Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202630 950Racisme en DiscriminatieNr. 505 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID EN DE MINISTER VAN BINNENLANDSEZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 december 2025Op 21 maart van dit jaar is het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie(Nom)1 aan uw Kamer aangeboden. In de begeleidende brief is toegezegdom met een vervolg te komen op basis van dit onderzoek.Deze Kamerbrief bevat de kabinetsreactie op het Nom en de door de vastecommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid verzochte kabinetsreactie2op het onderzoek «Toekomstverwachtingen van moslimjongeren inNederland»3. Daarnaast gaat deze brief in op de verzochte reactie,ingediend door Tseggai (GroenLinks-PvdA),4 op het artikel in de krantTrouw over «Ruim tien jaar rapporten over moslimdiscriminatie, maar depolitiek blijft ze negeren».5 Ook wordt u geïnformeerd over de Catshuis-sessie die naar aanleiding van de motie van Van Baarle (DENK) belegd is.6Tot slot wordt met deze brief invulling gegeven aan een aantal anderemoties en verzoeken.7 Deze kabinetsreactie wordt u aangeboden medenamens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.1Kamerstuk 30 950, nr. 450 Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie, Regioplan ERCOMER,Universiteit van Utrecht. 2025, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/21/rapport-nationaal-onderzoek-moslimdiscriminatie.22025Z04318/ 2025D103503«Toekomstverwachtingen van Moslimjongeren in Nederland», A. el Kaddouri, Het Opiniehuis,februari 2025, Toekomstverwachtingen van Moslimjongeren in Nederland42025Z075485Ruim tien jaar rapporten over moslimdiscriminatie, maar de politiek blijft ze negeren, Trouw,april 2025, Ruim tien jaar rapporten over moslimdiscriminatie, maar de politiek blijft ze negeren| Trouw6Kamerstuk 30 950, nr. 4417Kamerstuk 30 950, nr. 406; Kamerstuk 36 600 VI, nr. 95 kst-30950-505ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5051 Discriminatie is onacceptabelDiscriminatie en racisme zijn onacceptabel en moeten actief voorkomenen bestreden worden. Nederland staat voor een open en inclusievesamenleving. In een samenleving die gebouwd is op vrijheid, gelijkwaar-digheid en wederzijds respect, moet iedereen – ongeacht achtergrond ofgeloof – vrij zijn om zichzelf te zijn. Op basis van artikel 1 van de Grondwetdienen allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijkbehandeld te worden. Discriminatie wegens godsdienst, levensover-tuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheidof op welke grond dan ook, is niet toegestaan.Daarbij kan discriminatie strafbaar zijn onder het Wetboek van Strafrecht,en is ongerechtvaardigd onderscheid in strijd met de Algemene wetgelijke behandeling en onrechtmatig onder andere wettelijke bepalingendie volgen uit het Burgerlijk Wetboek. Het effect van ervaren discriminatieop maatschappelijke participatie en samenhang dient daarbij echter niette worden onderschat. Tussen ervaren discriminatie en strafrechtelijkvastgestelde discriminatie kan een verschil bestaan. Ervaren discriminatiewordt niet voetstoots aangenomen. De uiting of handeling wordtzorgvuldig beoordeeld. Daarbij geldt ook dat religiekritiek niet per definitiediscriminerend is.Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie en erkenningDe definitie van discriminatie, zoals gehanteerd door de Staatscommissietegen Discriminatie en Racisme en beschreven in de eerste voortgangs-rapportage8, is toegepast in en uitgangspunt geweest voor het Nationaalonderzoek moslimdiscriminatie. Moslimdiscriminatie is wanneer iemandnegatief bejegend, uitgesloten of achtergesteld wordt vanwege het feit datdiegene (vermeend) moslim is.In het Nom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het bestaan vanmoslimdiscriminatie reeds is aangetoond binnen de Nederlandsesamenleving. Vanuit dit uitgangspunt, beschrijft dit onderzoek de aard enspecifieke contexten van moslimdiscriminatie zoals die worden ervaren,op basis waarvan handelingsperspectief ontwikkeld kan worden. Hetonderzoek is daarmee niet kwantitatief. In het Nom zijn bestaandeliteratuuronderzoeken verzameld en tezamen gebundeld in één hoofdstuk,waarbij zowel studies betrokken zijn die expliciet moslimdiscriminatieonderzoeken, als studies die zich richten op kenmerken die vaaksamengaan met een moslimachtergrond, zoals herkomstgroep. Uit anderonderzoek blijkt dat 16% van de Nederlandse moslims zich gediscrimi-neerd voelt op grond van hun geloof.9 Daarnaast blijkt uit de recenteverkenning naar arbeidsmarktdiscriminatie dat 37–43% van de vrouwendie een hoofddoek draagt ooit discriminatie op stage of werk heeftervaren.10 In het Nom is middels 44 interviews en focusgroepenverdiepend ingegaan op de domeinen en situaties waarin moslims inNederland discriminatie ervaren, alsmede de belangrijkste kennislacunesop dit gebied.Het Nom beschrijft een toegenomen normalisering van moslimdiscrimi-natie, waar een structureel component in zit. Uit het onderzoek blijkt dathet vertrouwen in de overheid onder respondenten afneemt doorinstitutionele vormen van discriminatie. Volgens de onderzoekers kan dat8Kamerstuk 30 950, nr. 3569Ervaren discriminatie in Nederland, CBS, 13 december 202410Eindrapportage Verkenning arbeidsmarktdiscriminatie moslima’s, Radboud Universiteit,8 maart 