Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden328Vragen van het lid Welzijn (Nieuw Sociaal Contract) aan de Staatssecretarisvan Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de oproep van deKinderombudsman inzake kinderarmoede (ingezonden 24 september 2025).Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)(ontvangen 3 november 2025).Vraag 1Heeft u kennisgenomen van de oproep van de Kinderombudsman, waarinwordt gepleit voor een integrale aanpak van kinderarmoede in Nederland?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Deelt u de analyse dat gezinnen structureel ondersteund moeten worden, nietalleen financieel maar ook via onderwijs, zorg en psychosociale begeleiding?Zo ja, welke concrete maatregelen (wetgevende voorstellen, beleid, begro-tingsmiddelen) neemt u om deze structurele ondersteuning te bieden?Antwoord 2Ja, het kabinet deelt deze analyse. Gezinnen in een kwetsbare positie met eenlaag inkomen hebben vaak te maken met problematiek op verschillendeleefdomeinen. Denk bijvoorbeeld aan armoede of schulden, (jeugd)zorg enhuisvestingsproblematiek. Ze hebben dan ook tijdige hulp en ondersteuningnodig vanuit meerdere aandachtsgebieden. Het is belangrijk dat deze hulpelkaar versterkt en niet tegenwerkt en zo vroeg mogelijk wordt ingezet omontstaan of verdere escalatie van problematiek zoveel mogelijk te voorkomen.SZW, OCW, VWS, J&V en BZK zijn dan ook, samen met gemeenten,ervaringsdeskundigen, kinderen, jongeren en andere stakeholders, aan deslag gegaan met een overheidsbrede integrale aanpak rond gezinnen in eenkwetsbare positie. Vanuit een gedeelde visie op een gewenste preventieve enintegrale ondersteuning aan deze gezinnen gaan we op een lerende wijze dekomende jaren aan de slag gaan met het concreet en integraal aanpakkenvan knelpunten die het uitvoering geven aan deze visie belemmeren.1NOS, 24 september 2025, «Kinderombudsman: kinderen in armoede zien hun toekomst somberin», https://nos.nl/l/2583803 ah-tk-20252026-328ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 Vraag 3Is het kabinet bereid landelijke richtlijnen of standaarden voor gemeentenvast te stellen, zodat kinderen in elke gemeente gelijke kansen krijgen, enwelke middelen (financieel en personeel) worden hiervoor beschikbaargesteld?Antwoord 3Zoals in het Nationaal Programma Armoede en Schulden2 (NPAS) aangege-ven werkt SZW met VNG en Divosa aan het verbeteren en vereenvoudigenvan het (gemeentelijk) armoedebeleid. Dit gebeurt langs drie lijnen:1.Divosa doet met VNG een verkenning naar hoe de gemeentelijkearmoededienstverlening toegankelijker, effectiever en toekomstbestendi-ger kan.2.SZW verkent hoe regelingen beter landelijk georganiseerd kunnenworden en hoe regelingen eenvoudiger en effectiever gemaakt kunnenworden zodat deze leiden tot minder (ervaren) rechtsongelijkheid.3.Nibud werkt in samenwerking met SCP, HvA en KWIZ – in opdracht vanSZW – aan een analyse van de effectiviteit van het armoedebeleid.Over de uitkomsten van deze trajecten zullen met de VNG en Divosaafspraken worden gemaakt, en mogelijk een modelbeleidskader wordenopgesteld, met als doel om het gemeentelijk armoedebeleid eerlijker,eenvoudiger, effectiever en integraler te maken. Een onderdeel hiervan is ookhet gemeentelijk kinderarmoedebeleid. Over de voortgang wordt uw Kamergeïnformeerd in de eerste voortgangsrapportage van het NPAS begin 2026.Vraag 4Hoe wordt daarbij rekening gehouden met de specifieke situatie in kwetsbarewijken, en welke ondersteuning ontvangen gemeenten om dit beleid lokaal tekunnen uitvoeren?Antwoord 4De genoemde verkenningen zijn nu nog gaande. Over de voortgang wordtuw Kamer geïnformeerd in de eerste voortgangsrapportage van het NPASbegin 2026. Ook wordt binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid enVeiligheid gewerkt aan het verbeteren van de specifieke situatie van20 kwetsbare gebieden. 