KamerkringInloggen
Folkert Idsinga

Officieel Kamerprofiel

Folkert Idsinga

Nieuw Sociaal Contract →
0debatten
263bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2024-11-27–2025-11-11) · Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2024-07-01) · VVD (2021-03-31–2023-09-04) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
1 okt 2024 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden140Vragen van de leden Maatoug, Stultiens (beiden GroenLinks-PvdA), Grinwis(ChristenUnie), Teunissen (PvdD), Dijk (SP), Van Baarle (DENK), Vijlbrief(D66) en Dassen (Volt) aan de Staatssecretaris van Financiën over de kostenvan het afschaffen van de belasting op de inkoop van eigen aandelen(ingezonden 11 september 2024).Antwoord van Staatssecretaris Idsinga (Financiën) (ontvangen 1 oktober2024).Vraag 1Bent u bekend met het onderzoek van SOMO over de kosten van hetafschaffen van de belasting op de inkoop van eigen aandelen?Antwoord 1Ja.Vraag 2Kunt u aangeven op welke brondata de huidige raming is gebaseerd?Antwoord 2De afschaffing van de inkoopfaciliteit per 1 januari 2025 is geregeld doormiddel van het door de vorige samenstelling van uw Kamer aangenomenamendement Van der Lee c.s.1 op het Belastingplan 2024. De raming van hetbudgettaire effect van dit amendement is gebaseerd op openbare brondataover de totale omvang van de aandeleninkoop van aan de AEX genoteerdeondernemingen2. Deze data is in het najaar van 2023 geraadpleegd. Dit wasop dat moment de best toegankelijke verifieerbare bron voor een schattingvan de gemiddelde omvang van aandeleninkoop over een lange periode.Tegelijk had deze bron beperkingen omdat uit deze bron niet blijkt ofwerkelijk gebruik is gemaakt van de inkoopfaciliteit en wat precies debijbehorende grondslag is. Het genoemde bedrag geeft derhalve slechts aanwat de omvang is van de aandeleninkoop maar specificeert niet welk deeldoor toepassing van de inkoopfaciliteit vrijgesteld is voor de dividendbelas-ting. Deze omvang is ook niet bekend bij de Belastingdienst omdat dezeinformatie niet in alle gevallen hoeft te worden opgegeven door beursfond-1Kamerstukken II 2023/24, 36 418, nr. 11 (Amendement van het lid Van der Lee c.s.).2AEX-fondsen staken recordbedrag in dividend en aandeleninkoop (fd.nl) ah-tk-20242025-140ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 sen.3 Een andere beperking is dat aan de AEX genoteerde ondernemingenniet volledig overeenkomen met de groep ondernemingen waarop demaatregel betrekking heeft. Er zijn namelijk enkele AEX-fondsen die nietfiscaal in Nederland zijn gevestigd en omgekeerd zijn er ook enkele onderne-mingen die alleen een buitenlandse beursnotering hebben maar wel fiscaal inNederland zijn gevestigd. Daarnaast is brondata over de dividendbelastinggebruikt om een schatting te maken welk gedeelte van de aandeelhouders isvrijgesteld van dividendbelasting en welk gedeelte van de dividendbelastingwordt verrekend.Vraag 3Hoe reageert u op de vaststelling van SOMO dat de tot nu toe gehanteerderaming van bovengenoemde kosten gebaseerd is op onvolledige data, terwijluitgebreidere data wel beschikbaar zijn?Antwoord 3Ten tijde van het ramen van het budgettair effect van de maatregel was ergeen andere informatie voorhanden. Ik verwijs in dit kader ook naar hetantwoord op vraag 2.Vraag 4Waarop zijn de gedragseffecten die verondersteld worden in de eerdergedeelde raming gebaseerd?Antwoord 4Belastingramingen en de bijbehorende gedragseffecten zijn inherent onzeker.Voor deze raming specifiek geldt aanvullend dat de gedragsreactie vanindividuele fondsen een grote impact kan hebben op de daadwerkelijkeuitkomst. In de raming is ervoor gekozen om een generieke afslag tehanteren. Dit betreft een afslag van 70% ten opzichte van de situatie waarinde volledige inkoop zou worden voortgezet en fondsen de kosten hiervanmiddels brutering voor eigen rekening zouden nemen. Een achterliggendeaanname is dat een klein deel van de bedrijven (circa 20%) de inkoop zouvoortzetten. Van de overige fondsen werd verondersteld dat circa de helft deinkoop zou vervangen door