KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

afca0bba-6d7a-4eb2-ac29-a6dcbc746d0f

VVD →
32debatten
1.208bijdragen
10interrupties
150.703woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
25 nov 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 322KinderopvangNr. 570 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 november 2025Kinderopvang is essentieel om het voor ouders met jonge kinderenmogelijk te maken om werken te kunnen combineren met de zorg voorhun kinderen. Ook voor de ontwikkeling van kinderen is kinderopvangzeer waardevol. Op dit moment wordt intensief gewerkt aan devormgeving van een nieuw financieringsstelsel. Daarnaast werk ik aan hetbehoud en waar nodig verbetering van de kwaliteit en de toegankelijkheidvan het huidige kinderopvangstelsel. In deze brief informeer ik u over destand van zaken van een aantal maatregelen die hieraan bijdragen. Ikneem u allereerst mee in de laatste cijfers rondom de aanpak van hetpersoneelstekort in de kinderopvang. Vervolgens informeer ik u over hetproces rondom de Participatiewet en het recht op kinderopvangtoeslag(KOT). Daarna geef ik u een update over de handreiking Sociaal MedischeIndicatie (SMI). Als vierde kondig ik een update van het CBS-dashboardaan. Ik sluit af met een update over de planning van de periodiekerapportage kinderopvang.Aanpak personeelstekort in de kinderopvangHet terugdringen van het personeelstekort in de kinderopvang is vangroot belang: voor de toegankelijkheid van de kinderopvang, de kwaliteitvan het aanbod en de aantrekkelijkheid van de sector voor professionals.De komst van een nieuw financieringsstelsel in 2029 maakt het des tebelangrijker aandacht te hebben voor personeelstekort. Deze ontwikkelingmaakt kinderopvang voor de meeste ouders goedkoper en gaat naarverwachting gepaard met meer vraag naar kinderopvang. Er is personeelnodig om aan deze vraagtoename te kunnen voldoen. De afgelopen jarenheb ik samen met de sector diverse maatregelen in gang gezet om hetpersoneelstekort in de kinderopvang te verminderen. De aanpak kent driepijlers: nieuw personeel aantrekken, huidig personeel behouden en henstimuleren meer uren te werken. Doorlopend kijk ik samen met de sectornaar nieuwe mogelijkheden tot acties en maatregelen. kst-31322-570ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5701 CijfersEr komen nog altijd meer mensen bij in de kinderopvang dan eruitstromen: in het eerste kwartaal van 2025 een positieve instroom van6.000 personen.1 In dat kwartaal werkten 132.600 medewerkers in dekinderopvang.2 Ondanks deze groei is er sinds een aantal jaren een tekortaan personeel.In de arbeidsmarktprognose van eind 2024 is er voor dit jaar een tekortvan tussen de 7.000 en 8.000 personen geraamd, wat volgens deprognose de komende jaren flink zal oplopen, ook zonder nieuw financie-ringsstelsel.3 Aan het einde van dit jaar zal er weer een geactualiseerdearbeidsmarktprognose verschijnen. U kunt de arbeidsmarktprognosesbekijken via de volgende webpagina: Home | Prognosemodel Zorg enWelzijn.WachttijdenmonitorOok loopt er sinds 2023 een wachttijdenmonitor. De cijfers over het jaar2024 zijn gepubliceerd en treft u als bijlage bij deze brief. Opwww.wachttijdenkinderopvang.nl is het online dashboard beschikbaar.De cijfers in deze Kamerbrief bevatten een correctie voor het jaar 2023 tenopzichte van de cijfers die eerder zijn gedeeld met uw Kamer op 4 april2024. Onderzoeksbureau Significant heeft dit in de laatste publicatie metterugwerkende kracht gecorrigeerd. In de publicatie van de wachttijden-monitor van april 2024 waren aanvullende opvangaanvragen bij debuitenschoolse opvang (bso) en kinderdagopvang meegenomen vankinderen die reeds geplaatst waren over het jaar 2023. Deze aanvullendeaanvragen hadden echter dezelfde wensdatum als de wensdatum van deeerste aanvraag. Dit resulteerde in een beperkte overschatting van dewachttijden. Na correctie resulteert een stabiel beeld van de cijfers over2023 en 2024. In het rapport en de onderzoeksverantwoording die alsbijlagen zijn meegestuurd met deze brief treft u een nadere toelichting bijde correctie aan. In