AH 3042 2026Z16208 Antwoord van staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen 14 september 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2583 1 Heeft u gezien dat in het nieuws is gekomen dat op Franse pluimveebedrijven massale sterfte onder kippen heeft plaatsgevonden tijdens de hittegolf van eind juni 2026? Antwoord Dit heb ik gezien. 2 Heeft u gezien dat ook is gemeld dat varkens zijn omgekomen nadat de ventilatie in hun stal was uitgevallen? Antwoord Ja. 3 Deelt u het sterke vermoeden dat ook in Nederland in tijden van hitte (veel) meer dieren op veehouderijbedrijven sterven dan gebruikelijk? Zo nee, waarop baseert u zich als u denkt dat er zich geen oversterfte onder dieren in de Nederlandse veehouderij voordoet gedurende hete perioden? Antwoord Het spreekt voor zich dat in hitteperiodes kwetsbare dieren meer risico lopen. Zoals in voorgaande jaren is gemeld in Kamerbrief van 23 oktober 2020 (Kamerstuk 28286 nr. 1130) en beantwoording van Kamervragen in 2020 en 2021, is gebleken uit cijfers van meldingen bij de NVWA en van sectororganisaties, dat tijdens hitteperiodes sterfte onder dieren op het primair bedrijf plaatsvond. De oorzaken daarvoor leken vooral bij factoren zoals stalventilatie of koelsystemen die uitvielen te liggen. Sindsdien zijn interventies hierop gepleegd vanuit het Plan van Aanpak Hittestress (Kamerstuk 28286, nr. 1296) door bijvoorbeeld invoering van de verplichting om een noodaggregaat en alarmsysteem in stallen met ventilaties aanwezig te hebben en door hitteprotocollen die de sector heeft opgesteld. 4 Kunt u de Kamer informeren over de (vermoedelijke) oversterfte onder dieren in de veehouderij tijdens de periodes van hitte dit jaar en welke specifieke omstandigheden daarbij aan de orde waren, zoals het uitvallen van ventilatie of benodigde inzet van de brandweer? Antwoord Oversterfte zoals deze humaan gemeld wordt is een statistische (voorspel-) berekening gebaseerd op data van voorgaande jaren en verschillende (goed bijgehouden) parameters. Voor de veehouderij is een dergelijke statistische onderbouwde duiding niet op te maken. Sterftecijfers op primaire bedrijven worden voor runderen, schapen en geiten op dierniveau geregistreerd in het I&R systeem. Hierbij wordt alleen geregistreerd om welke diersoort het gaat en de leeftijd van het dier, niet om welk type bedrijf (bijvoorbeeld vleesrunderen versus melkrunderen). Houders van varkens dienen de aantallen gestorven varkens te registreren in I&R. Voor pluimvee worden sterftecijfers niet in I&R geregistreerd. Wel moeten houders die 250 of meer vogels houden verplaatsingen van kippen, kalkoenen, parelhoenders en eenden melden. Ook bestaat voor houders van pluimvee een meldplicht bij verhoogde sterfte gedurende enkele dagen. Omdat in het I&R systeem niet geregistreerd wordt wat de reden voor de sterfte van dieren is, is het vaststellen van oversterfte als gevolg van hitte niet mogelijk. De NVWA wil doeltreffender en doelmatiger (risicogericht en kennis gedreven) invulling geven aan haar toezicht. Voor een aantal van deze taken is permanente toegang tot actuele (real time) gegevens nodig. Voorbeelden hiervan zijn realtime gegevens van Rendac Son B.V. (hierna: Rendac) over afwijkende sterftecijfers op bedrijven (onder andere voor hittestress) en afvoer van kadavers vanaf verzamelplaatsen of slachthuizen. Momenteel ontbreekt er in de wetgeving een duidelijke grondslag (bevoegdheid) voor de NVWA voor het opvragen van gegevens bij derden. Ik werk dan ook aan de toezegging van mijn voorganger (Kamerstuk 28286, nr. 1335) om te onderzoeken of, hoe en onder