KamerkringInloggen
Silvio Erkens

Officieel Kamerprofiel

Silvio Erkens

21debatten
1.518bijdragen
3interrupties
114.760woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: VVD (2021-03-31–2026-02-22) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
9 sep 2026 · Kamerstuk

Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete 36899

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Dank, voorzitter. Ik zal even vertellen hoe ik u door dit debat ga meenemen. Ik heb een korte inleiding en daarna heb ik meerdere mapjes. Die beginnen heel dicht op het wetsvoorstel en gaan steeds iets verder ervan af. We beginnen dus met het mapje vragen over het wetsvoorstel, daarna hebben we het mapje controle en handhaving, het mapje middelen voor het wetsvoorstel, het mapje aanlandhavens, het mapje vissenwelzijn en het mapje overig. Op die manier gaan we erdoorheen. Voor de Visserijwet dienden tot 2024 alle overtredingen afgedaan te worden via het strafrecht. In 2024 is de bestuurlijke boete onder de Visserijwet in werking getreden met als doel om binnen vijf jaar alle overtredingen onder visserijregelgeving bestuurlijk af te kunnen doen. Dit draagt bij aan een snellere en efficiëntere sanctionering na overtredingen en het geeft ook duidelijkheid voor de overtreder. De invoering van de bestuurlijke boete onder de Visserijwet is complex gebleken. De herziening van de Europese Controleverordening per 10 januari 2026 stelt nieuwe eisen aan administratieve sancties. In de Nederlandse situatie zijn dat de bestuurlijke boetes onder de Visserijwet. Om aan deze nieuwe eisen te voldoen, is een wijziging van de Visserijwet nodig. Hiertoe heeft mijn ambtsvoorganger een wetsvoorstel ingediend. Het is goed om hier vandaag met uw Kamer het gesprek over te voeren. Voordat ik uw vragen beantwoord, zal ik even kort toelichten wat deze wet wel en niet doet. Zoals gezegd is het wetsvoorstel bedoeld om de bestuurlijke boete onder de Visserijwet in lijn te brengen met de herziening van de Europese Controleverordening. De verordening vereist dat bij herhaling van specifieke overtredingen een administratieve sanctie kan worden opgelegd van acht keer de waarde van de visserij- of aquacultuurproducten die bij het plegen van de overtreding zijn verkregen. Dat maximum is alleen van toepassing bij zeer ernstige overtredingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid voor omvangrijke visserijondernemingen. Denk hierbij aan grote pelagische ondernemingen die zonder vergunningen zouden vissen en daarmee dus illegaal vissen, wat een zeer grote impact zou kunnen hebben. Het gaat niet over ondernemers met een vergunning die zich netjes aan de regels houden. Het wetsvoorstel heeft dan ook geen automatische boeteverhoging tot gevolg; er wordt alleen ruimte geboden om een hogere boete op te leggen in de gevallen waarin dat vereist zou zijn. Naast de wetswijziging zullen ook het Besluit bestuurlijke boete en de Regeling bestuurlijke boete worden aangepast. Deze wijzigingen volgen uit het ingroeimodel en uit de geleerde lessen van de afgelopen twee jaar. Hierin zal ook een boetematiging komen voor overtredingen die met permanent administratief toezicht zijn geconstateerd. Dat is ook nodig om disproportioneel hoge boetebedragen te kunnen voorkomen, waar een aantal Kamerleden naar vroeg. Dat zit dus niet hierin, maar het zit in andere wijzigingen die nu plaatsvinden. Europees blijven we inzetten op uitvoerbare, handhaafbare en proportionele regels met een zo laag mogelijke administratieve last. Een sluitstuk van de controlemaatregelen is sanctiebeleid met boetes en straffen die proportioneel zijn en impact maken. Via dit ingroeimodel zullen steeds meer overtredingen bestuurlijk beboet kunnen worden. Ik voorzie daarmee een effectieve manier van sanctionering, die hopelijk ook gaat leiden tot het vergroten van de naleving. Voorzitter. Dan de vragen in het blokje wetsvoorstel. Ik kom op de vragen van de BBB. Hoe wordt de mate van verwijtbaarheid in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk toegepast? De verwijtbaarheid van een overtreding wordt geacht hoger te zijn naarmate de overtreder professioneler is. Ook zal het behaalde voordeel over het algemeen groter zijn naarmate de overtreder ook een grotere onderneming betreft. Daarnaast vangt een groter vissersvaartuig vaak ook meer extra kilo's vis dan een kleiner vaartuig. Overtredingen begaan door een natuurlijk persoon, denk aan een sportvisser, worden daarom gekoppeld aan lagere boetebedragen dan die begaan door omvangrijkere bedrijven met veel grote vaartuigen. Kan de staatssecretaris toezeggen een concreet tijdpad te zullen geven, vraagt D66. Kan hij toezeggen dat de Kamer die uitwerking te zien krijgt voor die definitief wordt vastgesteld? Over de wijziging van het besluit heeft de Raad van State op 15 juli een blanco advies uitgebracht. Voor het besluit was geen voorhang bij de Kamer vereist. Ik ben voornemens om het nadere rapport naar de Koning te sturen, met het verzoek het besluit vast te stellen. De wijziging van de regeling die samenhangt met het besluit is al voorbereid en zal in januari worden vastgesteld. U stemt over dit wetsvoorstel. Als het doorgeleid wordt, kunnen we het ook in werking laten treden. Ik zie een vraag, voorzitter. Het kan zijn dat wij niet goed hebben begrepen om welk tijdpad er gevraagd werd.