KamerkringInloggen
Silvio Erkens

Officieel Kamerprofiel

Silvio Erkens

21debatten
1.518bijdragen
3interrupties
114.760woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2021-03-31–2026-02-22) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
7 sep 2026 · Kamerstuk

29 683 Dierziektebeleid 32 793 Preventief gezondheidsbeleid Nr. 332 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 september 2026 Met deze jaarlijkse Kamerbrief informeer ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), over de laatste stand van zaken met betrekking tot het veterinair antibioticabeleid en antimicrobiële resistentie (AMR). AMR is een belangrijke dreiging voor de volksgezondheid AMR treedt op wanneer bacteriën, virussen, schimmels en parasieten niet meer reageren op antimicrobiële middelen. Hierdoor worden infecties moeilijk te behandelen, en kan een infectie met een resistente ziekteverwekker levensbedreigend zijn. Ook kan AMR leiden tot productieverlies in de agrosector. AMR geeft hierdoor veel onnodig leed en kost de samenleving veel geld. Door de Europese Commissie is de toename in AMR daarom aangewezen als een van de drie grootste bedreigingen voor de volksgezondheid.[voetnoot 1] Ook het RIVM heeft in haar risicoscan voor internationale dreigingen AMR aangewezen als belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid.[voetnoot 2] Nationaal Actieplan AMR Het tegengaan van AMR is van groot belang. Net als andere EU-lidstaten heeft Nederland haar beleid vastgelegd in een nationaal actieplan, het Nederlands Actieplan AMR 2024-2030 (hierna actieplan).[voetnoot 3] Het leidende principe van het actieplan is de One Health-benadering: een integrale benadering van de gezondheid van mens, dier, en omgeving door nauwe samenwerking tussen de verschillende betrokken disciplines. Dit actieplan wordt uitgevoerd door de ministeries VWS, Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en LVVN. Hierin staan acties beschreven die bijdragen aan het tegengaan van AMR over de gehele breedte van het veld, ook in de veterinaire sector. Enkele acties worden uitgelicht in deze brief. U wordt in de loop van 2027 geïnformeerd over de voortgang van het actieplan. Daling verkoop en gebruik antibiotica in diersectoren Nederland zet al sinds 2009 in op verantwoord gebruik van antibiotica in de veterinaire sector. De totale verkoop van antibiotica is daardoor met 77,2% gedaald sinds 2009.[voetnoot 4] In lijn daarmee is sinds 2009 ook de resistentie tegen antibiotica in dieren afgenomen.[voetnoot 5] De verkoop van antibiotica in dieren is in 2025 met 6,9% gedaald t.o.v. 2024. Daarmee lijkt de verkoop, na het realiseren van een grote reductie, zich inmiddels te stabiliseren. De doelstelling om het gebruik van antibiotica terug te brengen tot een verantwoord en aanvaardbaar laag niveau is in veel (deel)sectoren bereikt. Dit is heel positief en ik waardeer dan ook de inzet en aanpak van de sectoren, veehouders en dierenartsen die de afgelopen jaren grote stappen hebben gezet. Het brengt vanzelf ook met zich mee dat een verdere totale reductie langzamer zal gaan. De dierhouderij kan niet geheel zonder antibiotica; ze zijn in bepaalde gevallen onmisbaar om zieke dieren te behandelen. Echter, het gebruik per diersector en per bedrijf varieert en er is nog verbetering nodig en mogelijk. Focus op hoog gebruik en verbetering diergezondheid Het risico op het ontstaan van resistentie is het grootst daar waar het antibioticagebruik het hoogst is. Het veterinaire antibioticabeleid richt zich dan ook op de hooggebruikende (deel)sectoren, bedrijven en dierenartsen, en het verbeteren van de gezondheid van de dieren. Ook systeemverandering kan een bijdrage leveren aan verdere reductie op bedrijven en binnen sectoren. Dit heeft de eerdere daling in het