welke voorwaarden (o.a. vanwege de bescherming van persoonsgegevens) de bevoegdheid vormgegeven kan worden. Ik informeer de Kamer over de voortgang begin 2027. Voormalig minister LNV heeft in 2021 in de Kamerbrief dierenwelzijn en hitte (Kamerstuk 28286, nr. 1210) veehouders opgeroepen om een melding te maken bij de NVWA als men duidelijke aanwijzingen heeft dat dieren door verstikking of door uitval van systemen om het leven zijn gekomen. Bij de NVWA zijn geen meldingen bekend. Deze oproep herhaal ik daarom bij deze. 5 Kunt u reflecteren op het waterverbruik door de veehouderij, alleen al vanwege het simpele feit dat dieren gedurende hun leven steeds zullen moeten drinken en de extra waterbehoefte gedurende hete perioden ten behoeve van de benodigde koeling voor de dieren in het licht van de droogte waar Nederland steeds vaker mee kampt en het feitelijke watertekort dat nu dreigt? Antwoord Houders van dieren hebben een plicht om hun dieren goed te verzorgen. Daar hoort bij dat dieren ook voldoende te drinken krijgen. Er is op dit moment geen tekort aan drinkwater. 6 Hoe zouden de zogenaamde klimaatplannen van veehouders eruit moeten gaan zien en welke consequenties zullen die hebben voor de vraag naar stroom en water door de veehouderij gedurende hete perioden als voor beide terreinen al geldt dat we keuzes moeten gaan maken? Antwoord In de AMvB dierwaardige veehouderij ben ik voornemens een maatregel op te nemen die het hebben van een klimaatplan verplicht. Hierin dient een houder maatregelen op te nemen ter voorkoming van hitte- en koudestress. Het doel van de verplichting is dat de veehouder zich bewust is van periodes waarin dieren hitte- of koudestress kunnen ervaren en dat hiervoor bedrijfsspecifiek handelingsperspectief op papier staat. Het plan beschrijft hoe een veehouder het beste kan handelen in voorbereiding op- en tijdens warme en koude periodes zodat de dieren de mogelijkheid hebben zich hierop aan te passen om hitte- en koudestress tot een minimum te beperken. Het is aan de veehouder zelf om keuzes te maken die het best aansluiten bij diens bedrijfsvoering en houderijsysteem, waar de vraag naar en het gebruik van stroom en water in meegenomen kan worden. 7 Onderschrijft u de analyse dat de risico’s voor het welzijn van dieren aanmerkelijk zijn toegenomen nu de klimaatcrisis resulteert in frequentere, langdurigere en hevigere hittegolven? Antwoord Zoals ook in het Plan van aanpak hittestress staat (Kamerstuk 2023D25025), is het voorkomen van hittestress bij dieren een toenemend aandachtspunt aangezien de KNMI’14 klimaatscenario’s[voetnoot 1] al voorspelden dat de temperatuur verder stijgt en dat Nederland steeds meer te maken zou krijgen met hete zomers. 8 Erkent u dat het voor het dierenwelzijn veel beter is om uit voorzorg veel minder dieren te fokken in aanloop naar de maanden waarin de kans tegenwoordig groot is dat het (zeer) warm wordt in Nederland, in plaats van stallen vol met dieren proberen te koelen met schaarse stroom en water? Antwoord De beladingsgraad in wagens, maar ook de beschikbare staloppervlakte voor de dieren hebben impact op de mogelijkheid voor dieren om af te kunnen koelen. Meer ruimte creëren voor deze dieren in de zomermaanden kan een goede manier zijn om hittestress te helpen voorkomen. 