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Het tijdpad van inwerkingtreding van deze wet? Dat heb ik namelijk zonet beschreven. U stemt erover, dan gaat het naar de Eerste Kamer en vervolgens treedt de wet in werking. Ik weet dus niet om welk tijdpad u precies vraagt.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Daar kom ik in tweede termijn op terug. Nu snap ik de vraag een stuk beter. Voorzitter. Dan een vraag van de PVV over de proportionaliteit van het verhoogde boetemaximum. Hoe verhoudt een boete van 1,1 miljoen euro zich tot de economische realiteit van een kotter? Dat boetemaximum is alleen van toepassing op de hoogste overtreders en overtredingsklasse, zoals vastgesteld in het Besluit bestuurlijke boete. De boetemaxima gelden dus voor de ernstigste overtredingen en voor eigenaren van een vissersvaartuig met een lengte langer dan 59 meter of meer dan 1.200 bruto ton, en voor eigenaren van een onderneming met meer dan 50 mensen in dienst. Daarnaast kan het boetemaximum gelden als de hoogte van de boete door het met de overtreding behaalde voordeel aanmerkelijk wordt overschreden. Dergelijke overtredingen komen trouwens in Nederland nauwelijks voor, ook niet in het verleden. De verwachting is dan ook dat deze boetes nu weliswaar in de wet zijn opgenomen, maar dat ze, als we geen enorme toename zien van dit soort grote overschrijdingen, niet opgelegd zullen worden. Voorzitter. Dan een vraag van de heer Meulenkamp. Kan de staatssecretaris toelichten hoe hij ervoor zorgt dat de toepassing van het nieuwe boetemaximum in Nederland niet leidt tot een concurrentienadeel voor Nederlandse vissers ten opzichte van andere vissers? De eisen aan deze bestuurlijke boete volgen uit de Europese herziene controleverordening. Alle lidstaten moeten die implementeren. De boetebedragen die zijn voorzien in het voorstel, sluiten aan bij de boetebedragen die andere lidstaten rond de Noordzee opleggen voor vergelijkbare overtredingen. Daarmee beperken we ook mogelijke concurrentienadelen. We proberen het dus zo veel mogelijk in lijn te hebben met de andere landen rondom de Noordzee. Voorzitter. Dan nog één vraag in dit mapje. Die zat in een interruptiedebatje tussen D66 en de PVV, volgens mij, en gaat over het verschil in benadering van een bedrijf met één pelagische trawler en het boeteplafond van het maximale bedrag. Is het bedoeld voor grotere of kleinere bedrijven? Het wetsvoorstel gaat over het maximale bedrag. Dat kan alleen worden toegepast bij de zwaarste overtredingen van de grootste overtrederscategorie. Ook een aantal vragen van de PVV ging hierover. Moeten vissers dit als een zwaard van Damocles boven hun hoofd zien hangen? Nee, dat is niet het geval. Het zijn theoretische maxima voor situaties die in het verleden ook heel weinig hebben gezien in Nederland. We synchroniseren het hiermee alleen maar. Het is wel onderdeel van de toolkit. Voorzitter. Dan de volgende map: controle en handhaving. Daarin zitten onder andere een aantal vragen van BBB. Een kleine schrijffout leidt tot een proces-verbaal, vissen is zwaar vermoeiend en de administratie kan fouten bevatten. Maken we dus onderscheid tussen onbedoelde fouten en bewuste overtredingen? De Europese wetgeving biedt zeer beperkte ruimte om schrijffouten te kunnen corrigeren. Omdat dit grote gevolgen kan hebben voor vissers heeft RVO vorig jaar een traject uitgevoerd om de administratieve discipline te verhogen. Dat heeft goede resultaten opgeleverd. Daarnaast passen we boetematiging toe bij de NVWA op dit soort voorstellen. Dat wordt nu ook geformaliseerd in het besluit dat ik in mijn inleiding noemde, het Besluit bestuurlijke boete. Daar loopt momenteel een separaat regelgevingstraject voor. Precies om te voorkomen dat dit soort kleine foutjes kunnen leiden tot disproportionele boetes, gaan we dat aanpassen in de wet.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Er is op dit moment vrij weinig ruimte beschikbaar in de wet om te kunnen corrigeren. Tegelijkertijd ben ik het met mevrouw Van der Plas eens dat het heel ongewenst is dat je daarvoor gestraft wordt. Vandaar dat we nu in ieder geval kijken naar het Besluit bestuurlijke boete om die matiging toe te passen, zodat je niet door een paar foutjes hele forse boetes krijgt. Die bedragen gaan dus omlaag en stapelen ook minder op. Ik zal ook met de NVWA in gesprek gaan om te kijken wat we daar nog meer in kunnen doen. Dat kan ik toezeggen. Maar Europeesrechtelijk heb ik weinig ruimte om te zeggen: we gaan dat niet beboeten. Vandaar de matiging. Ik kan in gesprek kijken wat er nog meer mogelijk is, omdat ik het wel eens ben met het punt dat gemaakt wordt. Voorzitter. Dan de vraag, ook van mevrouw Van der