dividenduitkeringen of alternatieven met eenvergelijkbare opbrengst. Omdat de omvang van verschillende gedragsreactiesmoeilijk is in te schatten, is in de onderliggende aannames aangesloten bij devuistregelpercentages van 20% en 50%. Dividend uitkeren leidt in de regel toteen fors lagere opbrengst dan de daadwerkelijk aangegeven dividendbelas-ting over de uitkering doordat een deel van de buitenlandse aandeelhoudersrecht hebben op teruggaaf vanwege verdragsbepalingen. Uit aangiftedatavolgt dat dit gemiddeld circa 30% van de totale aangegeven dividendbelas-ting is. Ook is op basis van aangiftegegevens bekend dat gemiddeldgenomen ruim 50% van de dividendbelasting verrekend wordt in deinkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Deze percentages verschillenper fonds, omdat de raming was gebaseerd op de totale omvang vanaandeleninkoop is daarbij gerekend met de gemiddelden. Vervolgens is hettotale gedragseffect afgerond op 70% om schijnprecisie te vermijden. Merkop dat andere verhoudingen tussen onderliggende gedragsreacties, bijvoor-beeld een beperktere voortzetting van inkoop eigen aandelen en een groterevervanging van inkoop door extra dividenduitkeringen, kunnen leiden tot eenvergelijkbaar totaal budgettair gedragseffect. Door uit te gaan van eenafgerond totaal gedragseffect wordt tevens recht gedaan aan een kleine kansop grotere derving bij verandering van de fiscale vestigingsplaats vanfondsen.Vraag 5In hoeverre acht u deze gedragseffecten realistisch? Bent u bereid dezegedragseffecten beter te laten onderzoeken?3Kamerstukken II 2023/24, 36 410, nr. 77.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 Antwoord 5Ik stel voorop dat er verschillende partijen zijn die uiteenlopende ramingenhebben opgesteld. De vragen refereren aan het SOMO onderzoek. OokStichting Economisch Onderzoek (SEO) heeft, in opdracht van VNO-NCW, eenschatting gemaakt4. SOMO gaat uit van een hoger geraamde opbrengst,terwijl SEO uitgaat van een lagere opbrengst. Deze uiteenlopende ramingenbenadrukken dat ramingen over belastinginkomsten inherent onzeker zijn. Ditkomt met name door de gedragseffecten waarmee rekening wordt gehouden.Dat blijkt ook uit de onderzoeken van SOMO en SEO, waarbij het eneonderzoek met grotere gedragseffecten rekent en het andere juist metkleinere gedragseffecten. De raming voor het amendement Van der Lee c.s.gehanteerde aannames zijn de beste inschatting die op basis van de toenaanwezige data op dat moment gemaakt kon worden. Ook het CPB kwam totdeze conclusie. Omdat het kabinet heeft besloten de inkoopfaciliteit tebehouden voordat afschaffing heeft plaatsgevonden en de eerder geraamdebudgettaire opbrengst is uitgeboekt, is er geen directe aanleiding omgedragseffecten van deze maatregel nader te onderzoeken. Dat anderepartijen tot andere schattingen zijn gekomen, betekent derhalve niet dat ereen lagere of hogere opbrengst is waarmee budgettair rekening zou moetenworden gehouden. Met de afschaffing van de inkoopfaciliteit was een bedragvan € 800 miljoen geraamd. Ditzelfde bedrag is ook het bedrag dat samen-hangt met het behouden van de inkoopfaciliteit.Vraag 6Bent u het ermee eens dat een nieuwe raming mét gebruik van een meervolledige dataset en nieuw onderzoek naar de veronderstelde gedragseffectennoodzakelijk is? Kunt u het Centraal Planbureau (CPB) verzoeken deze nieuweraming te maken en deze vóór de behandeling van het Belastingplan 2025naar de Kamer te sturen?Antwoord 6Zoals hiervoor opgemerkt, is er vanwege het behouden van de inkoopfaciliteitgeen aanleiding om een nieuw onderzoek te doen naar gedragseffecten ofeen nieuwe raming te maken. Dat neemt niet weg dat ik het verstandig achtom met het oog op eventuele toekomstige beleidsmaatregelen te bezien inhoeverre de onderzoeken van SOMO en SEO nieuwe inzichten hebbenopgeleverd die relevant kunnen zijn voor de budgettaire raming. Ik zalhiervoor met zowel SOMO als SEO in gesprek treden.4https://www.seo.nl/publicaties/effect-afschaffing-inkoopfaciliteit/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3

Bron, video en gesprek →