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5052 de sociale cohesie ondermijnen, terwijl een sterke onderlinge verbon-denheid in de samenleving volgens hen juist nodig is om belangrijkemaatschappelijke problemen op te lossen. Omdat uit de conclusie van hetNom blijkt dat moslimdiscriminatie wijdverbreid is en een patroon vormt.Het Nom sluit daarmee aan bij conclusies die getrokken zijn uitverscheidene eerdere zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoekenzoals: (1) de CBS Veiligheidsmonitor, 2024, (2) FRA, Being Muslim in theEU – Experiences of Muslims, 2024, (3) Sociaal en Cultureel Planbureau,Ervaren discriminatie in Nederland II, 2024 en (4) Radboud Universiteit,Verkenning arbeidsmarktdiscriminatie van moslima’s, 2024.Het kabinet erkent dat moslimdiscriminatie in Nederland bestaat en moetworden aangepakt. Het Nom, de hierboven benoemde onderzoeken enhet hierboven genoemde Trouw-artikel, alsook recente incidenten bijmoskeeën, laten allemaal zien dat moslimdiscriminatie in Nederlandaanwezig is en voorkomt. Discriminatie heeft niet alleen een ontwrichtendeffect op het individu, maar ook op de samenleving als geheel. In eensamenleving die gebouwd is op vrijheid, gelijkwaardigheid en wederzijdsrespect, moet iedereen – ongeacht achtergrond of geloof – zich vrij voelenom zichzelf te zijn. In de open en inclusieve samenleving, die wij strevente zijn, moeten ook islamitische burgers hun identiteit en religie in allevrijheid kunnen beleven.Catshuissessie «Toekomstverwachtingen van moslimjongeren inNederland»Op 26 augustus 2025 zijn namens het kabinet, de Minister-President,Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, StaatssecretarisParticipatie & Integratie en Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur enWetenschap, in gesprek gegaan met Nederlandse moslimjongeren overhet gepubliceerde rapport «Toekomstverwachtingen van moslimjongerenin Nederland».11, zoals verzocht door het lid Van Baarle (DENK)12. In ditrapport wordt beschreven dat 9 op de 10 Nederlandse deelnemers van ditonderzoek geen vertrouwen heeft in politici, dat deze jongeren zichonveilig voelen en dat een derde van de jongeren somber is over huntoekomst in Nederland. Daarbij geldt dat de mentale gezondheid bij eenaantal groepen al een langere tijd achteruit gaat, al sinds vóór decoronapandemie. Die achteruitgang is vooral te zien bij adolescenten,jongvolwassenen en vrouwen.13 De aanwezige bewindspersonen hebbentijdens dit gesprek wederom benadrukt dat het onacceptabel is als ervarendiscriminatie tot gevoelens van onveiligheid leiden of resulteren in hetgevoel niet te kunnen meedoen aan de open en vrije samenleving. Ditkabinet hecht waarde aan de kracht van dialoog en zal elk halfjaarinterdepartementaal in gesprek gaan met de moslimgemeenschap, ondercoördinatie van de Minister van BZK. Het kabinet voert regelmatig ookgesprekken met de Joodse gemeenschap en zal dit in de toekomst blijvendoen.Daadkrachtig optreden tegen moslimdiscriminatieMiddels deze brief geeft het kabinet opvolging aan zowel het Nom als hetonderzoek «Toekomstverwachtingen van Nederlandse Moslimjongeren»en verdere genoemde onderzoeken.112025Z04318/ 2025D1035012Kamerstuk 30 950, nr. 44113Monitor mentale gezondheid, Landelijke Rapportage 2025, RIVM, december 2025https://www.rivm.nl/publicaties/monitor-mentale-gezondheid-landelijke-rapportage-2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5053 Vanuit de gecoördineerde aanpak van discriminatie en racisme onderleiding van de Minister van BZK en in samenwerking met de NationaalCoördinator tegen Discriminatie en Racisme wordt ook nu al breed ingezetop preventie en bestrijding van discriminatie en racisme. Voor debestrijding van moslimdiscriminatie zet het kabinet bestaande generiekemaatregelen in, alsook maatregelen die nadrukkelijk gericht zijn op deaanpak van moslimdiscriminatie zoals uiteengezet in de bijlage één via devolgende pijlers:•Pijler 1 Voorkomen van en ondersteunen bij discriminatie•Pijler 2 Inzicht in en versterking van de aanpak discriminatie (gemeen-telijk en Rijksoverheid)•Pijler 3 Sectorale aanpak discriminatieVoortgang maatregelenUw Kamer wordt door het kabinet geïnformeerd over de voortgang vande aanpak van moslimdiscriminatie in het kader van de algeheleopvolging van het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme.Tot slotHet is aan eenieder in onze samenleving om respectvol met elkaar om tegaan, elkaar niet te discrimineren en een norm uit te dragen waarineenieder de Grondwet naleeft, in het bijzonder artikel 1. De Nederlandsesamenleving maken we samen: een samenleving waarin we metwederzijds respect, in veiligheid en in vrijheid gelijkwaardig kunnensamenleven.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. NobelDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. RijkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5054 Maatregelen versterken aanpak discriminatie, waaronder ooktegen moslimdiscriminatiePijler 1 Voorkomen van en ondersteunen bij discriminatie1.1Voorkomen van discriminatie•De Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme heeft op13 februari 2025 de voortgangsrapportage «Ervaringen en lessenom discriminatie in publieke dienstverlening te voorkomen en tebestrijden» uitgebracht over de door hen ontwikkelde Discrimina-tietoets Publieke Dienstverlening (DPD). De discriminatietoets is op3 november jl. gelanceerd.In de komende periode voert de Minister van BZK gesprekken metde staatscommissie over het gebruik van de discriminatietoets,over inbedding in bestaande structuren en over het begeleiden vande organisaties die de toets gaan gebruiken.