9 Bent u bij of na uw aantreden gebriefd over de aantallen dieren die jaarlijks sterven op veehouderijbedrijven in Nederland? Zo ja, wanneer was dat en op welke registratie(s) baseert u zich daarbij? Antwoord Zoals ik in vraag 4 heb geantwoord, worden de sterftecijfers van runderen, geiten en varkens in het I&R systeem geregistreerd. De veehouders hebben de verplichting om voor deze diersoorten hun dieren af te melden met een doodmelding aan het I&R systeem. Doordat de meldtermijnen variëren van 2 tot 7 werkdagen, afhankelijk per diersoort, is een actueel, dagdagelijks beeld niet uit het I&R systeem te verkrijgen. Verplichte registratie in I&R vindt plaats vanwege het belang van tracering van dieren met het oog op diergezondheid en dierziektebestrijding. I&R gegevens worden tevens gebruikt in de basismonitoring diergezondheid om vroegtijdig signalen van dierziekteproblematiek op te sporen. De NVWA kan sterftecijfers op bedrijfsniveau opvragen in I&R. Deze worden waar nodig benut voor het opmaken van een retrospectief sterftesjabloon van het bedrijf ten behoeve van handhaving en toezicht. 10 Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van stichting Wakker Dier, dat cijfers combineerde van de Gezondheidsdienst voor Dieren, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het Centraal Bureau voor de Statistiek en de sector zelf om de vroegtijdige sterfte van dieren (uitval) te berekenen die in geheel 2023 heeft plaatsgevonden in de Nederlandse veehouderij? Antwoord Ja. 11 Kunt u bevestigen dat die berekeningen erop uitkomen dat behalve het (in ovo) uitselecteren en vergassen van 25 miljoen haantjes in de legkippenhouderij er jaarlijks meer dan 20 miljoen dieren sterven op de veebedrijven in Nederland, dieren die het slachthuis dus niet eens halen? Antwoord Ik kan dit niet bevestigen, omdat door de overheid of een NGO niet van alle diersoorten een representatief beeld kan worden verkregen van sterftecijfers op veehouderijbedrijven vanwege beperkte toegang tot de (sterfte)data. 12 Hoe beoordeelt u de berekeningen van Wakker Dier? Vindt u de sterftecijfers van dieren op veehouderijbedrijven waar zij op uitkomen plausibel? Zo nee, op basis van welke cijfers en gegevens denkt u van niet? Antwoord Zie mijn antwoord op vraag 4 en 11. 13 Kunt u bevestigen dat een veehouder de dieren die zijn gestorven op zijn bedrijf (dagelijks) moet verzamelen en vervolgens moet aanbieden voor destructie door ze langs de kant van de weg te plaatsen, waarna het destructiebedrijf ze ophaalt? Zo nee, hoe zit het dan? Antwoord De houder moet gestorven dieren aan Rendac melden uiterlijk op de werkdag nadat het dier is overleden. Rendac moet vervolgens op de eerste werkdag na deze melding het kadaver ophalen en de houder moet het kadaver op zijn erf langs de weg aan Rendac aanbieden. Hierop zijn 2 uitzonderingen vastgesteld, namelijk dat de houder en Rendac overeen kunnen komen om de dieren op een andere plaats (op het erf) aan te bieden resp. op te halen en dat kleine kadavers (<25kg en varkens <200kg) gekoeld kunnen worden bewaard en één keer in de twee weken (pluimvee vier weken) op een vaste werkdag worden gemeld en aangeboden[voetnoot 2]. 14 Hoe worden door respectievelijk de veehouder en het destructiebedrijf de aantallen gestorven dieren geregistreerd? Hoe en aan wie wordt dit gerapporteerd en met wie worden deze gegevens gedeeld? Antwoord Sterfte bij runderen wordt door de veehouder doorgegeven aan Rendac. Rendac meldt voor de veehouder een doodmelding aan het I&R systeem. Een doodmelding bij schapen en geiten meldt de veehouder aan het I&R systeem. Rendac heeft hier geen rol. Varkenshouders zijn verplicht sterfte bij varkens te (laten) melden aan het I&R systeem. Hierbij moeten aantallen en soort varkens gemeld worden. Jaarlijks worden aantallen doodmeldingen van runderen, schapen, geiten en varkens gerapporteerd via de jaarrapportage I&R. Deze rapportage wordt gepubliceerd op de website van RVO. Sterftecijfers van pluimvee worden niet doorgeven aan het I&R systeem. Er is enkel sprake van aan- en afvoermeldingen van pluimveekoppels in I&R. Gestorven pluimvee wordt opgehaald in kadavertonnen die gemeld dienen te worden bij Rendac. 