Plas, over het droogvallen voor rust: of ik samen met mijn collega van IenW specifiek wil kijken naar vissers die hun schip bewust laten droogvallen om de bemanning veilig te laten rusten. Ik heb al contact met mijn collega van IenW over een aantal andere zaken op het gebied van veiligheid op zee. Ik zal het meenemen in die gesprekken, die op ambtelijk niveau lopen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Ik ben sowieso bereid hier schriftelijk op terug te komen en zal in de tweede termijn zeggen binnen welke termijn dat haalbaar is, want ik weet niet wanneer die debatten precies plaatsvinden. Dan de vraag: is de staatssecretaris bereid met de visserijsector in gesprek te gaan over de proportionaliteit van toezicht en handhaving? Het rechtssysteem dat we in Nederland hebben, houdt al rekening met evenredigheid en bijzondere omstandigheden. Dat proberen we ook op die manier toe te passen. Binnen de Europese kaders nemen we dus alle mogelijke ruimte die er al is om proportioneel en evenredig te kunnen sanctioneren. Ik noemde net die boetematiging als voorbeeld. Ik blijf hierover in gesprek met de sector en betrek de signalen ook in de Europese overleggen, omdat we als Nederland samen met een aantal andere lidstaten wel echt pleiten voor een aantal meer uitvoerbare en handhaafbare regels. Met name op bijvoorbeeld de aanlandplicht proberen we daar echt te komen tot iets wat beter uit te voeren is, met aan de ene kant een beter resultaat en aan de andere kant ook minder druk op de visserijsector. Dan nog een vraag van de BBB: wordt er daadwerkelijk gekeken naar de verhouding tussen het aantal beschikbare controles en het sterk afgenomen aantal vissersvaartuigen? De risicoanalyse van de NVWA vindt domeinbreed plaats en heeft, naast het aantal vissersvaartuigen, betrekking op andere onderdelen uit de gehele keten. Zo wordt er in de herziene controleverordening meer nadruk gelegd op de traceerbaarheid door de gehele visketen. Dat is ook een van de redenen dat de capaciteit op handhaving best wel in stand is gebleven: we kijken met elkaar dieper in de keten en houden toezicht vanuit die controleverordening. Hoe wordt dit risicogerichte toezicht in de praktijk vormgegeven? De sector is inderdaad kleiner geworden, en we zien aan de andere kant dat de toezichtstaak in ieder geval gelijk blijft, of toeneemt. Zo zorgt de herziening van de controleverordening voor een verandering in het toezicht en stelt deze aanvullende voorwaarden aan het toezicht. Zoals ik net zelf aangaf, zijn we in Europees verband wel aan het kijken hoe we die regels met elkaar wat aangescherpt kunnen krijgen, zodat ze wel effectief en doelmatig zijn op dat vlak. De herziening van de controleverordening resulteert namelijk in een verbreding van het toezicht, waarbij de NVWA onder andere verder in de keten toezicht houdt, maar ook meer toezicht houdt op kleinschalige visserij. Dat legt ook uit waarom je, met een kleinere sector, ziet dat het toezicht niet afneemt. De frequentie is wel gebaseerd op het risico op het begaan van een overtreding en de impact daarvan op de visbestanden en/of het milieu. Voorzitter. Dan nog een aantal vragen in dit blokje. De BBB vroeg ook: kan de staatssecretaris aangeven hoe hij ervoor zorgt dat onwetendheid die redelijkerwijs verschoonbaar is — een vergissing of een onbedoelde fout — voldoende wordt onderscheiden van bewuste en ernstige overtredingen? Volgens mij is dit net al ten dele beantwoord, toen ik zei dat ik daar begrip voor heb en dat we daarbinnen de ruimte pakken die al mogelijk is in Nederland. Ik zal natuurlijk ook met de NVWA blijven kijken wat mogelijk is, want volgens mij willen we bewuste fouten zo veel mogelijk opsporen en sanctioneren. Onbewuste foutjes moeten leiden tot herstel en ook tot begrip van welke fout je niet moet maken. Dan een aantal vragen van het CDA over cameratoezicht. Ik snap sowieso dat dit op weinig enthousiasme kan rekenen in de sector; het is natuurlijk best invasief om continu een camera op je werkplek te hebben. Ik vind het tegelijkertijd wel wenselijk dat we een pilot uitvoeren, want we doen daarmee ervaring op, en dat is wel nodig voor een goede implementatie. Hierover spreken we met de sector. Tot op heden zijn er geen vissers die bereid zijn om deel te nemen. Vanzelfsprekend ga ik graag het gesprek aan met de sector om die pilot mogelijk te maken. Ik merk hierbij wel op dat het tijdpad voor invoering krap begint te worden. Als we de sector bereid kunnen vinden om een pilot te doen, kunnen we de uitkomsten van de pilot nog betrekken bij de gesprekken in Europa en mogelijk ook de verplichting nog wat aanpassen en verbeteren. Er zit dus hopelijk een stimulus in om hierop stappen te zetten. Wat zegt de staatssecretaris tegen de ondernemers? Ik heb net aangegeven dat ik snap dat het niet op veel enthousiasme kan rekenen. Tegelijkertijd wordt het wel per 10 januari 2028 verplicht gesteld, op basis van Europese regelgeving. Daar heb ik ook aan te voldoen. Het is een zware extra administratieve