het eerste kwartaal van 2026 worden de cijfers overhet jaar 2025 verwacht.Tabel 1 Wachttijden kinderopvang. Significant, 2025.WachttijdKinderdagverblijfBuitenschoolse opvangGastouderopvang2023202420232024202320240–1 maand68%68%81%85%76%77%1–3 maanden19%18%11%9%15%14%Langer dan 3 maanden14%14%8%7%9%9% Uit de monitor blijkt dat het merendeel van de ouders 0 tot 1 maandwacht op een plek op de kinderopvang ten opzichte van de wensdatum.Daaronder vallen ook ouders die helemaal niet hoeven te wachten (duseen plek hebben op de opvang op de gewenste datum). Tegelijkertijd laatde monitor zien dat een kleiner deel van de ouders geconfronteerd wordtmet langere wachttijden. Over de jaren 2023 en 2024 zijn de wachttijden inde dagopvang stabiel. In de bso zijn de wachttijden iets korter in 2024 tenopzichte van het jaar daarvoor. Voor zowel kinderdagopvang als bso is dewachttijd voor een plek op dinsdag het langst.1In 2025 Q1 lag de instroom op 20.080 personen en de uitstroom op 14.080. Dit is een positiefsaldo van 6.000 personen. AZW Statline.2Inclusief zelfstandigen was dat in Q1 2025 ongeveer 138.000 personen. AZW Statline.3Prognosemodel Zorg&Welzijn; ABF Research https://prognosemodelzw.databank.nl/dashboard/stories-dashboard/kinderopvang--ko-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5702 Langere wachttijden komen vaker voor in grote steden, met het hoogsteaandeel langwachtende4 ouders in de vier grootste gemeenten.5, 6 Bijkinderdagopvang is de groep langwachtende ouders het grootst voorkinderen in de leeftijd 0 tot1 jaar en 1 tot 2 jaar.7 Voor buitenschoolse opvang is er een hoger aandeellangwachtende ouders voor de leeftijdscategorie 4 tot 8 jaar.8 Bijgastouderopvang laat de monitor een hoger aandeel langwachtendeouders zien voor de leeftijdsgroep ouder dan 4 jaar.9EvaluatieIk laat een evaluatie van het arbeidsmarktkraptebeleid uitvoeren. Dit doeik omdat de verwachting is dat de personeelskrapte de komende jarenaanhoudt en bovendien verder oploopt als gevolg van de herziening vanhet financieringsstelsel voor de kinderopvang. Dit onderzoek wordtuitgevoerd door Ipsos I&O in samenwerking met SEO Economischonderzoek. De evaluatie start met een ex-post evaluatieonderzoek naar dedoeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid in de jaren 2020–2024. Ikinformeer uw Kamer begin 2026 over de uitkomsten van het ex-postevaluatieonderzoek. Daarna wordt het onderzoek voortgezet in de vormvan een ex-durante evaluatie. Het doel van deze fase van het onderzoek isom het arbeidsmarktkraptebeleid lerenderwijs te verbeteren in een nauwesamenwerking tussen beleidsmakers, onderzoekers, sectorpartijen enkinderopvangorganisaties.ActiesOntwikkelpad kinderopvangSinds 2023 zet het kabinet in op het Ontwikkelpad. Dit gebeurt samen metde kinderopvangsector. Het arbeidsmarktplatform Kinderopvang werkt!ontvangt hiervoor subsidie. Op 6 november 2025 is het vernieuwdeOntwikkelpad Kinderopvang verschenen.10 Het vernieuwde Ontwikkelpadgeeft een uitgebreider overzicht van loopbaanmogelijkheden binnen dekinderopvangsector. Het helpt toekomstige medewerkers te ontdekkenwaar zij kunnen starten en biedt bestaande medewerkers inzicht indoorgroeimogelijkheden. Daarmee draagt het bij aan de instroom en hetbehoud van medewerkers in de kinderopvangsector. Nieuw in hetOntwikkelpad is onder meer de functie van praktijkopleider. Dit is een roldie goed past bij medewerkers die graag collega’s begeleiden en hetinteressant vinden om samen te werken met opleidingsinstanties. Anderevoorbeelden van functies die zijn toegevoegd zijn de pedagogisch coach,leidinggevende en bemiddelingsmedewerker bij een gastouderbureau. Deverschillende functies binnen de kinderopvangsector bieden ruimte aanuiteenlopende talenten, kwaliteiten en interesses.4Langwachtende ouders zijn gedefinieerd als ouders die langer dan 3 maanden wachten op eenplek op de kinderopvang, bso of gastouderopvang.5In de G4 ligt dit aandeel voor kinderdagopvang vier procentpunt hoger dan het landelijkgemiddelde in 2024. Het aandeel ouders met een wachttijd van 3 maanden of meer is in 2024voor dagopvang 18% in de