•De overheid acht het gebruik van risicoprofielen soms nuttig eneffectief, maar het mag niet ten koste gaan van de burger en totdiscriminatie of stigmatisering leiden. Het is daarom zaak om enkelgebruik te maken van risicoprofilering wanneer dit gebeurt met degrootst mogelijke zorgvuldigheid, behoedzaamheid, transparantie,goede monitoring en een met waarborgen omkleed proces.Het College voor de Rechten van de Mens heeft in opdracht van hetMinisterie van BZK op 28 januari jl. een nieuw Toetsingskaderrisicoprofilering uitgebracht over het gevaar van discriminatie bijrisicoprofilering.14 Het instrument biedt praktische handvatten vooruitvoeringsorganisaties om de complexe juridische normen uit hetnon-discriminatierecht op zorgvuldige wijze toe te passen in dedagelijkse uitvoeringspraktijk. De Minister van BZK zal zich dekomende periode inzetten om zoveel mogelijk partijen te stimule-ren hier veelvuldig gebruik van te maken.•Daarnaast heeft de overheid de afgelopen jaren flinke stappengezet op het terrein van bewustwording, het aanpassen vanwerkprocessen en het grip krijgen op algoritmische besluitvorming.Recent heeft de Minister van BZK daarvan een overzicht gegeven inde kabinetsreactie op het rapport van Amnesty InternationalNederland «Etnisch profileren is overheidsbreed probleem».15 Zohebben organisaties hun handelingskader aangescherpt en wordtin trainingen en cursussen steeds meer aandacht besteed aan deaanpak van discriminatie en racisme.•Het Ministerie van BZK heeft tevens een algoritmekader ontwikkeld,waarin hulpmiddelen zijn opgenomen om discriminatie vroegtijdigop te sporen, en een discriminatieprotocol opgesteld, waarmee eenconcreet handelingsperspectief wordt geboden als een vermoedenbestaat of geconstateerd wordt dat er sprake is van discriminatie bijeen algoritmisch systeem. Daarnaast heeft de Minister van BZKonderzoek gedaan naar een uitbreiding van de Algemene wetgelijke behandeling met eenzijdig overheidshandelen.1.2Ondersteunen van mensen die discriminatie hebben ervaren•De Minister van BZK zet in op de herziening van het huidige stelselvan antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s). De Minister van BZKstuurde in januari 2025 aan de Tweede Kamer een hoofdlijnennoti-tie over de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen.16Door toe te werken naar één centrale organisatie, in plaats van de14Toetsingskader risicoprofilering, normen tegen discriminatie op grond van ras en nationaliteit,College voor de Rechten van de Mens, 2025 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/06/19/toetsingskader-risicoprofilering-2025-integrale-versie15Kamerstuk 30 950, nr. 43416Kamerstuk 30 950, nr. 431BIJLAGE 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5055 huidige gemeentelijke ADV’s, is deze organisatie beter in staat omdiscriminatie adequater aan te pakken. Dit komt óók de aanpak vanmoslimdiscriminatie ten goede. Daarnaast is er binnen dezestelselherziening ook verkend hoe nazorg effectief geborgd kanworden om, indien gewenst, emotionele ondersteuning te bieden.Tijdens de behandeling van de melding kan de consulent de melderook ondersteunen bij het doen van een aangifte bij de politie.•Het «Plan van aanpak tegen online discriminatie» geeft invullingaan de bredere inzet van het kabinet om discriminatie, haat enracisme in de digitale ruimte terug te dringen. Het richt zich op hetverbeteren van bescherming voor slachtoffers (onder wie moslims),het versterken van meld- en registratiestructuren, het vergroten vanbewustwording en het verbeteren van toezicht en handhaving opdigitale platforms.Het plan is tot stand gekomen in nauwe samenwerking tussen deministeries van BZK (als coördinerend departement), J&V, SZW enOCW. Het plan van aanpak is op 4 juli 202517 met uw Kamergedeeld.Pijler 2 Inzicht in en versterking van de aanpak discriminatie (gemeentelijken Rijksoverheid)2.1Inzicht in discriminatie•De Ministers van BZK en J&V hebben een subsidie verstrekt aanDiscriminatie.nl om samen met andere officiële meldinstanties eenlandelijk opererend near real time dashboard te kunnen uitrollenom discriminatoire incidenten efficiënter in kaart te brengen. Hetbiedt inzicht in het aantal gemelde incidenten bij de verschillendemeldinstanties op lokaal niveau, en wordt gedeeltelijk openbaar.Daarnaast biedt het beleidsmakers en lokale organisaties beterinzicht op verschillende vormen van discriminatie, waarondermoslimdiscriminatie, binnen de gemeenten in Nederland. Dezeinzichten kunnen vervolgens gebruikt worden om de lokale aanpakte versterken. Eind 2026 is het dashboard volledig operationeel.2.2Versterking van de aanpak van moslimdiscriminatie•Sinds 2024 maakt de Minister van BZK jaarlijks € 2,5 miljoen vrij enstelt dit bedrag ter beschikking aan gemeenten ten behoeve vanpreventiebeleid op discriminatie, waarbij gemeenten vrij zijn bij devormgeving en invulling hiervan. Ook in 2026 ontvangen gemeen-ten deze bijdrage. In onder andere de gemeenten Amsterdam,Utrecht, Haarlemmermeer en Arnhem is al een lokale aanpak vanmoslimdiscriminatie ontwikkeld of in ontwikkeling. Om anderegemeenten hierbij te ondersteunen start het Ministerie van SZW, insamenwerking met het Ministerie van BZK, in 2026 met eengemeentelijk leernetwerk.Dit leernetwerk, waarbij expertise van het Kennisplatform Inclu-sieve Samenleving (KIS) een essentieel onderdeel is, ondersteuntde ontwikkeling en versterking van de preventieve aanpak op grondvan huidskleur, religie en herkomst in de eigen lokale context,waarbij er specifiek aandacht besteed wordt aan moslimdiscrimina-tie.