verplichting. Daarom doen we er ook alles aan om het zo uitvoerbaar mogelijk te maken. Ik wil ook graag met de sector in gesprek over hoe we dat op een goede manier kunnen invoeren. We zullen vanuit EMFAF middelen ter beschikking stellen aan de vissers om aan die verplichting te kunnen voldoen. Op die manier probeert de overheid hierbij te helpen. Voorzitter. Dan nog twee vragen van D66 in dit blokje. Klopt het dat recidive niet per schip maar per onderneming wordt bekeken, ook wanneer opeenvolgende overtredingen met verschillende vaartuigen binnen dezelfde vloot zijn begaan? Dat is afhankelijk van de soort overtreding die begaan is. Recidive geldt wanneer een bestuurlijke boete aan een overtreder is opgelegd die onherroepelijk is en deze overtreder binnen drie jaar opnieuw eenzelfde of soortgelijke overtreding begaat. Voor overtredingen waarbij de verantwoordelijkheid voor de naleving bij een persoon ligt, de schipper, wordt de beoordeling van recidive uitsluitend op het niveau van de overtreder toegepast. Er wordt dus gekeken: is de overtreding door de schipper begaan of ligt deze op het niveau van de onderneming? Op die manier wordt er onderscheid gemaakt. Voorzitter. Wordt de ecologische impact expliciet meegewogen in het risicogebaseerde toezicht van de NVWA en op welke manier is dat vastgelegd? De ecologische impact van bodemberoerende vistuigen wordt op dit moment niet als afzonderlijke risicofactor meegewogen bij de inrichting van het risicogebaseerde toezicht. Het type vistuig dat gebruikt wordt, is wel een van de factoren bij de inrichting van het toezicht. Hierbij wordt bijvoorbeeld ook gelet op de doelsoorten waarop gevist wordt, bijvoorbeeld tong in de boomkorvisserij. Voorzitter. Dan de laatste vraag in dit mapje: is de staatssecretaris bereid om bij de aangekondigde wijziging van het besluit en de regeling te bezien of de zwaarste boetecategorie niet alleen aan scheepsgrootte, maar ook aan het type vistuig en de bewezen ecologische schade wordt gekoppeld? Zoals ik net aangaf, is dat impliciet wel meegenomen in de boetecategorisering. De verwijtbaarheid van de overtreding wordt ook geacht hoger te zijn naarmate de overtreder professioneler is. Ook zal het behaalde voordeel over het algemeen groter zijn als de overtreder een grotere ondernemer is. Daarnaast heeft een overtreding door een groter vissersvaartuig ook vaak meer impact op het milieu dan bij een kleiner vaartuig het geval is. Op die manier is het impliciet dus wel meegenomen. Voorzitter. Dan het mapje middelen. Dat is eigenlijk een mapje met één vraag van het CDA, dus dit zal snel gaan. De vraag gaat over de uitvoeringscapaciteit: kan de staatssecretaris aangeven hoeveel extra fte's inmiddels daadwerkelijk beschikbaar zijn? De aantallen mensen heb ik hier niet op mijn blaadje staan, maar met de invoering van de bestuurlijke boete is een ingroeimodel beoogd met als doel het opdoen van ervaring met het instrument. Na aanpassing van het interventiebeleid past de NVWA sinds augustus 2025 dus de boetestelling voor de binnen- en kustvisserij toe. De NVWA is zich aan het voorbereiden op de volgende fases. Ze zijn dus ook in staat om binnen de beschikbare middelen en aantallen fte's de bestuurlijke boete proportioneel en zorgvuldig uit te voeren. Het toezicht doen we dus risicogebaseerd. Dat betekent wederom dat in de tweede ronde de frequentie toeziet op de naleving en ook op het risico en de impact daarvan. Voorzitter. Dan weer een kort mapje: aanlandhavens. Ik heb daar een aantal vragen van de BBB over gekregen. Het leek of de heer Jansen een vraag had. Ik popelde al om antwoord te geven.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Kijk, het was een schijnbeweging. Ik ga verder met de loshavens. De vraag was: zijn er de afgelopen periode boetes en waarschuwingen of strafpunten uitgedeeld vanwege de onduidelijkheid rondom de juridische status van loshavens? Zoals ik in juni heb gecommuniceerd aan uw Kamer zorg ik, in overleg met de NVWA, dat er communicatie plaatsvindt over de wijzigingen in de lijst met loshavens, voordat er handhavend wordt opgetreden. Dat betekent inderdaad dat er de afgelopen periode geen boetes en waarschuwingen of strafpunten zijn uitgedeeld in de betreffende havens. Voorzitter. Dan nog de vraag van de BBB over de loshavens Kornwerderzand en Brouwershaven. De vraag was waarom die niet zijn toegevoegd aan de lijst van loshavens en of ik die nog toe kan voegen, conform de motie-Boomsma. Na nadere analyse van de havens waar aanlandingen hebben plaatsgevonden en na overleg met de visserijsector en afstemming met de NVWA, heb ik besloten om deze havens niet aan te wijzen als loshavens. De afgelopen jaren was het aantal aanlandingen in Kornwerderzand minimaal. In Brouwershaven is de afgelopen vijf jaar niet gelost. In lijn met de motie-Boomsma en de Beleidsregel aanlandhavens voeg ik deze niet toe aan de lijst. Tegelijkertijd zijn er een aantal havens die wel toegevoegd gaan worden. Ik informeer u deze maand verder over de uitvoering van de