G4-gemeenten.6Ook bij de buitenschoolse opvang is dit aandeel ruim twee procentpunt hoger dan het landelijkgemiddelde in de G4. Het aandeel ouders met een wachttijd van 3 maanden of meer is in 2024voor bso 9% in de G4-gemeenten.7Aandeel langwachtende ouders 0–1 jaar: 20%, aandeel langwachtende ouders 1–2 jaar: 22%,aandeel langwachtende ouders 2–4 jaar: 15% (kinderdagopvang).8Aandeel langwachtende ouders 4–8 jaar: 14%, aandeel langwachtende ouders >8 jaar: 10%(bso).9Aandeel langwachtende ouders 0–4 jaar: 9%, aandeel langwachtende ouders >4 jaar: 13%(gastouderopvang).10Kinderopvang werkt! Ontwikkelpad kinderopvang. https://www.kinderopvang-werkt.nl/ontwikkelpadTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5703 De doorontwikkeling sluit goed aan bij de aanbeveling uit het onderzoekKandidatenreis door Sparkely11, waar mijn ministerie subsidie voor heeftgegeven. Het onderzoek adviseert kandidaten duidelijkheid te bieden overdoorgroeimogelijkheden.Naast het feit dat het vernieuwde Ontwikkelpad een handzaam overzichtbiedt, kan scholing binnen het Ontwikkelpad ook in aanmerking komenvoor de SLIM-subsidie. Deze subsidie biedt werkgevers en gastouderbu-reaus financiële ondersteuning voor scholing van medewerkers binnenhet Ontwikkelpad. Zo wordt investeren in de ontwikkeling vanmedewerkers aantrekkelijker. Alle opleidingen waarvoor subsidie kanworden aangevraagd, staan vermeld op de website van het Leerover-zicht.12 Werkgevers en gastouderbureaus kunnen 90% van de kostenvergoed krijgen voor opleidingen op mbo- of NLQF-niveau 1, 2 of 3, en40% voor opleidingen vanaf mbo- of NLQF-niveau 4. Ook bijbehorendetaalscholing kan in aanmerking komen voor subsidie. Op 10 november jl.sloot het tweede aanvraagtijdvak voor individuele werkgevers. Hetvolgende tijdvak gaat naar verwachting in januari 2026 open. Informatieover de aanvraagtijdvakken en subsidievoorwaarden is te vinden op dewebsite van UVB.13 Voor de groepshulpen is er daarnaast de subsidiere-geling groepshulpen (zie onder).GroepshulpenIn november 2025 staat de Subsidieregeling groepshulpen voor eentweede maal open voor aanvragen. De subsidie stimuleert de inzet enscholing van de groepshulp via een tegemoetkoming in de loonkosten enwerkt daarmee ter ondersteuning van het Ontwikkelpad. De functie vangroepshulp biedt kansen voor werkzoekenden zonder relevante opleidingen verlicht de werkdruk van pedagogisch professionals. Om de subsidieaantrekkelijker te maken, mogen kinderopvangorganisaties in dezeaanvraagronde voor tien groepshulpen subsidie aanvragen (dit waseerder twee).14 Ook heb ik ingezet op communicatie om het subsi-dieproces voor kinderopvangorganisaties duidelijker te maken.Het Centrum Inclusieve Arbeidsorganisatie (CIAO) heeft in opdracht vanhet UWV onderzoek gedaan naar de toegevoegde waarde van degroepshulp. Dit onderzoek is op 1 november jl. gepubliceerd.15 Deresultaten zijn erg positief en ondersteunen de doelen van het Ontwik-kelpad en de subsidieregeling. Uit het onderzoek blijkt dat de investeringvan tijd en geld in een groepshulp als waardevol wordt ervaren doorkinderopvangorganisaties. Pedagogisch professionals ervaren door deinzet van groepshulpen minder werkdruk, een betere kwaliteit van werk enmeer duurzame inzetbaarheid. Zij kunnen door de groepshulp meer tijdaan hun pedagogische kerntaken besteden, wat positief is voor dekwaliteit van kinderopvang. Voor positieve ervaringen blijkt vooral vanbelang dat de randvoorwaarden op orde zijn, zoals verwachtingenma-nagement aan alle kanten, een heldere taakafbakening en goedebegeleiding.Uit het onderzoek blijkt dat er vanuit pedagogisch professionals behoefteis aan meer inzet van de groepshulpen. Ook zouden groepshulpen zichmeer willen ontwikkelen en meer taken op willen pakken. De subsidiere-11De kandidatenreis in de kinderopvang in kaart, Sparkely (2023)12Leeroverzicht – Alle opleidingen van het Ontwikkelpad Kinderopvang13https://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/subsidies-en-regelingen/algemene-informatie/slim-scholingssubsidie/aanvragen14Subsidieregeling groepshulpen