15 Vindt u het passen bij de intrinsieke waarde van het dier om sterfte onder dieren in de veehouderij te registreren of rapporteren in gewicht, in plaats van in individuele aantallen dieren? Antwoord Er is geen sprake van registratie van sterfte van dieren in I&R op basis van gewicht. Registratie van gewicht speelt enkel een rol bij de facturering ten behoeve van destructie. 16 Deelt u de mening dat er een publiek belang mee gemoeid is om de sterfte van dieren op Nederlandse veehouderijbedrijven adequaat te registreren en inzichtelijk en toegankelijk te maken voor handhavers, journalisten, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers? Zo nee, waarom vindt u het niet nodig dat onafhankelijk kan worden gemonitord en gecontroleerd welke sterfte zich voordoet onder dieren in de Nederlandse veehouderij? Zo ja, bent u bereid hier de nodige stappen toe te zetten? Antwoord Ik vind het belangrijk om goed zicht te hebben op de sterfte van dieren op veehouderijbedrijven. Daarom wordt de sterfte van dieren voor de aangewezen diersoorten via het I&R systeem geregistreerd en jaarlijks door RVO gerapporteerd op de website. Het I&R systeem is toegankelijk voor organisaties die door mij zijn aangewezen voor handhaving in Nederland. Dit betreft voor I&R in de veehouderij, de NVWA. Er zijn geen andere organisaties die rechtstreeks toegang hebben tot de door de overheid ingewonnen I&R data en dus de sterftecijfers. Gegevens over sterfte bij de aangewezen diersoorten I&R kunnen op elk moment worden opgevraagd door externe partijen, maar zijn door de registratietermijnen die variëren van 2-7 werkdagen niet actueel. Als het verzoek tot leveren van data voldoet aan de gestelde eisen zal RVO deze data leveren. Het is voor de NVWA dus niet mogelijk om via I&R een volledig en actueel beeld te verkrijgen van sterftecijfers. Daarom wil ik de NVWA in staat stellen om afwijkende sterftecijfers op bedrijven beter te kunnen monitoren. Zoals ook bij vraag 4 aangegeven, onderzoek ik of de mogelijkheid bestaat voor een wettelijke grondslag voor het opvragen van gegevens van derden, zoals gegevens van Rendac. Op die manier kan de NVWA effectiever en efficiënter toezicht houden. 17 Op welke termijn mogen we adequate registraties verwachten die inzichtelijk en toegankelijk zijn voor handhavers, journalisten, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers? Antwoord De registraties rondom sterfte, geboorte, verplaatsingen, etc. zijn beschikbaar in I&R. Ook worden alle data rondom de meldingen aan het I&R-systeem jaarlijks in een rapportage gepubliceerd op de website van RVO. De NVWA en de LID hebben rechtstreekse toegang tot het I&R-systeem in het kader van handhaving. Ik werk aan de toezegging van mijn voorganger (Kamerstuk 28286, nr. 1335) om te onderzoeken of, hoe en onder welke voorwaarden voor de NVWA de wettelijke grondslag (bevoegdheid) vormgegeven kan worden voor het opvragen van gegevens van derden. Ik informeer de Kamer over de voortgang begin 2027. https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/achtergrond/knmi-14-klimaatscenario-s art. 3.22 en 3.25 Regeling dierlijke producten
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Silvio Erkens
21debatten
1.518bijdragen
3interrupties
114.760woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2021-03-31–2026-02-22) ·