motie-Boomsma. Die brief komt dus deze maand nog naar de Kamer. Voorzitter. Dan gaan we naar het blokje vissenwelzijn. De eerste vraag was: er is geen wetgeving die miljoenen wezens die pijn voelen tegen onnodig leed beschermt; wat vindt de staatssecretaris daarvan? Aspecten rond vissenwelzijn kunnen worden meegewogen in de vormgeving van regelgeving. Ik heb wel eerder aangegeven dat stappen rond vissenwelzijn gezamenlijk in Europees verband genomen moeten worden. Dat is ook nodig om een gelijk speelveld tussen lidstaten te behouden. Mijn inschatting is op dit moment dat het geen prioriteit voor de lidstaten is. Zet de staatssecretaris zich in voor regelgeving met betrekking tot het beschermen van vissenwelzijn in Nederland? We werken aan methodes om het welzijn te verbeteren op sommige vlakken, bijvoorbeeld bedwelmingsmethodes. Daarnaast hebben we ook handhaving op mishandeling van dieren et cetera. Daar wordt ook tegen opgetreden. Tegelijkertijd heb ik net aangegeven wat die Europese inzet is. Waarom zouden we bij een vis doen alsof de pijn van de haak niet uitmaakt, omdat wij de pijn niet kunnen zien? Het klopt dat het welzijn van vissen minder zichtbaar is. Zoals in de wetenschap consensus is, erken ik dat ook vissen pijn en stress kunnen ervaren. Het bewustzijn daarvan is wel minder dan bij zoogdieren, maar ze kunnen wel degelijk pijn ervaren. Daarom heeft het welzijn ook onze aandacht. De toepassing van dergelijke maatregelen moet echter wel Europees worden opgepakt om een gelijker speelveld te kunnen garanderen. Het lid Bromet van PRO vroeg welke rol in deze aanpak is weggelegd voor sportvissers en of hier een wijziging van de Visserijwet voor nodig is. Sportvissen met weerhaakjes kan, mits correct uitgevoerd, verantwoord plaatsvinden. De koepelorganisatie van sportvisserij, de Sportvisunie, heeft hier een gedragscode voor opgesteld. Hiermee wordt voorzien in een zorgvuldige omgang met de vissen. Ik vind dit ook een goed voorbeeld van het nemen van eigen verantwoordelijkheid door de sector. Binnen deze kaders kan sportvisserij wat mij betreft prima blijven plaatsvinden. Ik heb wel eerder met uw Kamer gedeeld dat ik met de Sportvisunie in gesprek zal gaan om de toepassing van de gedragscode ook nog nadrukkelijker onder de aandacht te brengen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Als we wetenschappelijke studies moeten sturen, zal ik u op een later moment daarover moeten informeren. Als dit het verzoek is van de Kamer, kan ik dat uiteraard ook doen. De Sportvisunie heeft zelf aangegeven onder welke omstandigheden vissen met weerhaken kan. Mijn kinderen vissen nog niet, want ze zijn te jong, dus ik heb niet dezelfde analogie als de heer Lohman, maar ik heb vroeger wel heel veel gevist op karpers. Het verschilt per vissoort wat de impact van een weerhaak is. Bij bijvoorbeeld forel leidt het gebruik ervan tot grotere sterfte, maar bij karpers is dat niet significant. Een aantal van die onderzoeken zullen we nog kunnen delen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Er zijn alternatieven voor het gebruik van weerhaken. Tegelijkertijd zijn er een aantal redenen, bijvoorbeeld voor sportvissers die dat zelf doelmatig doen, om weerhaken in te zetten, want met weerhaken is de vangkans groter dan met andere haken. Er zijn dus omstandigheden waarin die worden toegepast. Vandaar dat ik zeg dat ik met de Sportvisunie in gesprek kan gaan over waar het niet nodig is. We kunnen echt met elkaar kijken hoe we de informatievoorziening daarover in de gedragscode kunnen verbeteren, maar een generiek verbod gaat voor mij echt twee stappen te ver.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Volgens mij heb ik net aangegeven dat we samen met de sector kunnen kijken hoe we het gebruik van weerhaken, waar dat kan, kunnen verminderen. Een generiek verbod zal ook nadelen hebben. Aan de ene kant zijn dat de nadelen die door een aantal Kamerleden zijn genoemd: toch vanuit Den Haag besluiten om een verbod op te leggen terwijl een deel van de vissers die nog wel toepast en de combinatie met het feit dat een weerhaak vergeleken met andere haken voor sommige vormen van visserij wel voordelen biedt. Ik ben echter bereid om met de Sportvisunie te bekijken hoe we het gebruik daarvan wel kunnen minimaliseren waar dat mogelijk is. Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Bromet aan het kabinet. "Is het amendement haalbaar en wenselijk?" Ik heb daar volgens mij net antwoord op gegeven. "Is het kabinet het ermee eens dat gemeenten zelf moeten kunnen bepalen of een visverbod geldt? Is het amendement de juiste manier om dat te regelen? Zo nee, wat zijn dan andere mogelijkheden?" Wat mij betreft is het amendement niet nodig, want gemeentes kunnen al in hun private toestemmingen bepalingen voor visserij opnemen. Ik vind daarbinnen een hele bevoegdheid om visserijverboden op te leggen een stap verder gaan. Je kunt dat dus al privaatrechtelijk voor de visserijgronden doen; wat mij betreft is het onnodig om dat op te nemen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Nee, ik heb nog een mapje rivierkreeft, specifiek voor de voorzitter, want ik denk dat dat een onderwerp is dat hem heel erg aan het hart gaat.