6 Ministeries werken daar samen met de gemeenten,bewoners en lokale partners. Inzichten uit die wijken worden ook gedeeld metandere kwetsbare wijken. Ook binnen de interdepartementale aanpakgezinnen in een kwetsbare positie wordt er middels een lerende aanpak ineen aantal wijken gewerkt.Vraag 5Op welke wijze worden kinderen zelf betrokken bij beleidsvorming, bijvoor-beeld via kinderraden of andere structurele participatievormen, en is hetkabinet bereid dit ook financieel te faciliteren?Antwoord 5Kinderen en jongeren zijn in de onderzoeksfase van de overheidsbredeintegrale aanpak rond gezinnen in een kwetsbare positie bevraagd over hunervaringen, wensen en meningen. Dit heeft waardevolle inzichten opgeleverd.Ook in de volgende fasen zullen zij hun stem kunnen laten horen. En zullenwe de inzichten die we hierin opdoen nadrukkelijk onderdeel laten zijn van deaanpak.Vraag 6Hoe wordt in beleid en uitvoering rekening gehouden met de overlap tussenarmoede en schuldenproblematiek, en welke preventieve en curatievemaatregelen worden hierbij ingezet?Antwoord 6Recent onderzoek van CBS laat zien dat 31% (163.000) van de mensen inarmoede in 2023 te maken had met geregistreerde problematische schulden.In het beleid hebben we hier oog voor. Het kabinet is zich ervan bewust dat2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 515, nr. 799Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 problematiek op verschillende leefdomeinen vaak samenvalt. Dit is dan ookhet vertrekpunt van de interdepartementale aanpak gezinnen in een kwets-bare positie.In het algemeen duurt het vaak meerdere jaren voordat mensen metgeldzorgen hulp zoeken en vinden. Dat komt bijvoorbeeld door schaamte,niet goed weten waar hulp te vinden, complexiteit van inkomensondersteu-nende regelingen en wantrouwen naar de overheid. Hoe langer mensenwachten met geldzorgen aanpakken, hoe groter de kans dat geldzorgenleiden tot armoede en problematische schulden. Daarom heeft het nationaalprogramma specifieke aandacht voor de preventie van armoede en schulden.Concrete maatregelen die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld:–Het stimuleren van structurele aandacht voor financiële educatie binnenhet onderwijs.–Campagnes gericht op werkenden met kinderen en een laag inkomen. Inverschillende campagnes worden werkenden met kinderen gewezen opregelingen waar zij mogelijk recht op hebben.–Versterken van vindplaatsen. Binnen twee jaar wordt het netwerk rondvindplaatsen versterkt in minimaal 100 gemeenten in Nederland. Ookwordt via het programma Kansrijke start gewerkt aan het verbeteren vansignaleren van geldzorgen door professionals in de geboortezorg.–SZW heeft vanuit het programma Armoede en Schulden met een subsidieaan Geldfit en de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp ruim 170 laagdrempeligeinlooppunten gerealiseerd in het project «Samen Erop Vooruit».–Vanuit het perspectief van ouders en toegankelijke dienstverlening wordtonderzocht of we op termijn de (financiële) ondersteuning van ouders enkinderen zoveel mogelijk op één centraal punt samen kunnen brengen, inbijvoorbeeld een «ouder-kindportaal». Met één centraal punt en eengoede en zorgvuldige gegevensuitwisseling kan de overheid een beterbeeld krijgen van kinderen die steun behoeven. Ook zou op deze wijzeoverzicht voor ouders en kinderen ontstaan, waarmee niet-gebruik vanregelingen en voorzieningen kan worden bestreden.Vraag 7Zijn er plannen om de vroege signalering van schuldenproblematiek bijgezinnen met kinderen verder op te schalen (bijvoorbeeld via scholen,maatschappelijke dienstverlening en wijkteams)?Antwoord 7Voor het zo vroeg mogelijk bereiken van mensen met geldzorgen enbeginnende schulden wordt ingezet op het versterken van vindplaatsen,plekken waar mensen van nature al komen. Dit gebeurt door vrijwilligers enprofessionals te trainen in het signaleren, bespreekbaar maken en doorverwij-zen van mensen met geldzorgen en/of (beginnende) schulden en een netwerkrondom hen te verstevigen zodat zij weten waarnaar door te verwijzen. Ditgebeurt bij huisartsen, geboortezorgprofessionals, sleutelfiguren in de wijk,en jongerenwerkers. Binnen het onderwijs is een belangrijke signalerende enondersteunende rol weggelegd voor de brugfunctionaris. Hier heeft hetkabinet structureel geld voor vrijgemaakt.Daarnaast wordt er middels de interdepartementale aanpak gezinnen in eenkwetsbare positie gewerkt aan een preventieve en integrale ondersteuningvan gezinnen in een kwetsbare positie.Vraag 8Hoe monitort het kabinet het effect van armoedebeleid op de mentalegezondheid, toekomstverwachting en welzijn van kinderen, en kan het kabinettoezeggen deze gegevens structureel en openbaar beschikbaar te maken,bijvoorbeeld via een jaarlijkse nationale «armoedemonitor kind & gezin»?Antwoord 8Het kabinet vindt het van belang om zicht te hebben op de effecten van hetarmoedebeleid, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Causaliteit kanechter moeilijk vastgesteld worden in het sociaal domein. Om toch zicht tehouden op de voortgang van het armoedebeleid stellen we één keer per jaareen monitor op die de belangrijkste cijfers toont met betrekking tot dearmoede- en schuldenproblematiek. Deze wordt samen met de voortgangs-rapportage van het NPAS begin 2026 naar uw Kamer gestuurd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 De integrale aanpak voor gezinnen in een kwetsbare positie zal eveneensworden gemonitord. Zodra dit in een verder stadium is wordt u hierovergeïnformeerd.Vraag 9Welke aanvullende maatregelen overweegt het kabinet om te voorkomen dateen nieuwe generatie kinderen opgroeit in armoede?Antwoord 9Geen kind zou moeten opgroeien in armoede. Dit is een belangrijk aandachts-punt voor het kabinet. Gelukkig is de financiële armoede onder gezinnen, enook de kinderarmoede, in de laatste vijf jaar meer dan gehalveerd. Dooronder meer een hogere kinderbijslag, meer kindgebonden budget, eenhogere huurtoeslag en goedkopere kinderopvang. Het CPB verwacht dat dedaling komend jaar doorzet door het kabinetsbeleid.Maar het gaat niet alleen maar om weinig geld. Deze kinderen hebben vaakeen achterstand op vele domeinen. Denk aan onderwijs, (jeugd)zorg enhuisvestingsproblematiek. Gezinnen hebben dan ook tijdige hulp enondersteuning nodig vanuit meerdere aandachtsgebieden. Dit aanpakken iseen taak van het hele kabinet. Verschillende ministeries werken dan ook nauwsamen met gemeenten, ervaringsdeskundigen, kinderen, jongeren en anderepartijen aan een overheidsbrede aanpak rond gezinnen in een kwetsbarepositie.Daarnaast blijft het kabinet inzetten op de participatie van kinderen en hetversterken van kansengelijkheid, door middel van geld aan gemeenten enverschillende landelijke armoedefondsen en maatschappelijke organisaties enscholen. Zo kunnen de kinderen uit gezinnen in de meest kwetsbare positiemeedoen op school, deelnemen aan sport en cultuur, bredere levenservarin-gen en kennis opdoen en voldoende en gezond eten. Tot slot blijft het kabinetzich inspannen om (meer) werken meer te laten lonen zodat ouders eenbetere financiële positie krijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4
Bron, video en gesprek →32debatten
1.208bijdragen
10interrupties
150.703woorden in uitspraken