•De Ministeries van BZK en SZW hebben op 10 juli 2025 eenbijeenkomst georganiseerd om de uitkomsten van het Nom tedelen en te bespreken met het maatschappelijk middenveld. Debelangrijkste conclusie van deze bijeenkomst is dat de aanpak vanmoslimdiscriminatie structureel overleg met en betrokkenheid vanhet maatschappelijk middenveld vergt.17Kamerstuk 30 950, nr. 461Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5056 Op basis van het Nom en de uitkomsten van de bijeenkomst op10 juli 2025 heeft SZW aan KIS gevraagd om een werkgroep in terichten, met deelnemers zoals de NCDR, Discriminatie.nl, VNG,BZK, de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme en hetCollege van de Rechten van de Mens. Met de leden van dewerkgroep worden actiegerichte interventies in kaart gebracht opbasis van wat evidence-based werkt in de aanpak van moslimdiscri-minatie. De werkgroep start in 2026, voor de duur van één jaar enkomt met een voorstel aan de Ministeries BZK en SZW over hetmogelijk in te zetten van deze interventies. Het is aan een nieuwkabinet om te bepalen welke interventies ingezet zullen worden.Door het instellen van deze werkgroep onder leiding van KIS en, insamenhang met de in deze brief opgenomen maatregelen, achtenwij de motie van het lid Van Baarle (DENK) om in het aankomendeNationale programma tegen Discriminatie specifieke maatregelenvoor te stellen om de strijd tegen moslimdiscriminatie op tevoeren18, en de motie van de leden Chakor (GL/PvdA) en Bamenga(D66) om bij het eerstvolgende Nationaal Programma tegenDiscriminatie en Racisme tot concrete maatregelen te komen ommoslimdiscriminatie aan te pakken19 als opgepakt en in uitvoering.Bij het informeren van uw Kamer over de voortgang van deuitvoering van het Nationaal Programma tegen Discriminatie enRacisme door de Minister van BZK, zal ook worden ingegaan op deuitkomsten van de bevindingen van deze werkgroep.•KIS heeft, met middelen van het Ministerie van SZW, de afgelopenjaren een sleutelrol gespeeld in het toegankelijk maken enuitdiepen van de wetenschappelijke kennis voor de praktijk overwat werkt om discriminatie, waaronder moslimdiscriminatie, teverminderen. Zo is de database antidiscriminatie-interventies20ontwikkeld. In deze database zijn interventies opgenomen voor eeneffectieve aanpak van discriminatie. Deze interventies zijn onder-bouwd met wetenschappelijk bewezen mechanismen.In deze database kunnen gemeenten of (maatschappelijke)organisaties (bedrijven, scholen, sportclubs, buurtorganisaties,gezondheidsorganisaties etc.) gericht zoeken naar een interventiedie ingezet kan worden in een specifiek domein met als doeldiscriminatie, vooroordelen of stereotypen te verminderen. KIS zaldeze database de komende jaren verder ontwikkelen en onder deaandacht brengen bij stakeholders voor de toepassing ervan.•Sinds 2024 is het Ministerie van SZW periodiek in gesprek metvertegenwoordigers van islamitische gemeenschappen over ondermeer moslimdiscriminatie. Deze gesprekken zijn voortgekomen uithet reflectietraject uit 2023.Dit traject is (destijds) opgestart naar aanleiding van berichtgevingover onderzoeken vanuit de overheid naar lokale islamitischeorganisaties en personen door verschillende gemeenten. SZWheeft in dit traject vervolgens namens het kabinet met vertegen-woordigers uit de islamitische gemeenschappen, gemeenten enrijksambtenaren gereflecteerd op de manier waarop overheden enislamitische gemeenschappen samenwerkten.21 De noodzaak voorstructurele dialoog wordt bevestigd in het onderzoek van Movisieen Moslimpeil «Tussen Minaret & Ministerie»22, wat ziet op hetvertrouwen van moskeebesturen in de Nederlandse overheid.18Kamerstuk 30 950, nr. 40119Kamerstuk 30 950, nr. 40620https://www.kis.nl/Database-antidiscriminatie-interventies21Kamerstuk 36 200 XV, nr. 9922Tussen minaret & ministerie, Movisie, juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5057 In lijn met de Kamerbrief 23 over motie Becker (VVD)24 en motiePalland (CDA)25 werken we samen met maatschappelijke partners,die de doelstellingen van de Actieagenda Integratie en de waardenen normen van onze open en vrije samenleving onderschrijven. Hetkabinet blijft zich inzetten voor het beschermen van de democrati-sche rechtsorde, bijvoorbeeld door de weerbaarheid te vergrotentegen ongewenste vormen radicalisering, waaronder in bepaaldereligieus-extremistische stromingen. Deze inzet vindt altijd plaatsbinnen de grenzen van de wet.