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Privaatrechtelijk kun je dus voorwaarden aan de sportvisserij opleggen. Een generiek verbod opleggen gaat wel een stuk verder. Het kabinet is geen voorstander van die bevoegdheid.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Ja, maar dat hangt ervan af hoever de maatregel gaat die je in die privaatrechtelijke overeenkomst wil opleggen. Er zijn wel degelijk mogelijkheden om regels te stellen aan sportvisserij binnen een gemeente. Dat kan. Tegelijkertijd vind ik een bevoegdheid om verboden op te leggen aan bepaalde vormen van visserij een stuk verder gaan dan wat op dit moment noodzakelijk is. Het kabinet is het dus niet eens met deze lijn. Het is uiteindelijk wel een amendement, dus de Kamer stemt hier over.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Voorzitter, of voor de voorzitter in een vorig leven, moet ik dan zeggen: de rivierkreeften. Ziet het kabinet het experiment van het waterschap Rijnland als een succes en wat kan het doen om te zorgen voor meer natuurvriendelijke oevers bij onze binnenwateren? Ik zie het experiment als een succes, maar het is niet altijd mogelijk om natuurvriendelijke oevers aan te leggen, bijvoorbeeld wanneer er daaromheen geen ruimte is. Waterbeheerders zullen per locatie moeten besluiten wat de beste aanpak is om uitheemse rivierkreeften terug te dringen. Natuurvriendelijke oevers kunnen een belangrijk deel zijn binnen de aanpak. Ik had nog een andere vraag over de rivierkreeft, maar die heb ik nu niet in mijn mapje, dus ik hoop dat mevrouw Bromet dit mij wil vergeven als ik ervoor zorg dat ik die in tweede termijn wel bij me heb. Die ging namelijk over de rol van sportvissers, of die de juiste juridische basis hebben om rivierkreeften te kunnen wegvangen, en ook over de bredere aanpak van het kabinet.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Op die hamvraag ga ik nu even niet vooruitlopen, ook omdat de rivierkreeft in de portefeuille van de minister zit. Ik ga specifiek over het bevissen van de rivierkreeft. Zo hebben we het geregeld in het kabinet. Maar ik zal zorgen voor een uitgebreid antwoord in de tweede termijn. Als het aankomt op de sportvissers, doe ik dat uit mijn hoofd. Wij willen waterschappen de mogelijkheid geven om ook sportvissers te vragen om rivierkreeften weg te vangen. Dat geeft de waterschappen dan ook de mogelijkheid om een aantal randvoorwaarden mee te geven, want het kan natuurlijk ook tot schade leiden als dat wegvissen verkeerd plaatsvindt, maar die mogelijkheid moet geboden worden. Ik kom dadelijk terug op de tijdlijn.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: In het mapje overig. De heer Jansen: hoe staat het met de rechtsbescherming? Dit wetsvoorstel ziet alleen op de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan niet worden opgelegd samen met een strafrechtelijke boete. Hoewel een herstelsanctie een grote impact kan hebben, is die niet bedoeld om te bestraffen. In de sanctionering wordt hiermee rekening gehouden. Ik heb tevens andere boetes aangepakt — zoals ik dat ook bij de vraag van mevrouw Van der Plas noemde — om te voorkomen dat kleine foutjes kunnen leiden tot een flinke stapeling en disproportioneel grote boetes. Erkent de staatssecretaris dat de dreiging van miljoenenboetes de financierbaarheid bij banken volledig om zeep helpt? Nou, hoe banken omspringen met boetes, daar ga ik niet over oordelen, maar ik heb net al aangegeven dat het theoretische boetes zijn die we in het verleden eigenlijk ook zo goed als niet hebben moeten toepassen in Nederland. Als daar dus onrust over bestaat, neem ik die volgens mij weg door te zeggen dat ik er niet van uitga dat deze boetes vaak toegepast gaan worden, omdat het eigenlijk gaat over vissers die met de grootste vaartuigen hele grote, forse, bewuste overtredingen maken. Volgens mij is dat niet wat onze vissers nu doen. Dan de kustgemeenschappen. Waarom weigert de staatssecretaris het onderscheid te maken met betrekking tot de grens van 1.200 brutoton? Dit wordt op verschillende plaatsen in de Nederlandse regelgeving gebruikt om aan te geven dat er sprake is van een zeer groot vissersvaartuig. Daarbij is aangesloten bij de categorie van de grootste overtreders. Zoals ik net aangaf, is het een combinatie van hoe groot het schip is, hoe groot de impact is en hoe groot de overtreding is en de mate van bewustheid ervan. Dus ook hierbij is de verwachting niet dat die boetes vaak worden toegepast. Ze zijn er voor de grootste overtredingen, mochten ze een keer plaatsvinden. Nou voorzitter, dan komt nu toch die vraag over de rivierkreeft. Die lag in het mapje overig en niet in het mapje rivierkreeft, dus mevrouw Bromet heeft geluk hier. We zullen inderdaad moeten accepteren dat die uitheemse rivierkreeften hier zullen blijven, maar ze kunnen lokaal nog wel onderdrukt