antibioticagebruik in de vleeskuikensector na de verschuiving naar trager groeiende vleeskuikens, de afgelopen jaren laten zien. Verdere reductie in kalversector nodig Het antibioticagebruik in de kalversector ligt al jaren op een relatief hoog niveau en is niet verder gedaald ondanks dat de SDa hier wel ruimte ziet. Onder andere de doelstelling uit 2019 ten aanzien van reductie van de hooggebruikers is niet volledig behaald. Ik begrijp dat de aanpak van antibioticagebruik in de kalversector complex is en een ketenaanpak vergt. Maar het uitblijven van verdere reductie en onvoldoende afnemen van het aantal hooggebruikers, vraagt nu om duidelijk perspectief met een concreet plan, hiervoor zijn de eerste stappen gezet. De afgelopen jaren is door de kalversector in samenwerking met de SDa gewerkt aan een nieuwe rekensystematiek die veehouders een beter passend beeld moet geven over het daadwerkelijk gebruik. Deze rekensystematiek, waarin alleen nog onderscheid gemaakt wordt tussen de categorieën start en afmest, is recent ingevoerd en moet leiden tot scherpere sturing vanuit de sector om (hoog)gebruik te verminderen. De sector heeft in het Veal Forward plan de ambitie uitgesproken om 50% reductie te realiseren in 2032 t.o.v. 2022. Daarnaast ben ik met de sector overeengekomen dat in 2032 het aantal in bedrijf zijnde hooggebruikende bedrijven met 50% is verminderd t.o.v. 2026. Om dit te bereiken zal de sector een verscherpte aanpak van (structureel) hooggebruikers invoeren, deze zal naar verwachting 1 januari 2027 in gaan. Ook kijkt de sector op meerdere fronten naar verbeteren van de gezondheid van kalveren over de gehele keten, o.a. door projecten als ‘pilot gezonde kalverketen’ en ‘Kijk op het kalf’. Het zijn belangrijke en ambitieuze sectorale reductiedoelstellingen. Ik roep de sector op deze ambities dit jaar om te zetten in concrete acties met daadwerkelijke resultaten waarbij de gezondheid van de kalveren wordt verbeterd en het gebruik omlaag gaat. Onverwachte toename gebruik vleeskuikensector Het gebruik in de vleeskuikensector was jarenlang dalend, onder andere door toename van bedrijven die trager groeiende vleeskuikens hebben. Dit jaar is het totale antibioticagebruik (zowel reguliere als trager groeiende vleeskuikens) met 24,7% gestegen. Deze stijging is opvallend en inmiddels heeft de sector een werkgroep opgericht die de oorzaak van de stijging moet achterhalen. Het valt hen op dat er een relatief hoog gebruik is in de eerste week dat de vleeskuikens op het bedrijf zijn. Er lijken meerdere problemen te spelen die effect hebben gehad op het gebruik, o.a. rondom pluimveeziekten, relatief meer reguliere t.o.v. trager groeiende vleeskuikens en gezondheid van kuikens bij aankomst op het bedrijf. De werkgroep onderzoekt deze problemen verder en bekijkt waar handelingsperspectief ligt voor de veehouders en dierenartsen. Ik ben te spreken over de constructieve aanpak van de vleeskuikensector om de oorzaak van deze onverwachte stijging te achterhalen. Trends andere sectoren en bij dierenartsen Het gebruik in de varkenssector is, na een lichte stijging vorig jaar, gedaald tot een niveau vergelijkbaar met 2023. Positief is dat het afgelopen jaar het gemiddelde gebruik bij speenbiggen is gedaald naar het laagste niveau tot nu toe. In de geitensector is het gebruik laag op basis van de huidige gegevens. Echter spelen hier problemen met de kwaliteit van de gegevens, hierop heeft de sector verbeteringen doorgevoerd. Er is nog een slag te maken in verbetering van de gegevenskwaliteit en daarom start ik dit najaar met een onderzoek naar gegevenskwaliteit bij databanken in de geitensector. Voor wat betreft dierenartsen zijn de voorschrijfniveaus in melkvee, overig rundvee, trager groeiende vleeskuikens, zeugen en zuigende biggen