•Onderdeel van het werk aan herstel van vertrouwen tussen demoslimgemeenschappen en de overheid is het traject waarin hetMinisterie van SZW personen van wie onrechtmatig persoonsgege-vens zijn verwerkt, informeert en inzage biedt.26SZW heeft in het verleden bij de aanpak van maatschappelijkespanningen en de preventie van radicalisering persoonsgegevensverwerkt van voornamelijk mensen met een islamitische achter-grond zonder dat daarvoor een rechtmatige grondslag bestond.De toenmalig Minister van SZW heeft in 2023 hiervoor excusesgemaakt. Ook heeft zij erkend dat de overheid onbedoeld heeftbijgedragen aan stigmatisering van islamitische gemeenschap-pen.27Op 11 juni jl. heeft de Staatssecretaris Participatie & Integratie devoortgang van dit traject gedeeld en gereflecteerd op het afgerondeonderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens over deze kwes-tie.28 Het hersteltraject wordt eind 2025 afgerond, waarna degegevens worden verwijderd.•Vanuit het Ministerie van SZW is eind 2023 gestart met een pilotinterreligieuze dialoogsessies tussen jongeren met verschillendegeloofsovertuigingen (joods, islamitisch en christelijk). De sessieszijn bedoeld om bij te dragen aan wederzijds begrip, positieve(re)beeldvorming en het doorbreken van negatieve stereotyperingen.De pilot is afgerond. Momenteel wordt verder uitgewerkt hoe ereen vervolg kan worden gegeven aan de interreligieuze dialoog.•Het Ministerie van SZW en het Ministerie van BZK laten samen eenverkennend onderzoek doen naar de wijze waarop door diversepartijen meerjarig een sociale norm kan worden uitgedragen in desamenleving om discriminatie en racisme, op grond van huidskleur,herkomst en religie, zoals moslimdiscriminatie, te voorkomen. Devariatie in herkomst, stad of platteland, speelt hierin een rol. Dezeverkenning richt zich op een mogelijke aanpak, betrokkenheid vanpartijen en benodigd budget. Wij zullen uw Kamer de uitkomstendoen laten toekomen en u informeren over het vervolg.Het laten uitdragen van een anti-discriminatoire sociale norm kanbijdragen aan het (h)erkennen van discriminatie in de samenleving,bewustwording en het voorkomen van discriminatie.•Nederland neemt in internationaal verband deel aan bijeenkomstenover discriminatie. Op 13–14 maart jl. heeft de Europese Commissiesamen met de Raad van Europa een bijeenkomst georganiseerd diegericht is op het tegengaan van moslimdiscriminatie.De NCDR was ook bij deze bijeenkomst aanwezig. Nederland zal inde toekomst deel blijven nemen aan deze EU-overleggen, om zoook de kennis en ervaringen vanuit Europa te kunnen benutten bijde aanpak van moslimdiscriminatie in Nederland.23Kamerstuk 32 824, nr. 44524Kamerstuk, 35 228, nr. 4525Kamerstuk 32 824, nr. 40326Kamerstuk 32 761, nr. 32627Kamerstuk 36 200 XV, nr. 9928Kamerstuk 32 761, nr. 326.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5058 Tevens organiseerde BZK op 21 november 2024 samen met deEuropese Commissie een workshop «Combatting anti-Muslimhatred: Showcasing Efforts and Sharing Best Practices of EUMinistries of Interior» in Den Haag. De workshop bood vertegen-woordigers van de lidstaten gelegenheid om best practices uit tewisselen en antimoslimhaat te bespreken vanuit hun eigenbeleidsterrein.Pijler 3 Sectorale aanpak discriminatie3.1Onderwijs•Het kabinet ziet met name belangrijke kansen bij de jongeregeneratie(s) in Nederland om discriminatie preventief aan tepakken. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(OCW) zet zich op verschillende manieren in om discriminatie enracisme op onderwijsinstellingen tegen te gaan.Ten eerste zijn scholen in het primair en voortgezet onderwijs opgrond van de wettelijke burgerschapsopdracht verplicht omleerlingen respect en kennis bij te brengen voor en over debasiswaarden van de democratische rechtsstaat en diversiteit –bijvoorbeeld in godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid,afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid. Ook dienenscholen te zorgen voor een schoolcultuur waarin leerlingen enpersoneel zich veilig en geaccepteerd weten.Scholen in het primair en voortgezet onderwijs hebben eenzorgplicht voor de veiligheid. Dat betekent dat zij beleid moetenmaken om de veiligheid van alle leerlingen te bevorderen en hierook naar moeten handelen. Met het Wetsvoorstel vrij en veiligonderwijs wordt voor het primair en voortgezet onderwijs eennadere inkleuring en verduidelijking gegeven van de zorgplichtveiligheid op school. Daarbij worden scholen verplicht om het zichtop de veiligheid te vergroten en tot gedegener veiligheidsbeleid tekomen. Onderdeel hiervan is ook een registratieplicht voorveiligheidsincidenten en een meldplicht voor ernstige veiligheids-incidenten.•Tevens heeft OCW in 2023 de integrale aanpak sociale veiligheid inhet hoger onderwijs en de wetenschap gepresenteerd. Discrimina-tie wordt, naast dat het wettelijk verboden is, in de aanpak als eenvorm van sociale onveiligheid gezien. Een belangrijk onderdeel vande aanpak is dat OCW werkt aan een wettelijke zorgplicht voorveiligheid in het gehele vervolgonderwijs en onderzoek.Naar voorbeeld van het primair en voortgezet onderwijs wordt metdeze zorgplicht vastgelegd dat instellingen veiligheidsbeleidmoeten hebben en dat het toezicht hiervoor meer handvatten krijgt.Het uitgangspunt is dat de dialoog binnen instellingen overveiligheid wordt bevorderd.•Via Stichting School en Veiligheid en het Expertisepunt Burger-schap zijn er lesmaterialen, leermiddelen en trainingen beschikbaarvoor leerlingen in het primair, voortgezet, gespecialiseerd onder-wijs en mbo die gericht zijn op het herkennen van en ingrijpen bijdiscriminatie.Daarnaast is onlangs een landelijk subsidieprogramma van startgegaan waardoor universiteiten, hogescholen, medewerker-,promovendi- en studentenorganisaties worden gestimuleerd omsamen te werken bij het vergroten van een sociaal veilige leer- enwerkomgeving.Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 is er jaarlijks 4,5 miljoen eurobeschikbaar om initiatieven te ondersteunen die de socialeveiligheid vergroten. De subsidieregeling is live gegaan in januariTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 5059 2025. Hier kunnen ook voorstellen ter bestrijding van moslimdiscri-minatie worden ingediend.Ook kunnen de middelen voor uitvoering van de afspraken tenaanzien van sociale veiligheid in het Bestuursakkoord dooronderwijsinstellingen worden besteed aan bestrijding vanmoslimdiscriminatie. Hiervoor is vanuit het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap tot en met 2031 jaarlijks€ 4 miljoen beschikbaar.•Onderadvisering komt voor wanneer leerlingen worden geadvi-seerd voor een lager niveau van voortgezet onderwijs dan wat huncapaciteiten daadwerkelijk zouden toelaten. Dit kan leiden tot eengemiste kans voor leerlingen om hun volledige potentieel tebenutten. OCW werkt aan het tegengaan van onderadvisering. Ditdoet OCW onder andere door de maatregel «verplicht bijstellenschooladvies» en met de handreiking schooladvisering.Er is op verzoek van OCW een verkennend onderzoek gedaan naaronderadvisering.29 Hieruit bleek dat er aanzienlijke kennishiaten zijnals het gaat om structurele oorzaken van onderadvisering inNederland. We moeten beter begrijpen welke leerlingen wordengetroffen door onderadvisering, welke kenmerken van leerlingendaar bepalend in zijn en hoe dat gebeurt. OCW zal daarom volgendjaar opdracht geven voor vervolgonderzoek naar onderadvisering.•Het Ministerie van OCW werkt ook aan het tegengaan en voorko-men van stagediscriminatie. In het mbo doet OCW dat onderandere door het Stagepact MBO30 waarin overheid, bedrijfsleven,scholen en studenten afspraken hebben gemaakt om stagediscrimi-natie tegen te gaan.Elke mbo-instelling heeft naar aanleiding van deze afsprakeninmiddels een meldpunt. Bij dit meldpunt kunnen studentenstagediscriminatie melden, krijgen ze ondersteuning en nazorg. Inhet schooljaar 2023/2024 zijn scholen ook gestart met objectievestagematching. Verder zijn onderwijsinstellingen aan de slaggegaan met het professionaliseren van stagebegeleiders omstagediscriminatie te voorkomen en tegen te gaan.De ministeries OCW en SZW werken samen met de onderwijskoe-pels, werkgeversorganisaties en studentenbonden in een landelijkewerkgroep om stagediscriminatie in het hbo/wo tegen te gaan.Hierin wordt de voortgang van de uitvoering van het werkpro-gramma tegen stagediscriminatie besproken.31 Het programma isgericht op het vergroten van het maatschappelijke bewustzijn overdiscriminatie en het ontwikkelen van effectieve verbeteractiesgericht op het onderwijs en werkgevers.Daarnaast zal het Ministerie van Onderwijs, Cultuur Wetenschap deIslamitisch-Nederlandse gemeenschap vaker betrekken bijrelevante beleidsdossiers. Het ministerie zal hen vaker alsgesprekspartner uitnodigen om te horen wat er leeft binnen degemeenschap en om ervoor te zorgen dat alle Islamitisch-Nederlandse jongeren zich veilig, gezien en gehoord voelen op deonderwijsinstellingen en zich gerepresenteerd zien in de media encultuur.3.2Arbeidsmarkt•Het kabinet erkent dat arbeidsmarktdiscriminatie een hardnekkigprobleem is. De Minister van SZW heeft daarom in maart 2025 het29Onderzoeken wat we niet zien: een verkennende literatuurstudie naar onderadvisering vanuitintersectioneel perspectief, Verwey-Jonker Instituut, 202530Stagepact MB0 2023–2027, OCW, mei 202331Werkprogramma tegen Stagediscriminatie hoger onderwijs, OCW, 2024. Werkprogrammategen Stagediscriminatie hoger onderwijs | Publicatie | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 50510 Offensief Gelijke Kansen aangekondigd32 waarmee stevig wordtingezet op het creëren van gelijke kansen op de arbeids- enstagemarkt.Om te komen tot een echte verandering onder werkgevers wordtingezet op drie pijlers:a.Bereiken en activeren van een brede groep aan werkgevers enverandering van de sociale norm over een professioneelwerving- en selectieproces;b.Doorontwikkeling van effectieve en eenvoudig toepasbarehulpmiddelen;c.Het stimuleren van samenwerking onder bedrijven (per sector,regio of branche) die actief aan het werk zijn met gelijke kansen.Een speerpunt in het Offensief betreft het ondersteunen vanwerkgevers bij het objectiveren van het wervings- en selectiepro-ces.Hierbij wordt gebruik gemaakt van praktische hulpmiddelen dieontwikkeld zijn binnen de Werkagenda Voor een InclusieveArbeidsmarkt (VIA). Dit is essentieel om de verandering van eensociale norm, waarbij het steeds normaler wordt om in te zetten ophet creëren van gelijke kansen, te realiseren.Zoals in juni 2024 aan de Tweede Kamer is toegezegd laat hetMinisterie van SZW in 2025 een handreiking voor werkgevers overspecifiek discriminatie van moslima’s bij toetreding tot en op dearbeidsmarkt ontwikkelen33 in samenwerking met de NCDR enRadboud Universiteit over de specifieke vormen van arbeidsmarkt-discriminatie die moslima’s ervaren bij zowel de instroom alsdoorstroom op de arbeidsmarkt.Uit de uitgevoerde verkenning naar arbeidsmarktdiscriminatie vanmoslima’s kwam naar voren dat discriminatie voor veel moslima’s –in het bijzonder voor vrouwen die een hoofddoek dragen – eenstructurele en alledaagse ervaring is.Gebleken is dat moslima’s voor