worden en de schade kan dan beperkt worden. Welke maatregelen nodig zijn, verschilt per gebied, maar als ze alleen worden weggevangen zonder verdere maatregelen, zijn ze binnen twee jaar weer in volle sterkte terug. Om ze duurzaam te onderdrukken, moet bijvoorbeeld de nutriëntenbelasting omlaag en moeten er voldoende predatoren zijn om de rivierkreeftpopulatie te onderdrukken. We gaan het mogelijk maken voor waterschappen om rivierkreeften structureel weg te vangen met selectieve vistuigen. Daarbij mogen ze opdrachten geven aan derde partijen, zoals ook sportvisserijverenigingen. En over de verdere aanpak van de rivierkreeft heeft u recent ook nog een brief ontvangen, begreep ik. Dan heb ik nog een aantal vragen, voorzitter. De heer Meulenkamp wou al een sprintje trekken, maar hij gaat weer zitten.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Dat gaat lukken, denk ik, voorzitter. Ziet de staatssecretaris niet in dat met die bedragen het voortbestaan van onze vissers gewoon in de waagschaal wordt gesteld? Ik heb die vraag van de heer Jansen volgens mij net beantwoord. Zijn de vissers geïnformeerd over de regels van het Eems-Dollardverdrag? Dat was een vraag van mevrouw Van der Plas. Voor de visserij is in het kader van het Eems-Dollardverdrag afgesproken wie in het desbetreffende gebied mag vissen. Een aantal vissers heeft daar een specifieke toestemming voor nodig en gekregen. Garnalenvissers die die toestemming niet hebben, mogen daar wel varen, maar niet vissen. Vissers mogen daar dan ook niet hun netten spoelen, omdat dat niet te onderscheiden is van vissen. Deze regels waren dus wel gecommuniceerd met de sector. De vissers zijn er bekend mee, maar wij kunnen die communicatie nog een keer herhalen als er onduidelijkheid is. Ik zie geknik, dus dat gaan we doen. Is de staatssecretaris bereid om te kijken of de regels kunnen worden aangepast? Nee, dat gaat niet. Zoals ik net aangaf, is het een algemeen geldende regel om het voor de handhaving mogelijk te maken, omdat het onderscheid niet goed gemaakt kan worden. Ook hier is het zo dat de betreffende vissers een waarschuwing hebben gekregen en geen proces-verbaal. We letten er met elkaar ook op dat, als het inderdaad komt door een onbewuste fout, we niet meteen naar boetes grijpen en de mogelijkheden zoeken die we hebben. Volgens mij heb ik alle vragen gehad, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Dat klopt. We controleren nu dieper in de keten, dus ook meer richting de verwerkende industrie, de aanlandhavens, de kleinere vissersvaartuigen en ga zo maar door. Daar kunnen we het gesprek uiteraard in een debat over hebben. De complexiteit hiervan is dat het meeste ook voortkomt uit de controleverordening. Ik gaf net aan dat we met een heleboel lidstaten in Europa aan het kijken zijn naar hoe die verplichtingen doelmatiger ingericht kunnen worden. Daarbij moet je wel de waarborg met elkaar hebben die je zoekt, maar moet je de administratievelastendruk vervolgens wel verminderen, want die druk van deze voorstellen is echt heel hoog. De Commissie komt de komende weken of maanden ook met een voorstel hoe ze gaan kijken naar een aantal van deze aspecten. Dat wil ik dus afwachten. Ik zou kunnen toezeggen dat ik de Kamer, zodra deze voorstellen er zijn, laat weten hoe we ons daartoe verhouden.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Dit is dus een technische implementatie van een beperkte wijziging in de Visserijwet. Dit gaat over het harmoniseren van boetecategorieën. Hier zit geen groot voordeel voor de visserijsector aan; dat klopt. Het is een deel van je sanctioneringsbeleid. Daarnaast hebben we als kabinet natuurlijk heel veel ander beleid op het gebied van visserij om de sector wel degelijk te helpen. Je kunt erop rekenen dat het sanctioneringsbeleid niet hetgeen is waar de sector nu enthousiast voor op de bankjes staat.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Ik waardeer dat de heer Jansen erop gaat reflecteren en openstond voor mijn beantwoording.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Laat ik dat verduidelijken. Met de NVWA doen we het risicogebaseerd. Waar ik op duid, is dat we in Europees verband eigenlijk zien dat een aantal van de verplichtingen en regels op dit vlak vrij arbeidsintensief zijn, ook voor de NVWA. Dat zijn zaken die we moeten doen, terwijl dit niet bijdraagt aan het risicogebaseerde toezicht. Aan de andere kant bereiken we er ook niet de resultaten mee op het gebied van bodembescherming, quota et cetera die we willen bereiken. Dat is een discussie die nu ook gaande is met de Europese lidstaten. Het gaat echt meer over dat bredere speelveld en niet over het afschalen van toezicht. Het gaat erom dat we dat met elkaar een stuk efficiënter inrichten.