en vleesvarkens laag en zijn de verschillen tussen dierenartsen klein, dit is positief. In de reguliere vleeskuikensector is het voorschrijfniveau toegenomen (in lijn met de stijging bij vleeskuikens) en in de kalversector ontbreekt een dalende trend in voorschrijfniveau, waardoor de verschillen tussen dierenartsen groot zijn. Ik vind het positief dat het gebruik van kritische middelen voor de volksgezondheid over de gehele dierhouderij laag is en dat het gebruik van colistine (een polymixine) verder is afgenomen. Het gebruik van overige chinolonen is echter toegenomen in de vleeskuiken en kalversector. Overige chinolonen zijn sinds 2026 ook in de Nederlandse classificatie voor antibiotica opgenomen als categorie B middelen, dit zijn antibiotica die van kritisch belang zijn voor gebruik in de humane gezondheidszorg. Ik ben voornemens in 2027 een gevoeligheidsbepaling voorafgaand aan de inzet van chinolonen en polymixen te verplichten, vergelijkbaar met de huidige wettelijke verplichting voor andere kritische middelen. Resistentieniveaus in darmbacteriën van dieren stabiliseren De Nethmap One Health-rapportage[voetnoot 6] over 2024 laat zien dat, na een eerdere aanzienlijke afname in algehele resistentieniveaus in algemene darmbacteriën, het resistentieniveau in de meeste diersectoren nu stabiel is. Daarnaast is de specifieke resistentie tegen extended-spectrum cefalosporines (ESC’s) bij melkvee toegenomen, en blijft deze hoog bij vleeskalveren. Ook fluorochinolonresistentie in Campylobacter-bacteriën bij pluimvee en mensen blijft een punt van zorg. Colistineresistentie blijft laag in voedselproducerende dieren. In 2024 en 2025 werden voor het eerst Carbapenemase Producerende Enterobacteriën (CPE) bij landbouwhuisdieren aangetroffen.[voetnoot 7] Dit geeft aan dat monitoring van AMR essentieel blijft. De organisaties die betrokken zijn bij het opstellen van de rapportage nemen stappen om, conform het actieplan, de One Health-benadering en gegevens integratie in de Nethmap-MARAN-rapportage verder te versterken. Nieuwe classificatie en standaarden voor voorschrijven antibiotica Om verantwoorde inzet van antibiotica te blijven stimuleren heeft de Nederlandse Werkgroep Veterinair Antibioticabeleid (NWVAB), in opdracht van het ministerie van LVVN en als onderdeel van de uitvoer van het actieplan, een nieuwe classificatie voor het gebruik van veterinaire antibiotica (NWVAB-classificatie)[voetnoot 8] gepubliceerd. Aanleiding voor deze herziening was de introductie van de AMEG-classificatie door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en de aanbeveling voortkomend uit de audit in Nederland door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en EU over beleid rondom pandemische paraatheid en preventie.[voetnoot 9] De nieuwe indeling weegt het belang van antibiotica voor de diergeneeskunde en de humane geneeskunde tegen elkaar af en zet dit af tegen de op dit moment bekende resistentieproblemen in beide domeinen. De implementatie van deze nieuwe classificatie vindt gefaseerd plaats met de vaststelling van diersoortspecifieke NWVAB-standaarden, waarvan de eerste standaarden (richtlijnen voor dierenartsen om antibiotica verantwoord voor te schrijven) na de zomer van 2026 worden verwacht. In 2027 wil ik een onderzoek starten om de implementatie van de nieuwe standaarden en classificatie in de veterinaire praktijk te ondersteunen. Ook financier ik een driejarig onderzoek van 2026-2028 naar het gebruik van antibiotica in de diersector en de relatie met antibioticaresistentie bij dieren. Uitkomsten van het onderzoek geven input voor gericht beleid (o.a. bij het doorontwikkelen van diersoortspecifieke NWVAB-standaarden) en dragen op die manier bij aan het waarborgen van verantwoord antibioticagebruik in de sector. Ik