sollicitaties significant minder vaakworden uitgenodigd (2 tot 7 keer minder dan vrouwen zonderhoofddoek), en dat een substantieel deel van hen discriminatieervaart tijdens stage of werk.De handreiking beoogt werkgevers handelingsperspectief te biedenvoor een integrale aanpak van discriminatie gedurende het gehelearbeidsproces: van werving en selectie tot dagelijkse werkvloer-interacties, personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid.Ter bevordering van implementatie en praktische toepasbaarheidwordt de handreiking in drie rondetafelgesprekken aan werkgeversvoorgelegd. In deze sessies worden de belangrijkste bevindingenuit het onderzoek, de implicaties voor het organisatiebeleid en debeschikbare instrumenten toegelicht. Na afronding wordt dehandreiking breed toegankelijk gemaakt. De publicatie vindt plaatsvia het portaal van ArboNed en via de kanalen van de werkagendaVoor een Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA).3.3Zorg•Middels de VWS-brede aanpak discriminatie en gelijke kansen is deafgelopen jaren door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijnen Sport (VWS) ingezet op het verbeteren van diversiteitssensitiefwerken in de zorg. Als een van de uitwerkingen van de maatregelenin de beleidsnota diversiteitssensitieve zorg is ZonMw in juli 2024een pilotprogramma «Diversiteitssensitief werken in de zorg»gestart. Hiermee wordt de beweging ten aanzien van een diversi-teitssensitieve aanpak in de zorg voortgezet en bestendigd.32Kamerstuk 29 544, nr. 127233Kamerstuk 29 544, nr. 1244Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 50511 De programmalijnen richten zich op implementatie in de praktijk enverankering in opleiding. De projecten worden eind 2026 afgerond.Daarnaast is een breed onderzoek uitgevoerd naar de prevalentievan discriminatie in de zorg, welzijn en sport34. In dit onderzoekkomt naar voren dat moslims één van de groepen zijn die eenverhoogd risico hebben op discriminatie in de zorg, welzijn ensport. In het onderzoek komt tevens een aantal zorgsectoren naarboven waarin de meeste discriminatie wordt ervaren. VWS gaat ditjaar nog in gesprek met deze sectoren.Doel van deze gesprekken is om de sectoren aan te zetten om actieste ondernemen voor het bestrijden van discriminatie in de zorg,welzijn en sport. De VWS-brede aanpak discriminatie en gelijkekansen loopt in zijn huidige vorm tot eind 2025. Daarna is het aanveldpartijen om verdere uitvoering te geven aan het bestrijden vandiscriminatie in de zorg, welzijn en sport.3.4Sport•Op 22 april 2025 heeft de Staatssecretaris Jeugd, Preventie enSport de monitor OVIVI en OCIVI met uw Kamer gedeeld35. Inaanvulling daarop is in de Kamerbrief over toekomstig sportbe-leid36 aangegeven dat vanwege het grote en blijvende belang vaneen sportomgeving waar niet gediscrimineerd wordt er vanuit deVoorjaarsnota 1,6 miljoen euro is opgenomen om OVIVI en OCIVI in2026 te continueren. Vervolgens zal met de betrokken departemen-ten, de KNVB en NOC*NSF, worden gesproken om de ingezette lijnvan voorkomen, signaleren en sanctioneren van discriminatie enracisme door te zetten.Vanuit OVIVI loopt een brede doorlopende campagne voorsportclubs, sporters en toeschouwers onder de naamDiscriminatie=Kansloos. Deze gaat onder andere over de wijze vanmelden en innovaties rond signaleren van discriminatie. Het themavoor 2025 is «Hoe te handelen».•Het Ministerie van SZW zet in het kader van OVIVI in op bewust-wording en gedragsverandering van jeugd met twee projecten: FairPlay workshops die de Anne Frank Stichting samen met de clubsorganiseert en de spreekkorenprojecten.De Fair Play workshops worden op scholen (in samenwerking metjeugdtrainers van de Betaal Voetbal Organisaties) en bij devoetbalclubs (zowel betaald voetbalclubs als amateurclubs)gegeven. De workshop bestaat onder andere uit een game en eengroepsgesprek.Door het spelen van de game en het groepsgesprek wil de AnneFrank Stichting jongeren bewust maken van verschillende vormenvan discriminatie, waaronder moslimdiscriminatie, en hun eigen rolhierin op en om het voetbalveld. De game laat zien dat de jongerenzelf een actieve rol kunnen hebben bij de aanpak van discriminatie.Vanuit het Ministerie van SZW en JenV is er financiering beschik-baar tot en met 2025 voor de uitvoering van 140 workshopswaarmee 2.800 tot 3.500 jongeren kunnen worden bereikt.3.5Huisvestiging•Het NOM benoemt tevens ervaren woondiscriminatie. Omwoondiscriminatie tegen te gaan werkt de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) met een degelijke aanpakbestaande uit jaarlijkse monitoring, het stimuleren van voorlichtingen bewustwording, mogelijkheid tot sanctionering van woondiscri-minatie middels de Wet goed verhuurderschap en het versterkenvan de regionale en branchegerichte aanpak.34Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 18235Kamerstuk 30 234, nr. 405.36Kamerstuk 30 234, nr. 408Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 50512 Deze aanpak begint resultaat te laten zien. Uit de meest recentemonitor (2024/2025) volgt dat woningzoekenden meer gelijkekansen krijgen om een huurwoning te bezichtigen. Er is géénstatistisch significante discriminatie (meer) gemeten op basis vanetniciteit (waaronder Marokkaanse profielen), seksuele gerichtheidof gender tijdens de eerste selectiefase voor de bezichtiging vaneen huurwoning. Ook neemt bij