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Ik heb een korte inleiding. Het was een debat waarin ik veel heb opgepikt, wat ik niet verwacht had. Ik had het vandaag liever wel over zoönosen gehad, omdat we gezien de ontwikkelingen binnenkort met de Kamer over het westnijlvirus moeten spreken. Ik begreep dat we dat ook gaan doen. Dat wordt opnieuw ingepland. Voorzitter. Ik heb geleerd dat het lid Kostić zelf vroeger gevist heeft, net als de kinderen van de heer Lohman. Zelf was ik vroeger fervent karpervisser. U gaat allen dus met nieuwe feitjes naar huis; dat is ook fijn. Sportvissen is natuurlijk heel mooi om te doen. Het kent een van de grootste verenigingen van Nederland. Iedereen is in de buitenlucht. Ga vooral door met het goede werk dat iedereen doet. Het is een mooie hobby. Ik hoop dat mijn kinderen ook voor de buitenlucht kiezen, net zoals die van de heer Lohman. Voorzitter. Dan ga ik naar de moties, de amendementen en nog een paar vragen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Ik erken dat er ook andere mogelijkheden zijn om buiten te spelen en je te vermaken in de natuur. Ik benoemde enkel dat ik als jong jochie sportvissen heel leuk vond.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: De moties. Het zijn twee stuks. De eerste is van mevrouw Van der Plas, meegetekend door de heer Meulenkamp. Die gaat over het corrigeren van onbedoelde schrijffouten. Die kan ik oordeel Kamer geven, met een kleine interpretatie. De Europese wetgeving biedt zeer beperkt ruimte om te corrigeren. Daar kan ik niet van afwijken. Het kan wel grote gevolgen voor vissers hebben. Ik ben dus bereid om te kijken wat ik met de NVWA en de RVO kan doen binnen de juridische kaders.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Die gaat over de toekomst van de schelpenvisserij. Mijn verzoek zou zijn om die motie aan te houden. Anders moet ik 'm ontijdig geven. De vergunning voor schelpenwinning ligt namelijk bij IenW. Ik zal de minister van IenW vragen uw Kamer hierover op korte termijn te informeren, als u de motie kunt aanhouden.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Hier staat: op korte termijn. Laat ik zeggen: voor het oktoberreces. Als dat niet lukt, dan laat ik dat mevrouw Van der Plas nog weten. Ik moet het namelijk wel even bij collega Karremans checken. "Korte termijn" klinkt wel als voor het oktoberreces, vind ik zelf.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Nee, nee, nee, nee, nee. Het zomerreces is net geweest.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Ik ben bereid dat te doen, maar wel met de kanttekening dat ik op dit moment niet voornemens ben om de lijst uit te breiden. Als er feitelijke onjuistheden zitten in wat ik net gezegd heb, dan kan ik dat wel nog dubbelchecken met de sector.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Dan de amendementen. Die zijn in dit debat volgens mij uitvoerig besproken. Het eerste amendement gaat over weerhaken bij sportvissen. Dat ontraad ik.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Oké. U heeft het officiële nummer. Bij mij staat er "nummer 1" op. Volgens mij is dat niet het nummer dat u heeft. Ik heb net aangegeven waarom ik dat amendement ontraad. Om die reden verwijs ik naar het debat. Mevrouw Van der Plas had er een paar aanvullende vragen over. Het zou inderdaad betekenen dat je je op het gebied van handhaving en naleving best een complexe operatie op de hals zou halen. Dan het tweede amendement van het lid Kostić. Dat gaat over de bevoegdheid van gemeentes.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Het amendement op stuk nr. 8 is, ook deels verwijzend naar het debat, feitelijk niet nodig, omdat gemeenten binnen de Visserijwet op specifieke onderdelen nu al voor hun eigen wateren voorwaarden verbinden aan huurovereenkomsten voor recreatieve visserij, of besluiten die huurovereenkomsten niet te verlengen. Ik wil niet te veel ingaan op de specifieke casus van Arnhem, maar dat het daar niet gelukt is, had ook te maken met de onderbouwing en uitwerking. De mogelijkheden om dat te kunnen doen, zijn er wel degelijk al. Dan heb ik nog een aantal vragen, ook van het lid Kostić.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Erkens: Klopt, voorzitter. Dan de laatste vragen. Het lid Kostić vroeg wanneer ik na het zomerreces zou terugkomen met een reactie op het rapport dierwaardige aquacultuur. Die brief is in voorbereiding. Die kunnen jullie begin oktober verwachten. Begin oktober is dat. Dan had ik volgens mij nog één vraag zelf doorgeleid naar de tweede termijn, namelijk van D66 over het tijdspad. Zowel het besluit als de regeling bestuurlijke boete hebben al ter internetconsultatie gelegen. Die stukken zijn vergevorderd. Ik zou ze het liefst zo snel mogelijk afronden, ook om uitvoering te geven aan de Europese regelgeving. Als ik de stukken volledig deel, zou dat voor vertraging kunnen zorgen. Ik ben even aan het nadenken, want ik snap de vraag van D66 volledig. Zou het een pragmatische oplossing zijn dat wij in oktober in een brief over een RLV-Raad een toelichting opnemen, met daarin een aantal voorbeelden van die boetecategorieën en wat daaronder zou vallen? Zou dat misschien een goede weg zijn, voorzitter? Ik zie geknik, dus dan gaan we dat doen.

Bron, video en gesprek →