roep de sectoren op mee te werken aan dit onderzoek. Uitbreiding monitoring gebruik naar alle gehouden dieren De Europese diergeneesmiddelenverordening[voetnoot 10] verplicht lidstaten tot het uitbreiden en optimaliseren van de monitoring van het gebruik van antimicrobiële diergeneesmiddelen naar alle gehouden dieren, waaronder schapen en paarden (per 2027) en vanaf 2030 ook honden en katten. Momenteel wordt aan deze uitbreiding van de monitoring gewerkt. In Nederland bestaat er sinds lange tijd een uitgebreide en zeer specifieke monitoring in de grote veehouderij sectoren (varken, pluimvee, kalveren en runderen), die de afgelopen jaren is uitgebreid naar vleeskonijnen, geiten, kalkoenen en eenden. De verdere uitbreiding naar alle gehouden dieren vraagt om een zorgvuldig proces omdat deze sectoren anders georganiseerd zijn en de monitoring en gegevensverzameling een andere aanpak vragen. Om te voorzien in de verplichting om gebruiksgegevens van schapen en paarden volgend jaar te melden heb ik de SDa gevraagd voor 2026 een survey naar het gebruik uit te voeren en advies te geven over de inrichting van een monitoringssysteem. Tevens voer ik op dit moment een verkenning uit, waarin gekeken wordt hoe de monitoring met betrekking tot levering van gegevens in deze sectoren het beste ingericht kan worden. Hierbij zijn de verschillende stakeholders betrokken. Ik zal uw Kamer in 2027 nader informeren over de verdere inrichting van de monitoring. Internationale inzet Nederland zet zich internationaal in voor een gecoördineerde aanpak van antibioticaresistentie, met focus op EU-samenwerking (o.a. via ESUAvet en EU One Health Actionplan), bilaterale kennisdeling met buurlanden en mondiale initiatieven via WHO, FAO, OIE en de verwachte 5th ministerial meeting on AMR in Abuja die volgt op de political declaration[voetnoot 11] van de Verenigde Naties. Dit doen we in nauwe samenwerking binnen het One Health-domein, waarbij mijn ministerie nauw samenwerkt en optrekt met de ministeries van VWS en IenW. Tot slot De aanpak van AMR blijft urgent en vraagt om structurele, grensoverschrijdende inspanning. Nederland zet zich hiervoor in op de terreinen waar verplichtingen liggen of waar het meeste effect wordt verwacht. Komend jaar ligt de nadruk op het versterken en uitbreiden van monitoring en het bevorderen van transparantie over antibioticagebruik. De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens EU Action on Antimicrobial Resistance - Public Health - European Commission Risicoscan internationale dreigingen voor de volksgezondheid, RIVM-rapport 2026-0039 Risicoscan internationale dreigingen voor de Nederlandse volksgezondheid, Nederland beter voorbereid op de toekomst Kamerstukken 2023-2024, 32 793, nr.753. SDa rapportage Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2025 sda-rapport-met-brief---het-gebruik-van-antibiotica-bij-landbouwhuisdieren-in-2025-def-err0607.pdf Nethmap-One Health rapportage 2025, Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective. RIVM, SWAB, WBVR, 2025. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2025-0122.pdf Nethmap-One Health rapportage 2025, Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance in the Netherlands from a one health perspective. RIVM, SWAB, WBVR, 2025. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2025-0122.pdf Kamerstukken 2025-2026, 29 683, nr. 317 Nederlandse Werkgroep Veterinair Antibiotica Beleid. (2025). NWVAB-classificatie: Classificatie van antibiotica voor veterinaire toepassing (Versie 6). https://www.knmvd.nl/app/uploads/2025/12/NWVAB-classificatie_V6.pdf Kamerstukken 2024-2025, 31 765, nr. 942. EU 2019/6, van kracht sinds 28 januari 2022 Political Declaration of the High-Level Meeting on Antimicrobial Resistance :

Bron, video en gesprek →