verhuurbemiddelaars het bewust-zijn over discriminatie bij woningverhuur toe én wijst een groei-ende groep verhuurbemiddelaars discriminerende verzoeken van(fictieve) verhuurders af. Deze uitkomsten zijn hoopvol.Tegelijkertijd komt uit de monitor ook naar voren dat nog steeds teveel verhuurbemiddelaars discriminerende verzoeken van (fictieve)verhuurders direct of indirect faciliteren. We zijn er dus nog niet.Het Ministerie van VRO blijft zich daarom onverminderd inzettenom woondiscriminatie tegen te gaan.373.6Financiële sector en veiligheid•Het Nom benoemt ervaren discriminatie door banken bij detoepassing van de Wet ter voorkoming van witwassen en financie-ring van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet door banken.Het kabinet herkent deze problematiek en zet zich in om ervarendiscriminatie te voorkomen. De Minister van Financiën heeft samenmet de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en toezichthou-ders verschillende acties in gang gezet. Deze zien bijvoorbeeld opeen juiste toepassing van de regelgeving, betere communicatie enbetere klachtafhandeling.De Minister van Financiën heeft uw Kamer september dit jaargeïnformeerd over de voortgang38 en zal uw Kamer jaarlijks blijveninformeren. Daarbij zal hij ook ervaren discriminatie blijvenmonitoren, onder andere door tot en met 2027 jaarlijks uitvoerenvan een data-onderzoek waarbij aan burgers wordt gevraagd inhoeverre ze discriminatie ervaren. De uitkomsten van het onder-zoek uit 2025 zijn met de bovengenoemde voortgangsbrief aan uwKamer aangeboden.•In het Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2022staat opgenomen dat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatieen Racisme (NCDR) verschillende signalen heeft ontvangen datgemeenten de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door hetopenbaar bestuur (Wet Bibob) gebruiken wanneer sprake is vanvestiging van religieuze instellingen en scholen met een islamiti-sche signatuur. Het Nationaal Programma bevat de aanbeveling omeen verkennend onderzoek te doen naar hoe vaak, met welke redenen met welk resultaat de wet Bibob door gemeenten wordt ingezetbij de vestiging van religieuze instellingen zoals moskeeën enscholen met een islamitische signatuur.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft allereerst opverschillende manieren bewustwording willen creëren voor designalen die de NCDR heeft ontvangen, onder andere door hetgebruik van het netwerk van het Landelijk Bureau Bibob. Daarnaastis eind kwartaal vier van 2024 gestart met een WODC-evaluatieonderzoek naar de Wet Bibob, waarmee ook wordtgekeken hoe vaak gemeenten de Wet Bibob hebben ingezet bij devestiging van levensbeschouwelijke instellingen en wat deoverwegingen daarvoor waren. Het onderzoek besteedt eveneensaandacht aan de vraag of en met welke redenen bestuursorganenBibob-beleid inzetten in relatie tot levensbeschouwelijke instellin-gen, en of er daarbij verschillen zijn tussen islamitische instellingenen andere levensbeschouwelijke instellingen, conform een37Kamerstukken 32 847 en 30 950, nr. 139138Kamerstuk 32 013, 310Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 50513 aanbeveling van de NCDR39. Uit de interviews van de onderzoekersblijkt dat bestuursorganen niet anders omgaan met islamitischeinstellingen dan met andere levensbeschouwelijke instellingen,tenzij daar een objectieve reden voor is. De resultaten van hetonderzoek zijn 1 december jl. met de Kamer gedeeld.40 Uiterlijk inhet eerste kwartaal van 2026 volgt een inhoudelijke reactie op deconclusies en aanbevelingen van het onderzoek.•Bij de vaststelling van de Begrotingsstaten van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid voor het jaar 202541 is een motie aangenomenvan het lid El Abassi (Denk) waarin het kabinet wordt opgeroepenom zich maximaal in te blijven zetten voor de veiligheid enbescherming van de islamitische gemeenschap. Het kabinetonderschrijft het belang van deze oproep en zet zich in om opzorgvuldige wijze invulling te geven aan de motie.In dat kader is een verkenning gestart naar de meest passende eneffectieve benadering. Het kabinet is voornemens hierover ingesprek te gaan met een zo breed en divers mogelijke vertegen-woordiging binnen de islamitische gemeenschap.Daarbij is het doel om inzicht te krijgen in de zorgen, ervaringen enbehoeften die binnen deze gemeenschap leven. De uitkomsten vandeze gesprekken zullen worden betrokken bij de verdere duidingvan mogelijke vervolgstappen.Het kabinet hecht waarde aan een benadering die recht doet aan dediversiteit van perspectieven en draagt bij aan het bredere strevennaar veiligheid en bescherming voor iedereen.•Per 1 juli 2025 is het nieuwe artikel 44bis van het Wetboek vanStrafrecht in werking getreden, waarmee de strafmaat voor eenzogeheten commuun delict, zoals mishandeling of vernieling, eenderde verhoogd kan worden. De invoering van deze strafverzwa-ringsgrond maakt hate crimes beter zichtbaar in het strafproces enregistratie van feiten, en maakt dat de slachtoffers daarvan alszodanig worden erkend.39Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2022, NCDR, 12 december 202240Kamerstuk 31 109, nr. 3741Kamerstuk 36 600 VI, nr. 95Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 30 950, nr. 50514
Bron, video en gesprek →32debatten
1.208bijdragen
10interrupties
150.703woorden in uitspraken