KamerkringInloggen
Henri Bontenbal

Officieel Kamerprofiel

Henri Bontenbal

CDA →
0debatten
521bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2023-09-05–heden) · CDA (2022-01-18–2023-09-04) · CDA (2021-09-29–2021-12-27) · CDA (2021-06-01–2021-09-14) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
26 jun 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 576Regels omtrent productie, transport en leveringvan warmte (Wet collectieve warmte)Nr. 114 NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ERKENS C.S.TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 74Ontvangen 26 juni 2025 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:IIn artikel 2.5, eerste lid, wordt «maximaal 30 jaar» vervangen door«maximaal 40 jaar».IIIn artikel 2.7, eerste lid, wordt «maximaal 30 jaar» vervangen door«maximaal 40 jaar».IIIIn artikel 3.1, eerste lid, wordt «maximaal 30 jaar» vervangen door«maximaal 40 jaar».IVIn artikel 4.2, eerste lid, wordt «maximaal 30 jaar» vervangen door«maximaal 40 jaar».VIn artikel 5.1, eerste lid, wordt «maximaal 30 jaar» vervangen door«maximaal 40 jaar».VIOnder vervanging van de punt aan het slot van artikel 11.5, onderdeel b,door een puntkomma, wordt aan artikel 11.5 een onderdeel toegevoegd,luidende: kst-36576-114ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1141 c. het besluit van het college en het besluit van de Autoriteit Consumenten Markt op grond van artikel 12.4, lid 7a, als één besluit aangemerkt.VIIArtikel 11.7 wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:2. De voordracht voor een krachtens artikel 12.4, negende lid, onderdeelb, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerdergedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers derStaten-Generaal is overgelegd.VIIIArtikel 12.4 wordt als volgt gewijzigd:1. In artikel 12.4, wordt na het zevende lid een lid ingevoegd, luidende:7a. Het college verlengt op aanvraag van het aangewezen warmtebedrijfde duur van de aanwijzing bepaald op grond van het tweede tot en metzevende lid, eenmalig met 10 jaar indien de Autoriteit Consument enMarkt bij besluit heeft vastgesteld dat uit een investeringsplan, bedoeld inartikel 2.16, eerste lid, blijkt dat een significante uitbreiding van decollectieve warmtevoorziening van minimaal 10% van de leveringsaan-sluitingen binnen 10 jaar na vaststelling van het investeringsplan wordtgerealiseerd. Het college kan het besluit intrekken indien het aangewezenwarmtebedrijf de significante uitbreiding niet binnen 10 jaar navaststelling van het investeringsplan heeft gerealiseerd.2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:9. Bij of krachten algemene maatregel van bestuur worden nadereregels gesteld over:a. de wijze waarop de aanvraag om een besluit als in lid 7b, onderdeela, wordt ingediend, de bij de aanvraag om dat besluit te verstrekkengegeven en bescheiden en de termijn waarbinnen de AutoriteitConsument en Markt het besluit neemt;b. de wijze waarop uit het investeringsplan blijkt dat er sprake is vaneen significante uitbreiding als bedoeld in lid 7b.IXIn artikel 12.6 wordt na «onderdeel a» ingevoegd »en een besluit vanhet college op grond van artikel 12.4, lid 7a».XIn artikel 12.12a, eerste lid, wordt «maximaal 30 jaar» vervangen door«maximaal 40 jaar».Toelichting De indieners van dit amendement willen de aanwijzingstermijn onderhet overgangsrecht verlengen naar maximaal 40 jaar. Warmtebedrijvenkunnen voor bestaande netten een aanwijzing van 40 jaar krijgen als uithun investeringsplan blijkt dat er een significante uitbreiding wordtgerealiseerd van minimaal 10% van de leveringsaansluitingen binnen 10jaar na vaststelling van het investeringsplan wordt gerealiseerd. In lagereregelgeving wordt hiervoor een toetsingskader uitgewerkt. Dit toetsings-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1142 kader zal tijdig bekend worden gemaakt en tegelijk met de Wet collectievewarmte in werking treding. Hierdoor wordt het voor warmtebedrijven optijd duidelijk aan welke voorwaarden zij moeten voldoen om hunaanwijzing met 10 jaar te verlengen. Als er niet voor minimaal 10% wordtgeïnvesteerd, blijft de maximale aanwijzingstermijn 30 jaar.Door de aanwijzingstermijn te verlengen naar maximaal 40 jaar wordter beter rekening gehouden met projecten die een aanloopperiodehebben die doorloopt tot na het moment dat het wetsvoorstel in werkingtreedt. Op deze manier wordt er voorkomen dat er onduidelijkheidontstaat over de exploitatietermijn en terugverdientijd van deze projecten,wat gevolgen zou kunnen hebben voor de tarieven van de nieuweaansluitingen. Ook krijgen warmtebedrijven nu meer zekerheid datinvesteringen die worden gedaan binnen de overgangstermijn kunnenworden terugverdiend. Daarnaast biedt het verlengen van de aanwijzings-termijn naar 40 jaar meer stimulans voor private warmtebedrijven om teblijven investeren in warmtekavels gedurende de aanwijzingstermijn diezij op basis van het overgangsrecht krijgen.Verder wordt met dit amendement voorkomen dat er ongelijkhedenontstaan op de warmtemarkt omdat de indieners ervoor hebben gekozenom ook de aanwijzingstermijn voor warmtebedrijven met publiekmeerderheidsbelang en warmtegemeenschappen (artikel 2.5), anderewarmtebedrijven (artikel 2.7) en warmtetransportbeheerders te wijzigennaar 20 tot 40 jaar, evenals de termijn voor ontheffingen voor kleinecollectieve warmtesystemen en VvE’s en verhuurders. Wel blijft deregeling met betrekking tot een minimumtermijn van 14 jaar vooruitbreiding van een warmtekavel en voor een aanwijzing voor bestaandewarmtebedrijven in stand.ErkensBontenbalGrinwisFlachTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 576, nr. 1143

Bron, video en gesprek →