kinderopvang; https://wetten.overheid.nl/BWBR0049599/2025-07-1215https://www.inclusievearbeidsorganisatie.org/sites/default/files/wysiwyg/PDF/onderzoeksrapport_tw_groepsondersteuner_def_november_2025.pdf?454Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5704 geling en scholing uit het Ontwikkelpad zou in beide behoeften eenstimulerende rol kunnen spelen. Ik ben blij dat ook uit onderzoek blijkt datde groepshulp van grote toegevoegde waarde is voor de kinderopvang.Samen met de betrokken partners deel ik de resultaten met de branche,om kinderopvangorganisaties aan te sporen aan de slag te gaan met deinzet van groepshulpen.Recht op kinderopvangtoeslag en de ParticipatiewetIn de brief Toelichting op arbeidseis in de Wet Kinderopvang16 van 24 junijongstleden heb ik uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van deverkenning Kinderopvangtoeslag in de Participatiewet17. Uit hetonderzoek blijkt dat gemeenten onvoldoende grip ervaren rondom dekinderopvangtoeslag en de Participatiewet. Gemeenten ervaren de wet-en regelgeving als complex. Het is voor gemeenten onduidelijk welkeactiviteiten binnen de definitie van re-integratie vallen en of deze rechtgeven op kinderopvangtoeslag. Ook hebben gemeenten te weinigduidelijkheid over hun eigen rol hierbij. Ten slotte is het voor gemeentenonduidelijk welke gegevens Dienst Toeslagen hanteert bij de beoordelingvan het recht op kinderopvangtoeslag. Het gevolg hiervan is dat ook dezegroep ouders niet altijd weet of zij recht hebben op kinderopvangtoeslagof niet.Samen met de VNG, Dienst Toeslagen en Bureau InformatiedienstenNederland (BIDN) werk ik aan het bieden van goede handvatten om tebepalen welke voorzieningen en activiteiten zij kunnen beschouwen alseen traject naar arbeidsinschakeling. Een dergelijk traject geeft recht opkinderopvangtoeslag. Hierbij zet ik in op verbetering van de gegevensle-vering tussen gemeenten, BIDN en Dienst Toeslagen. Doel is dat degegevenslevering beter aansluit bij de praktijk van gemeenten enuitvoerbaar is voor alle drie de partijen. BIDN, VNG en Dienst Toeslagenwerken hierin samen. Door verbeterde gegevenslevering wordt het vooralle partijen, ook de ouders, duidelijker wanneer er recht op kinderop-vangtoeslag is. Verbetering van de gegevenslevering is naar verwachtinggereed in het voorjaar van 2026.Daarnaast zet ik met de VNG in op het opstellen van een beknoptehandreiking. Daarin staat de benodigde informatie om gemeentenduidelijkheid te bieden welke rol zij hebben in het aanmerken vanactiviteiten als traject naar arbeidsinschakeling. VNG neemt hier hetvoortouw in. De handreiking is naar verwachting gereed in de zomer van2026. De handreiking en informatie over de nieuwe gegevensleveringzullen breed gedeeld worden met de gemeenten.Handreiking Sociaal Medische IndicatieOp 29 januari 2026 zal ik samen met de betrokken wethouder van Utrechtde handreiking Sociaal Medische Indicatie (SMI) lanceren. Dezehandreiking is bedoeld om de uitvoering van SMI door gemeenten meeruniform en duidelijker te maken. Begin volgend jaar doe ik u dezehandreiking toekomen.Wanneer één van beide ouders niet werkt en niet behoort tot een van dedoelgroepen in de Wet kinderopvang, heeft een gezin geen recht opkinderopvangtoeslag. In sommige gezinnen speelt er sociaal medischeproblematiek. Deze gezinnen kunnen kinderopvang hard nodig hebben.16Kamerbrief met toelichting op arbeidseis in de Wet kinderopvang | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl17Kinderopvangtoeslag in de ParticipatiewetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5705 Daarom is er SMI. Gemeenten hebben hiermee de mogelijkheid om aangezinnen in dergelijke situaties een vergoeding te verstrekken voor dekosten van kinderopvang. Zij staan het dichtst bij de gezinnen en hebbendaarmee ook de mogelijkheid om maatwerk te bieden.Naar aanleiding van vragen van Kamerlid Sahla (D66)18 heeft mijnvoorganger toegezegd samen met gemeenten en de VNG te bekijken hoeverschillen in de uitvoering van SMI verkleind kunnen worden. Ook mijnministerie heeft signalen ontvangen dat er verschillen zijn tussengemeenten die soms nadelig zijn voor ouders. Zo komt het voor