie die ze nodig hebben?

Bron, video en gesprek →
19 jan 2026 · Interruptie

De heer Neijenhuis (D66): Het moge duidelijk zijn dat dit een lastige zaak is omdat je geen zicht hebt op die mensen; alle begrip daarvoor. De staatssecretaris zegt dat het een zoektocht is en dat ze daarmee doorgaat. Met die toezegging, zou ik bijna willen zeggen, om ermee door te gaan en haar best te doen, vind ik het goed.

Bron, video en gesprek →
19 jan 2026 · Interruptie

De heer Neijenhuis (D66): Het was niet de bedoeling om het tarief voor iedereen te verhogen. De bedoeling was een hardheidsclausule om een uitzondering te bieden voor schrijnende gevallen. Als dat niet uitvoerbaar is, dan zij dat zo. Dank voor het meedenken en het voorgestelde alternatief. We moeten nog kijken wat de tekst wordt van een eventueel nieuw voorstel. Zou een amendement in die vorm dan wel oordeel Kamer kunnen krijgen?

Bron, video en gesprek →
19 jan 2026 · Spreekbeurt

De heer Neijenhuis (D66): Voorzitter. Dank voor de antwoorden. Het blijft een vreemde en onwenselijke gang van zaken, maar het is fijn dat er ook erkenning vanuit het kabinet is gekomen voor dit feit en dat werd aangegeven dat dit niet de bedoeling is en dat dit voorkomen moet worden in de toekomst. Voor D66 staan de belangen van de budgethouders en hun zorgverleners voorop. Zij worden geconfronteerd met deze rechterlijke uitspraak. Voor hen moeten we regelen dat zij hier goed doorheen komen, wat ons betreft het liefst ook in één keer goed. We hebben voorstellen gedaan om dat te regelen. Dank aan de staatssecretaris voor de constructieve houding daarop. We komen nog terug op het amendement over de hardheidsclausule en willen kijken hoe we die op een goede manier uitvoerbaar kunnen maken, dus dat wordt nog vervolgd. Dank daarvoor.

Bron, video en gesprek →