dat eengezin in dezelfde situatie in de ene gemeente wél een vergoeding via SMIkan ontvangen en in de andere gemeente niet. Dit is niet wenselijk.Daarom heb ik in de afgelopen tijd, samen met VNG, ouders engemeenten, gewerkt aan een basislijn SMI. Deze basislijn vormt dedienstverlening die gemeenten in ieder geval aanbieden aan burgers dieSMI nodig hebben. Zo is bijvoorbeeld opgenomen dat gemeenten gééninkomens- of vermogenstoets hanteren voor toegang tot SMI. Met debasislijn weten ouders wat ze minimaal van hun gemeente kunnenverwachten. De basislijn wordt opgenomen in een handreiking aangemeenten. Ook wordt een aantal modeldocumenten, zoals een aanvraag-formulier, ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen.Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds middelen voor SMI. In2025 is structureel 5 miljoen euro extra toegevoegd aan het gemeente-fonds. In 2029 wordt nogmaals structureel 5 miljoen euro toegevoegd. Hettotale budget bedraagt dan circa 55 miljoen euro. Hiermee krijgengemeenten meer financiële ruimte om deze groep ouders te onder-steunen.CBS-dashboardIn opdracht van mijn ministerie heeft het CBS in 2023 een dashboardsamengesteld met cijfers over de kinderopvang in Nederland. Begindecember van dit jaar lanceren we de tweede update van het dashboard.Na lancering kunt u het dashboard via de volgende URL bekijkenhttps://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2025/49/kinderopvang-in-nederland-2015-2024. In deze versie hebben we een aantal nieuwe analysestoegevoegd. Ook zijn de bestaande analyses geactualiseerd en zijn cijfersover 2024 toegevoegd.Het dashboard geeft inzicht in verschillende indicatoren zoals tarieven,kindplaatsen en het gebruik van kinderopvang. Bij enkele indicatorenkunnen de cijfers ook uitgesplitst worden naar de rechtsvormen for profiten non-profit. Naast landelijke cijfers, bevat het dashboard ook cijfers ophet niveau van gemeente, wijk of buurt. Geïnteresseerden kunnen hetdashboard gebruiken om de ontwikkelingen in de kinderopvang te volgen.Ik ben blij met deze update, omdat dit waardevolle inzichten biedt over dekinderopvang in Nederland. Ook in 2026 ben ik van plan het dashboardverder door te ontwikkelen.Periodieke rapportage kinderopvangbeleidVia rapportages wordt de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd over detwee hoofddoelen van het kinderopvangbeleid: de ontwikkeling van hetkind en de arbeidsparticipatie. In 2023 heeft u een periodieke rapportageontvangen over het belang van kinderopvang voor de ontwikkeling vanhet kind (Kamerstuk 31 322, nr. 513). In de brief van 26 augustus 2024 isuw Kamer geïnformeerd over de aanpak en opzet van de periodieke18Kamervragen (Aanhangsel) 2022-2023, nr. 3642 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5706 rapportage kinderopvangbeleid met betrekking tot het doel arbeidspartici-patie (Kamerstuk 31 322, nr. 543). Planning was dat deze periodiekerapportage uiterlijk in 2025 zou worden opgeleverd. Op dit moment laat iknog een onderzoek uitvoeren dat belangrijke input zal leveren voor deperiodieke rapportage. Het betreft een onderzoek vanuit het perspectiefvan de ouders over het belang van kinderopvang voor de arbeidspartici-patie. Daarom is de oorspronkelijke planning niet haalbaar. We streven nunaar verzending van de periodieke rapportage met kabinetsreactie rondde zomer van 2026.Tot slotIn deze brief heb ik uw Kamer geïnformeerd over een aantal onderwerpenin het kinderopvangbeleid. De kinderopvang in Nederland staat voor eenbelangrijke verandering. Oog blijven houden voor de personeelstekortenen de meest kwetsbare groepen is essentieel in de aanloop naar hetnieuwe stelsel. Dat geldt ook voor het monitoren van en rapporteren overindicatoren en cijfers die ons vertellen hoe het er met de sector voor staat.Daarbij blijft het van belang gedegen onderzoek te doen naar de effectenvan ons beleid in de praktijk en daarbij stakeholders en eindgebruikers tebetrekken. Zo werken we aan kwalitatieve, betaalbare en toegankelijkekinderopvang.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5707

Bron, video en gesprek →